slugs’ garden/cultivo de babosas

La Bellone
  • 06/05 | 19:00 - 22:00
  • 07/05 | 17:00 - 20:00
  • 09/05 | 19:00 - 22:00
  • 10/05 | 19:00 - 22:00
  • 11/05 | 19:00 - 22:00
  • 12/05 | 19:00 - 22:00
  • 13/05 | 19:00 - 22:00
  • 14/05 | 17:00 - 20:00

€ 16 / € 13

Boek een time-slot in het bespreekbureau. Je kan blijven zolang je wilt; de toegang is beperkt tot 20 personen tegelijk.

Fabián Barba studeerde dans in Quito, Ecuador, alvorens zijn opleiding voort te zetten aan P.A.R.T.S. In zijn choreografisch werk onderzoekt hij de geschiedenis van dans en de creolisering van de culturele canon onder invloed van het kolonialisme. slugs’ garden/cultivo de babosas (letterlijk ‘slakkentuin’) creëerde hij met zijn landgenoot Esteban Donoso. Samen zoeken ze naar manieren om kunst te ervaren voorbij het kijken. Ze willen het zicht uitsluiten om weer plaats te kunnen maken voor de andere zintuigen: het gehoor, de reukzin, maar vooral de tast. Het resultaat is een levende installatie, een durational performance, een ruimte voor een subtiele zintuiglijke meditatie. Neem je tijd, ga liggen, doe je ogen dicht en verdwaal in dit zachte, veilige doolhof van de tast. Je bent bevrijd van de noodzaak om te benoemen. Ervaar je omgeving helemaal opnieuw door texturen, temperaturen en gewichten af te tasten. Door elke centimeter van je omgeving aan te raken beland je in een nieuwe, onbekende tijdruimte: die van je eigen lichaam.

"slugs’ garden/cultivo de babosas is een meditatie-oefening, een zwijgzame therapiesessie voor het lichaam. Terwijl het denken in slaap wordt gewiegd, ontwaken de zintuigen. [...] Dit is een oefening in tederheid."
De Morgen, 11 mei 2017

EXTRA: duik in de zintuiglijke ervaring van slugs’ garden/cultivo de babosas door middel van een workshop.

Met
Thiago Antunes, Josh T. Franco, Thomas Hauert, Tuur Marinus, Gabriel Schenker, Samantha van Wissen & de studenten van het ISAC (Institut Supérieur des Arts et des Chorégraphies), Académie royale des Beaux-Arts de Bruxelles (ArBA EsA): Paula Almiron, Maïte Alvarez, Estelle Czernichowski, Camille Dejean, Sophie Farza, Swan Gautier, Fanny Heddebaut, Shankar Lestrehan, Elena Moreno, Rosandra Nicoletti, Juliette Otter, Leen Van Dommelen, Castelie Yalombo, Victor Schmidt Guezennec

Research & concept
Fabián Barba, Esteban Donoso

Met de samenwerking van
Josh T. Franco

Textielontwerp
Ana María Gómez

Scenografie
Ive J.K. Leemans

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, La Bellone

Uitvoerende productie
Caravan Production

Coproductie
deSingel International Arts Campus (Antwerpen), Life Long Burning/workspacebrussels met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Met de steun van
Vlaamse Overheid, Provincie Antwerp

Back to top

slugs’ garden/cultivo de babosas

slugs’ garden is een ruimte die je onderdompelt in tactiele contemplatie. Het is een habitat om rustig in te verblijven, een speelruimte voor subtiele sensaties. Het is een intieme ruimte waarin we de relatie met onze omgeving – met andere mensen en voorwerpen – kunnen overschouwen en onbewust laten evolueren.

slugs’ garden is ook de tijd die ons toelaat kleine, schijnbaar onbelangrijke momenten te ervaren. Verraste je jezelf wel eens terwijl je aan het spelen was met een stukje papier dat je vingers ergens oppikten? Dit is ook de tijd om deze kleine handelingen naar het centrum van onze aandacht te brengen, waar ze de kern worden van een betekenisloos universum vol betekenis.

Net zoals een tuin is dit ook een ruimte om in stilte tijd door te brengen, zonder iets te doen of echt aan iets te denken. Deze tuin is er om bewoond te worden en om in te spelen; een verkenning van in de ruimte zijn, een ervaring van tijd. We dragen er geen schoenen. Het is een plek waar dingen groeien. Het is het moment waarop we onze interesse in onbeduidende voorvallen cultiveren. Hier lopen we niet, hier springen we niet. Hier nemen we de tijd om onze omgeving aan te raken, te strelen, detail per detail. We glijden er langzaam door, zonder intentie, dwalend zonder plannen, zonder doel voor ogen. Het is de tijd die we nemen om slakken te worden.

