The Indian Queen

Kaaitheater

14, 16/05 – 20:30
15/05 – 15:00
EN
1h 15min

Of het nu Shakespeare is of Euripides’ Bacchanten, Jan Decorte voert het theater terug naar zijn essentie. In 2006 ensceneerde hij voor het eerst een opera: Dido & Aeneas, glashelder in zijn eenvoud en uitgepuurde structuur. De ongekroonde koning van het Vlaamse theater kiest nu opnieuw voor barokcomponist Henry Purcell, wiens The Indian Queen (1695) een ‘semi-opera’ was, een ‘nog-net-niet-opera’. In de aanloop naar het volledig gezongen, volgroeide genre werden gedanste of gesproken passages ingelast die later vrijwel helemaal weggelaten werden. Wat overbleef was een hoofdzakelijk gezongen libretto waarin het wedervaren van de ‘Indian Queen’, de heerseres van Mexico, en vooral van de Aztekenheld Montezuma fragmentair verteld wordt. Decorte maakt een abstractie van de complexe plot en drijft de inbreng van barokensemble B’rock een stap verder: de muzikanten worden ook ingezet als koor. Jan Decortes hang naar een bijna primitieve eenvoud sluit hier wonderwel aan bij het prille, onrijpe karakter van de vroege Engelse ‘nog-niet-opera’.

Muziek
Henry Purcell

Regie
Jan Decorte

Dirigent
Frank Agsteribbe

Muziek
B’Rock

Spel & dans
Sigrid Vinks

Zang
Hanna Bayodi (soprano), Risto Joost (contratenor), Frederik Akselberg (tenor), Havard Stensvold (baritone)

Muzikanten
Meret Lüthi (viool 1), Yukie Yamaguchi (viool 1), John Ma (viool 1), Jivka Kaltcheva (viool 2), Sara DeCorso (viool 2), Liesbeth Nijs (viool 2), Luc Gysbregts (altviool), Manuela Bucher (altviool), Rebecca Rosen (cello), Tom Devaere (violone), Katelijne Lanneau (blokfluit), Bart Coen (blokfluit), Jean-François Madeuf (trompet), Frank Agsteribbe (klavecimbel), Wim Maeseele (luit)

Kostuums
Jan Decorte, Sigrid Vinks, Sofie D'Hoore

Decor
Jan Decorte, Johan Daenen

Licht
Jan Decorte, Luc Schaltin

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Productie
B’Rock (Gent), Bloet vzw (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater (Brussel), Concertgebouw Brugge, deSingel (Antwerpen)

Met de steun van
Vlaamse Gemeenschapscommissie

Met dank aan
Zinnema (Brussel)

Back to top

The Indian Queen

Na hun succesvolle productie Dido & Aeneas in 2006 nemen theatermaker Jan Decorte en barokorkest B’Rock opnieuw een werk van de Engelse componist Henry Purcell ter hand. Jan Decorte creëert een hedendaagse muziektheatervoorstelling op de muziek van deze barokke semiopera. The Indian Queen (1695) speelt zich af in Peru en Mexico net voor de Spaanse invasie. De ‘Indian’ koningin in het verhaal is in feite Zempoalla, heerseres over Mexico. Het libretto is een kluwen van hofintriges, oorlogen en rivaliteiten in de liefde waarin de Azteekse held generaal Montezuma een centrale rol vervult. De thematiek van oorlog en liefde, rivaliteit en genegenheid staat dan ook centraal in de voorstelling.

Naast de inhoud, is ook de vorm van Purcells The Indian Queen een goed vertrekpunt in het hedendaags muziektheaterlandschap. In het zeventiende-eeuwse Engeland kwamen de pogingen om volledig gezongen opera’s op de planken te brengen maar niet van de grond, en kan men in het geval van The Indian Queen dus enkel spreken van een ‘semiopera’: muzikale stukken afgewisseld met gesproken en gedanste passages. Deze gesproken passages zijn in de loop van de uitvoeringsgeschiedenis meer en meer verdwenen. Hierdoor wordt de muziek soeverein en valt het libretto uit elkaar in fragmenten zonder een direct verklaarbare samenhang. Dat duwt Jan Decorte als vanzelf naar meer abstractie.

In zijn enscenering kiest Decorte dan ook voor beelden die de muzikale ervaring versterken. In vergelijking met zijn Dido & Aeneas uit 2006 wordt het een ‘wildere’ bewerking. Zo zal het orkest ook als koor fungeren en dus een instrumentale én vocale ondersteuning aanreiken aan de vier zangerssolisten. Decortes hang naar een bijna primitieve eenvoud, sluit hier wonderwel aan bij het nog prille, onrijpe van die vroege Engelse nog-niet-opera.

Musicologische toelichting bij het stuk door Diederik Verstraete

In tegenstelling tot in andere Europese landen, konden pogingen om volledig gezongen opera's op de planken te brengen, in het laat 17de-eeuwse Engeland niet op veel succes rekenen. Het gros van Purcells dramatische muziek was dan ook bedoeld voor gesproken toneelstukken, waarvoor hij zowel orkestrale stukken (ouvertures en tussenspelen) als liederen leverde. De gezongen scènes bevonden zich op die plekken in het toneelstuk waar ze het meest verwacht werden: bij drink- of verleidingsscènes, bij serenades of slaapliedjes, om veldslagen te bezingen of overlijdens te bewenen, of simpelweg om de karakters op het toneel – en dus het publiek – te vermaken.

