Rare

Beursschouwburg

3/05 > 23:00 - 05:00
(doors open all night)

Drie danseressen en vijf musici creëren zes uur lang een ruimte waar het publiek vrij in kan ronddwalen: een choreografische en muzikale installatie, een cross-over van dans en muziek, elektronica en informatica.

Choreografe Myriam Gourfink en componist-muzikant Kasper T. Toeplitz werken al jaren samen. Hun performances zijn in de eerste plaats een mentale reis; heel secuur en systematisch tasten zij lichaam en klank af tot alle vertrouwde referentiepunten vervagen en denken over dans resoluut een nieuwe wending neemt. Ook Rare is een muterend organisme, een muzikale beweging in een donkere, vibrerende ruimte: crescendo, decrescendo...

Realisatie:

Myriam Gourfink & Kasper T. Toeplitz

Tekst:

François Bon

Dansers:

Carole Garriga, Myriam Gourfink, Cindy Van Acker

Muzikanten:

Didier Casamitjana, Julien Ottavi, Laurent Dailleau, Kasper T. Toeplitz

Videos, geluid & licht:

Silvère

Kostuums:

KOVA

Verspreiding:

Damien Valette

Administratie:

Sophie Pulicani

Coproductie:

le CCN de Franche-Comté à Belfort, le CCN de Rennes et de Bretagne.

Met de steun van:

la SPEDIDAM, Ministère de la Culture et de la Communication (aide au projet chorégraphique, aide au projet musical, DICREAM), Réseau européen APAP, la Mairie de Paris, l'Association Française d'Action Artistique (AFAA) & le service de coopération et d'action culturelle de l'ambassade de France à Bruxelles

Dank aan:

CICV & CND

Presentatie:

BSBbis, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Voor mij is Rare een cross-over van verschillende artistieke talen – poëzie, muziek, video, dans –
die het publiek ertoe aanzet om afstand te nemen van de notie tijd.
Van zodra je de ruimte van Rare betreedt, maak je noodzakelijk deel uit van de performance.
Of je nu uitvoerder bent of toeschouwer, dat maakt geen verschil.

Myriam Gourfink


Welk(e) beleefd(e), gelezen of gezien(e) detail(s) liggen aan de basis van uw creatie?

Tijdens het schrijven van de choreografische partituur voor Rare – iets wat aan tafel gebeurde, vóór de repetities met de dansers –, was ik Dire 1 et 2 aan het lezen van Danielle Collobert. Ik had het boek van François Bon gekregen. Voor elke creatie laat ik me graag doordringen van een boek. Ook al is er geen rechtstreeks verband tussen mijn lectuur en mijn choreografie. Ik word er wel geheel door vervuld.

Is het project letterlijk of metaforisch te beschouwen in de context van de maatschappij waar u in leeft? Indien ja, in welke zin?

Al mijn projecten, dat hoop ik althans, spreken over het ‘nu’, over vandaag, over steden en wegen en over alles wat mij omringt.

Wat mij aanspreekt in een stad is alles wat waarneembaar is, zoals de leegte tussen twee regels: ‘het’ hangt in de lucht, ‘het’ bevindt zich in de metro, aan de toog, in de krant, in de snelheid van de stad wanneer we de tijd nemen om haar te observeren. ‘Het’ is een verhouding tussen mijn omgeving en een houding – een acte de présence -, waarbij het ene niet bestaat zonder het andere.

Uw project vertrekt van een tekst. Vanwaar de keuze voor deze auteur?

We delen dezelfde visies en bovendien kunnen de auteur François Bon en de componist-muzikant van Rare, Kasper T. Toeplitz, bogen op een jarenlange samenwerking. François schrijft over de stad, het niets, de leegte. Zijn teksten zijn erg fysiek, ze gaan door merg en been. Bovendien is François Bon een levend auteur (wat ik essentieel vind) en werden zijn teksten speciaal voor Rare geschreven.

Hoe bewerkt u zijn teksten voor theater?

De zinnen van François Bon verschijnen op videoschermen, her en der verspreid in de ruimte. Ze glijden voorbij en af en toe blijft een woord hangen, blijft een blik erop gericht, wordt het gehoord, weerklinkt het binnen in een ruimte dat een ‘lichaam’ is, het lichaam van een danser misschien, of van een toeschouwer, een muzikant. De tekst van François blijft poëtisch en is een essentieel onderdeel van de installatie.

Kunt u de taal beschrijven die u gebruikt voor het creëren van uw choreografie?

Ik stel me vragen over de taal van de choreografie, over het schrijven, het creëren en het uitvinden ervan. Om te creëren doe ik een beroep op abstractie en nieuwe technologieën.

Met Rare wilde ik een ‘open’ choreografie schrijven, waar niet alles vaststaat of waar het schrijven geen betrekking heeft op functionele analyse of op dramaturgie van de lichamen.

