Replacement

9.10.11/05>20:30, 12/05>22:00

Ooit spijt gehad van de vervanging van een afgedragen jas? Het plezier omarmd in een nieuw huis te leven? Gedroomd van een bionische arm? Van lichaam willen ruilen? Angstig de toekomst onder ogen gezien? Gedreven door verlangen en verbeelding van je leven een experiment gemaakt? In REPLACEMENT reizen acht performers met een poreus lichaam doorheen lekkende en infectueuze werkelijkheden. Op de drempel van verlies en vreugde gaan ze om met restfracties en monsterlijke emoties, intoxiceren hun gedachten, incorporeren het ongeregelde en zijn er letterlijk van ondersteboven. In een theater vermomd als laboratorium experimenteren ze met ruimte en gaan de omstandigheden te lijf met fictie.

Concept & regie:

Meg Stuart

Met:

Gaëtan Bulourde, Thomas Conway, Abraham Hurtado, Anna MacRae, Kotomi Nishiwaki, Vania Rovisco, Frank James Willens, Sigal Zouk-Harder

Video:

Chris Kondek

Muziek:

Hahn Rowe

Scenografie:

Barbara Ehnes

Kostuums:

Tina Kloempken

Licht:

Åsa Frankenberg

Technische leiding:

Britta Mayer

Artistieke medewerker:

Jeroen Peeters

Dramaturgie:

Christoph Gurk

Assistentie regie:

Anne Kleiner

Assistentie scenografie:

Rita Hausmann

Assistentie kostuums:

Nina Gundlach

Assistentie video:

Philipp Hochleichter

Productie:

Damaged Goods

Coproductie:

Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz (Berlin), Théâtre de la Ville (Paris), Productiehuis Rotterdam (Rotterdamse Schouwburg)

Presentatie:

Halles de Schaerbeek, KunstenFESTIVALdesArts

Meg Stuart / Damaged Goods wordt gesteund door de Vlaamse Regering en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Back to top

NORMALE MONSTERS

"Op de jaarmarkt van St. Margarite in Southwark zag ik de monsterlijke geboorte van een tweeling. Het waren twee meisjes, haast perfect gevormd, behalve dat ze borst aan borst waren vastgegroeid en verbonden ter hoogte van de navel, hun armen om elkaar heen geslagen. Het nieuws verspreidde zich snel in de afgelopen maand mei, en ze werden in de buurt van het tolkantoor van Holbourn geprepareerd: ontweid en goed bewaard tot dusver."

In zijn lange cultuurgeschiedenis heeft het 'monster' talrijke interpretaties gekend - van de ondode Griekse sagenwereld en de groteske misgeboorte die voor het vermaak van de massa op jaarmarkten werd getoond, over de figuur van Frankenstein in de gelijknamige griezelroman van Mary Shelley, tot aan moderne populaire mythes als King Kong en de cyborgs in animatiefilms als Ghost in the Shell. Maar steeds staat het monster voor het subhumane, het artificiële en het van de natuur afwijkende, dat zijn toeschouwers met afgrijzen vervult. Het is een nagenoeg universeel inzetbaar fantasma en een vergaarbak van de angstvoorstellingen van samenlevingen die tot een consensus komen over wat het 'normale' of hun 'identiteit' zou moeten zijn door de uitsluiting van het andere, het vreemde, het abjecte.

Als men zich het bloedige spoor voor de geest haalt dat regimes van het 'normale' dwars doorheen continenten en eeuwen hebben getrokken in de vorm van misogynie, racisme en homofobie, is het dan niet gerechtvaardigd het 'normale' als het eigenlijke 'monsterlijke' te bestempelen? Wat zijn in dat geval de clandestiene verbindingen tussen theatrale voorstellingsvormen en de maskers van het 'normale'? Zou niet al onze sympathie naar de vampier moeten uitgaan, naar de figuur die midden in de nacht de logica van reproductieve seks en 'rassenhygiëne' te lijf gaat door "het drinken en geven van bloed, in een paradigmatische handeling die alles infecteert wat zuiver meent te zijn"?

In REPLACEMENT ontdekken Meg Stuart en Damaged Goods in het 'monster' een symbool waardoor het theater meer over zichzelf te weten kan komen: het gaat om de monsterlijkheid van het theater en de theatraliteit van het monsterlijke, om menselijke experimenten op performers en om de fantoompijn die ontstaat wanneer het levende en zijn belichamingen hebben opgehouden te bestaan en het ene wordt vervangen door iets anders.

De scenografie van Barbara Ehnes transformeert het theater in een laboratorium waar het ondode - anders verbannen naar het rijk van het onzichtbare - tastbaar wordt. Acht dansers, alle schaduwen van zichzelf, configureren in een choreografie van vampierachtige liefdesbetrekkingen en monsterlijke geweldsrelaties, waarin dans en acteerwerk elkaar op de spits drijven.
Christoph Gurk



Meg Stuart over de creatie en de voorstelling

REPLACEMENT speelt zich af in een 'experimentele omgeving', een laboratorium, een observatorium. Die keuze stond al heel vroeg vast. Ik wilde immers voorafgaand aan deze creatie écht kunnen experimenteren, onderzoeken, zijwegen bewandelen, mogelijkheden openlaten en niet meteen naar een af product toe werken. We zijn met het team ook de stad ingetrokken, hebben een aantal uitgangspunten op heel uiteenlopende manieren benaderd, we hebben die ervaringen geabsorbeerd, meegenomen naar de studio.

De laboratoriumsetting refereert ook naar het theater zelf, naar hoe een regisseur een acteur opdrachten geeft, een scène wil uitproberen, vraagt om een arm te bewegen, een voet in de lucht te steken, om in de huid te kruipen van een personage enz.

