Rêve et Folie

KVS BOX
  • 18/05 | 20:30
  • 19/05 | 20:30
  • 20/05 | 20:30
  • 22/05 | 20:30
  • 23/05 | 20:30
  • 24/05 | 20:30
  • 25/05 | 15:00

€ 25 / € 20
FR > NL
1h

Claude Régy is een estheet van de stilte. De Franse toneelregisseur maakt de taal abstract, ontleedt ze tot diep in de kern. Régy zoekt de grenzen van de taal op, zijn kunst is er een van schitterende extremen. Ook het leven van Georg Trakl werd getekend door extremen. De jonge Oostenrijkse dichter overleed in 1914, amper 27 jaar oud, na een leven van drugs, alcohol en incest. Hij werkte aan het front van de Eerste Wereldoorlog als soldaat-apotheker toen hij, berooid en krankzinnig, overleed aan een overdosis cocaïne. Het oeuvre van Trakl is een woestenij van een intense schoonheid. Zijn taal is als een slagveld, doortrokken van de contradicties die zijn heftige leven hebben bepaald. De beelden botsen, vreemde verbindingen komen tot stand. Met dit lange gedicht van Trakl zet Claude Régy zijn zoektocht naar de duistere schaduwkant van het menselijk wezen voort. Hij opent in onze ervaring een zwart gat waarin plotse lichtflitsen ons verblinden. Fenomenaal.

Zie ook
Artist Talk & Film

Tekst
Georg Trakl

Vertaling naar het Frans
Marc Petit & Jean-Claude Schneider

Uitgeverij
Gallimard Paris

Regisseur
Claude Régy

Assistent
Alexandre Barry

Scenografie
Sallahdyn Khatir

Lichtontwerp
Alexandre Barry, in samenwerking met Pierre Grasset

Geluidsontwerp
Philippe Cachia

Acteur
Yann Boudaud

Technische leiding
Sallahdyn Khatir

Boventiteling
Mike Sens – MWT

Belichting
Pierre Grasset, Manon Froquet

Klank
Philippe Cachia

Productieleiding
Bertrand Krill

Decorbouw
Atelier de Nanterre-Amandiers

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
Les Ateliers Contemporains (Parijs)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Nanterre-Amandiers, Festival d’Automne à Paris, Théâtre national de Toulouse, Théâtre Garonne (Toulouse), Comédie de Caen, Comédie de Reims

Voorstelling in Brussel met de steun van
Institut français & Ambassade de France en Belgique in het kader van EXTRA

Les Ateliers Contemporains krijgt als theatergezelschap steun van het Franse Ministerie van Cultuur en Communicatie

Back to top

Rêve et Folie

‘Wie kan hij geweest zijn?’ De vraag die Rilke stelde, blijft tot op vandaag onbeantwoord. Drugsverslaafde, alcoholicus, incestpleger, geplaagd door waanzin, geobsedeerd door zelfdestructie, doordrongen van het christendom – protestantse vader en katholieke moeder –, in 1887 in Salzburg geboren en – na het vroegtijdig stopzetten van zijn studies legerapotheker vanaf 1910.
Hij is 23 jaar oud.
4 jaar later breekt de oorlog uit in Europa.
De jonge apotheker-soldaat bevindt zich aan het oostfront, bij Grodek.
Hij is niet opgewassen tegen het aantal gewonden en de ernst van de verwondingen. Het geschreeuw van mannen en paarden, de opengereten buiken, de geamputeerde ledematen en gapende hoofdwonden.
Hield de dichter-apotheker een deel van de geneesmiddelen die voor de gewonden bestemd waren achter de hand voor eigen gebruik?
Hij bezwijkt aan een overdosis cocaïne.
Zelfmoord of ongeluk, niemand die het weet.
Een overlijden dat plaatsheeft in een militair hospitaal bij Grodek, in november 1914.
Slag bij Grodek: ‘Alle Straßen münden in schwarze Verwesung’ (Alle straten monden uit in zwarte ontbinding). Zijn laatste gedicht: Grodek.
Dood op zijn 27ste.
Eerste publicaties in tijdschriften wanneer hij 21 is. In zes jaar tijd schrijft Trakl een oeuvre bij elkaar. Trakl en Rimbaud, eenzelfde vroegrijp genie.
Compact en intens. Trakl haalt kracht uit de vereniging van het onverenigbare.
Gevoel voor ritme en klank, aandacht voor de stilte. Hij maakt een innerlijke ruimte in ons open: we treden toe tot een waarneming die de zuivere rede overstijgt.
Zei Picasso niet, toen hij een tentoonstelling met Afrikaanse maskers verliet, dat zijn schilderkunst niets met esthetiek te maken had, maar alles met magie?
De eerste schilders brachten kleurstof aan op hun handen en legden die op de rotsachtige wanden van de grot waar ze bescherming hadden gevonden voor regen en koude. Ze schuilden er ook voor wilde dieren, vooral roofvogels die verlekkerd zijn op welbepaalde delen van het menselijk lichaam. Gieren storten zich eerst op de ogen van het menselijk lijk, daarna op de hersenen.
Schoonmaakbeurt van oogholtes en schedelpannen door pikkende snavels.
Met hun gekrijs rijten de gieren Trakls gedichten aan stukken.
Trakls reorganisatie van de taal heeft iets magisch.
Hij raakt ons in de harde kern van ons wezen en onze tegenstrijdigheden.
Op jonge leeftijd incest beleven en delen, en zich daarna door schuldgevoel laten besmetten. O vervloekt geslacht, zal hij schrijven.
Zijn zus is vier jaar jonger dan hij.
‘Mischten zwei Wölfe ihr Blut
In steinerner Umarmung’
(Mengden twee wolven hun bloed
in een versteende omarming)
En dan de incest verheffen tot een niveau waar, naar men zegt, de engelen leven.
De beeltenis van zijn zus is er altijd – een steeds weerkerende verschijning – altijd aanwezig, als een mythische figuur, soms ook benoemd als ‘de tiener’.
Mythische figuur. En toch is ze gewond, de zus bloedt.
Die zus, Grete – haar afgekorte voornaam – is een uitstekend muzikante.
Al op jonge leeftijd raakt ze onder invloed van haar broer en – net zoals hij – verslaafd aan drugs. Drie jaar na de dood van haar broer pleegt ze zelfmoord.
Zoals Pierre Soulages, maar dan vele decennia eerder, graaft Georg Trakl naar het ‘outre noir’. Zoals die schilder schept hij tegen een zwarte achtergrond oneffenheden waardoor de lichtstralen gebogen en het licht zichtbaar worden. Er is licht in het zwart.
Wanneer zijn vader overlijdt, is Georg 23 jaar oud. Tijdens de maaltijd – die hij in een gedicht oproept – bloedt het brood. En het laat zich niet breken, hard als steen door het contact met de moeder.
Wie kan hij geweest zijn, hij die schreef:
‘In zijn luiheid tracht het woord tevergeefs
Het ongrijpbare in zijn vlucht te vatten
Dat we maar beroeren in de sombere stilte
Aan de uiterste grenzen van onze geest’

