Scenes: Glimpses From a Lockdown

    04/09  | 16:00
    04/09  | 16:30
    04/09  | 17:30
    04/09  | 18:00
    04/09  | 18:30
    04/09  | 19:00
    04/09  | 20:00
    04/09  | 20:30
    05/09  | 14:00
    05/09  | 14:30
    05/09  | 15:30
    05/09  | 16:30
    05/09  | 17:00
    05/09  | 17:30
    05/09  | 18:00
    05/09  | 18:30
    05/09  | 19:00
    05/09  | 20:00
    05/09  | 20:30
    06/09  | 14:00
    06/09  | 14:30
    06/09  | 15:00
    06/09  | 15:30
    06/09  | 16:00
    06/09  | 19:00
    06/09  | 19:30
    06/09  | 20:00
    06/09  | 20:30
    07/09  | 16:00
    07/09  | 16:30
    07/09  | 17:00
    07/09  | 17:30
    07/09  | 18:30
    07/09  | 19:00
    07/09  | 19:30
    07/09  | 20:30
    07/09  | 21:00
    07/09  | 21:30
    08/09  | 16:00
    08/09  | 16:30
    08/09  | 17:00
    08/09  | 17:30
    08/09  | 18:30
    08/09  | 19:00
    08/09  | 19:30
    08/09  | 20:30
    08/09  | 21:00
    08/09  | 21:30

€ 10 / € 7
Performative installatie geschatte lengte: 30 — 75 min

Wang Bing, één van de meest gerenommeerde figuren in documentairefilm, heeft een unieke film esthetiek ontwikkeld die een politiek engagement laat samengaan met een diepe emotionele textuur, waarin visuele narratieven een tegenwicht vormen voor de gangbare, clichématige opvattingen over het hedendaagse China. In de afgelopen jaren werkte hij op twee verschillende locaties om de intensieve economische relatie tussen China en West-Afrika te onderzoeken. Enerzijds filmde hij het portret van een jongeman, Kinsley, door wiens ogen we zijn leven zien in een West-Afrikaanse arbeidersgemeenschap in een Chinees industriegebied in Guangzhou. Dat materiaal laat hij contrasteren met beelden van de stad Lagos, waarin Wang Bing de aanwezigheid van China en zijn eigenaardige vormen van economische kolonisatie van West-Afrika traceert. Dit fascinerende traject werd abrupt tot stilstand gebracht toen het volledige Chinese vasteland in een uiterst strenge lockdown ging om de uitbraak van COVID-19 in te dijken. Scenes: Glimpses From a Lockdown, dat in Brussel finaal in première gaat, is de synthese van deze ervaring: een performatieve installatie met films en live-elementen, waarin de twee geopolitieke situaties als twee kanten van dezelfde medaille worden verenigd en waarin de fragiliteit van onze wereldorde fysiek tastbaar wordt. Wang Bing recreëert in Brussel de studio waarin hij al die maanden gedwongen in verbleef. Voor de eerste keer in zijn carriere zal hij een performance maken waarin hij voor de volledige periode van het festival 24u/24u zal leven en verder werken. Hij nodigt het publiek uit om samen naar zijn scherp audiovisueel fresco te kijken die de symmetrieën en asymmetrieën in de relatie tussen China en Afrika opnieuw met elkaar verbindt, en waarin globalisering tot uitdrukking komt als een onderlinge verbinding van zichtbare aanwezigheden en onzichtbare krachten. Hierbij stelt hij zich de vraag of de oude orde opnieuw hersteld zal worden of is er plaats voor een nieuwe toekomst?

