08.05, 09.05, 22 — 26.05.2021

Sarah Vanhee Brussel

bodies of knowledge

performatieve installatie

Institut Pacheco / Josafatpark

Gratis toegang | In open lucht | BOK-telefoon: vrije ingang, doorlopend, toegankelijk voor doven, slechthorenden, blinden en slechtzienden | BOK-te-voet: gratis, maar reserveren via bodiesofknowledge.be vanaf 11.05

Hoe kunnen we de hiërarchie van de discoursen uitdagen en tot een meer horizontale, eerlijke en inclusieve maatschappij komen? Na Lecture For Every One (2013), Untitled (2014), Oblivion (2016) en Lecture For Every One – 20, dat ze in 2020 samen met een groep jongeren creëerde, toont Sarah Vanhee nu in première bodies of knowledge (BOK). Een half-nomadische leeromgeving wordt enkele maanden lang gehouden in verschillende plekken in Brussel.Levensexpertise heeft er voorrang op ‘professionele’ kennis. BOK herwaardeert kennis die onzichtbaar is en verschillende kwesties aankaart: hoe kan je je verdedigen in de publieke ruimte, overleven met weinig middelen, minder angst hebben, verzorgen met behulp van je handen, kinderen op een feministische manier opvoeden, … ? Deze waardevolle kennis, die men doorgaans niet op school leert, wordt aangereikt door stemmen die niet altijd gehoord worden, uit verschillende hoeken van de maatschappij en de wereld. Met de ambitie om zo tot een meer menselijke en rechtvaardige maatschappij bij te dragen.

BOK-téléphone

BOK-téléphone is een centrale die de kennis van 35 Brusselse jongeren bijeenbrengt. Kom naar de telefooncel in het Pacheco Instituut, en bel één van de jongeren om van hen te leren over onderwerpen als “wat te doen met al je verbeelding”, “hoe kun je van jezelf houden”, “hoe politiegeweld te stoppen”, “hoe geduldiger zijn”, etc. Elk telefoongesprek duurt ongeveer 15 minuten. Reservatie verplicht.

BOK te voet

Bij BOK te voet maak je een wandeling met iemand naar wie je kunt luisteren, en van wie je kunt leren. Tijdens deze één-op-één wandeling van zo’n 45 minuten, doorheen het Josaphat Park, deelt een body of knowledge hun ervaring en kennis met je. Wil je mee al wandelend van hen leren? Bekijk het programma en reserveer je wandeling op bodiesofknowledge.be vanaf 11 mei.

read more

Bodies of knowledge: hoe we meer van elkaar kunnen leren

Als we onszelf de vraag stellen hoe kunstscholen zich beter kunnen verhouden tot een veranderende wereld, dan dient de vraag naar kennisoverdracht zich als eerste kwestie aan. Wat bedoelen we eigenlijk met ‘kennis’ ? En welke veronderstellingen schuilen in het westerse idee van het doorgeven van kennis ? We vroegen aan kunstenaar Sarah Vanhee om haar reflecties op het project Bodies of knowledge (BOK) met ons te delen, een onderzoek naar minder gestuurde vormen van gedeelde kennisuitwisseling. Een potentiële inspiratie voor kunstscholen.
 
Wat betekent bodies of knowledge (BOK) precies ? De complexiteit van kennisuitwisseling dwingt me om te pogen dit praktisch onderzoek op een begrijpelijke manier uit te leggen. In mijn verbeelding zie ik dat er in steden en gemeentes plaats geruimd wordt voor het uitwisselen van alternatieve, niet-dominante kennis. Maar wie wordt aangetrokken door dit idee en wie niet ? Communicatie is performatief. Ik vertel mijn 4 jaar oud zoontje : ‘In jouw school heb je een eigen klaslokaal, toch ? Ik ben een gelijkaardig klaslokaal aan het maken voor volwassenen. Een plek waar ze dingen van elkaar kunnen leren, bijvoorbeeld op het Flageyplein (in Brussel).’
 
In Manchester sprak ik met een diverse groep van jonge mensen, tussen 17 en 22 jaar oud : “Toen ik jong was ging ik niet graag naar school. Ik wilde wel leren en was redelijk nieuwsgierig naar verschillende onderwerpen maar in een klas zitten doodde onmiddellijk mijn honger naar kennis. Ik begreep echt niet waarom we gedurende acht uur moesten stil zitten met alle hormonale veranderingen die door onze lichamen trokken. We luisterden passief naar oninspirerende leerkrachten die telkens maar één kant van een verhaal vertelden. Is dit opgroeien ? Ik wilde niet dat mijn zoon zo’n soort leerervaringen meemaakte. Daarom wilde ik een soort plek creëren waar leren een positieve ervaring is, waar mensen van elkaar kunnen leren, los van onze kleine bubbels. Niet uit boeken, maar uit wat we weten uit onze doorleefde ervaring.”
 
 (…)

Kan ons officieel schoolsysteem verwezenlijken waar het voor ontworpen werd ? Mijn eigen ervaringen hierover zien zich weerspiegeld in die van Tagore. Tijdens de jaren ’90 liep ik school in West Vlaanderen (België). Het schoolbestuur was er relatief open-minded. Een aantal inspirerende leerkrachten slaagden erin – los van het onderwerp – om de leerlingen uit te dagen en hen te doen nadenken of die oprecht geïnteresseerd waren in iemand.
 
