Snakeskins

Kaaistudio's

9, 10, 12/05 – 20:30
11/05 – 22:00
13/05 – 18:00
1h

Benoît Lachambre, choreograaf en spilfiguur van zijn generatie, bouwt al jaren aan een oeuvre dat zich verankert in het hier en nu. Zoekend naar een meer authentieke verhouding met de wereld, maakt hij van het lichaam geen puur fysiek gegeven maar een constant muterend geheel van psychische, bewuste en onderbewuste elementen die elkaar beïnvloeden. Na verschillende samenwerkingen keert Benoît Lachambre terug met een solo. Samen met componist Hahn Rowe transformeert de charismatische performer zich op scène in een dier in de rui. Als een rups die van gedaante verwisselt, of een slang die vervelt, laat hij zich bekijken door de toeschouwer. Maar ontpopt hij zich tot een nieuw wezen of is zijn transformatie een vorm van regressie? Kennen we het verschil vandaag nog? Of hebben deze woorden geen betekenis meer in een maatschappij die alle zin voor ontstaan en wording heeft verloren? De huid wordt een zintuiglijk terrein van verzet tegen rigide definities en standaardisering. Snakeskins is een visceraal, vitaal manifest voor vele vormen van zijn.

Door & met
Benoît Lachambre

Live muziek
Hahn Rowe

Fotografie

Christine Rose Divito

Lichtontwerp

Yves Godin

Kostuumontwerp
Alexandra Bertaut


Artistieke samenwerking
Daniele Albanese, Hanna Hedman


Technische leiding
Philippe Dupeyroux

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater


Productie
Par B.L.eux (Montréal)
Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, PACT Zollverein – Choreographisches Zentrum NRW (Essen), SNDO (Amsterdam), La Bâtie – Festival de Genève, Musée de la Danse/Centre Chorégraphique National de Rennes et de Bretagne, Atelier de Paris-Carolyn Carlson et CDC Paris Réseau/centre de développement chorégraphique (Atelier de Paris-Carolyn Carlson, L’étoile du nord, micadanses-ADDP, studio Le regard du Cygne-AMD XXe)


Met de steun van
Ville de Paris, in het kader van een residentieprogramma bij Cité internationale des Arts et du Théâtre de la Bastille


Met de financiële steun van
CALQ (Conseil des arts et des Lettres du Québec)

Gecreëerd in Essen in mei 2012

Back to top

Snakeskins

Dertien jaar nadat hij Délire Défait (1999) maakte, heeft Benoît Lachambre opnieuw een solo gecreëerd, getiteld Snakeskins. De uittreksels hieronder komen uit een gesprek dat hij had met Lars Kwakkenbos op dinsdag 27 maart over verschillende thema's die in verband kunnen worden gebracht met het stuk. Eerst legt Lachambre uit waarom Snakeskins volgens hem een onechte solo is. Daarna praten ze over een foto van Christine Rose Divito die een centrale rol vervult in het stuk, over sjamanisme en lichaamsvochten en over de redenen waarom en hoe Lachambre op een niet-formalistische manier blijft werken.

Lars Kwakkenbos: Je noemt Snakeskins een onechte solo. Waarom?

Benoît Lachambre: Eerst en vooral sta ik niet alleen op het toneel. Hahn Rowe, die de muziek componeerde en haar uitvoert, staat ook op het toneel. Ten tweede staat alles wat op het toneel gebeurt in relatie tot de omgeving, en verschuift ermee. Er is dus een voortdurende dichotomie tussen alleen-zijn en helemaal niet alleen-zijn. Ten derde zijn er in het stuk ook interventies van de danser Daniele Albanese die tevens mijn artistiek assistent is.

LK: Er is nog een vierde redenwaarom Snakeskins een onechte solo kan worden genoemd. In dit stuk gaat het niet zozeer over beweging van het lichaam, maar over beweging in het lichaam.