Zie ook: Discursive moments

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts-Les Halles de Schaerbeek 

Kunstenaar: Wang Bing
Productie: Lihong Kong, Yang Wang 
Dankzij Magician Space, Beijing
Dankzij Galerie Chantal Crousel, Parijs
Coproductie: Kunstenfestivaldesarts

Dit engagement wordt gesteund door Mid Atlantic Arts Foundation via USArtists International in partnershap met National Endowment for the Arts, de Andrew W. Mellon Foundation en de Howard Gilman Foundation

Back to top

Reizen in het ongewisse  

“Hier heb je niks te zoeken, mijnheer.” We krijgen de zin in een vreemde taal te horen bij aanvang van Wang Bing’s nieuw installatiewerk Scenes. De vermaning lijkt geadresseerd aan de filmmaker buiten beeld, terwijl hij zijn camera richt op een omvangrijke zwerm van olietrucks die zich ogenschijnlijk werkeloos ophouden aan de groene rand van een vooralsnog onbenoemde stad. Zou het toeval zijn dat Wang Bing deze scène, waarin de aandacht uitzonderlijk op zichzelf gevestigd wordt, zo’n prominente plaats heeft gegeven? Scenes is immers het resultaat van zijn eerste filmische excursie ver buiten zijn thuisland China, met name in Lagos, de meest drukbevolkte stad van Nigeria en bij uitbreiding van het Afrikaanse continent.  

Nochtans is het allerminst voor het eerst dat de cineast zich begeeft naar plaatsen waar hij volgens geldende voorschriften “niks te zoeken heeft”. Reeds twee decennia geleden drong de toen net afgestudeerde fotografie- en kunststudent door tot het hart van het gedoemde industriële district van Tiexi in Noordoost-China, waar hij twee jaar lang zonder officiële toestemming filmde in het labyrint van fabrieksgebouwen en bijhorende leefruimtes. Met een gehuurde DV-camera slaagde hij er op onnavolgbare manier in om de precaire levens van de overgebleven arbeiders in beeld te brengen, terwijl ze geconfronteerd werden met de geleidelijke afbraak van hun leefomgeving en werkzekerheid. Uit ruimschoots driehonderd uur aan opnames creëerde hij het monumentale Tie Xi Qu / West of the Tracks (2002), een maar liefst negen uur durend document van China’s transitie van een industrie-gedreven planeconomie naar een consumptie-gedreven markteconomie, en de daaruit voortvloeiende uitholling van de collectieve arbeidersklasse die onverbiddelijk plaats ruimde voor een aanwas van goedkope en tijdelijke arbeid.  

Sindsdien richt Wang Bing onvermoeibaar zijn lens op de alledaagse en onbillijke levenservaringen die al te vaak gesmoord worden onder het succesverhaal van het Chinese “groeimirakel”. In een klein bergdorp in de provincie Yunnan maakte hij een portret van drie jonge zusjes (San Zimei / Three Sisters, 2012) die in kwamen te staan voor hun eigen onderhoud toen hun ouders om den brode gingen werken in verafgelegen steden - een situatie die helaas geldt voor tientallen miljoenen kinderen in China. Voor Ku Qian / Bitter Money (2016) volgde hij drie jongeren die voor het eerst hun geboortedorp verlieten om werk te zoeken in de oostelijke zijdestad Huzhou, die bekend staat voor zijn groot aantal tijdelijke arbeiders. In deze en andere films maakt Wang Bing geduldig de staat op van de verpauperde materiële en sociale condities van migrantenwerkers die overwegend afkomstig zijn van het platteland en geen aanspraak kunnen maken op stedelijk burgerschap, wat ervoor zorgt dat meer dan een tiende van de Chinese staatsburgers in eigen land worden beschouwd als illegale vreemdelingen. Van de urbane werkplaatsen waar deze “tweederangsburgers” voor een mager loon lange uren kloppen en zich pijnlijk bewust worden van wat in de volksmond de “bittere smaak van geld” wordt genoemd, tot een afgelegen psychiatrische instelling waar mentale patiënten en politieke afvalligen aan hun lot worden overgelaten (Feng ai / ‘Til Madness Do Us Part, 2013) of de vluchtelingenkampen waar leden van de Ta’ang, een Birmaanse etnische minderheid, klem zitten tussen een gewelddadige burgeroorlog en de Chinese grens (Ta’ang, 2016): binnen de interne geografie van Wang Bing’s werk staan telkens opnieuw de ongewisse levens centraal van zij die zich in de marges van de samenleving bevinden, te midden van de uitgestrekte en snel veranderende landschappen van het eenentwintigste-eeuwse China.  

