Penelope Sleeps

    10/05  | 20:30
    11/05  | 20:30
    12/05  | 20:30
    14/05  | 20:30

€ 18 / € 15
1h30
EN > FR/NL

Met haar nieuwe creatie Penelope Sleeps, begeeft Edvardsen zich opnieuw op het uitgestrekte domein van de literatuur. De Noorse theatermaker Mette Edvardsen was in 2013 en 2017 te zien op het festival met het bijzondere Time has fallen asleep in the afternoon sunshine, een project rond de belichaming en het herschrijven van boeken. Samen met componist en performer Matteo Fargion zoekt ze de grens met opera op. In de vorm van een essayistische opera deconstrueert het duo de mythologische figuur van Penelope. We kennen haar als de vrouw die jarenlang wachtte op haar echtgenoot, Odysseus. Haar wachten is echter geen afwachten, haar rust is geen berusting en in haar schijnbare passiviteit schuilt een enorme kracht. Met deze blik ontleedt Penelope Sleeps de verhouding van de vrouw tot de ander en de wereld. Stem (gesproken, gezongen) en muziek (harmonium, synthesizer) creëren een intieme, minimalistische droomwereld waarin je languit kan neerstrijken.

Penelope Sleeps is the Friends Project 2019

Tekst: Mette Edvardsen
Muziek: Matteo Fargion
Met: Mette Edvardsen, Matteo Fargion, Angela Hicks
Lichtontwerp & technische steun: Bruno Pocheron
Boventitelen: Babel Subtitling

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater
Productie: Mette Edvardsen / Athome, Manyone
Coproductie: Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater (Brussels), BUDA (Kortrijk), Black Box teater (Oslo), Teaterhuset Avant Garden (Trondheim), BIT Teatergarasjen (Bergen), Centre Chorégraphique National de Caen in Normandie (Frankrijk), apap-Performing Europe 2020, een project cogefinancierd door Creative Europe Programme van de Europese Unie
Met de steun van: Norsk Kulturråd, Norwegian Artistic Research Program – Oslo National Academy of the Arts, Friends
Met dank aan: Embassy of Norway in Brussels
Hartelijk dank: Melissa Davis

Back to top

Over het schrijven van Penelope Sleeps

Beeld je een vorm van schrijven in die zo moeilijk te benoemen is, dat je het eerder een inspanning, een poging, een probeersel moet noemen. Gissing of gevaar, waarschijnlijk gevolgd door afgang.
(Essayism, Brian Dillon)

Het woord essay komt van het Franse werkwoord essayer, dat proberen of pogen betekent, en dat hier in zijn meest directe betekenis wordt gebruikt. Mijn oorspronkelijke interesse voor het essay als vorm – hoewel het volgens sommigen geen vorm heeft maar zijn eigen regels maakt – ontstond bij het zoeken naar een manier om het stuk Penelope Sleeps, een opera, te schrijven, waarbij ik grote gebaren van het narratieve wilde ontwijken. Ik wilde verhalen of het vertellen an sich niet als dusdanig uitsluiten, maar wilde verschillende verhalen en materialen zich laten vermengen, zodat ze naast elkaar kunnen bestaan zonder een eenheid te vormen.

Ik zou niet zeggen dat het schrijven geen vorm heeft (is dat wel mogelijk?), en de regels die ik toepas zijn niet altijd heel duidelijk. Maar er is een uitgevonden interne logica en op elk moment van het proces buigt het schrijven zich naar de behoeften en past het zich eraan aan. Er bestaan vele definities van het essay en de meeste zijn vaag; vaag in de goede betekenis van het woord. Het essay bood een open veld waarin het libretto voor deze opera, het stuk, kon worden geschreven.

Voor mij betekent schrijven zowel de tekst die wordt geschreven als het samen schikken van alle elementen en materialen in de ruimte, met inbegrip van tijd en aanwezigheid. In dit geval gaat het schrijven niet vooraf aan het stuk. Het schrijven ontwikkelt zich binnen het wordingsproces van het stuk, wat op zijn beurt dan weer het schrijven zelf aanvult en beïnvloedt. Het is geen zuiver werk, er zitten contradicties in. Schrijven is voor mij het schrijfproces, niet gewoon de geschreven tekst. Het schrijven op zich en het geschrevene zijn hetzelfde. 

