Light Solos

KVS BOX

22, 23, 25/05 – 20:30
24/05 — 22:00
±1h

Strobos verwijst naar een 'wervelwind' in het Oudgrieks, scope komt van skopeïn: 'waarnemen'. Light Solos is een reeks van optische stukken voor een danseres en een ensemble van stroboscopische lampen die je doorgaans vindt in concertzalen of nachtclubs. Al enkele jaren ontwikkelen Ula Sickle en Yann Leguay korte 'elektriserende' solo's die de belichting actief inzetten in het choreografische proces. Hoe verandert de waarneming van een lichaam in beweging onder invloed van veranderende lichtbronnen? Speelt het oog van de toeschouwer een actieve rol in de opbouw van een choreografie? Het lichaam wordt meegezogen in een draaikolk van het netvlies, in stukken gesneden door scherven licht. Het neemt de houding aan van een geprojecteerd beeld. De tijdruimte van dans evolueert naar de sequenties van een animatiefilm. De lichtgolven worden bovendien versterkt en componeren zo een subtiele sonore partituur bij elke solo. Atomic 5.1 (2010) en Solo#2 (2011) worden vervolledigd door een derde solo, die speciaal voor het Kunstenfestivaldesarts gecreëerd is. Oogverblindend!

Concept
Ula Sickle & Yann Leguay

Choreografie & performance
Ula Sickle

Live geluid
Yann Leguay

Choreographische assistentie
Ana Cristina Velasquez

Techniek
Raphaël Noël



Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
Caravan Production (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts

Partners
Le Fresnoy Studio National des Arts Contemporains (Tourcoing), Teatr Nowy (Warschau), Les Brigittines (Brussel), Workspacebrussels, Pianofabriek kunstenwerkplaats (Brussel)


Met de steun van
Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofstedelijk Gewest, Canada Council for the Arts

Back to top

A flash of the bigger picture: over Light Solos van Ula Sickle en Yann Leguay

1.

Noem het metafysisch, of noem het hyperconcreet, maar met hun Light Solos ensceneren choreografe Ula Sickle en geluidskunstenaar Yann Leguay niet alleen een nieuwe choreografie, maar tegelijk ook de techniek die er aan de grondslag van ligt. In een drieluik van korte studies onderzoeken beide makers immers hoe licht onze waarneming van lichaam en ruimte kan beïnvloeden. En die invloed blijkt verrassend groot. Aan de ene kant worden in verschillende opstellingen prachtige beelden gecreëerd die grenzen aan het onmogelijke: in saldo's korte lichtflitsen komt een stilstaand lijf tot leven, zie je een danser langs verschillende kanten tegelijk, of waaiert een schaduwspel uit als een abstracte animatiefilm. Maar hoe bezwerend het lichaam ook is in deze fusie van dans, film en lichtshow, de eigenlijke hoofdrol is weggelegd voor de theatermachine zelf. Als metafoor voor het proces dat aan elke werkelijkheid ten grondslag ligt.

2.

Die interesse in de machinerie van de waarneming leeft al langer in het werk van beide makers. Zij ging eerder al met precinematechnieken aan de slag en ontwikkelde Viewmaster, een poëtische installatie-performance die live analoge beelden kan projecteren als levende hologrammen. Hij maakt performances waarin concreet geluid een klankwereld oproept die steeds de eigen achterliggende techniciteit thematiseert. Denk aan vinyl zonder groeven dat live wordt bekrast, of tapes en cd's die de klank van hun eigen opnameproces weergeven. De samenwerking aan de Light Solos combineert die fascinaties: ze focust zich op licht als de basisconditie van het kijken, maar waar Viewmaster zijn machinerie nog deels verborgen hield, activeren de Light Solos tegelijk de hele theaterzaal. Of de set-up nu stroboscopen behelst, een mobiele robotspot of klassiek theaterlicht, hun werking wordt in realtime versterkt tot een soundscape die je onderdompelt in een bezwerend universum maar tegelijk haar eigen gemaaktheid benadrukt.

3.

