SPEAK!

Les Brigittines

9, 10, 11, 12/05 – 20:30

Multilingual > FR / NL
±1h 30min


Deze creatie van de uit Servië afkomstige kunstenares Sanja Mitrović spitst zich toe op de kracht van massacommunicatie, meer bepaald de publieke toespraak. Het vertrekpunt is dat wie het juiste verhaal vertelt, wint. Hoopvolle toespraken kunnen twee richtingen uit: hoop als reële mogelijkheid op verandering – Yes, we can – of als embleem voor verraad en valse beloftes. Het bronmateriaal komt van ‘grote’ sprekers als Slobodan Milošević, John F. Kennedy en Václav Havel. Hoewel de inhoud politiek is, gaat het in wezen over de structuur van het spreken. De emoties die achter de woorden schuilgaan zijn cruciaal, het begrijpen verdwijnt stukje bij beetje naar de achtergrond. SPEAK! is een performance over de geconstrueerde werkelijkheid van de boodschap en de virtuositeit van het spreken. Met een heldere geest zoekt Sanja Mitrović een antwoord op de vraag waarom we ons zo graag laten misleiden door mooie woorden. Men zegge het voort!

Concept, choreografie & regie
Sanja Mitrović

Met
Geert Vaes, Sanja Mitrović

Dramaturgie
Jonas Rutgeerts

Decor & belichting
Laurent Liefooghe & Christophe Antipas (LLAC architects)

Geluid
Luka Ivanović

Kostuums
Frédérick Denis

Onderzoek
Friso Wiersum

Productie
Sarah Doridam

Techniekers
Philippe Baste, Maarten Mees

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Les Brigittines

Productie
Stand Up Tall Productions (Amsterdam)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts

Met de steun van
Beursschouwburg (Brussel), Pianofabriek (Brussel), STUK Kunstencentrum (Leuven), NOW.be, SPRING Performing Arts Festival (Utrecht)

Met de financiële steun van
Amsterdam Fund for the Arts, Performing Arts Fund NL

Met dank aan
Frits Bloemberg/Het Debatbureau (Den Haag), Annet Huizing

Back to top

Spreken alsof je leven ervan afhing

In Nederland doet Sanja Mitrović al sinds jaren van zich spreken door haar opmerkelijke interpretaties in stukken van Nicole Beutler en Olivier Provily. Haar eigen werk liet echter nog meer stof opwaaien. In stukken als de solo A short history of crying (2010), of Will you ever be happy again (2008), in samenwerking met Jochen Stechmann, toont ze dat ze er een handje van weg heeft om verwarring te zaaien over lastige thema's zoals nationaliteit, de Balkanoorlogen, de Tweede Wereldoorlog of zelfs de Europese gedachte. Niet dat ze daar een theoretisch boompje over opzet. Integendeel: ze gooit eerst en vooral haar eigen geschiedenis en die van haar performers in de strijd. Die contrasteert ze met historische of wetenschappelijke bevindingen. 'Docu-tales' - naar analogie met 'fairy-tales' - zijn het resultaat. Daarin blijken de herinneringen, overtuigingen en gedachten van de performers altijd weer een stoorzender. Ze ondergraven een 'juiste', 'objectieve' benadering van de netelige kwesties die de wereldpolitiek beheersen. Hun gedachten en herinneringen zijn immers misschien wel waarachtig, maar het zijn bewerkingen van de 'naakte feiten'. Daardoor zijn ze niet - nooit - zuiver of ondubbelzinnig. De toeschouwer blijft daarbij niet ongemoeid. Soms wordt hij zelfs een actieve speler in het verhaal. In de solo Daydream House (2011) neemt het publiek, haast zonder het zelf goed te beseffen, het huis over dat Mitrović verlaat terwijl ze vertelt over dat vertrek en de bombardementen op Belgrado tijdens de laatste Balkanoorlog. Voor het Kunstenfestivaldesarts creëert ze nu SPEAK!, een stuk rond beroemde toespraken van politici. Ook in zo'n speeches strijden waarachtigheid en verleiding of misschien zelfs bedrog om de voorrang. Ook in dit stuk krijgt het publiek een eersteplansrol.