Is de stap naar Afrika dan werkelijk zo groot? Onder de vlag van de historische vriendschap die sinds de postkoloniale hoogdagen van de Non-Aligned Movement is gesmeed tussen China en Afrika zijn de uitwisselingen tussen beide gebieden in de voorbije twee decennia immers gevoelig uitgebreid, een ontwikkeling die op het globale economische en geopolitieke toneel met argusogen wordt gevolgd. Terwijl China graag uitpakt met grootscheepse investeringen en infrastructuurprojecten die naar eigen zeggen tot een "win-win" resultaat zouden moeten leiden, weerklinken de aantijgingen van neokolonialisme steeds luider. Zoals Lamido Sanusi, de voormalige gouverneur van de Centrale Bank van Nigeria liet optekenen: “China neemt onze primaire goederen en verkoopt ons gefabriceerde goederen. Dit was ook de essentie van het kolonialisme.” Maar de discussie in hoeverre China zich opstelt als koloniserende macht dan wel als kapitalistische weldoener overtrekt een transformerende sociale en interculturele werkelijkheid die aan beide zijdes van de liaison aanzienlijke uitdagingen vormt. De aanwezigheidspolitiek van China in Afrika betreft niet enkel kapitaal en goederen maar ook arbeidsmacht, met een groeiend aantal bouwvakkers, wegenbouwers en handelaars in het sociaal-economische weefsel als gevolg. Anderzijds beproeven sinds de economische liberalisering van de jaren 1990 tal van Afrikaanse studenten en entrepreneurs hun geluk in de Chinese grootsteden. Dit is met name vooral het geval in Guangzhou, een megastad in de zuidelijke Parelrivierdelta, een van ‘s werelds meest bevolkte regio’s die is uitgegroeid tot een wervelende draaischijf voor de kleinhandel tussen de economische grootmacht en diverse Afrikaanse staten.  

Een van die kleinhandelaars vormt het centrale personage in Scenes. Wang Bing ontmoette Kingsley in Guangzhou, waar hij een kapperszaak runt en goederen inkoopt voor de shop die hij samen met zijn vrouw beheert in de Ikotun wijk in Lagos. Deze toevallige ontmoeting – een constante impuls in zijn praktijk – leidde Wang Bing in het najaar van 2019 uiteindelijk naar Afrika, een reis waar hij sinds enkele jaren naar uitkeek. De opnames die hij in Lagos maakte, vormden het basismateriaal voor een eerste versie van de installatie, die deel uitmaakte van de tentoonstelling “China ⇋ Africa” in het Parijse Centre Pompidou. Deze prille versie toont fragmenten van Wang Bing’s eerste impressies van de Afrikaanse metropool, van de agricultuur en afvalaccumulatie aan de rand tot de detailhandel en ride-hailing diensten in de centra. De Chinese aanwezigheid laat zich impliciet aflezen uit verwijzingen naar twee van de voornaamste Chinese economische activiteiten in Nigeria, oliewinning en mijnbouw, die onwillekeurig resonanties oproepen met Wang Bing’s eerdere exploraties van China’s energie-industrie, Caiyou riji / Crude Oil (2008) en Tong dao / Coal Money (2009). Maar het laat zich ook merken aan de duizenden motorkoeriers wiens felgroene uitrusting afsteekt tegen het overwegend grauwe stadsbeeld, niet zo verschillend van gelijkaardige diensten in de Chinese steden. De koeriersdienst is bovendien één van de zichtbare sporen van China’s recente intrede in Afrika’s Ecommerce en Fintech landschap, aangezien het bedrijf in kwestie een multifunctioneel digitaal platform ambieert. Of hoe de Chinese flow van kapitaal zich mondjesmaat ook een weg baant naar Afrikaanse online levens.   

