Soleils

La Raffinerie

9, 10, 11/05 – 20:30

12/05 – 18:00

1h


Pierre Droulers is een sleutelfiguur van de Belgische dans. Zijn eigenzinnig choreografisch oeuvre geeft blijk van een verfijnde en verregaand zintuiglijke aanpak. Droulers verwerkt alle elementen van de scène – lichamen, bewegingen, voorwerpen, geluiden, licht en ruimte – tot bijzondere dansstukken waarin hij het stoffelijke met het luchtledige, aanwezigheid met afwezigheid, leven met dood en geluk met droefheid confronteert. Voor zijn nieuwste creatie zet de choreograaf het licht op scène. Licht dat vele betekenissen in zich draagt en in vele gedaantes bestaat: overvloedig zonlicht dat genot opwekt, maar ook schaars licht dat sluimert in de duisternis; lichtstralen die openbreken in andere materies of lichtbundels die uitstralen uit het lichaam. In Soleils gaat Pierre Droulers op zoek naar de stralende energie van rituelen en carnavaleske optochten. In een prachtige scenografie gaat dit fijnzinnige dansstuk voorbij de grimas van de geschiedenis om het vuur van het leven weer aan te wakkeren. Een betoverende ervaring.

Een creatie van
Pierre Droulers (in samenwerking met de dansers)

Met
Yoann Boyer, Malika Djardi, Stanislav Dobak, Youness Khoukhou, Renan Martins, Benjamin Pohlig, Peter Savel, Jonathan Schatz, Katrien Vandergooten

Artistieke samenwerking & advies
Yuji Oshima

Muziek
Beth Gibbons, Eric Thielemans

Ontwerp belichting
Pierre Droulers, Marc Lhommel

Kostuums
Jean-Paul Lespagnard

Scenografie
Chevalier-Masson

Artistieke assistentie & geluid
Arnaud Meuleman

Choreografie-assistent
Michel Yang

Technische leiding
Marc Lhommel

Belichting
Alice Dussart, Philippe Fortaine

Geluid
Benoit Pelé

Decor
Aurore Labrosse

Constructie decor
Maurizo Pipitone

Met dank aan
Jean-Biche, Benoit Caussé, Gwenaël Laroche, Sylvie Mélis, Wagner Schwartz, Rebecca Chaillon

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi Danses/La Raffinerie


Productie
Charleroi Danses, Centre chorégraphique de la Fédération Wallonie-Bruxelles


Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Festival de Marseille, NEXT Festival

Pierre Droulers is kunstenaar in residentie bij Charleroi Danses, Centre chorégraphique de la Fédération Wallonie-Bruxelles

Back to top

Gesprek met Pierre Droulers

Onstuitbaar zet Pierre Droulers zijn choreografische verkenningstocht voort. Zijn laatste creatie bouwt hij op rond het licht als centraal thema. Het genot en de vrijheid van de dans botsen op vragen over de aanwezigheid, productie en manipulatie van lichtbronnen.

Het is de eerste keer dat je met een groot aantal dansers werkt (behalve misschien in Multum in Parvo). Waarom die keuze?
Meestal wordt een voorstelling gecreëerd met een standaardbezetting van vijf à zes dansers. Vijf personen zijn als de vingers van een hand: ik kan elke persoon individueel aanspreken, en zo krijgt de voorstelling vorm. Voor mijn nieuwe creatie had ik echter behoefte aan een massa, een groep, omdat ik de uitbeelding van een groep in het algemeen voor ogen had. Door te werken met een tiental personen kan ik een andere soort energie distilleren, die van de dynamiek tussen lichamen. Er ontstaat een zekere wedijver en een flow, die ik in één enkele beweging wil gieten. De tijd wordt voortdurend gevoed, op enkele momenten van stilstand na. Met een groep werken stelt je in staat maskers en houdingen te verwisselen en het publiek te confronteren met een massa, een corpus. In ons huidige systeem van overdreven informatisering en netwerking moet je in de groep graven om een persoon te bereiken. De mensen zelf voelen er zich trouwens goed bij om bij groepen aan te sluiten. Dat gegeven roept een vraag op: stemt de kwaliteit van de groep overeen met de kenmerken van het individu? Om al die redenen is de groep een emblematisch gegeven waarmee ik aan de slag wou.

In je nieuwe project spit je het thema van het licht uit. Je hecht veel belang aan dat element, zowel in je werk als in je privéleven. Vanuit welke invalshoek(en) wil je het thema behandelen?
Het gegeven van het licht fascineerde me al in mijn kindertijd: toverlantaarns, schimmenspel... Het doet me ook denken aan de filosofische allegorie over de grot. Zijn wij slechts schaduwen, schijnvormen, lichtreflecties? Ik voel snel de schaduwzijde van het licht aan. Volgens Goethe bestaat licht uit een wisselwerking tussen helderheid en donker. Er zijn verschillende manieren om dat gegeven in een voorstelling te gieten. We vertrekken van het gegeven dat we het licht aansteken om de dingen beter te zien. Hier wil ik echter dat het licht door de beweging wordt voortgebracht: het zijn de dansers die voor de verlichting instaan. Licht kan niet zonder donker, zonder het onzichtbare. In het duister is het licht altijd aanwezig, wachtend. Ik heb onderzoek gedaan naar het praktische en technische potentieel van licht. De voorstelling wordt een duik in de wereld van schijn en verschijning. De voorstelling laat alle figuren en verschijningen in één beweging aan bod komen. De schaduw zal van binnen uit werkzaam zijn.