Naast een grote hoeveelheid kortere muzikale bijvoegsels voor diverse toneelstukken, leverde Purcell vooral met zijn vier ‘semiopera's’ (The Prophetess, or the History of Dioclesian (1690), King Arthur (1691), The Fairy Queen (1692) en The Indian Queen) een essentiële bijdrage tot de Engelse theatermuziek. The Indian Queen dateert uit 1695, Purcells laatste levensjaar, en geraakte niet meer voltooid voor zijn veel te vroegtijdig overlijden op 21 november van dat jaar. Purcell startte het werk aan The Indian Queen wellicht in de winter van 1695 in nauwe samenwerking met Thomas Betterton, die als producer, regisseur en acteur een belangrijke rol had gespeeld in de drie eerste semiopera’s voor het Theatre Royal. Betterton was in de lente van 1695 bezig met de oprichting van een nieuw theatergezelschap in Lincoln’s Inn Fields, en verloor na enige tijd zijn interesse in het nieuwe stuk. Wie uiteindelijk de tekst schreef weten we niet, maar het libretto is behoorlijk bombastisch en sterk anachronistisch. Toch wist Purcell het onwaarschijnlijke verhaal te voorzien van bijzonder sterke muziek, al liet hij het vijfde bedrijf onvolledig achter. Zijn jongere broer, Daniel Purcell, voegde een afsluitende masque aan het geheel toe, zodat The Indian Queen in het voorjaar van 1696 toch in première kon gaan. Purcells eigen muziek bevat sommige van zijn meest donkere en meest gesofisticeerde bladzijden, en de vrolijke masque ter ere van een huwelijk die Daniel hieraan toevoegde, staat hiermee in schril contrast. Toch wist Daniel Purcell zichzelf te overtreffen en leverde hij een treffend slot af voor de zwanenzang van zijn betreurde broer.

The Indian Queen is in feite Zempoalla, heerseres over Mexico. Zij wordt tegengewerkt door de Inca’s van Peru en hun generaal Montezuma, die na een tijd van kamp wisselt en waarop Zempoalla verliefd wordt. Het exotische kader van de Nieuwe Wereld vormt niet meer dan een laagje vernis – het drama zou zich evengoed in het antieke Griekenland of Rome kunnen afspelen. Alleen in de laatste scène die Purcell op muziek zette – waarin Zempoalla vernederd zelfmoord pleegt – komt het verhaal echt van de grond. Purcell maakte een correcte beslissing om zich bij het op muziek zetten van dit verhaal te focussen op de figuur van Zempoalla: de ‘Masque of Fame’ in het tweede bedrijf licht door middel van een allegorie haar complexe persoonlijkheid toe; en de beroemde scène in de grot van de samenzweerders (“Ye twice ten hundred deities”) is een uitgebreide droominterpretatie. Deze scènes bevatten sommige van Purcells meest sterke dramatische muziek, die op directe wijze de situatie schetst. Daarnaast bevat The Indian Queen ook enkele van Purcells meest memorabele liederen: “I attempt from love’s sickness to fly”, een heerlijk rondeau met perfecte woordzetting, en “They tell us that you mighty powers above”: een majestueuze melodie die Purcell bijzonder subtiel harmoniseerde. The Indian Queen is een van Purcells sterkste werken, die een nieuwe richting in zijn compositorisch denken lijkt aan te kondigen: weg van de Italiaanse invloed, meer in de richting van de Franse ‘tragédie lyrique’, met als extra kruidend element het traditionele Engelse contrapunt. Het is dan ook doodjammer dat Purcell niet meer tijd gegund was om deze nieuwe synthese van Europese barokstijlen verder uit te werken.

Back to top

Jan Decorte (°1950) is een uniek figuur in de Belgische theaterwereld. Eind jaren ’70 zette hij zijn eerste stappen als theaterregisseur met ensceneringen van onder andere Ibsen, Goethe en Tsjechov. In 1982 werd Decorte artistiek leider van het gezelschap Het Trojaanse Paard, dat in 1987 werd omgedoopt tot Jan Decorte + Cie en nog later tot Bloet, de huidige naam die afkomstig is van het theaterstuk Bloetwollefduivel (1994). Vanaf midden jaren ’80 ensceneert Decorte voornamelijk eigen teksten. Sigrid Vinks, Decortes vriendin, speelt een belangrijke rol in zijn werk, zowel op als naast de scène. De afgelopen tien jaar oogstte Jan Decorte bijzonder veel succes met stukken als dieu & les esprits vivants (2005), dat warm onthaald werd op het Festival d’Avignon, Wintervögelchen (2008) en Bakchai (2010). In 2006 regisseerde Jan Decorte zijn eerste opera: Dido & Aeneas van Henry Purcell.

B’Rock werd opgericht in 2005 op initiatief van klavecinist, componist, dirigent Frank Agsteribbe en contrabassist Tom Devaere. B’Rock is ontstaan uit zin voor vernieuwing en verjonging in de wereld van de oude muziek. De vaste kern bestaat uit een twintigtal musici uit binnen- en buitenland, gespecialiseerd in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. B’Rock onderscheidt zich als barokorkest door een uitvoeringsgerichte en stijlbewuste presentatie van oude muziek waarbij expressie en intensiteit centraal staan. Het orkest groeide uit tot een vaste waarde op Vlaamse en internationale podia. Opera, dans en avontuurlijk muziektheater vormen een belangrijk onderdeel van de artistieke werking.

Back to top