My Ailing Beliefs Can Cure Your Wretched Desires

    04/09  | 19:30
    07/09  | 22:00
    08/09  | 22:00

€ 6 / € 4
18min 51sec

In Empty Forest, My Ailing Beliefs Can Cure Your Wretched Desires volgen we de rondzwervende geest van de laatste Javaanse neushoorn die in 2010 in de Vietnamese jungle werd gestroopt. De film neemt ons mee door een ingenieuze montage van verhalen en beelden – even prachtig als gruwelijk, even echt als mythologisch – die bepaalde Vietnamese tradities hebben gevormd en ze mee in stand houden. Het complexe Vietnamese geloof in de magische, helende kracht van sommige dieren heeft ertoe geleid dat neushoorns en andere dieren wereldwijd met uitsterven worden bedreigd en dat de omvangrijke illegale handel in bedreigde diersoorten toeneemt. Vanuit wetenschappelijk oogpunt blijft de Vietnamese ecologie, ondanks decennia van oorlogsvoering en bombardementen, één van de meest complexe natuurlijke ecosystemen ter wereld. De afgelopen tien jaar werden elke week twee nieuwe soorten ontdekt. Tegelijkertijd is Vietnam ook het land met de meeste bedreigde diersoorten. In Empty Forest, My Ailing Beliefs Can Cure Your Wretched Desires vertellen de dieren een andere kant van het verhaal: van het Chinese kolonialisme en zijn impact via de geneeskunde tot het Franse kolonialisme en haar obsessie met trofeemoorden, en de Vietnamoorlog. Dit verhaal laat toe opvallende parallellen te trekken met de huidige gezondheidscrisis en houdt ons, mensen, een kritische spiegel voor.

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts-Les Halles de Schaerbeek

Een film door: Tuan Andrew Nguyen
Cinematografie: Huỳnh Ngô Vân Anh, Andrew Yuyi Truong
Kunst opbouw: Khim Đặng
Camera: Trung Lê
Productieleiding: Thọ Phan
Artistieke raad: Nguyễn Thị Mai Hương
Stem van Rhino: Wowy Nguyễn
Stem van Turtle: Nguyễn Ngọc Nam Phương
Muziek: NVN
Klank design en kleurcorrectie: Trần Mạnh Hoàng
Ondertiteling: Babel Subtitling

Met dank aan: Yến Võ; Cat Tien National Park, Save Vietnam’s Wildlife, Vietnam Forest Museum, Vietnam National Museum of Nature, Museum of Biology (Hanoi University of Science); en alle vrijwilligers, stagiaires en medewerkers·sters van Empty Forest

Back to top

"Ons Engelse woord 'human' is afgeleid van het Latijnse humando, wat 'begraven' betekent. Dat is waar de woorden 'humility' (nederigheid) en 'humanity' (mensheid) vandaan komen. We zijn verdwijnende organismen. We zijn verdwijnende wezens op weg naar de dood, de uitsterving. We zijn vederloze, tweebenige, taalbewuste wezens die geboren worden temidden van urine en uitwerpselen. Dat zijn wij".  Cornel West

Wij mensen hebben iets gemeen met alle levende wezens op de planeet: we zullen sterven. De ironie van onze gemeenschappelijke sterfelijkheid is dat de mens het meeste leven op aarde in gevaar brengt in de vergeefse poging om zijn eigen levenstijd te verlengen. In het essay Why Look at Animals herinnert John Berger ons eraan dat onze psychologische scheiding van de mens en het dierenrijk een proces was dat in de negentiende eeuw begon, "[en] dat vandaag wordt voltooid door het 20ste eeuwse bedrijfskapitalisme, waardoor elke traditie die voorheen de relatie tussen mens en natuur stuurde werd verbroken. Vóór deze breuk vormden dieren de eerste cirkel die de mens omringde." Onze taal zit vol met sporen die wijzen op het succes van dit proces; als we mensen ontmenselijken, "behandelen we ze als dieren." We hebben de neiging om mensen te zoömorferen om hen grotere kracht of schoonheid toe te kennen; zo wordt een dapper en vastberaden persoon als 'leeuwhartig' omschreven, terwijl de plastische chirurgie om iemands neus te verbeteren 'rhinoplastie' wordt genoemd, en mensen dierenprints of huiden dragen en tonen om rijkdom en status uit te stralen. Tuan Andrew Nguyens tweekanaals film (en zijn pulserende, hypnotische soundtrack) My Ailing Beliefs Can Cure Your Wretched Desires (2017) creëert spanning door het anthropomorfiseren van geesten van uitgestorven dieren in Vietnam die de zoömorfe neigingen van de mens en het samenspel tussen ritueel, hebzucht en bijgeloof, alsook de voortdurende geschiedenis van kolonisatie en revolutie aan de kaak stellen. Het communisme verbood religie en revolutie, maar al deze elementen vonden een manier om zich in te bedden in, en te verweven met, de Vietnamese cultuur als een ander archetype, gevoed door een ander verboden concept, het kapitalisme.  

