SMATCH[2]

“Push up daisies (ou) manger les pissenlits par la racine?”

Théâtre Les Tanneurs

17, 18, 19, 20/05 – 20:30
21/05 – 18:00
FR > NL

Na het opmerkelijke SMATCH (2009), presenteert Dominique Roodthooft het tweede deel van een drieluik dat zich richt tegen het doemdenken in het actuele discours. Het einde van de mens wordt voortdurend aangekondigd, gepland haast. Voor SMATCH[2] zette Roodthooft zich aan het tuinieren, op zoek naar positieve signalen, naar een teken van leven. Hemel en aarde bewegen, de grond omspitten, verluchten en zowel ingeslapen zaadjes als wilde planten ruimte geven om opnieuw wortel te schieten. Hoe kunnen we ons leren verankeren als iedereen roept dat we alles aan het verliezen zijn? Deze multimediale voorstelling verbindt het anekdotische met het filosofische, het poëtische met het politieke. Regenwormen worden gekruist en geteeld. Een ezel roept lang vergeten herinneringen op bij hoogbejaarden en we horen kinderliedjes in uitstervende talen (bijvoorbeeld het Waals). Roodthooft nodigde denkers, wetenschappers en artiesten uit in een ‘achterkeuken/wasplaats’: een plek waar niets verloren gaat, een atelier waar gewassen, geconserveerd en getransformeerd wordt, een alternatief laboratorium waar mogelijkheden uitgeprobeerd worden.

Concept
Dominique Roodthooft

Door & met
Didier de Neck, Lotte Heijtenis, Dominique Roodthooft, Mieke Verdin & Gordon Wilson (spel); Stefaan Smagghe (viool, viool “sabot” & “basse-aux-pieds”); Vinciane Despret (dramaturgie); Thomas Smetryns (muziek); Sarah Vanagt (film), Maxime Coton (geluid op film); Joël Bosmans, Pierre Kissling & Raoul Lhermitte (geluid, licht, video, machinerie, podiumregie); Simon Stenmans, Thomas Djekic & Anaëlle Marisa (kinderen); Claudine Maus, Valérie Perrin, Marie Lovenberg & Cécile Sacré (assistentie scenografie); Patrick Corillon, Pieter De Buysser & Jean- Bastien Tinant (assistentie dramaturgie); Françoise Sougné & Chloé Thôme (administratie, management & productie)

Met dank aan
asbl Ferme de Francheumont, Bruits & Worms

Met dank aan de denkers, kunstenaars en wetenschappers die ons tijdens het werken geïnspireerd hebben, waaronder
John Berger, Samuel Butler, Gilles Clément, Vinciane Despret, Midas Dekkers, Masanobu Fukuoka, Françis Hallé, Donna Haraway, Robert Harisson, Bill Viola, Richard Rorty, Opal Whiteley, etc.

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Les Tanneurs

Productie
le CORRIDOR (Luik)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre de la Place (Luik), RegioTheatre O RegioDanse, Théâtre Les Tanneurs (Brussel), KVS (Brussel)

Met de hulp van
Ministere de la Communauté française Wallonie-Bruxelles – Service du Théâtre, Région Wallonne

Met de steun van
Ville de Liege, Hippodrome de Douai

Back to top

De achterkeuken van Dominique Roodthooft

Dominique Roodthooft is niet iemand die vertrekt van grote theorieën. Ze probeert vanuit concrete vragen en ervaringen te verstaan wat er in onze wereld op het spel staat en welke rol we daar zelf in spelen. Dat doet ze in de voorstellingenreeks SMATCH 1-2-3, waarvan we op het Kunstenfestivaldesarts de tweede episode zullen te zien krijgen. SMATCH is een samentrekking van ‘to smash’ en ‘to match’: de begrippen verbrijzelen en overeenkomen versmoltentot één paradoxaal woord

In SMATCH[1] werd haar belangstelling gewekt door een toeristische gids van Vlaamse steden. De bovenste helft, Vlaanderen, was mooi verdeeld in veelkleurige provincies. De onderste helft, Wallonië, was uniform bleek en saai blauw gekleurd met slechts drie plaatsnamen: Hornu, Charleroi en Eupen, en de vermelding ‘Oost-Duitsland’. Alsof dat landsdeel nauwelijks nog bestond. SMATCH[1] had als onderwerp hoe verwachtingen de realiteit beïnvloeden. “Als we een de wereld een andere vraag stellen, zullen we een ander antwoord krijgen”, was de conclusie van Dominique Roodthooft.