Met deze samenwerking beoogden Fabián Barba en Esteban Donoso aanvankelijk een artistiek onderzoek naar de herinnering en geschiedenis van de dans in Quito (Ecuador) en de relatie tot de cultuur van de Andes. Als uitgangspunt kozen ze voor een re-enactment van La Diosa Blanca (De Blanke Godin), een hedendaagse etnische dans gecreëerd door Paco Salvador in 1993. Al snel stootten ze echter op een moeilijkheid: hoe werk je met deze zogenaamd niet-westerse dans zonder ze je toe te eigenen of te vervallen in exotisme? Hoe ga je om met culturele uitdrukkingsvormen die het publiek mogelijk bekoren omwille van hun schoonheid, terwijl de symbolische en politieke betekenis ervan hen zou kunnen ontgaan? Hoe kan je vooringenomenheden en vooroordelen vermijden die de relaties die kunnen opgebouwd worden met onbekende culturele en materiële omgevingen zouden kunnen beperken of beïnvloeden? Deze vragen werden het uitgangspunt voor een heel ander project:

“In slugs’ garden/cultivo de babosas onderzoeken we het waarnemingskader van waaruit een performance wordt ervaren. In een theateromgeving krijgt de blik meestal voorrang, terwijl andere zintuigen (tast- en reukzin) minder van belang zijn. Doorheen ons onderzoek groeide het besef dat het visuele veld vaak gelinkt is aan een kritisch en rationeel oordeel waardoor je riskeert ervaringen snel te categoriseren, en dat vaak op basis van onvoldoende informatie. Omdat het binnen een voornamelijk visueel kader al te gemakkelijk is om in vooroordelen of een exotiserende blik te vervallen en vooronderstellingen te bevestigen, gingen we op zoek naar mechanismen die zich doelbewust onttrekken aan het zicht en het beeld.

Door na te denken over hoe we contexten konden creëren waarbinnen een ervaring van lichaam, beweging en ruimte voorrang krijgen door onze vooronderstellingen tijdelijk opzij te schuiven, kwamen we uit bij slugs’ garden/cultivo de babosas (slakkencultuur of slakkentuin). In deze setting ontwikkelen we instrumenten om onze lichamen in de ruimte te lokaliseren aan de hand van de tastzin; we verkennen de ruimte om ons heen, elkaars aanwezigheid en de voorwerpen rondom ons enkel en alleen op deze manier. We activeren een alternatief waarnemingsveld door ons te verdiepen in een welbepaalde ruimte en haar specifieke eigenschappen te ervaren zonder dat we ons een beeld proberen te vormen van die ruimte, de voorwerpen of de lichamen.

In slugs’ garden/cultivo de babosas gaan we op de vloer liggen en sluiten onze ogen. We richten onze aandacht op wat we aanraken. Langzaamaan tasten we de ruimte af en proberen dat wat we aanraken niet te benoemen, te visualiseren of te herkennen (oh, dit is een voet! oh, dit is een kussen!). Wel richten we ons op de texturen, de temperatuur, het gewicht of de weerstand van de lichamen of materialen die we tegenkomen.”

Voor de presentatie op het Kunstenfestivaldesarts creëren Barba en Donoso deze tuin der zintuigen met professionele dansers, betrokken bij het creatieproces sinds 2014, en studenten van het Institut Supérieur des Arts et des Chorégraphies aan de Académie royale des Beaux-Arts de Bruxelles. Gedurende een masterclass van vijf dagen worden de studenten ingeleid in de praktijk van de ‘slugs’:

“Met een eenvoudige opdracht als vertrekpunt (‘probeer niet te benoemen, visualiseren of herkennen’) evolueert de oefening met verloop van tijd en bedrevenheid naar een veel intensere ervaring: hoe meer de deelnemers zich overgeven aan de oefening, hoe beter ze hun verlangen naar herkenning kunnen loslaten. Wanneer de deelnemers deze eenvoudige vaardigheid aanscherpen, ontstaat een verhoogde gevoeligheid in de ruimte. Dit kan gevoeld worden aan het gedeelde ritme dat de deelnemers onbewust aannemen, aan de gevoeligheid van onbedoelde aanrakingen, aan de minuscule geluiden van wrijving die weerklinken in de gecultiveerde stilte en aan het verdwijnen van de meetbare tijd.”

