Starfucker & Down Time

Kaaistudio's

22.23/05 > 20:30
25/05 > 18:00
EN - 60'

Met Starfucker, Downtime, I'm all yours, private room en soft wear brengen Meg Stuart en Tim Etchells een aantal solo's samen die - elk op een eigen manier - dezelfde fascinaties verraden. Beiden zijn geïnteresseerd in de relatie tussen live performance en videomateriaal, beiden werken met een opeenvolging van fragmenten die in het botsen van beelden, zinnen en sferen een schat aan verhalen losweekt. De drie solo's van Meg Stuart werden oorspronkelijk gecreëerd als onderdelen van Highway 101, een locatieproject waarbij Meg Stuart en haar gezelschap Damaged Goods de toeschouwer meenamen op een dansreis door een gebouw. In Starfucker fantaseert Tim Etchells een destructieve film vol Hollywoodsterren bijeen; in Downtime zet een video-opname van zichzelf hem aan tot reflecties over herinnering en taal.

private room & I’m all yours & soft wear

Concept, tekst,choreografie: Meg Stuart (private room in collaboration with Rachid Ouramdane)

Dans & performance: Meg Stuart

Geluidsontwerp: Bart Aga (private room & soft wear) & Stefan Pucher (soft wear)

Muziek van: Scanner, DJ Spooky e.a./a.o.

(Het materiaal voor soft wear werd oorspronkelijk gecreëerd met en uitgevoerd door Varinia Canto Vila)

Productie: Damaged Goods

Meg Stuart/Damaged Goods is artiest in residentie bij Schauspielhaus Zürich (Zürich) en wordt gesteund door de Vlaamse Regering.

Starfucker & Down Time

Tekst & performance : Tim Etchells

Video footage Down Time : Tim Etchells

Lichtontwerp: Richard Lowdon & Ray Rennie

Administratie: Verity Leigh

Marketing: Helen Burgun

Educatieve dienst: Eileen Evans

Pers: Chris Lord (Karpus Projects)

Met de steun van: The British Council

Presentatie: Kaaitheater, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Met Starfucker, Downtime, I'm all yours, private room ensoft wear hadden Meg en ik al solo’s gemaakt over dezelfde onderwerpen met gelijkaardige, maar verschillende methodes. Allebei waren we geïnteresseerd in de verhouding tussen live- en videomateriaal. Video is een element op het toneel dat je kan lezen, vertellen, waarmee je kan spelen, maar dat nooit volledig door de tekst kan worden gecontroleerd. We werkten alle twee veel met fragmenten en beschreven de overgangen in filmische termen – jump-cut, fade enz. Toen ik Megs choreografie voor het eerst zag (in Wenen, mei 2000) was er onmiddellijk een gevoel van herkenning – hier was iemand aan het werk wiens esthetica opgebouwd was uit fragmenten, uit verhalen die ontstaan uit de botsing van losse beelden, zinnen, bewegingen, atmosferen. Meg benaderde dit terrein met tekst en beweging terwijl ik bijna uitsluitend bezig ben met taal. Uit gesprekken werd al snel duidelijk dat de solo's die we afzonderlijk hadden gemaakt met elkaar in dialoog konden treden... verschillende benaderingen van het zelf, het lichaam en de taal in een eigentijdse context. Het dubbelproject onstond uit deze impuls.

– Tim Etchells

I'm all yours, private room & soft wear – Meg Stuart

In de loop van 2000-2001 werkten choreografe Meg Stuart en haar gezelschap Damaged Goods samen met dramaturg Stefan Pucher en videast Jorge Leon aan Highway 101, een reizend project dat bestond uit een reeks creaties op specifieke locaties. In de ontmoeting met een bijzondere architecturale omgeving herschikte een archief van bewegingsmateriaal, beelden en ideeën zich telkens naar een nieuwe context. Sommige onderdelen gingen een eigen leven leiden, zoals de solo'sprivate room,I'm all yours ensoft wear.

Meg Stuarts choreografieën staan steeds 'in de wereld', onder meer door talrijke referenties aan alledaagse bewegingen en tics. Door verregaande fragmentering en vervorming stelt Stuart de menselijke controle van geest en verlangens in vraag, ze maakt de maskers en ficties zichtbaar die ons doen en laten bepalen.

In private room zien we een afgesloten kamer op een groot videoscherm, waarin een jonge man in een fauteuil zit. Voor het scherm zit Meg Stuart in dezelfde fauteuil en geeft commentaar op de gedragingen van de man: "You are not in the right position." Weet de man op het scherm dat hij bekeken wordt, niet enkel door een bewakingscamera, maar ook door een performer en een hele groep toeschouwers? Hij wil het niet weten, lijkt zich te willen onttrekken aan de blik van anderen, wanhopig op zoek naar intimiteit. Tegen de camera heeft hij echter geen verweer. "Don't try so hard," zegt Stuart nog.

Er is geen ontsnappen aan vreemde blikken. Alsof ze aan een verhoor wordt onderworpen, vertelt Meg Stuart in de solo I'm all yours met een enigszins theatrale ironie over zichzelf. Allerhande gedachten die in haar opkomen worden als onsamenhangende tekstflarden meegedeeld – genre "This shirt is second hand" of "I've only been raped once." Op een haast achteloze wijze levert ze zich over aan het publiek en tracht alle blikken die op haar gericht zijn met woorden te weerstaan. Ze speelt met de blik van de anderen, speelt met de fantasma’s die hun blik oproepen, speelt zichzelf, tot ze gaandeweg uiteenvalt in honderd en één rollen en zich daarin verliest.