Die gedachte ontwikkelde ze op een hoogst ongewone manier: ze vroeg zich af hoe dieren naar de wereld kijken. Tegelijk onderzocht ze hoe ‘specialisten die kijk van dieren trachten te doorgronden.Vanuit welke intuïtie vertrekken ze, welke vraag stellen ze, wat willen ze ontdekken? Ze stelde vast dat de koele, utilitaire blik van de agro-industrie en de wetenschap de wereld van het dier vaak negeren. Zo werd mishandeling van dieren mogelijk. In SMATCH[2] richt ze haar blik op de ‘natuur’ – die net als ‘België’ een meer dan geladen begrip is – en tracht ze iets te begrijpen van (onze kijk op)de problemen in de wereld.

Dit keer vormde een documentaire over bomen het vertrekpunt van de denkoefening. Tijdens de vijftig eerste minuten van de film worden we ondergedompeld in de heerlijkheden van de natuur. Pas in de laatste drie minuten zijn we getuige van het vernietigen van eeuwenoude bomen in het hart van het woud door meedogenloze bulldozers en cirkelzagen. Het is schokkend, zoveel is zeker. “Je moet een hart van steen hebben om dit niet te veroordelen. Alleen,” merkt Dominique Roodthooft op, “dat verandert geen ene moer. Erger nog, het is een glibberige, ultra-simplistische gedachte. Iedereen is onmiddellijk akkoord dat dit verschrikkelijk is.” Er zit een geurtje aan. De dingen worden zo wel erg eenvoudig, culpabiliserend en moraliserend. Er is goed en slecht. Zo ontstaat een veilige, binaire gedachtegang. Bovendien wordt de techniek van de spectaculair mooie en schokkende beelden ingezet om te overtuigen. Dit esthetiseert het probleem en zo wordt het uiteindelijk minder aangrijpend. De ontmaskerende boodschap veroorzaakt het tegengestelde effect: de mensen worden platgeslagen door hun eigen onmacht of ze vluchten weg in comfortabel new age militantisme. Het is juist dat velen het contact met de natuur verloren hebben en dat de opwarming van de aarde een feit is. Maar hoe kunnen we de wijzers van de klok terugdraaien? Wat voor oplossingen zijn er? Hoe kunnen we het op een niet binaire manier (berusting of onschuld) aanpakken?

Daar wil Roodthooft heen: “Het lijkt ons wenselijk dit veilig pad te verlaten. We moeten dicht bij het probleem blijven. ‘Staying with the trouble’, zoals de Amerikaanse filosofe Donna Haraway zegt. We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen hoeveel bomen er gesneuveld zijn om deze film te maken en wat het standpunt van de makers is. Om nog maar te zwijgen over het feit dat niemand in actie schiet na het zien van zo’n film. En dat is net het probleem. De kwestie wordt zo gewelddadige in beeld gebracht dat het verpletterend wordt. De echte oplossingen zijn nochtans niet verpletterend. Ze zijn het resultaat van kleine, concrete en vaak plaatselijke acties. Hoe meer ze op mensenschaal zijn, hoe meer kans op slagen ze hebben.”

“Maar”, zo gaat Roodthooft verder, “om dit doel te bereiken moeten we onze zekerheden opgeven. Ze constant bevragen. Het zo organiseren dat geen enkel antwoord wie dan ook lange tijd geruststelt.” (Zo hebben Vinciane Despret en Isabelle Stengers het concept van Haraway omgezet in hun laatste boek: Les faiseuses d’histoires.) We moeten het binaire denken van goed en kwaad doorbreken om ons open te stellen voor de vele mogelijkheden die zich altijd aandienen. Anders vervallen we in simplismen. Neem bijvoorbeeld het discours rond het behoud van de biodiversiteit. Bepaalde ecologen verdedigen deze protectionistische reflex vanuit een abstracte gedachte, een simplistisch idee. Men moet vragen durven stellen bij de noodzaak om alles te bewaren. Laat ons die gedachte tot het uiterste doordenken: het heeft geen zin dat een of andere idioot het aidsvirus wil bewaren. Als je iets echt wil behouden, moet je er ook echt mee bezig zijn, enerzijds via een grote theoretische kennis en anderzijds via een grote terreinkennis. Misschien is dat een van de grote problemen van de mens-natuurrelatie. Zoals Robert Harrison aanstipt, is het omdat we over taal en communicatie beschikken dat we ons iets kunnen voorstellen zonder het voor ons te hebben. Het oerwoud kan verdwijnen maar het woord ‘oerwoud’ blijft. En dat volstaat bijna. We hebben de oerwoudervaring niet meer nodig. En daardoor vervreemden we van een deel van onszelf. Dat is misschien wat er gebeurt met de wezens (niet alleen de mensen) die we verliezen. Als een plant- of diersoort verdwijnt, is het een visie die de wezens hebben op de wereld die we verliezen. En als de wereld samengesteld is uit de som van alle visies van alle wezens, betekent een wezen verliezen, een manier om de wereld te beleven verliezen en dus verarmen.”