In samenwerking met textielontwerpster Ana Maria Gómez creëerden Barba en Donoso een intieme ruimte waarin performers en publiek worden uitgenodigd. Toeschouwers worden eerst langs een speeltuin geleid waarin hun tastzin wordt geprikkeld. Vervolgens worden ze persoonlijk verwelkomd in de tuin. Dit laat hen toe om de ritmes en temporaliteit van het dagelijkse leven uit te schakelen en zich over te geven aan het tijdloze tempo van de installatie. Het binnentreden van de tuin is als een drempel nemen naar een ruimte waar een andere logica aan het werk is:

“In tegenstelling tot wat je zou kunnen denken, is deze slugs’ garden/cultivo de babosas niet geïnteresseerd in het bereiken van ‘the real thing’ – alsof sensaties een natuurlijk (‘louter’ fysiologisch) fenomeen zijn dat niet cultureel bepaald is. De wereld van de waarneming zou de sociale dimensie van onze persoonlijke ervaringen moeten omvatten. Het uitgangspunt is dat we niet alleen bestaan, maar in relatie tot de wereld en de mensen en dingen om ons heen. In slugs’ garden/cultivo de babosas zit een belangrijk gemeenschappelijk weefsel; zelfs als elke deelnemer zijn of haar eigen ervaring stuurt, zijn we allemaal samen in de ruimte, verbonden met elkaar door een gevoelig en dynamisch membraan – dat van ons luisteren, onze aanraking, onze zorgzaamheid…

Vooroordelen ontkrachten en greep krijgen op de manier waarop vooronderstellingen onze verhouding tot de wereld beïnvloeden, betekent immers niet dat wij onze vroegere ervaringen zomaar overboord gooien als zouden we een tabula rasa zijn. Integendeel, de bedoeling is die belichaamde ervaring in te schakelen in de beleving van en de verhouding tot onze omgeving op een manier die niet negatief gekleurd is door vooringenomenheden en vooroordelen. slugs’ garden/cultivo de babosas wil de mogelijkheid bieden onze verhouding tot onze omgeving te herconfigureren door een andere benadering en ervaring.

Het lijkt alsof dit een poging is om choreografie te bekijken als een opstelling die een ervaring van samenzijn creëert eerder dan als een manier om beweging te schrijven of te ontwikkelen voor lichamen. Net zoals in sommige feministische films proberen we een structuur te bedenken die zijn eigen wording en karakteristieke gebeurtenissen kan genereren. Gebeurtenissen die in eerste instantie misschien verwaarloosbaar lijken, maar die op een subtieler niveau toch boeiend en zelfs verrassend zijn. We wijken bewust af van de Aristotelische, plot-gedreven structuren en kiezen voor een opstelling die ons uitnodigt het lichaam te ervaren in een soort co-existentie met de tijdruimte. In plaats van iets te laten gebeuren binnen onze garden/cultivo, willen we een mogelijkheid scheppen waarbinnen het proces kan worden verdergezet.”

Het is niet eenvoudig om cultivo de babosas te vertalen. Daarom werd gekozen voor een Spaans-Engelse titel. In het Spaans is het woord ‘cultivo’ verwant aan ‘cultura’. Beide worden in het Engels vertaald als ‘culture’ (cultuur). De werkwoordvorm ‘cultivar’ kan vertaald worden als ‘to cultivate’ (cultiveren): je kan land cultiveren, maar ook een vriendschap of bepaalde waarden. ‘Cultivo’ is daarentegen nauw verbonden aan het Engelse ‘farming’ (teelt, zoals in landbouw of veeteelt), hoewel het ook een link behoudt met het antropocentrische domein van cultuur. In de Spaanse versie, cultivo de babosas (dus het cultiveren van slakken, zowel in de betekenis van slakkenteelt als slakkencultuur), komen beide betekenissen van cultuur tot uiting en stellen dus op een speelse manier vragen over het antropologische begrip van cultuur; een antropocentrisme dat niet bestaat in de cultuur van de Andes. Deze nuance gaat verloren in de Engelse titel slugs’ culture. Daarom werd er in het Engels gekozen voor slugs’ garden. Het suggereert een contemplatieve staat, waarin de ervaring van tijd niet chronologisch, kwantitatief en meetbaar is, maar dichter komt bij durée, een westers concept van tijd dat, mutatis mutandis, resoneert met dat van de Andes: een ervaringsdimensie van tijd die we ook willen onderzoeken met deze cultivo de babosas/ slugs’ garden.

Noot: De Nederlandse term ‘cultuur’ draagt net zoals het Spaanse ‘cultivo’ ook die dubbele betekenis en is daarom minder problematisch dan de Engelse term ‘culture’.

