“Ik dacht dat ik een geest was, maar ik was het.” In een van zijn verzen geeft de dichter Tarek Lakhrissi zichtbare uitdrukking aan een gevoel van onzichtbaarheid, in een maatschappij van verdelingen en hiërarchie. Net als alle geesten aanvaardt de zijne de toestand niet zoals die is, maar spookt hij rond in het heden, op zoek naar wraak in een nieuwe vorm van zichtbaarheid.

De geest van Lakhrissi is misschien wel de leidraad voor deze tekst, en voor het hele Kunstenfestivaldesarts als zodanig, waar kunstenaars de kracht van lichamen en identiteiten, die onzichtbaar gemaakt werden, herbevestigen en versterken. Op onze reis kunnen we de Ivoriaanse choreografe Nadia Beugré ontmoeten, die in haar voorstelling de blik op het mannelijk lichaam – gekneld tussen de geschiedenis van slavernij en gender – onderzoekt. Of Alice Ripoll die een nieuwe choreografie creëert, geïnspireerd op de handeling van het schoonmaken, vaak uitgevoerd door talrijke onzichtbare lichamen die aan de rand van de Braziliaanse samenleving leven. Aan de hand van beelden die hij in Guangzhou en Lagos heeft gemaakt, construeert Wang Bing een fresco dat zowel de verbanden tussen China en West-Afrika als de verborgen vormen van arbeid in het hedendaagse kapitalisme blootlegt. Back to Back Theatre realiseert samen met Australische acteurs met een verstandelijke beperking een straffe voorstelling, waarbij een nieuwe taal wordt gecreëerd en zichtbaarheid wordt verleend aan stemmen die maar al te vaak niet worden gehoord.

Net als geesten duiken kunstenaars vaak in het verleden om nieuwe informatie aan het licht te brengen. Gebruikmakend van een recent intern F.B.I.-verslag over een klokkenluider reconstrueert Tina Satter een zaak, zowel door middel van de woorden van de politieofficieren als de gecensureerde delen van het verslag. Mark Teh heropent Maleisische archieven om zo inzicht te krijgen in de manier waarop de geschiedenis wordt geschreven en verteld. Léa Drouet traceert het leven van haar grootmoeder om politiek geweld in vraag te stellen. En in zijn nieuwe werk dat op het festival in première gaat, verkent Jaha Koo het turbulente verleden van Zuid-Korea door middel van een onderzoek naar de manier waarop Westers theater werd geïmporteerd en tot culturele norm werd verheven.

Natuurlijk kan theater op zich worden gedefinieerd als een geschiedenis van geesten, met personages die gevangen zitten in hun teksten, en door verschillende eeuwen heen opnieuw opduiken. In Three Sisters creëert de veelgeprezen regisseur Susanne Kennedy een virtuele wereld, zonder ruimte of tijd, waarin Masja, Olga en Irina bevrijd zijn van hun eindigheid. Joris Lacoste en Ictus presenteren Suite N°4. Vertrekkend van de stem van Sarah Bernhardt die tot het spook van Hamlets vader spreekt, vullen ze het podium met muziek en opgenomen materiaal uit het heden en het verleden. De Iraanse regisseur Ali Asghar Dashti gebruikt het theater op zijn beurt als een mise-en-abyme, waarbij hij gebeurtenissen uit zijn persoonlijke verleden met passie opnieuw opvoert.

Het theater is een plek waar geesten rondwaren. Toch is het ook de plaats waar we personages vergezellen terwijl zij zich bevrijden van de schaduwen van het verleden. Met de Poolse theaterproductie Pieces of a Woman creëren Kornél Mundruczó en Kata Wéber een indrukwekkend cinematografisch stuk over de mogelijkheid tot emancipatie in de nasleep van ingrijpende gebeurtenissen. In Frontera werkt Amanda Piña samen met Zuid-Amerikaanse en lokale Brusselse gemeenschappen, waarbij ze choreografie gebruikt als een krachtgevend instrument.