Claude Régy, januari 2016

Back to top

Georg Trakl wordt in 1887 in Salzburg geboren in een rijke familie van handelaars. Zijn vader, een protestant van Hongaarse origine, is handelaar in ijzerwaren. Zijn katholieke moeder heeft een passie voor antiek en verwaarloost haar gezin. Georg is het vijfde van zeven kinderen die Frans praten met hun gouvernante. Als puber stort hij zich in een incestueuze relatie met zijn vier jaar jongere zus Margarethe. Later zal zijn familie hun correspondentie vernietigen, maar het beeld van zijn zus, de angst en het schuldgevoel zullen zijn hele oeuvre kleuren. In 1904 sluit Trakl zich aan bij een groep jonge dichters, waar hij zijn bewondering voor Baudelaire, Rimbaud, Verlaine en Nietzsche de vrije loop laat. Hij verlaat de schoolbanken en begint te experimenteren met drugs wanneer hij in 1905 stage loopt in een apotheek. In 1908 trekt hij naar Wenen om er farmaceutische wetenschappen te studeren. Hij komt er in contact met verschillende kunstenaars en begeeft zich in artistieke kringen. Zijn eerste dichtbundel stamt uit die tijd maar zal pas in 1939 uitgegeven worden. In 1912 wordt Trakl legerapotheker en ontmoet hij de eigenaar van het literaire tijdschrift Der Brenner, die een vurige verdediger wordt van zijn poëzie. Vanaf dan wordt zijn werk regelmatig gepubliceerd in Weense en Berlijnse avantgardetijdschriften en -uitgaven. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wordt Trakl gemobiliseerd en naar het oostfront gestuurd (Polen en Oekraïne). Twee dagen lang verzorgt hij in zijn eentje een aanhoudende stroom gewonden en stervenden van de slag bij Grodek. Na die traumatische ervaring doet hij een zelfmoordpoging. Gewond en depressief wordt hij naar het militair hospitaal van Krakau gebracht, waar hij op 2 november 1914 sterft aan een overdosis cocaïne.

Claude Régy wordt in 1923 geboren. Wanneer hij in zijn tienerjaren het werk van Dostojevski ontdekt, voelt dat aan ‘als een hakbijl die een bevroren zee doorklieft’. Na een opleiding in de politieke wetenschappen legt hij zich toe op het theater, eerst bij Charles Dullin en vervolgens bij Tania Balachova. In 1952 regisseert hij zijn eerste theatervoorstelling in Frankrijk, Doña Rosita van Federico García Lorca. Al snel neemt hij afstand van het psychologisch realisme en naturalisme en van het zogenaamde ‘politieke’ theater – verstrooiing is niet zijn doel. Régy gaat op zoek naar nieuwe ruimten voor het theater en voor het leven: verloren ruimten. Een reeks hedendaagse theaterteksten – die hij vaak als eerste aan het publiek toont – leiden tot extreme ervaringen die alle zekerheden over de werkelijkheid doen verdwijnen. In Frankrijk regisseert hij werk van Harold Pinter, Marguerite Duras, Nathalie Sarraute, Edward Bond, Peter Handke, Botho Strauss, Maurice Maeterlinck, Gregory Motton, David Harrower, Jon Fosse en Sarah Kane. Hij werkt met acteurs als Philippe Noiret, Michel Piccoli, Delphine Seyrig, Michel Bouquet, Jean Rochefort, Madeleine Renaud, Pierre Dux, Maria Casarès, Alain Cuny, Pierre Brasseur, Michael Lonsdale, Jeanne Moreau, Gérard Depardieu, Bulle Ogier, Emmanuelle Riva, Christine Boisson, Valérie Dréville, Isabelle Huppert en Jean-Quentin Châtelain.

Back to top