Je haalt inspiratie uit twee gedichten waarin licht centraal staat: There's a certain slant of light van Emily Dickinson en Do no go gentle into that good night van Dylan Thomas.
Het zijn inderdaad twee emblematische gedichten. In dat van Emily Dickinsonkrijgt het licht, door op te lossen en uit te doven, een grotere helderheid. Hoe meer de kaars uitdooft, des te beter kan je zien. Zo ook fluisteren we om de aandacht te trekken. In het gedicht van Dylan Thomas woedt een hevig levensinstinct, vanuit een weigering van dood en uitdoving. Die rock'n'roll-attitude vind je ook terug bij kunstenaars als Johnny Rotten, The Last Poets, JimiHendrix... Een heftig geloof, als uitdrukking van het innerlijke licht. Het zijn verbrande, zelfverterende zielen. Die oververhitting is eigenlijk ook bij Emily Dickinson aanwezig. Woede en melancholie gaan hand in hand. Ik hou van paradoxen, van de dynamiek tussen twee gedichten, tussen twee visies... die uiteindelijk uitmonden in een vorm van extase en spiritualiteit.

Dat je met een groep dansers werkt, maakt het dansplezier intenser.
De voorstelling draagt de sporen van een reis die we onlangs maakten naar Brazilië met de voorstelling de l'air et du vent maar ook van mijn visie op de film Orfeu Negro van Marcel Camus. Beide ervaringen maakten in mij het verlangen wakker om het enthousiasme van de lichamen op te wekken, louter vanuit het plezier om de energie te voelen die een groep produceert. De dans als vreugde van het lichaam. Het is in de unisono dat de dansers genoegdoening vinden. Voelen dat je niet langer 'iets aan het doen bent' maar dat je leeft in een lichaam dat beweegt en wil genieten. De dansers bewonen hun lichamelijkheid en overschrijden zo het mentale en het representatieve: ze evolueren naar extase, vanuit de behoefte om uit zichzelf te treden, uit de bol te gaan.

In de l'air et du vent verwees je al naar de bunraku, een oude vorm van poppentheater uit Japan. In je nieuwe voorstelling duikt de bunraku opnieuw op.
In de bunraku draait alles om manipulatie. Wie is authentiek in een groep? Is het de groep die het individu vormt, of gaat het net andersom? Die kwestie is interessant want ze voert naar een volgende vraag. Waar komt de beweging vandaan? Wat zet een lichaam in beweging? En dan is er nog het beeld waaraan ik tegenwoordig voortdurend denk: "de noodzaak van schoonheid als antwoord op de grimas van de geschiedenis". Met de bunraku glijdt de voorstelling naar een moment van carnaval, een soort farandole, een stoet van grimassen en lichtflitsen. De speelse metamorfose van lichamen. Het is de manipulatie die dat spel van wisselende personages mogelijk maakt. Dat is ook de reden waarom er veel dansers op het podium moeten staan: ik wil de mythische dimensie van het carnaval weergeven, of het nu gaat om die van Rio, van Binche of om Ensors De intocht van Christus te Brussel. Een voorstelling als invulling van de menselijke behoefte om uit jezelf te treden doorheen de enscenering van nieuwe riten en feesten.

Dit interview werd opgetekend door Fabienne Aucant

Back to top

Pierre Droulers (1951) heeft met zijn eigen universum een stempel gedrukt, ver van de hypes en het spektakel. Na een artistieke opleiding aan het Mudra, de multidisciplinaire school die in Brussel werd opgestart door Maurice Béjart, zetteDroulerszijn opleiding bij Grotowski en Robert Wilson verder. In 1978 ontdekte hij het werk van Judson Church en Steve Paxton. Hij realiseerde verschillende projecten als choreograaf, waaronder een tweeluik, gebaseerd op Finnegan’s Wake van James Joyce (Comme si on était leurs petits poucets in 1991 en Jamais de l’abîme in 1993). Hij werkte samen met de muzikanten Steve Lacy (Hedges), Sherryl Sutton (Tao), het latere Grand Magasin (Tips), Minimal Compact (Pieces for nothing), Winston Tong en Sussan Deyhim (Miserere). Uit zijn samenwerking met de kunstenaars Michel François en Ann Veronica Janssens resulteerde Mountain/Fountain (1995), De l’Air et du Vent (1996) en MA (2000), waarbij hij de theatraliteit verlaat, ten gunste van de vraag naar vorm en abstractie. Les Petites Formes, die de kwestie van het individu aankaartte, en Multum in Parvo, een collectief stuk, werden respectievelijk in 1997 en 1998 gecreëerd. In 2001 gaat hij terug het podium op met Sames, een duet met Stefan Dreher; in 2004 volgt Inouï. Na Flowers, een stuk voor 8 dansers dat hij in 2007 creëerde in het kader van de biënnale van Charleroi Danses en het Kunstenfestivaldesarts, en All in All, gemaakt voor het Ballet de l’Opéra de Lyon, toonde Pierre Droulers in 2009 zijn Walk Talk Chalk op het Kunstenfestivaldesarts. In 2010 hernam hij De l’Air et du Vent, dat hij tevens presenteerde in het Theâtre de la Cité Internationale (Parijs, mei 2011). Pierre Droulers is vandaag geassocieerd kunstenaar bij Charleroi Danses, Centre chorégraphique de la Fédération Wallonie-Bruxelles.

Back to top