Neem nu Solo #1 (Atomic 5.1). Met vijf stroboscopen vanuit verschillende invalshoeken wordt meteen een heel eigen fysica gecreëerd. Niet alleen wordt de illusie van beweging opgeroepen, de subtiele optische ontwrichting van het lichaam in de schemering doet de hele ruimte zinderen. Met momenten volgen de flitsen elkaar zo snel op, dat de performer als in een tastbaar multiversum op verschillende plekken tegelijk aanwezig lijkt, zonder zich daadwerkelijk te verplaatsen. Een wervelwind van geluid dat rechtstreeks uit de spots tevoorschijn komt stuwt die intensiteit verder de hoogte in. En dat is meteen de paradox waaraan de Light Soloszich opladen: hoe overweldigender het scènebeeld wordt, des te meer komt de machinerie ervan voor het voetlicht te staan. En net door dat openlijke opzet is het effect dat wordt bereikt weer des te verbazender. In de Light Solos gaan de sensatie van het beeld en reflectie over haar randvoorwaarden hand in hand. En besef je dat licht op zich net zo min een neutrale geleider is van informatie als een videocamera of een microscoop. Zelfs de meest directe ervaring is bemiddeld.

4.

Waar Atomic 5.1 de ritmiek en positionering van licht onderzoekt, experimenteert Solo #2 vooral met verschuivingen in coloriet en textuur. Met slechts één lichtbron, maar dan wel een hoogtechnologische robotgestuurde discolamp, wordt een eenvoudig bewegingspatroon steeds in een ander licht geplaatst. Kleur- en textuurfilters beïnvloeden heel geleidelijk onze perceptie van het lichaam en beweging waaiert uit als in een te lang belichte foto. Ook hier maakt een soundscape van de live versterkte robotica in de lamp je bewust van de invloed van electronica, maar meer nog dan in Solo #1 voel je ook de sturende kracht van je eigen zintuigen. In de gradatieverschuivingen van blauw over cyaantinten naar grijswaarden verliezen je ogen elk referentiepunt. En eenzelfde coloriet verandert puur door de gewenning van je blik. Het is alsof de werking van de spot en die van je zicht letterlijk in elkaars verlengde liggen, en je wordt geconfronteerd met de fysische werkelijkheid dat elke verbeelding van de realiteit niet alleen van een medium afhangt, maar evengoed beïnvloed wordt door het eigen perceptieapparaat.

5.

De complexiteit van die interactie wordt nog ten top gedreven in Solo #3. De situatie die daar wordt opgeroepen bestaat uit duidelijk verschillende lagen die niet enkel een representatie zijn van elkaar, maar elkaar ook wederzijds beïnvloeden. Solo #3, die met zijn eenvoudige opstelling van theaterspots nog het meest low-tech aandoet, begint met een subtiel lichtspel dat een haast onzichtbaar lichaam afwisselend als een homogene massa of een als een gapende zwarte leegte profileert. Naarmate een silhouet zich aftekent, wordt het ontdubbeld in een fascinerend schaduwspel dat door zijn opeenvolging van stills veel weg heeft van stopmotion-animatie. Maar de combinatie van fade-outs waarin elke schaduw wegebt en het vloeiende tempo waarin de lichtflitsen elkaar opvolgen, levert een bevreemdend tijdsgevoel op dat tegelijk vertraagt en versnelt. En hoe langer dat schimmenspel loopt, des te meer haar timing met terugwerkende kracht ook de lezing van het lichaam gaat bepalen. Zo ingrijpend kan een representatie of verbeelding zijn voor onze lezing van de werkelijkheid. In Solo #3 maken ze beide deel uit van dezelfde fysische interactie en resulteren ze samen in één indringend scènebeeld.

6.

Dat is wat de Light Solos door hun dubbele blik tastbaar maken: dat de realiteit geen vooropgesteld gegeven is, maar het product van een broeierige uitwisseling. Tussen toeschouwer en medium, maar evengoed tussen beeldelementen onderling. Licht, geluid, danser en publiek, het zijn in de Light Solos elk performers in hun eigen recht. En door die verschillende factoren - en vooral de speelruimte ertussen - zo precies voelbaar te maken, buigt de voorstelling zijn gemaaktheid om tot maakbaarheid. In de Light Solos is het lichaam hier én daar, materieel én virtueel, statisch én dynamisch tegelijk, en beïnvloedt de invulling van het publiek de essentie van het beeld. Sickle en Leguay zetten het concept van passieve waarneming op de helling, zonder te vervallen in een eenzijdig relativisme. En het is op die uiterst concrete, fysische manier dat Light Solos beginnen spreken over de werkelijkheid. Met een performance-installatie die enkel over zichzelf gaat, wordt een ervaringswereld geopend die peilt naar de essentie van onze realiteit: Hoe nemen wij de werkelijkheid waar? Van welk groter proces maak ik deel uit? En in hoeverre kan ik er een rol in spelen?