Het kapitalisme geeft ons de mogelijkheid om ver voorbij onze natuurlijke houdbaarheidsdatum te leven; met voldoende rijkdom kunnen we de dood terugdringen, kunnen we tijd opsparen, maar tegen welke prijs voor de toekomstige generaties? "Mensen doen de dingen die ze doen uit angst om te sterven," verklaart de spookachtige geest van de onlangs uitgestorven Yngtze-reuzenweekschildpad Cụ Rùa in de film. Achterhaalde opvattingen in de Chinese geneeskunde (bezoedeld door de opkomst van het kapitalisme in Zuidoost-Azië, waar een exponentiële stijging van rijkdom gepaard ging met een exponentieel verlies van contextuele wijsheid) en verachtelijke verlangens naar dierlijke krachten zoals viriliteit, hebben bijgedragen aan een grotere vraag naar lichaamsdelen van exotische/bedreigde dieren, zoals schubdierschubben en neushoornhoorns. Lang voordat onze soort begon te vrezen voor haar eigen massale besmetting met de Covid-19-pandemie, was ecocide al een realiteit voor vele dieren in Vietnam, dat de hoogste uitsterftecijfers ter wereld heeft.  

De film speelt zich af in Vietnam en voert ons als onzichtbare toeschouwers mee naar een Socratisch debat tussen de geest van de laatste weekschildpad en de geest van de laatste Javaanse neushoorn (die in 2010 in de jungles van Vietnam door stropen tot uitsterven werd gebracht), die debatteren of het beter is dat dieren zich verbergen en een meer verlichte houding in de mensheid pogen te bewerkstelligen, door hen te herinneren aan hun verbondenheid met de dierenwereld, of dat dieren een ware oorlog tegen de menselijke soort moeten voeren en hen op de knieën moeten dwingen. De film plaatst ons in een wazige tussenruimte (de dierentuin als tussenruimte tussen het wilde en het beschaafde, het museum als tussenruimte tussen het verleden en het heden, het hier en het ver verwijderde), dezelfde soort tussenruimte die de neushoorngeest bewoont terwijl hij door de wereld spookt, niet in staat om te reïncarneren omdat zijn lichaam in een museumkast wordt tentoongesteld en dus niet kan worden begraven of terug ter aarde kan worden besteld. Er ligt potentieel in deze ruimte tussen een vorig leven, de huidige dood en het volgende leven; het is een ruimte tussen een staat van verandering, een productieve ruimte waarin bewegingen kunnen rijpen, niet heel verschillend van de ruimte waarin we ons nu bevinden met de opkomst van de Black Lives Matter- en andere bewegingen over de hele wereld. De neushoorn citeert revolutionairen zoals Ho Chi Minh, Emiliano Zapata en Fidel Castro, dewelke revoluties rechtstreeks in de tijd plaatst via de leuze "revolutie is de strijd tussen de toekomst en het verleden".   

Een van de mogelijke revolutionaire daden van de rondtrekkende neushoorngeest om mensen te helpen hun onderdrukking door niet-menselijk leven te overwinnen, is "te reïncarneren als een virus dat elke gram dierlijke hoorn die wordt afgesneden, besmet." De zombie-neushoorn en het virus hebben veel gemeen; geen van beide leeft en beide dolen rond in een ruimte tussen leven en dood. Virussen moeten in een levend lichaam binnendringen om te kunnen overleven en zich voort te planten; voor de neushoorn is de mens ook een ziekteverwekker die dieren binnendringt en vlees, botten en arbeid uit hun lichaam haalt in een proces dat vergelijkbaar is met het Chinese en Franse kolonialisme van Vietnam. De schildpadgeest stelt dat als het idee van reïncarnatie aan de mens zou worden voorgesteld, hij zou inzien dat hij opnieuw ter wereld zou kunnen komen in een dierlijke vorm, waardoor hij gedwongen zou worden om de wereld vanuit een niet-menselijk perspectief te beschouwen. Ze verwijst naar het verhaal van de karmische ontwikkeling van de Boeddha, die onder meer verhaalt hoe een mens zijn eigen vlees opofferde om uitgehongerde tijgers te voeden. Een andere manier van denken zou mogelijk kunnen zijn, waarbij dieren en mensen weer samengebracht worden in harmonische co-existentie. Zoals in elk Socratisch debat verlaat men de film vol vragen en een honger naar antwoorden. In deze tijd waarin de dood ons omringt, blijven we achter met diepe existentiële vragen als "wie ga je zijn in het licht van het verleden – het lijk; het heden – jij; de toekomst – degenen die na jou komen?" (Cornel West).

 Diana Campbell Betancourt, augustus 2020

Back to top

In zijn werk verkent Tuan Andrew Nguyen (Saigon, 1976) strategieën van politiek verzet die zich situeren in het tegengeheugen en post-geheugen. Het extraheren en herwerken van verhalen via geschiedenis en bovennatuurlijke verschijnselen is een essentieel onderdeel van Nguyens video- en beeldhouwwerken waarin feit en fictie door elkaar lopen. Nguyen werd bekroond met verschillende prijzen binnen zowel het circuit van film als beeldende kunst, waaronder een Art Matters-beurs in 2010 en de award voor beste speelfilm voor The Island op het VietFilmFest in 2018. Zijn werk was te zien op verschillende internationale tentoonstellingen, zoals Asia Pacific Triennial (2006), de Whitney Biennial (2017) en de Sharjah Biennial (2019). In 2006 richtte Nguyen The Propeller Group op, een platform dat het midden houdt tussen een kunstcollectief en een reclamebureau. De groep kreeg onder meer de hoofdprijs van de Internationale Kurzfilmtage Winterthur voor de film The Living Need Light, The Dead need Music en een Creative Capital Award voor het videoproject Television Commercial for Communism. Naast een grote reizende retrospective die van start ging in het Museum of Contemporary Art in Chicago, nam het collectief deel aan verschillende internationale expo’s, waaronder The Ungovernables (New Museum Triennial, 2012), de LA Biennial (2012), Prospect3 (New Orleans Triennial, 2014), en de Biënnale van Venetië (2015).

Back to top