"Ik voel me niet langer een welbepaalde verschijning. Ik knip delen van mijn identiteit uit hun context," zo zegt Stuart, en dat is ook precies waarom ze danst. De "snelheid" van het medium laat toe om heel verschillende beelden en ervaringen te combineren op korte tijd, vorm te geven aan "de drang een beeld te zijn en ook weer niet, zoiets als een billboard."

Dit spel met identiteit en zelfmanipulatie komt misschien wel het scherpst tot uiting in het strikt dansantesoft wear, een solo die gebaseerd is op het principe van morphing. Dat begrip is ontleend aan computertechnologie en betekent zoveel als overgaan van de ene toestand in de andere. Stuarts lichaamsbeeld transformeert voortdurend tijdens soft wear, een vertrouwd gezicht verwringt tot een obscene grijns, een vreemd beeld dat de kijker plotsklaps op een immense afstand plaatst. En dan kantelt het beeld verder als gegrepen door een maalstroom. Het is een tragisch lichaam, het zal immers nooit snel genoeg kunnen dansen om terug te kijken, terwijl het juist daarin leeft.

– Jeroen Peeters.

Starfucker, Downtime – Tim Etchells

Ik zat te denken over voodoo, over een bepaalde versie ervan die ik kende uit slechte films – dat je een pop maakt van een levende persoon en er dingen mee doet die dan in het echt gebeuren. De pop als een middel om te controleren. In Starfucker is de pop voor mij de naam van de persoon.

Door het zeggen van namen maakte ik in Starfucker polaroids van gebeurtenissen die niet plaatsvonden. Deze onechte gebeurtenissen kunnen zeer aanwezig zijn. Op een bepaald moment zegt performer Cathy Naden in onze voorstelling Dirty Work:

“De lakens worden weggetrokken en de dissectie van de lichamen kan beginnen.…”

Vaak slaakt het publiek op dat moment een zucht alsof het echt ziet wat er beschreven wordt. Taal doet dingen gebeuren, en dat fascineert me.

Voor Starfucker begon ik met een lijst imaginaire beelden van Hollywood-sterren. Het eerste beeld was dat van Bruce Willis en Sylvester Stallone samen onder de douche.

Het beviel me dat je deze figuren snel en levendig kon 'zien', dat het beeld moeiteloos, bijna tegen je wil in, te voorschijn springt. In onze hoofden is blijkbaar een beeld van Bruce Willis opgeslagen en één van Sylvester Stallone. Het zijn figuren in een groot collectief onbewuste.

Het beviel me dat ik deze Hollywood-sterren in mijn 'film' kon laten spelen zonder hen te betalen. In het dagelijkse leven doen mensen natuurlijk niks anders dan dat – hun eigen imaginaire films maken waarin ze goed bevriend zijn met De Niro of seks hebben met Winslet. Op een bepaalde manier is Starfucker een versie van dit alledaagse project, maar ruimer en extremer.

Sterren laten hun namen achter in het publieke domein. De namen slaan op hol door de gedrukte en de elektronische media en laten de echte personen achter zich. De helft van wat erover geschreven wordt, is niet waar – het is fantasie, overdrijving, publiciteit en speculatie. Zij hebben geen controle over de beelden die wij van hen maken. Ik heb geprofiteerd van deze situatie om een destructieve, fabuleuze en imaginaire hardcore film te maken met de titel Starfucker.

*

Down Time is persoonlijker. De voorstelling onderzoekt het geheugen, het spel tussen reële en opgenomen tijd en het proces dat gedachten in woorden vertaalt. In de voorstelling wordt een tien minuten durende video van mijn gezicht geprojecteerd. Terwijl de videotape loopt, probeer ik de gedachten te vertellen die toen door mijn hoofd gingen. Je zou kunnen zeggen dat dit per definitie onmogelijk is. Het is gissen en proberen te herinneren, een biecht die gedoemd is om te mislukken – gedachten gaan altijd sneller en in grilligere vormen dan woorden.

Down Time is een onderdeel van mijn werk bij Forced Entertainment dat probeert de processen van het geheugen, het denken en het spreken in live voorstellingen te onderzoeken. In deze voorstellingen worden de werkprocessen van de performers (pauzes, omkeringen, ‘blokkeringen’, parafraseringen, inspiratie, herhaling, vertragingstechnieken, enz.) zichtbaar gemaakt en worden onderdeel van het werk zelf. Met mijn gezicht in close-up focust Down Time nog scherper in op het denken, omdat het gezicht in detail gelezen wordt.
Down Time begon met de opdracht aan mezelf om 'na te denken over afscheid nemen'. Behalve deze opdracht en het afstellen van de camera trof ik geen enkele voorbereiding. Wanneer de tien minuten nadenken voor de camera voorbij waren, maakte ik aantekeningen en probeerde het verloop van mijn gedachten zo goed mogelijk te reconstrueren. Dan keek ik verschillende keren naar de tape en probeerde mijn gedachten op het beeld te plakken, ik paste mijn volgorde aan als de tape mijn geheugen opfriste. Down Time is het resultaat van dit proces – een fragment reële tijd, vastgegrepen, doorgepraat en hermaakt in het heden.

– Tim Etchells.

Back to top