Geesten zijn angstaanjagend. Hun aanwezigheid verwijst naar het onbekende en het onderdrukte. In de context van het festival herinneren ze ons aan het belang van het theater als een plaats van ongemak en confrontatie, en aan de menselijke behoefte om het kwaad, het duistere en het opstandige te verkennen. Deze duistere energie beweegt zich door de krachtige gebaren van Mal, de nieuwe voorstelling van Marlene Monteiro Freitas, maar ook door de ritmische bewegingen van Nacera Belaza. Het schuilt in de provocerende beelden van Anne Imhof, die vorm geven aan gevoelens van vervreemding en onrust die onze samenlevingen het afgelopen jaar in toenemende mate hebben beheerst. Het vormt tevens de kern van het nieuwe werk van Romeo Castellucci, die probeert te ontsnappen aan de banaliteit van het kwaad. Het leeft in de vertelkunst van Sara Sejin Chang en in de duistere rituelen van het Haïtiaanse collectief The Living and the Dead Ensemble, dat poëzie en cinematografische taal combineert om verborgen verhalen te verkennen.

De politieke aandacht voor het onzichtbare inspireert ook een aantal projecten van de Free School, het platform voor experimentele kennis dat centraal staat in het festival. Met Asif // The River biedt de Free School – in dialoog met de première van Tafukt, de nieuwe solo van Radouan Mriziga – onderdak aan een tijdelijk centrum voor Amazigh cultuur. Dit centrum verzamelt vormen van uitwisseling en reflectie van in België gevestigde kunstenaars die een relatie hebben met de inheemse volken van de Maghreb. In McDonald’s Radio University werkt de Japanse kunstenaar Akira Takayama samen met Brusselse inwoners wiens kennis vaak niet erkend wordt. Hij schoolt ze om tot professoren van een experimentele school die 10 dagen lang in verschillende fastfoodzaken in de stad opduikt.

Als spookachtige wezens hebben geesten het vermogen om bestaande grenzen binnen te dringen en te overschrijden. In LFEO-20 begeleidt Sarah Vanhee een groep tieners bij het schrijven van een tekst die ze willen delen in een ware guerrilla-stijl. Gewapend met spandoeken met poëtische citaten trekt de Kameroense kunstenaar
Guy Woueté de openbare ruimte in en bezet verschillende symbolische plekken in de stad waar hij publiek en omstanders uitnodigt om na te denken over de huidige omstandigheden van arbeid. Tijdens het festival zal Rossella Biscotti een performance brengen die zich afspeelt in de internationale wateren van de Middellandse Zee. Het is een onzichtbaar gebaar en toch zal het onmiskenbaar plaatsvinden en ons wijzen op de politieke grens tussen het hoorbare en het onhoorbare, tussen wat we zien en wat tot zwijgen is gebracht.

Deze inleiding heeft geen titel. De afwezigheid ervan herinnert ons aan de onmogelijkheid om artistiek werk te herleiden tot één enkel onderwerp. Maar misschien heeft ze wel een titel, enkel zonder lichaam: als een spook dat in de tekst rondwaart, en verschillende mogelijke titels en gedaantes aanneemt. In die zin lijkt ze op ons festival
dat bestaat doorheen verschillende locaties en partners; doorheen de lichamen van tal van artiesten en toeschouwers. Drie weken lang zal het als een rusteloos spook in de stad rondwaren. Door de herinnering aan wat de bezoekers ervaren, zal het in de komende maanden of jaren misschien verder uitdijen, in andere gebieden en steden, en resoneren met geesten elders in de wereld.

Deze inleiding begon met de woorden van Tarek Lakhrissi. Samen met Sorour Darabi maakt hij de nieuwe creatie Mowgli. Op basis van referenties uit het werk van het Franse rapduo PNL creëren de twee kunstenaars in deze voorstelling een ruimte van poëzie en opstand, op de rand van het bekende. Het is een ruimte waarin onzichtbaar gemaakte identiteiten een narratief van zwakte verwerpen om een nieuwe kracht te omarmen. De geest is niet eenvoudigweg onzichtbaar: hij bezit de mogelijkheid om te (her)verschijnen, hardop te spreken, om buiten zijn eigen grenzen te treden, om het verleden sterk in vraag te stellen en om collectief de toekomst te voorspellen. We horen hem, nu misschien met trots, bevestigen: “ik dacht dat ik een geest was, maar ik was het.”

De directie van het festival,
Sophie Alexandre, Daniel Blanga Gubbay, Dries Douibi