BL: Ja, en de idee van een onechte solo kan ook nog op andere manieren worden herkend. Vanuit een vijfde standpunt zouden we het lichtontwerp van Yves Godin dat een heel beweeglijke rol speelt in het werk, in aanmerking kunnen nemen. Vanuit een zesde standpunt geldt dat ook voor de kostuums van Alexandra Bertaut, aangezien ze een belangrijke schakel creëren met de visuele inhoud van het werk en ze symbolische lagen van het stuk onthullen. Later vertel ik je over het decor als nog een element dat hierin een sterke rol speelt... Maar eerst is er nog een zevende, cruciale factor: de toeschouwer en diens conditie als belichaming van alleen-zijn in een groep. Een conditie die in mijn werk altijd haar eigen kracht draagt in ruimte en tijd. Al die elementen zijn essentieel in het contextualiseren van de idee van een onechte solo.

Uit alles wat ik als danser en choreograaf doe, spreekt een besef van zowel de menselijke conditie als van een artistieke overtuiging. Ik werk vaak op de sensaties van onze innerlijke en uiterlijke oppervlakken, van de huid zelf, maar ook van dingen dichtbij de huid. Neem de arm, bij voorbeeld. De binnenkant is een kanaal waar gevoel en beweging voortdurend in en uit gaan. Er is altijd beweging in de arm, zelfs wanneer die niet altijd zichtbaar is aan de buitenkant. De beweging laat niet altijd een beweging zien. Het is niet de choreografie van het laten zien van een beweging. Het gaat niet over de beweging die je maakt, maar over hoe dingen rond en in je bewegen. Hoewel er een vorm wordt gecreëerd, is hier geen sprake van een formeel proces. Ik werk niet op vorm, maar op sensaties en lichaamsvochten. Bloed, energie, cellen. Dat alles staat op een bepaalde manier in verband met body-mind centring, waar het lichaam het hele veld is tussen de dingen en hoe die interageren in de ruimte. Die ruimte is een interactiekanaal. De ruimte is een lichaam. Ze laat communicatie toe.

Ik werk met bewegingen, zowel zij die in het zenuwstelsel voorkomen als in andere systemen waaruit ons lichaam is samengesteld, en die ervoor zorgen dat ik kan bewegen terwijl ik me bewust ben van alle energieën die ik belichaam... Zo werk ik bij voorbeeld met kippenvel. Ik breng het teweeg. Het rillen van het innerlijke lichaam brengt het oppervlak tot leven. Ik werk ook op de sensatie van het slikken – hoe je dingen verteert, hoe energie in het lichaam binnenkomt – en op de functie van het oog als iets mobiels, een plek in het lichaam waar beweging in gang wordt gezet. Daar houd ik me bezig met de ruimte en de vloeistoffen rond de oogballen.

LK: Laten we eens kijken naar het beeld dat een centrale rolt vervult in het stuk.

BL: Zoals je kunt zien, zijn er scheidingslijnen in de foto. Ze zou kunnen zijn verknipt, alsof ze zich in een overgang bevond. Het personage dat je rechts achteraan ziet, aan het eind van een steegje, doet een basketbal stuiteren. Het personage links zou een Noord-Amerikaanse Eerste-Natievoorouder kunnen voorstellen.

In de Maya-mythologie markeert 2012 het einde van het tijdperk van de vijfde zon. Aan het eind ervan komt Kukulkan, de gevederde slang. Er is een ritueel waarbij een bal door een van symbolen voorziene stenen ring gegooid wordt als was die ring een basket, zij het verticaal aan de muur opgehangen. De bal door die ring gooien staat voor de zonsverduistering en de komst van Kukulkan. We willen die foto in verband brengen met het idee van de slang, wiens metamorfoses een apocalyptisch gevoel teweegbrengen, een vernietiging die voorzien werd, zoals het einde van een tijdperk en het begin van een ander. De veelgelaagde identiteiten op deze foto zijn belangrijk voor mij. De Eerste-Natievoorouders zijn niet op een respectvolle manier erkend met betrekking tot hun persoonlijke geschiedenis, en de vroegere naties in Amerika zijn ook niet correct erkend en geëerd door de samenleving, hetzij in een historisch perspectief, hetzij in hedendaagse discours. Het negeren van de uitkomst van het kolonialisme heeft heel wat pijn, boosheid en een gebrek aan balans veroorzaakt in en tussen voorouders en families en in de samenleving als geheel. Mensen hebben veel pijn geleden. Die foto is evenwel niet alleen voor mij een belangrijke foto; ze kan een algemeen gevoel voor geschiedenis en een bewustzijn voor menselijkheid onthullen. Er zit heel wat symboliek in. Denk aan de duisternis van een tunnel, terwijl er licht is aan het einde.