Die associatie naar theater en zijn mechanismen heb ik bij deze creatie bewust opgezocht. Vertrekkend vanuit mijn en onze angsten, vandaag, in deze samenleving, kwamen we al snel uit op een diepe angst van de performers: de angst voor de blootsstelling aan een publiek, de angst om in de ogen van het publiek een monsterlijke vorm aan te nemen. Vanuit die heel concrete, tastbare angst hebben we de notie van monsterlijkheid verkend, door horrorfilms te bekijken, boeken te lezen en in de repetitieruimte extreme emoties en situaties te zoeken. Maar evenzeer hebben we het 'monsterlijke' in onze gedachten opgezocht, de demonen waar iedereen last van heeft. Of we hebben onszelf in de spiegel bekeken na een nachtje uitgaan. Zoals een taxichauffeur me zei toen ik hem vertelde dat ik met het monster bezig was: "Monsters zitten in onszelf, maar niet iedereen is bereid ze te erkennen en herkennen."

Volgens Jacques Derrida kunnen monsters niet aangekondigd worden. "Je kan niet zeggen: 'En hier zijn onze monsters!' want dan maak je er meteen huisdieren van." Monsters of het monsterlijke kunnen slechts verschijnen als een fictieve vorm. "Dit is voer voor kunstenaars: hoe kan je het monsterlijke een geromantiseerde vorm geven en tegelijkertijd erkennen dat het ook een onhandelbare, zorgwekkende en indringerige realiteit is, waar de kracht van een metafoor niet tegenop kan? "
We leven in een maatschappij waar virtuele lichamen, robots en plastische chirurgie aan de orde van de dag zijn, een samenleving waar de normen aan verandering onderhevig zijn, waarin we sneller dan ooit een afwijking als abnormaal of onwenselijk beschouwen, omdat de 'betere versie' binnen handbereik is.

REPLACEMENT is overal, het zit in het komen en gaan van de seizoenen, de opeenvolging van generaties en historische gebeurtenissen. In het dagelijkse leven worden werknemers vervangen door jongere, goedkopere werkkrachten, geliefden worden verlaten, kleren verslijten en meubels verliezen hun glans... En op technologisch wetenschappelijk vlak zijn er zoveel mogelijkheden om datgene wat niet helemaal ideaal is of aan een ideaal beantwoordt te vervangen of te veranderen.
In de voorstelling zit een scène waarin een actrice van vlees en bloed concurreert met het videobeeld van zichzelf: wie wint deze strijd?

REPLACEMENT is geen aanklacht. Ik laat zien wat er verloren gaat in het proces van het vernieuwen, ik toon lichamen die niet langer een onaanraakbare entiteit vertegenwoordigen, en onderwerp mijn performers aan de genadeloze blik van de onderzoeker. Door voortdurend de rollen van onderzoeker en onderzochte, subject en object te veranderen, geef ik aan dat er niemand enkel in de positie van de onderzoeker zit, en niemand enkel een object is dat aan een onderzoek wordt blootgesteld. Die posities zijn inwisselbaar, iedereen neemt dan eens de ene plek in - buiten het observatorium - , dan eens de andere plek: in de doos.
Ik ben ervan overtuigd dat er geen slachtoffers zijn in het proces van oordelen, veranderen, loslaten, vernieuwen, enz. Het maakt deel uit van ons systeem, ik geloof dat wij allemaal voortgedreven worden door een natuurlijke tendens om te experimenteren.
Toch ben ik niet euforisch over de mogelijkheden die we tegenwoordig hebben. Ik blijf me afvragen welke prijs we moeten betalen voor de zoveelste uitvinding, wat er verloren gaat, of er werkelijk iets verandert en vernieuwt.

"Als je vandaag als kunstenaar of als schrijver wil spreken over de tijd waarin we leven, hoe kan je dan voorkomen dat je wordt verpletterd door de realiteit, door een wereld die overloopt van horror? Performance heeft te maken met incarnatie, wat op zijn beurt het risico meebrengt dat je wordt overweldigd door een gewelddadige realiteit, waarvoor geen antwoorden bestaan. In zijn Nortonlezingen (1985) pleit de Italiaanse schrijver Italo Calvino voor lichtheid, voor een buigzaam, levendig en schrander gebruik van de taal om het zware, trage en ondoorzichtige van deze wereld te benaderen. Hij stelt dat een lichte, precieze formulering een intens bewustzijn van de realiteit kan overbrengen, zonder het risico erin verstrengeld te raken."

Back to top

Meg Stuart ontwikkelde haar eerste choreografieën in de jaren tachtig in New York. Op uitnodiging van Klapstuk 91 maakte ze haar eerste avondvullende voorstelling Disfigure Study (1991). Vanaf 1994 ging Meg Stuart, samen met haar Brusselse gezelschap Damaged Goods, een reeks samenwerkingen aan met beeldende kunstenaars, waaronder Lawrence Malstaf (Insert Skin # 1 - They Live in Our Breath - 1996), Bruce Mau (Remote - 1997), Gary Hill (Splayed Mind Out - 1997) en Ann Hamilton (appetite - 1998). In de loop van het jaar 2000 tot de lente van 2001 creëerden Meg Stuart en Damaged Goods, in nauwe samenwerking met theaterregisseur Stefan Pucher en videast Jorge Leon, het locatieproject Highway 101. Vanaf 2001 tot 2004 waren Meg Stuart en Damaged Goods 'artists in residence' bij het Schauspielhaus Zürich, waar Alibi (2001), Visitors Only (2003) en Forgeries, Love and other matters (2004) werden gemaakt. Sinds het seizoen 2002-2003 zijn Meg Stuart en Damaged Goods ook verbonden aan de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz (Berlijn), waar recent Replacement (2006) werd gecreëerd.

Back to top