Als ik haar vraag om even kort samen te vatten wie Sanja Mitrović is, kijkt ze zorgelijk. SM: "Wie is Sanja Mitrović? Dat is zo'n eenvoudige, en tegelijk moeilijke vraag. Ik ben een theatermaker en een performer. Soms ben ik echter ook de schrijver van teksten voor mijn eigen stukken. Oorspronkelijk studeerde ik echter talen, met name Japanse taal en literatuur. Ik ben afkomstig uit Servië, maar ik leef en werk nu in Nederland. Dat was geen keuze. Ik belandde er rond 2000 omwille van een productie van het Kroatisch-Nederlandse gezelschap Montažstroj van Borut Šeparović[1]. Het was wel een keuze om er te blijven. Ik ontdekte de mimeschool in Amsterdam en volgde die opleiding. Na afloop startte ik een freelancecarrière. Rond 2004 keerde ik terug naar Servië om mijn master japanologie af te werken, maar die terugkeer voelde vreemd aan. Als je zoals ik ergens een tijd bent, creëer je als vanzelf een nieuwe context. Die wordt belangrijker dan je plek van herkomst."

Toch speelt die afkomst, en de geschiedenis van het voormalige Joegoslavië, een belangrijke rol in haar werk. Ik vraag haar waarom ze die keuze maakt. SM: "Ik ben erg begaan met de rol die je omgeving speelt in de manier waarop je je verhoudt tot de context. Toen ik emigreerde van Servië naar Nederland bracht ik een bepaalde bagage, een geschiedenis mee. Zelfs al deed ik er over mijn afkomst zelf het zwijgen toe, dan zouden anderen mij hoe dan ook confronteren met alle clichés over de Balkan. Zolang je binnen een land, één samenleving blijft zal je de vooronderstellingen ervan niet snel in vraag stellen, maar op een andere plek word je daartoe wel verplicht. Dat geldt zeker niet enkel voor de Balkan. Binnen de oorspronkelijke kern van de EU is die bevraging ook steeds weer aan de orde. Crash course chit chat (2012) gaat toch vooral over de Europese droom en geschiedenis. In dat stuk speel ik echter zelf niet mee: daar staan een Duitse, een Française, een Belg, een Nederlander en een Engelsman op het podium met hun geschiedenis en hun opvattingen."

De vraagt blijft natuurlijk: waarom zou je die dingen op een podium aan de orde stellen? En waarom op zo'n persoonlijke manier, door gebruik te maken van persoonlijke, al dan niet half verzonnen of opgesmukte, verhalen? Voorbeelden te over in dit werk. Crash course chit chat drijft op de persoonlijke verhalen van de vijf performers. In A short history of crying zien we een foto van huilende, diep bedroefde mensen bij de begrafenis van Tito, en midden in die menigte staat Mitrović zelf. Tot blijkt dat haar figuur handig in het beeld gemonteerd werd. Zelfs zegt ze dan: "Ik was er niet bij, maar het voelt wel zo aan..." SM: "Het theater is een fantastische drager om aan de slag te gaan met werkelijkheid en verbeelding. Soms zijn dingen 'waar', soms zijn ze waar als een verbeelding van het verleden al zijn ze niet historisch accuraat, soms zijn het inderdaad leugens. De waarheid is niet als vanzelf gegeven: het is iets dat je schept en (ver-)vormt. Als Jochen en ik in Will you ever be happy again herinneringen ophalen aan onze jeugd in Duitsland en Joegoslavië smeden we een nieuwe realiteit: de ene duikt op in het verhaal van de andere en omgekeerd. We laten iets ontstaan dat in werkelijkheid nooit mogelijk geweest was. Daar vloeit een discussie uit voort. Dat zou je onmogelijk waar kunnen maken via een boek of een gewone discussie. Theater creëert een nieuw speelveld. Het publiek maakt daar integraal deel van uit. Het participeert in een communicatie. Ik moet het gevoel hebben dat ik mij tot iemand richt. Dat spel krijgt voor mij slechts zijn urgentie door het persoonlijke karakter van je aanwezigheid, op welke wijze ook. Dat was trouwens ook waar als ik vroeger werkte voor een andere regisseur. Ik kon ook toen niet zomaar een rol spelen. Ik wilde er altijd zelf iets aan bijdragen."