Ik werk met taal als een materiaal en al enkele jaren werk ik nu rond vragen over schrijven en beschouw ik choreografie als een vorm van schrijven. Ik wil naar deze bredere opvatting van schrijven zien, niet in tegenstelling tot het lichaam of de beweging, maar als een uitbreiding ervan. Welk soort schrijven levert dit op? Hoe ontstaat deze vorm van schrijven – en waar gaat hij over? Wat genereert het schrijven naast het schrijfsel zelf?

Als het belangrijkste muziek op tekst zetten zou zijn, dan is de wereld gevuld met mooie teksten die zich hier makkelijk toe zouden lenen. De odyssee van Homerus bijvoorbeeld (vooral de nieuwe Engelse vertaling door Emily Wilson). Op dezelfde manier hadden we kunnen kiezen voor bestaande muziek. Maar ons doel was niet enkel de voorstelling van de opera, het opvoeren en vertolken, maar eraan werken. We wilden betrokken zijn in het doen, zoals bedoeld in een van de etymologische betekenissen van het Latijnse woord opera: werk, werking. Als makers zijn wij ook spelers in het werk, en zo kunnen we zeggen dat het werk zich van binnenuit ontplooit, waar alle elementen materiaal zijn om te schrijven en te maken. 

De tekst is belangrijk omdat hij heel gewoon is en eigenlijk nergens heen gaat. De tekst is er zodat er iets anders kan bestaan. Het is een soort leegmaken en terugtrekken. Het belangrijkste is niet wat het verhaal vertelt (de moraal), maar dat we aan het luisteren zijn. De betekenis wordt onrechtstreeks en in de kantlijn benaderd. Mijn taak, zoals ik ze zag, was niet een verhaal schrijven maar was schrijven in de tijd. Momenten, anekdotes, gedachten die een oppervlak vormen, zoals een deken, waarop we even kunnen uitrusten. Het is een plek waar we even kunnen neerstrijken om zachtjes meegevoerd te worden, een ruimte om binnen te gaan en te luisteren.

Het eerste element voor het schrijven van deze opera – eigenlijk beschouw ik alle elementen als deel van het schrijven – was de rughouding. Door het lichaam in een liggende, horizontale houding te brengen, lag de focus op de stem en het fysieke ervan, niet op gebaren of het beeld. We vormen natuurlijk ook een soort van beeld, een ruimte, ook al is het minimaal en statisch. Maar misschien is het een ruimte om mee deel van uit te maken, niet gewoon om naar te kijken. Als materiaal biedt de liggende positie echter ook beelden van slaap of de dood (geen ongewoon onderwerp in opera), en van inactiviteit, weerstand en weigering.

Penelope Sleeps gaat niet over de mythologische figuur Penelope, zoals de titel kan suggereren, maar ze blijft wel een belangrijke figuur in het stuk. In De odyssee van Homerus verschijnt ze vaak in de deuropening, en gedurende het proces was het me lange tijd niet duidelijk of ze nu binnenkwam of buitenging. 

“De odyssee vertelt een verhaal van een man wiens grote avontuur gewoon teruggaan is naar zijn thuis, waar hij alles terug wil brengen tot hoe het was toe hij vertrok.”
(Emily Wilson)

Penelope wordt gevierd als een beeld van (seksuele) trouw, omdat ze 20 jaar wacht op haar man Odysseus om terug te keren van de Trojaanse Oorlog. Ik bekijk Penelope meer als een beeld van weigering. Ze weerstaat, ze zegt nee. En doordat zij ‘nee’ zegt, wordt het verhaal (de terugkeer van Odysseus) mogelijk. Terwijl zijn bedoeling is om een oorlog te beslechten, een houten paard te bouwen, naar huis terug te keren, is haar doel een eindpunt uitstellen, het einde van het verhaal vermijden. Ze blijft voortdurend in een toestand van wording, niet van voltooiing. Overdag windt ze op en ’s nachts windt ze af en zolang het winden doorgaat, kan Penelope blijven wachten en hopen, terwijl ze haar minnaars op een afstand houdt, het moment uitstellend – en zo de tijd beheersend.