Net als bij SMATCH[1] is de scenografie opnieuw een werkplek. Het decor van SMATCH[1] was duidelijk een laboratorium, maar nu kiest Dominique Roodthooft voor een achterkeuken op het platteland. Een plek waar niets verloren gaat, waar het leven geconserveerd, gerecycleerd en getransformeerd wordt. Men maakte en conserveerde er eten, men waste er de kinderen die er geboren werden en de lakens waar ze in gewikkeld werden; de ouderen hebben er nog gewerkt voor ze stierven. Alles wordt er gekenmerkt door de gang van het leven, terwijl de traditionele plattelandsgemeenschap, zoals beschreven door John Berger, is uitgestorven. Dominique Roodthooft grijpt er naar terug. Ze citeert Robert Harrison: “De plattelandsmens weet dat als je een steen omdraait, er een verborgen wereld van aarde, wortels, insecten en wormen onder schuilt. De stadsmens heeft die kennis niet of tracht ze te vergeten want zijn stad bestaat uit stenen zonder grond, proper en op maakt gesneden. Het platteland is, met andere woorden, een plaats waar de stenen nog twee kanten hebben.”

Dominique Roodthooft pleit ervoor dat we ons openstellen voor alle aspecten van het leven die niet abstract of binair zijn. “We moeten het mysterie en het irrationele in de ogen durven kijken. Als ik naar tekenen van leven zoek, mag ik de dood niet vergeten.” Zelfs de doden kunnen ons iets leren. Ze blijven veranderen. Zo keren ze bijvoorbeeld terug in de cyclus van de natuur en maken zo nieuw leven mogelijk. Als ik wil weten wat het betekent om een menselijk wezen te zijn, kan ik niet anders dan ook met de andere levensvormen rekening te houden. Als ik intelligentie wil vinden moet ik vertrekken van mijn eigen onwetendheid. Als mijn begrip van de wereld vooral via het denken ontstaat, moet ik erover waken dat ik mijn gevoelens en zintuigen niet uit het oog verlies. Als ik kracht zoek, moet ik kijken in de hoek van de kwetsbaarheid. Rekening houden met de onzekerheden en de tegenstellingen van het leven is de enige manier.”

Het lijkt een gigantische taak, een enorm onderzoeksgebied dat Dominique Roodthooft hier wil openen. Ze is echter niet alleen. Net als bij SMATCH[1] heeft ze een grote groep medestanders rond zich verzameld. Acteurs, muzikanten, videokunstenaars, techniekers, mensen uit het veld en filosofen werken samen aan de uitwerking van de performance. Dominique Roodthooft werkt verder samen met de filosofe Vinciane Despret, wiens ideeën rond het dier SMATCH[1] vulden. Verder gebruikt ze de teksten en ideeën van David Abram, Robert Harrison, Donna Haraway, Francis Hallé, Gilles Clément en Pieter De Buysser. Op het ogenblik van dit gesprek was het stuk nog in ontwikkeling maar tot in mei sudderen al deze ingrediënten in alle menselijkheid en hevigheid verder in de achterkeuken van Dominique Roodthooft. Daar kan u op rekenen.

Dominique Roodthooft in haar achterkeuken, naar een interview van Pieter T’Jonck, eind maart 2011

Back to top

Dominique Roodthooft werkt als theaterregisseur en actrice. Ze behaalde de Eerste Prijs Dramatische Kunst aan het Conservatoire Royal van Luik in 1993. Roodthooft nam deel in verschillende artistieke projecten en doorzocht verschillende creatiedomeinen in de podiumkunsten: regie, acteren, vormgeven en creëren van reizende voorstellingen of voorstellingen voor kinderen. In 1994 stichtte Roodthooft het gezelschap Grand-Guignol – dat in 2004 werd omgedoopt tot Le Corridor – waarmee zij heel wat collectieve projecten realiseerde. Dominique Roodthooft werkte ook al samen met gezelschappen als Arsenic, Transquinquennal en Dito’Dito. Ze regisseerde L’Opéra bègue (2004) en Du pain pour les écureuils(2006), op een tekst van Pieter De Buysser, en was te zien in Incendies (2008) van Wajdi Mouawad, in een regie van David Strosberg, en in Le Diable abandonné (2007-2009), een episch gedicht in drie taferelen van Patrick Corillon. Sinds enkele jaren werkt Dominique Roodthooft aan een trilogie: SMATCH, waarvan het eerste deel in première ging op het Kunstenfestivaldesarts in 2009.

Back to top