Op het eerste gezicht lijkt het daarom een paradox dat ze voor SPEAK! beroep doet op redevoeringen van anderen. Het zijn wel niet zomaar redevoeringen: ze hebben stuk voor stuk de geschiedenis gemarkeerd. Maar vooral: de spelers moeten ze brengen alsof het hun woorden waren. SM: "Performers zijn publieke figuren. Het gaat er mij niet om hoe virtuoos ze zijn, wel dat ze een eigen stem hebben. Ik wil weten hoe ze zich verhouden tot een bepaald idee. Dat is wat hier gebeurt. Ik heb samen met de Nederlandse historicus en filosoof Friso Van Wiersum een reeks politieke redevoeringen verzameld die zonder uitzondering in hun tijd een hoopvolle boodschap brachten. We maakten geen ideologisch onderscheid. Václav Havel staat naast Barack Obama of Zoran Djindjić. Ik breng die speeches samen met acteur Geert Vaes. De eerste opdracht in dit werk is om een persoonlijke band te vinden met deze teksten, zodat een bepaalde lijn ze met elkaar verbindt. Zo zit er ergens tussen mijn redevoeringen wellicht een speech van Hitler, maar toch kan ik dat specifieke fragment wel onderschrijven. Dat is niet altijd eenvoudig. Veel speeches klonken Geert door hun onversneden optimisme ongeloofwaardig in de oren. Het was echt zoeken en tasten om de juiste toespraken te vinden. Die persoonlijke connectie is immers van kapitaal belang. Het komt er voor ons in dit stuk namelijk op aan om het vertrouwen van het publiek te winnen met die speeches. De voorstelling is immers opgevat als een soort wedstrijd: in vier rondes kan het publiek voor één van de twee redenaars kiezen. Bij elke toespraak kan de ene spreker de andere echter ook op de rooster leggen. Stemmen winnen hangt dus niet enkel af van je redenaarskunst. Ook hoe je reageert op de woorden van je tegenspeler kan het publiek voor je innemen. Daarbij weet je niet op voorhand hoe dat publiek zal reageren. Gaan ze kiezen voor de inhoud of zich eerder laten leiden door de vorm, de voordracht. Gaan ze kiezen voor de underdog of de winnende partij meer steunen. Winnen is nochtans van groot belang voor ons allebei: De stemronde zou wel eens een erg bittere ervaring kunnen worden voor de verliezer, omdat hij of zij, op een onverwacht directe manier, geraakt wordt in zijn of haar zelfvertrouwen en eer als performer."

Een vraag brandt me dan nog op de lippen: waar hebben ze het klappen van de zweep geleerd? Bestudeerden ze de originele toespraken misschien? SM: "We gingen niet na hoe de toespraken oorspronkelijk gebracht werden. Wel volgden we beiden een opleiding bij het Nederlandse 'Debatbureau' dat mensen bijbrengt hoe je een redevoering op de meest succesvolle manier schrijft en brengt. Daar komt veel bij kijken: woordkeuze, keuze van gebaren, tempo, toon, ... Je moet ook oog hebben voor wie je spreekt, en zorgen dat je contact maakt. Het is eigenlijk sterk verwant aan overtuigend acteren. De duivel zit daarbij in de details. Je kent misschien het beroemde geval van het eerste tv-debat tussen Kennedy en Nixon. Op de radio klonk Nixon overtuigender, maar op het scherm zag hij er niet uit: zweet parelde op zijn voorhoofd, terwijl Kennedy er kiplekker bij zat. Dat vertrouwden de kijkers niet... met het bekende gevolg."