Over het algemeen ervaarde ik school als een systeem dat verplicht was om ons routinematig op te leiden zodat we theorie konden reproduceren. Voor mij was het een plek die weinig verbonden was met onze levens. Leerkrachten die hun autoriteit niet konden afdwingen, werden bespot. Leerlingen die te veel interesse toonden, waren niet populair. Na de middelbare school besloot ik niet naar de universiteit te gaan omdat ik dacht – terecht of niet – dat ik in een geïsoleerde kennisfabriek zou belanden. Omdat ik de ervaringen met mijn extra-curriculaire poëzie- en dramaleerkrachten als veel positiever ervaarde, besliste ik de richting acteren in te slaan (zonder toen te weten dat je ook ‘kunst’ kon studeren). Ik wilde iets leren dat me het gevoel zou geven dat ik wakker en echt was, iets dat niet om excellentie en concurrentie draaide.
 
Ik volgde lessen in België en in Nederland, de eerste met heel negatieve ervaringen, de tweede met opbouwende. Ik hoop dat de Belgische scholen intussen op een positieve manier veranderd zijn, maar in mijn tijd kregen we les van mensen die net een rol in Thuis waren mislopen, of die benoemd waren met een contract van onbepaalde duur zonder zelf nog aan een actieve artistieke praktijk te participeren. Het scala aan docenten bestond uit overwegend mannen, terwijl 95% van de studenten vrouwen waren, allen wit, cis, « gezond » en slank. De enige studente, afkomstig uit de arbeidersklasse werd verplicht om haar studies af te ronden na een jaar. En de enige docent die echt betrokken was, gaf jammer genoeg les in zijn slaapkamer.

Later, in Amsterdam kwam ik gelukkig terecht in een pedagogisch verantwoorde omgeving, met toegewijde docenten die konden bogen op een ruime, praktische ervaring. Ik slaagde erin om mijn eigen koers te bepalen. Een vrouw stond aan het hoofd van de school. Ze oefende haar autoriteit niet uit maar was een luisterend oor voor velen. Tijdens de jaren in kunstscholen, startte ik een parallel, onafhankelijk onderzoek, met vertakkingen in filosofie, sociologie, ethiek, recht enz. Ik nam ook deel aan praktische projecten rond verschillende sociaal geëngageerde initiatieven. Ik bleef uiteraard een dilettante in alles. Door ervaren situaties en vriendschappen leerde ik dat ik mijn intuïtieve weerstand tegen sociale onrechtvaardigheid en misvormde patriarchale machtsverhoudingen kon uiten en transformeren. Ik kon ook proberen om mijn privilege als witte, hoog opgeleide, ‘gezonde’ vrouw in te zetten om sociale veranderingen te genereren. Ik leerde langzamerhand dat kunst en het leven niet van elkaar gescheiden konden worden.
 
Omwille van bovenstaande redenen geloof ik dat het belangrijk is dat BOK zich, nu gedurende twee jaar in Brussel, de stad waar ik woon, zal afspelen, waar connecties al bestaan. Werk en leven zijn altijd erg nauw met elkaar verbonden geweest in mijn artistieke praktijk, op dezelfde manier als staatsburgerschap en de mensheid met elkaar verbonden zijn. Maar nu wil ik in staat zijn om dat ‘lokaal verankerd’ werk een meer solide en structurele dimensie te geven.
 
Hier in onze eigen stad hopen we het potentieel voor een ‘vergemeenschappelijking’ van alternatieve kennisuitwisseling te activeren door verschillende ‘bodies of knowledge’ toegankelijk te maken en met elkaar te verbinden en dit op een semi-nomadische manier: BOK zal zich op hetzelfde plein of in hetzelfde park in een aantal Brusselse gemeentes afspelen en dit gedurende verschillende weken of soms zelfs maanden en zal dan zijn tenten opbreken om verder te gaan. Op deze manier willen we een ‘plek’ creëren die langzaam in de publieke’ ruimte’ van de stad evolueert. Vanuit een humanistische geografie leerde ik het belang van de concepten ‘ruimte’ en ‘plek’. Ze hebben niet dezelfde betekenis. ‘Ruimte’ is iets abstracts, zonder materiële betekenis. ‘Plaats’ daarentegen refereert naar hoe mensen bewust zijn van of aangetrokken zijn tot een bepaald deeltje van de ruimte. Een plek kan gezien worden als ruimte die betekenis heeft.

Door Sarah Vanhee, in Rekto:Verso op 23 Oktober 2019 

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts

Concept: Sarah Vanhee, in samenwerking met Flore Herman & Nadia Mharzi | Executive productie: Manyone, BOK vzw | Productie-assistent: Luisa Marc | Communicatie: Cillian O'Neill | Coproductie: Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater, BUDA, Noorderzon Festival Podiumkunsten & Samenleving, BIT Teatergarasjen, Reykjavik Dance Festival, Vooruit | Met de financiële steun van: de Vlaamse Gemeenschap (VG), de Vlaamse Minister van Brussel - Jeugd & Media, de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF), de Gemeente Anderlecht, en de Gemeente Schaarbeek | Onderzoek: KCA&ARIA | De Klas/BOK-téléphone in samenwerking met: Atheneum Brussel, Institut-Sainte Marie, Stéphanie Gheerolfs, Sebastien Marandon | Speciale dank aan alle studenten en bodies of knowledge

 

website by lvh