Er zit veel strijd in het stuk. Ik denk niet dat het per se een aangenaam stuk is om naar te kijken. Een diepe angst ligt erin op de loer. Het publiek zou meer pijn kunnen voelen dan ik (lacht). In een poëtische metafoor verplaats ik mezelf in de symbolische rol van een sjamaan. Ik werk veel op loslaten. Een van de oefeningen waarop ik gewerkt heb, was de oefening die ‘waterslang’ genoemd wordt. De waterslang is een voortdurende golving van de ruggengraat. Het laat toe alles rond de ruggengraat los te laten. In wezen gaat het om het oplossen rond de ruggengraat, het eromheen creëren van een diepgaand loslaten. Het is de bedoeling om een diepgaander begrip van het leven te verwerven, verandering als een noodzaak, dus.

LK: Dansers zien jou als iemand met een specifieke methode en zeer sterke kwaliteiten als docent. Dat zou een belangrijk aspect van dit stuk kunnen zijn. Kun je de dialoog definiëren tussen die kwaliteiten als docent en jouw werk als choreograaf en performer in Snakeskins?

BL: Die dialoog is een proces dat ik moet doorlopen... Of ik nu les geef of optreed, alles wat ik doe, is hoogst fysiek. Je ziet de energie niet per se maar je wordt ze gewaar, je voelt ze. Het kinetische en empathische lichaam herkent ze. Als docent werk ik op patroonherkenningsstrategieën in onze zintuigen en laat ik die ontwaken in het lichaam. Kortom, ik roep de sjamaan in me op. Sjamanisme is, voor zover ik dat begrijp, een manier om zicht te krijgen op levensenergie. Ik heb geen enkele training genoten als sjamaan, maar als docent werk ik evengoed op energie en gevoelens.

LK: Een sjamaan wordt verondersteld een genezer te zijn. Genees jij iets? Genees jij gevoelens of iets anders door te dansen en die dans te laten zien aan een publiek?

BL: Genezen? Ja, er schuilt een vorm van genezen in mijn werk. Maar dat zit ook in het erkennen dat we mensen zijn en dat we falen. We falen. Dat is wat we doen. Ik tracht mijn angsten het hoofd te bieden en de wereld anders te begrijpen, in vreedzamere termen. Ik probeer naar het kind in mij te kijken en ik breng dat kind graag aan het dansen. Ik wil niet vervallen in oordelen, ik wil in beweging zijn. En daarmee bedoel ik ook de beweging van de vernietiging. Af en toe moet je doorheen de beweging van iets wat moet sterven, of iets anders wat geboren moet worden. Wanneer je dergelijke processen doorloopt, moet je meegeven en loslaten. Wanneer een slang haar huid van zich afschudt, laat ze die los. Daarop werk ik in Snakeskins.

LK: Misschien is dat een cruciaal verschil met een van de bekendste sjamaanachtige figuren in de kunstwereld naar wie je vroeger ook al hebt verwezen: Joseph Beuys. Uit zijn werk sprak de wens om de moderne wereld te genezen. Jij pakt het anders aan. In jouw geval gaat het niet zozeer over het veranderen van de wereld.