Citaten: Fabián Barba & Esteban Donoso (2013)

Back to top

Fabián Barba werd in 1982 geboren in Quito (Ecuador), waar hij dans en theater studeerde en als professioneel performer aan de slag ging. Naast zijn artistieke vorming volgde Barba een opleiding in communicatie en literatuur. In 2004 trok hij naar Brussel om aan P.A.R.T.S. te studeren. Na het afronden van die opleiding was hij lid en medeoprichter van het collectief Busy Rocks. Hij creëerde twee solo’s: A Mary Wigman Dance Evening (2009) en a personal yet collective history (2012). Met Mark Franko maakte hij Le Marbre Tremble (2014) en in samenwerking met Esteban Donoso ontwikkelde hij slugs’ garden/cultivo de babosas. Hij toonde zijn werk in onder meer MoMA (New York), Kaaitheater (Brussel), Frascati (Amsterdam), Dance Umbrella (Londen), Ignite Dance Festival (New Delhi), Festival Panorama (Rio de Janeiro) en Teatro Ernesto Albán (Quito). Hij was ook danser bij ZOO/Thomas Hauert. In juni 2016 behaalde hij met onderscheiding een master in autonoom design aan het KASK in Gent. In het kader van zijn onderzoek over de erfenis van het kolonialisme en de dansgeschiedenis geeft Fabián Barba regelmatig seminaries en workshops in Europa, de Verenigde Staten, Brazilië, Chili en Ecuador. Artikels van zijn hand werden gepubliceerd in Dance Research Journal, NDD l’actualité de la danse, Etcetera, Documenta en in het Handbook of Danced Reenactment (Oxford University Press, wordt gepubliceerd in 2017) en Transmissions in Dance (werktitel) (Palgrave Macmillan, wordt gepubliceerd in 2017).

Esteban Donoso werd in 1978 geboren in Quito (Ecuador). Hij studeerde klinische psychologie aan de Pontificia Universidad Católica del Ecuador en moderne dans aan De Frente de Danza Independiente. In 2005 verhuisde hij naar de Verenigde Staten voor een master in dans aan de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign. Hij werkte er samen met choreografen als Tere O’Connor, Jennifer Monson, Sara Hook en David Parker. In 2007 nam hij deel aan ImpulsTanz in Wenen via het DanceWeb Europe Scholarship Programme. Later keerde hij terug naar Ecuador, waar hij dansles gaf aan onder meer het Ballet Nacional del Ecuador, de Universidad Central en de Universidad Católica en waar hij ook eigen werk creëerde – solo of in samenwerking met anderen. Hij creëerde How to Watch T.V. and Perform at the Same Time (2009) in samenwerking met Sonja Augart en met de steun van het Goethe-Intitut/de Asociación Humboldt; 10 dancers, 10 days, 10 parts (2011) in samenwerking met René Wadleigh; en 63 Mañanas (2012), dat in première ging op het III Encuentro Internacional de Danza Contemporánea in Quito. In 2014 werkte hij samen met Fabián Barba aan de creatie van de installatie-performance slugs’ garden/cultivo de babosas. In 2015 verhuisde hij naar België voor het master-na-masterprogramma a.pass (advanced performance and scenography studies). Esteban Donoso woont en werkt momenteel in Brussel. Zijn werk spitst zich toe op het ontwikkelen van installaties die de waarneming en de communicatie veranderen/verschuiven, en op het verbreden van de kloof tussen denken en spreken, of denken en doen, waarmee hij ruimte wil scheppen voor fragmentatie, verbeelding en meervoudigheid.

Ana María Gómez werd in 1987 geboren in Bogotá (Colombia). In 2007 verhuisde ze naar Madrid en Barcelona voor haar opleiding modeontwerp. Na haar studies verhuisde ze terug naar Colombia waar ze stage liep bij de operakostuumontwerpster Adán Martinez. In 2013 begon ze een master textielontwerp aan La Cambre (ENSAV) in Brussel. Tijdens haar studies werkte ze samen met verschillende stoffenfabrieken en textielbewerkers. In 2013 liep ze stage bij Atelier Africain du Design, een traditioneel textiel- en handwerkproject in Benin. In 2014 werkte ze met Fabián Barba en Esteban Donoso aan de creatie van slugs’ garden/cultivo de babosas. In 2015 werkte ze samen met het ontwerpersbureau Pelican Avenue in Antwerpen. Na het behalen van haar master werkte ze als kostuumontwerpster voor de Zinneke Parade en met kunstenaars als Lola Lasurt. In juli 2016 ontving Ana María Gómez een beurs van de Vlaamse Gemeenschap die haar in staat stelde haar experimenten met textiel verder te zetten in België. In februari 2017 begon ze een samenwerking met William Contreras, een traditionele textielambachtsman in Cucunubá (Colombia). Het werk van Ana María Gómez focust op de rol van textiel in relatie met lichamen, taal, manieren om de ruimte in te nemen en in verhouding tot verschillende culturen. De laatste jaren experimenteerde ze met verschillende benaderingen van textielproductie, met als doel het bewustzijn van uiteenlopende culturele en sociale werelden te vergroten.

Back to top