Ik las en schreef over een reeks auteurs, figuren en heldinnen om het stuk te bedenken, te bespreken en te maken, en als een pretext voor mijn eigen schrijven. Ze maakten deel uit van het schrijf- en creatieproces. Gezien het schrijven niet voorafgaat aan het stuk en gezien er geen vooraf gedefinieerd onderwerp of verhaal is, wordt het stuk ontwikkeld tijdens de creatie ervan. Het stuk gaat niet over een verhaal, noch over opera. We gingen niet echt een discussie aan over de geschiedenis van de opera en waar hij zich vandaag bevindt. Er was geen wens of behoefte om te breken met bepaalde conventies of regels uit de opera, omdat ik ze toch nooit echt kende. We maakten gewoon een stuk – een opera. Het draaide rond de stem en het interne onderbewustzijn. Hoe kunnen we een situatie creëren voor een interne reis door ons bewustzijn, een die niet geleid wordt door een verhaallijn, maar waarbij de verhaallijn zich aan ons overlevert, ons meevoert, om zo een veld voor ons te maken waar we kunnen uitrusten, ronddolen en uitweiden.

Mette Edvardsen

Back to top

Mette Edvardsen is choreografe, danseres en perfomancekunstenaar. Hoewel sommige van haar werken andere media of andere formats verkennen, zoals video, boeken en schrijven, gaat haar belangstelling altijd uit naar hun relatie tot de uitvoerende kunsten als een praktijk en een situatie. Met Brussel als thuisbasis sinds 1996 werkte ze verscheidene jaren als danseres en performer voor een aantal gezelschappen en projecten en ontwikkelt ze sinds 2002 haar eigen werk. Ze stelt haar werk internationaal voor en blijft projecten ontwikkelen met andere kunstenaars, zowel als medewerker als als performer. Recent werk van Mette Edvardsen zijn de performances oslo (2017) waarvoor Matteo Fargion de muziek creëerde, We to be (2015), No Title (2014), Black (2011), en het nog steeds lopende project Time has fallen asleep in the afternoon sunshine (2010). Samen met Jonathan Burrows, Matteo Fargion en Francesca Fargion creëerde ze Music For Lectures/ Every word was once an animal (2018). Ze redigeerde de publicatie Not Not Nothing (2019) en een aangekondige publicatie over Time has fallen asleep in the afternoon sunshine (tegen eind mei 2019). Een retrospectieve van haar werk werd voorgesteld in het theater Black Box in Oslo in 2015 en een focusprogramma in het MACBA in Barcelona in 2018. Ze is momenteel als onderzoekster verbonden aan de Nationale Kunstacadememie van Oslo.   

Matteo Fargion begon zich voor hedendaagse dans te interesseren toen hij eind de jaren 1980 de Merce Cunningham Dance Company zag optreden in Sadlers Wells in Londen. Deze ervaring moedigde hem aan te solliciteren voor de International Course for Choreographers and Composers, waar hij eerst muziek voor dans schreef, en waar hij choreograaf Jonathan Burrows leerde kennen, met wie hij al 30 jaar samenwerkt. De afgelopen 17 jaar hebben Burrows en Fargion een reeks van 11 duetten gecreëerd, die ze samen bedachten, choreografeerden, componeerden, produceerden en uitvoerden – een samenwerkingsverband dat ze gaandeweg herdefinieerden en waarbij Fargion fulltime op het podium kwam te staan. Al deze stukken worden nog altijd live opgevoerd. Matteo heeft heel wat muziek geschreven voor het theater, vooral in Duitsland, voor verscheidene producties geregisseerd door Elmar Goerden en Thomas Ostermeier aan de Schaubühne Berlin. Hij werkte ook samen met vele choreografen onder wie Siobhan Davies, Russell Maliphant, Lynda Gaudreau, Noé Soulier en Mette Edvardsen (oslo). Gevestigd in Londen leidt Matteo jaarlijks verscheidene workshops en is hij actief als leraar en sinds lange tijd als gastdocent bij P.A.R.T.S., de school van Anne Teresa De Keersmaeker in Brussel. Hij heeft een aanpak ontwikkeld om compositie aan te leren aan choreografen, waarbij hij zich baseert op zijn muziekpraktijk maar ook op zijn rijke ervaring als performer. Recent werk van 2018 omvat The Solo Piece, een eigen danssolo; muziek en performance voor Music For Lectures/ Every word was once an animal (2018) met Mette Edvardsen, Jonathan Burrows en Francesca Fargion; muziek en performance voor Claire Croize’s Flowers (we are), en de creatie samen met Andrea Spreafico van de punkopera We Have to Dress Gorgeously, voor het Borealis Festival Bergen. Penelope Sleeps is zijn derde samenwerking met Mette Edvardsen.

Back to top