Terwijl China zich laaft aan Afrika’s natuurlijk bronnen, importeren de Afrikaanse staten grote hoeveelheden aan goedkope consumptiegoederen die het label “made in China” dragen. Het zijn dergelijke goederen die Kingsley en zijn vrouw aanbieden in hun handelszaak, die inderhaast gebouwd lijkt te zijn en waar alles de sporen draagt van tijdelijkheid. Wang Bing volgt de twee personages, samen met hun jonge zoon, op hun omzwervingen door het oververzadigd netwerk van straten en steegjes van Ikotun, tot in het meerlagig kluwen van bescheiden winkelstandjes en smalle corridors waar hun zaak deel van uitmaakt. Als geen ander weet hij zich met zijn handgevoerde camera te bewegen door de benepen ruimtes, zich constant aanpassend aan de omgeving, altijd op zoek naar de juiste afstand tot de personages. Hij neemt de tijd om hun dagelijkse bedrijvigheid uitgebreid te observeren, tijd die toelaat om hen op het scherm een bestaan te geven dat voorbijgaat aan kortzichtige gemeenplaatsen. Het is in dat aanhoudend aftasten dat Wang Bing zich weet te ontdoen van de negatieve connotaties die vaak geassocieerd worden met het filmen op plaatsen waar men naar verluidt “niks te zoeken heeft”. Als zijn werk geen enkel zweem van miserabilistisch voyeurisme vertoont, is het net vanwege zijn intense aandacht voor wat zich voor de lens bevindt, zonder pretentie op voorhand te weten en begrijpen wat er te zien valt. Hij neemt niet de positie in van hij die weet maar hij die verkiest om te kijken, voortdurend op de uitkijk voor het onverwachte, voor dat wat zich niet laat vatten in alwetende kaders. Het is een benadering die respect toont voor de zichtbare dimensies van onrecht en tegelijk radicaal ingaat tegen het elementaire onrecht dat de “verworpenen van de aarde” veroordeelt tot onzichtbaarheid dan wel stigmatisering. In plaats van hen in te sluiten in een kader dat hun levens zogezegd betaamt, streeft Wang Bing naar een zichtbaarheid die openstaat voor de fragmenten van het mogelijke.  

Wang Bing’s installatie-in-wording belooft een tweeluik te worden, met één deel opgenomen in Lagos, het andere in Guangzhou. Intussen heeft de pandemie niet enkel Kingsley’s voorziene terugkeer naar China opgeschort, maar ook de discriminatie jegens migranten – zowel afkomstig van het Chinese platteland als uit Afrika – verder aangewakkerd. De draconische campagne tegen de verdere verspreiding van het virus heeft hen in aanzienlijke mate gestigmatiseerd als hoge-risico populaties, met als gevolg dat velen hun onderkomen zijn verloren en geweerd worden van elke vorm van dienstverlening. Nu de ongelijkheidskloof inzake huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, arbeids- en verblijfszekerheid almaar groter wordt, dreigen migrantenwerkers steeds dieper in het ongewisse gedompeld te worden. Deze kwalijke evolutie zal ongetwijfeld ook Wang Bing, die eind april terugreisde naar Guangzhou om verder te filmen, niet ontgaan zijn. De onverzettelijke kroniekfilmer van de onderzijde van China’s economische mythe blijft volharden in het scherpstellen op de precaire levens die doorgaans tot de obscuriteit worden veroordeeld. Een opgave waar de autoritaire stemmen die voorschrijven waar men al dan niet hoort te zoeken, maar al te snel aan voorbijgaan.

Back to top

Wang Bing (Xi’an, 1967) is één van de meest prominente Chinese filmmakers. Hij werd voor het eerst opgemerkt door de internationale filmgemeenschap met Tie Xi Qu: West of the Tracks (1999-2003), een negen uur durende documentaire over de ondergang van het industriële Tiexi-district in Shenyang. Doorheen de jaren heeft Wang Bing zich toegelegd op het creëren van alternatieve, visuele verhalen die ingaan tegen het mainstreamdiscours over het huidige China. Zijn oeuvre bestaat uit langspeelfilms, die zowel documentair als fictief zijn, video- en fotowerken. Elk werk zoekt een historische diepte en breedte op en zoomt in op de mensen die gevangen, meegesleept of achterlaten zijn door de niet-aflatende stroom van verandering.

Back to top