7.

Als toeschouwer van de Light Solos wordt je deel van een universum waarin alles met elkaar verbonden lijkt. En toch vraag je je af wie precies wat bepaalt. Het lichaam dat we te zien krijgen, is er één dat volleerd is afgestemd op - maar ook volledig onderworpen is aan - de technologie die het omringt. Maar wat belangrijker is: ook die relatie blijkt niet onveranderlijk. Doorheen de verschillende solo's zie je de danser ontwikkelen van afhankelijke speelbal tot performer die door het aanvaarden en verkennen van zijn condities deze ook leert bemeesteren. Als publiek zit je in een gelijkaardige positie. De Light Solos verhogen niet enkel ons bewustzijn van de randvoorwaarden van onze realiteit, ze openen tegelijk de denkoefening rond een ander soort manier van in de wereld zijn. Vanuit de overtuiging dat een waarlijk nieuwe realiteit slechts gecreëerd kan worden vanuit een bredere en genuanceerde kijk, stellen ze een ander bewustzijn van de werkelijkheid voor. Verglijdend, paradoxaal, maar met een doorslaggevende rol voor de toeschouwer. En die flits, misschien, is het begin van iets.

Marnix Rummens, april 2013

Back to top

Ula Sickle (1978, Toronto) is een choreograaf en performer die in Brussel werkt en woont. Ze is actief in verschillende disciplines, vaak in samenwerking met kunstenaars uit andere domeinen. De vele vormen van haar werk, van film over installatie tot live performance, zijn doordrongen van een choreografische benadering van beweging en een focus op perceptie en receptie eigen aan live-kunsten. Ula Sickle studeerde kunstgeschiedenis aan de universiteit van Toronto en performance aan de universiteit Paris VIII Seine-Saint-Denis, waarna ze naar P.A.R.T.S. Performing Arts Research and Training Studios in Brussel ging. Ze werkt sinds 20004 als onafhankelijke choreograaf. Haar in samenwerking ontstaan werk omvat Knockout (2005) met filmmaker Alexis Destoop en geluidskunstenaar Peter Lenaerts, en de installatie-performance Viewmaster (2007-2010) met architect Laurent Liefooghe en performancekunstenaar Heike Langsdorf. Solid Gold (2010) en Jolie (2011) werden gecreëerd samen met de Congolese dansers Dinozord en Jolie Ngemi en met geluidskunstenaar Yann Leguay. In het kader van haar residentie aan Le Fresnoy, Studio National des Arts Contemporains (Tourcoing) maakte ze de video installatie Looping the Loop (2009) en de performance en film Atomic 5.1(2010). Haar laatste productie Extreme Tension (2012), een solo voor Marie De Corte, is gebaseerd op de gelijknamige reeks tekeningen van Louise Bourgeois.

Yann Leguay (1981, Frankrijk) werkt en leeft in Brussel. Vertrekkend van een analyse van de materiële aspecten van de klank klanken biedt Yann Leguay een heel eigen kijk op de werkelijkheid. Hij gebruikt daarvoor objecten, video’s, installaties en performances (die hij op talrijke concertlocaties laat zien) alsook tentoonstellingen. Hij is aanwezig op Europese festivals als Le Nouveau Festival van het Centre Pompidou, STEIM te Amsterdam en Pixelache in Helsinki. Vanuit zijn klankgerichte aanpak werkt hij mee aan choreografisch onderzoek en realiseert hij bruïtistische en muzikale composities voor artistieke films. Yann Leguay is de oprichter van het onafhankelijke label Phonotopy, dat een conceptuele aanpak van opnametechnieken hanteert. Momenteel leidt hij de collectie DRIFT van het label Artkillart. Hij ontmoet Ula Sickle tijdens een gezamenlijke residentie in Le Fresnoy – Studio National des Arts Contemporains te Tourcoing in 2008. Sindsdien werken ze samen aan projecten als Looping the Loop (video-installatie, 2009), Atomic 5.1 (film, 2010), Solid Gold (performance, 2010), Jolie (performance, 2011), Extreme Tension (performance, 2012) en Light Solos (performance, 2011-2013).

Back to top