BL: Het herkenningsproces van beweging in je lichaam en rond je is een genezingsproces. Als je dingen ziet bewegen, is die beweging overal en zijn dingen mobiel. Er is dus geen reden voor haat of oorlog of geweld. Het houdt geen steek om aan te vallen. De genezing gaat over het aanvaarden van mijn eigen falen. In het Westen is er een visie op spiritualiteit als iets wat goed is over de hele lijn. Dat is het niet. Er zit ook heel wat slechts in, en dat is oké. Leren om de dingen te laten vloeien is ook deel van het genezingsproces.

LK: Jij behoort tot een generatie choreografen en dansers die de idee van vormeloosheid in beweging geradicaliseerd hebben. Is Snakeskins voor jou een stap verder in die traditie?

BL: Ik ben nog altijd een niet-formalist. Dat is de essentie van wat ik ben en waarin ik geloof. Mijn praktijk is geen formele praktijk. In de plaats daarvan vraagt het: “Als er vorm is, waarom of hoe bestaat die vorm?” Wat brengt het bewustzijn van het bestaan ervan teweeg? Vorm bestaat, maar met een bedoeling. Het is niet de vorm die me interesseert, maar de manier waarop hij georganiseerd is. Het decor voor Snakeskins is bijvoorbeeld heel formeel en symmetrisch. Voor mij ligt de betekenis van dat soort symmetrie in de mogelijkheden om te spelen met een extreme vorm van centreren, aanvaarden dat je helemaal uit het centrum bent verdwenen, en bewegen over het volledige spectrum tussen die twee extremen. In het geval van het extreme centreren kan ik ook werken op het laten spreken van mijn lichaamsvochten. Af en toe laat ik mezelf toe een lichaam te hebben dat straalt, en af en toe ga ik op zoek naar het omgekeerde: een heel diep en hol lichaam.

Het perspectief dat op het toneel gecreëerd wordt, is extreem formeel. Binnen dat concept zijn er evenwel heel wat variaties; we draaien dat formele karakter om. Ik laat het mezelf toe om het concept ervan te vernietigen, niet omdat ik het wil vernietigen, maar omdat die vernietiging zelf een vorm van aanvaarding is voor mij. Energie, tijd, gewicht, materie, ruimte-tijdcontinua... het zijn allemaal essentiële elementen van het leven. Zodra je naar dat bredere beeld kijkt, begint het toneel zelf uit elkaar te vallen. Het is een container, en wanneer je een container creëert, komen daar dingen in terecht. Soms begint die container te overstromen, en soms moet hij barsten.

Interview door Lars Kwakkenbos
Vertaald door Joris Vermeir

Back to top

Sinds de jaren zeventig al actief in de danswereld, ontdekt Benoît Lachambre in 1985 de releasing techniek die de kinetische benadering van beweging en improvisatie binnen zijn choreografisch werk sterk beïnvloedt. Hij stort zich in de verkenning en oorsprong van beweging om de authenticiteit van de geste terug te vinden. Benoît Lachambre ontwikkelt zo een taal die zich inschrijft binnen het heden en een authentieker bewustzijn. Als grote invloed verwijst Benoît Lachambre graag naar Meg Stuart met wie hij geregeld samenwerkt en ook naar Amelia Itcush voor haar werk met de gewichtsverdeling in het lichaam. Naast zijn werk als choreograaf en danser, geniet Benoît al vijftien jaar faam als lesgever. In 1996 sticht hij in Montreal zijn eigen gezelschap Par B.L.eux. Zo vermenigvuldigt hij de ontmoetingen en dynamische uitwisselingen met internationale choreografen en kunstenaars uit verschillende disciplines zoals Boris Charmatz, Sasha Waltz, Marie Chouinard, Louise Lecavalier en ook Meg Stuart en muzikant Hahn Rowe met wie hij in 2003 Forgeries, love and other matters maakt waarvoor ze in 2006 de prestigieuze Bessie Award ontvangen. De kunstenaar/choreograaf Benoît Lachambre creëerde 16 stukken sinds de oprichting van Par B.L.eux (Délire Défait in 1999, 100 Rencontres in 2005, Is you Me in 2006), nam deel aan meer dan 20 andere projecten en realiseerde 25 choreografieën op bestelling.

Back to top