Het lichaam en de ruimte worden veeleer beschouwd als volumes met bizarre omtrekken of als abstracte oppervlakken. Ik wil hiermee de weg verder bewandelen die ik al was ingeslagen met andere projecten waarin ik elementen heb gebruikt als: ademhaling, scherpstellen van gedachten, het laten circuleren van de concentratie van het ene volume naar het andere, enz.. En ik heb inderdaad kunnen vaststellen dat de begrippen ‘stroom’ en ‘energie’ fysisch worden benaderd. De voortbeweging die eruit voortvloeit, is traag en staat los van elk idee van ‘lichamelijke techniek’. Het schrijven van deze stromingen die door het lichaam gaan, is de drijfveer voor de danser om te bewegen, men bevindt zich in een toestand van elasticiteit, met vele mogelijke interpretaties waarbij radicaal afstand wordt genomen van een geïmproviseerde dansvorm.

De partituur van 5 à 6 uur zal gebracht worden door 7 dansers. Een (of meerdere) danser(s) komt(en) op, een andere gaat af, een installatie die bestaat uit aflossing, overlapping en leegte.

Wat is de rode draad in uw theatervoorstellingen?

Het spectaculaire proberen te vermijden. De abstractie behouden om het gevoelige te kunnen bespelen. Elk stuk zien als een gelegenheid om een nieuw spectrum van waarnemingen te exploreren. Ik houd ervan om installaties en situaties te creëren waarin de uitvoerder verplicht is om het meest ‘zeldzame’ aspect van zichzelf bloot te geven.

Hoe hebt u dat vertaald in Rare ?

Rare kadert niet in een frontale verhouding. Het midden van de ruimte is leeg, het is erg duister. Het komt er dus niet op aan van een totaalbeeld te hebben, de installatie werkt een toenadering in de hand, een zekere intimiteit tussen publiek/uitvoerders. Van Rare kan je nooit alles zien (zelfs al blijf je zes uur in de performance-ruimte). Elke persoon die deelneemt aan de installatie heeft zijn eigen, unieke voorstelling.

Welke nieuwe technieken gebruikte u voor deze creatie?

Voor Rare, heb ik gebruik gemaakt van mijn softwareprogramma voor choreografische composities, ‘LOL’. In tegenstelling tot een choreografisch parcours wil de installatie de toeschouwer verrassen, verliezen. De videoschermen fungeren als lichtbronnen en geven de dansers in real time indicaties. Deze vullen de bestaande compositie aan en wijken af van wat aanvankelijk voorzien was. Ik wil ook niet dat de aanwijzingen meteen duidelijk leesbaar op het scherm verschijnen. Ze moeten heel even moeilijk leesbaar en vaag blijven, om de verbeelding, de creativiteit van de dansers te prikkelen. De beeldverwerking is muzikaal en abstract.

De muziek is geschreven door Kasper T. Toeplitz en wordt gespeeld door drie muzikanten. Ook hier zal de muziek weerklinken op de plaatsen waar dat misschien niet wordt verwacht, zonder dat iemand weet vanwaar de klank komt.

Over welke muziek hebben we het dan ?

De drie muzikanten bespelen ‘traditionele’ instrumenten (percussie en bas) die worden vervormd door computers (één per muzikant, ze maken integraal deel uit van het instrument). De drie worden met elkaar verbonden door middel van een netwerk dat wordt gestuurd door een netwerk van neuronen – de zogeheten kunstmatige intelligentie. De gedachte die erachter steekt is om tot één instrument te komen – bespeeld door drie muzikanten verspreid in de ruimte met het netwerk als enige vorm van communicatie.

De muziek steunt hierbij op de tijd – in casu véél tijd – om tot een langzaam muterend klankspel te komen, gedeeltelijk onder invloed van de tijd zoals die gevormd wordt door de dans.

Welke persoonlijke bagage lijkt u het kostbaarst bij de realisatie van uw werk?

Het feit van niet te hebben gestudeerd, van niets te hebben verworven, van juist geen bagage te hebben. Het gevoel dat ik nooit iets te verliezen heb.

Welke rol moet volgens u de kunst van levende voorstellingen spelen in de hedendaagse maatschappij?

Ik kan spreken over mijn eigen inbreng: een ‘elders’, een ‘ontsnapping’. Ik probeer voorstellingen te creëren die een inwendige ommekeer teweegbrengen – produceren en laten inwerken.

Waarom koos u de choreografie als expressiemiddel?

Voor Rare (en alle andere stukken) koos ik een confrontatie van meerdere artistieke talen om de voorstellingswijzen anders te gaan benaderen. Ik streef er absoluut niet naar om mij uit te drukken, ik wil gewoonten ontregelen (en op de eerste plaats mijn eigen gewoonten) en het fatsoen in vraag stellen.

Wat is voor u de ergste graad van ‘miserie’?

Leven. Maar in Polen is ‘mizeria’ een gerecht op basis van komkommer en het is heel lekker.

Uw geliefkoosd tijdsverdrijf?

Dansen.

Back to top