In mijn hoofd ontstaat tijdens het gesprek stilaan het beeld van een bijna duivels opzet: niemand kan ongeschonden uit dit spel komen. De sprekers mogen nog zo doordrongen zijn van wat ze zeggen, hun agenda is altijd, noodgedwongen, dubbel: het gaat niet enkel om 'de essentie' maar ook - vooral - om de bijval die ze oogsten. Zeker omdat het niet hun woorden en gedachten zijn, maar woorden en gedachten waar ze iets in herkennen, zonder ermee samen te vallen. Ze spelen 'slechts' een rol - maar speelt elke redenaar niet vooral een 'rol'? Of ze dan winnen of verliezen - en hoe belangrijk is dat niet in onze wereld -, het resultaat zal versneden zijn met wroeging omdat ze niet helemaal recht in hun schoenen stonden. Maar ook het publiek zal aan zijn stemgedrag onvermijdelijk met een bittere nasmaak overhouden. Stemden ze voor wat ze juist en rechtvaardig of juist achtten, of werden ze ergens onderweg verleid door het beeld van succes, van de man of vrouw die het 'toch zo goed zeggen kan'. SPEAK! herhaalt in miniatuur de perversies van de spektakelcultuur in het laatkapitalistische tijdperk. Als ik Sanja Mitrović daarover bevraag, ontwijkt ze het antwoord, maar de plotse pretlichtjes in haar anders zo ernstige gezicht spreken boekdelen...

Pieter T'Jonck, april 2013

[1] Dat neologisme verbindt de woorden 'montaža', wat zowel filmmontage als industriële montage betekent met 'stroj', dat zowel staat voor een montageband als een rij soldaten. Het stuk bracht een bijzondere combinatie van dans en fysiek theater met een sterke politieke inslag.

Back to top

Sanja Mitrović werd geboren in ex-Joegoslavië (nu Servië) en is theaterregisseur, performer en choreograaf. In 2001 emigreerde ze naar Nederland en op dit ogenblik is ze gevestigd in Amsterdam. Ze studeerde Japanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Belgrado en hedendaags theater aan de Theaterschool van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze is oprichter en artistiek directeur van Stand Up Tall Productions. In 2010 bekroonde het Theater Instituut Nederland Mitrović met de prestigieuze BNG Nieuwe Theatermakers Prijs voor haar productie Will You Ever Be Happy Again?. Theatermaker (TM), het Nederlandse tijdschrift voor theater- en dansprofessionals, selecteerde het stuk als een van de vijf beste voorstellingen van het seizoen 2009-2010. De performances van Mitrović zijn opgebouwd rond het idee van montage, waarbij theater, performance, dans en beeldende kunst gecombineerd worden. Als documentair materiaal gebruikt ze vaak persoonlijke verhalen en getuigenissen, die ze contrasteert met officiële historische verslagen. De vorm die voortkomt uit een dergelijke combinatie, ontwikkelde ze in Dhanu(2005), Shame (2006), Books Once Read Make a Good Bullet Proofing (2007), A Short History of Crying (2011), Crash Course Chit Chat (2012), Seven Lucky Episodes Regarding Resistance(2012) en Everybody Expects to Grow Old But No One Expects to Get Fired (2012). Mitrović werkte samen met Nicole Beutler voor de solo1:Songs (2009), dat in 2010 bekroond werd met de Nederlandse VSCD Mimeprijs en met de Belgische architect Laurent Liefooghe, met wie ze Daydream House ontwikkelde en regisseerde (2011). Met haar stukken, die op veel bijval van de critici konden rekenen, toerde ze de afgelopen jaren zowel door Europa als wereldwijd.

Back to top