inaudible

La Raffinerie
  • 25/05 | 20:30
  • 26/05 | 20:30
  • 27/05 | 20:30
  • 28/05 | 18:00

€ 16 / € 13
1h

Ontmoet de kunstenaars na de voorstelling op 26/05

De Zwitsers-Belgische choreograaf Thomas Hauert zoekt met zijn werk naar de common ground tussen dans en muziek. Voor zijn nieuwste creatie, een stuk voor zes dansers, vertrekt Hauert van Concerto en fa (1925) van George Gershwin en de speelse pianomuziek van Mauro Lanza. Hij grijpt naar de methode van mickeymousing, een veelgebruikte techniek uit de film waarbij elke actie die plaatsvindt op het scherm kracht wordt bijgezet door de muziek. De techniek werd ontwikkeld in de allereerste tekenfilms van Disney, waarvan de muziekscores geïnspireerd waren op het werk van Gershwin en zijn tijdgenoten. Altijd op zoek naar nieuwe benaderingen van de dans keert Thomas Hauert het principe van mickeymousing om en laat de bewegingen rechtstreeks de muziek volgen. Hoe verandert de muziek door de lichamen op scène? Het resultaat is een gecondenseerde en gedetailleerde choreografie, een boeiende aaneenschakeling van bewegingen die de muzikale ervaring tastbaar maken.

Concept & regie
Thomas Hauert

Creatie & uitvoering
Thomas Hauert, Fabian Barba, Liz Kinoshita, Albert Quesada, Gabriel Schenker, Mat Voorter

Muziek
George Gershwin, Piano Concerto in F, 
Mauro Lanza, Ludus de Morte Regis

Muziekcollage
Thomas Hauert

Belichting
Bert Van Dijck

Kostuums
Chevalier-Masson

Klank
Bart Celis

Medewerking muzieksoftware (Ircam)
Martin Antiphon

Met dank aan
Les Cris de Paris (o.l.v. Geoffroy Jourdain), opdrachtgever en uitvoerder van Ludus de Morte Regis van Mauro Lanza op het festival ManiFeste (Ircam – Centre Pompidou) in 2013

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi Danses

Productie
ZOO/Thomas Hauert (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts,Charleroi Danses – Centre chorégraphique de la Fédération Wallonie-Bruxelles, La Bâtie- Festival de Genève, PACT Zollverein (Essen), CDC Atelier de Paris-Carolyn Carlson, Ircam – Centre Pompidou (Parijs), Théâtre Sévelin 36 (Lausanne), Centre chorégraphique national de Rillieux-la-Pape – direction Yuval Pick

Met de steun van
Fédération Wallonie-Bruxelles – Service de la danse, Pro Helvetia – Fondation Suisse pour les arts, Loterie Nationale, Vlaamse Gemeenschaps - commissie, Ein Kulturengagement des Lotterie-Fonds des Kantons Solothurn, Wallonie-Bruxelles International, Wallonie-Bruxelles Théâtre/Danse

Studio
Charleroi Danses / La Raffinerie (Brussel), Grand Studio (Brussel), Centre chorégraphique national de Rillieux-la-Pape – direction Yuval Pick

Back to top

inaudible

Inleiding

Thomas Hauert raakte bekend met groepsvoorstellingen waarin hij een complexe choreografische schriftuur ontwikkelde, die gebaseerd is op een eigenzinnige vorm van gestructureerde improvisatie die hij uitwerkt samen met de dansers/partners met wie hij al jaren werkt. En altijd is er een nauwe band et de muziek, die in de loop der jaren almaar geraffineerder is geworden.

De relatie met muziek is een van de fundamenten van de choreografische praktijk van ZOO. Een groot aantal bewegingspartituren hebben een intieme band met muziek – ofwel met de muziek zelf, ofwel met de muzikaliteit van de beweging. Thomas Hauert is er immers van overtuigd dat er een oneindig potentieel schuilt in de exploratie van de analogieën, de interacties en de verschillen tussen muziek en dans – twee gedaantes van ons verlangen om de ervaring van tijd en ruimte te ordenen. De dansers inspireren zich op meerdere niveaus op muzikanten, componisten en uitvoerders, en dat zowel in de creatie als in de uitvoering van de beweging (ritme en timing, spanning en ontspanning, contrapunt enz.).

inaudible

Met deze nieuwe groepsvoorstelling voor zes dansers focust Thomas Hauert zich op de notie van ‘interpretatie’. inaudible deconstrueert de culturele codes en niveaus. Het is een spel tussen hoge cultuur en volkscultuur, tussen directe verleiding en niet ingeloste verwachtingen. Het maakt de taal van de choreograaf tegelijk toegankelijk en onvoorspelbaar.

In inaudible komen meerdere interpretatievormen samen om een artistieke ervaring tot stand te brengen. Interpretatie als de manier waarop een stuk of een partituur wordt uitgevoerd: de interpretatie of vertolking van de artiest of de vertolker. De interpretatie van de arrangeur die op basis van het gegeven muziekmateriaal een orkestratie bedenkt – in dit geval het Piano Concerto in F; de bron is de versie voor twee piano’s geschreven door Gershwin als eerste etappe van het werk. Gershwin schreef zelf de orkestratie voor groot orkest en piano. De arrangeur Ferde Grofé (die de oorspronkelijke orkestratie bedacht voor Rhapsody in Blue) schreef in 1932 een versie voor een kleiner orkest. De interpretatie die de choreograaf/regisseur geeft bij het samenbrengen van de dramaturgische elementen, de interpretatie die de dansers geven aan de situaties als ze reageren op gebeurtenissen op de scène door te improviseren, maar ook de interpretatie als de betekenis die wordt gegeven aan een teken, een klank, een gebaar: de interpretatie van de toeschouwer.

Thomas Hauert confronteert op de scène de muzikale en de choreografische interpretatie. Meerdere interpretaties van het Piano Concerto in F van George Gershwin worden partituren voor choreografische interpretaties die de vorm aannemen van gestructureerde improvisaties, nauw verbonden met de muziek. De confrontatie creëert mogelijkheden: de muzikale interpretaties geven impulsen aan de individuele en collectieve bewegingen van de dansers. De muzikale interpretaties kunnen dezelfde choreografische propositie ook anders inkleuren.

Gershwin

Als vervolg op de experimenten in zijn solo (sweet) (bitter), waarin verschillende interpretaties van het madrigaal Si Dolce è’l Tormento van Monteverdi werden geconfronteerd met de dans en met fragmenten van de 12 Madrigali van Salvatore Sciarrino, werkte Thomas Hauert voor inaudiblewerkte hij met de partituur van het Piano Concerto in F (1925) van de Amerikaanse componist George Gershwin. Het werk van Gershwin neemt een bijzondere plaats in in de muziekgeschiedenis. Hij was afkerig van de modernistische en puristische stromingen van zijn tijd en versmolt op een vernuftige manier verschillende muzikale werelden – Broadway, variététheater, jazz, klezmer en klassieke muziek. De behoeders van de hiërarchieën van de eurocentrische hoge cultuur keken doorgaans neer op Gershwin, maar hij kende geen taboes en overtrad brutaal de wetten van de goede smaak die werden opgelegd door het culturele establishment. Andere componisten als Arnold Schönberg apprecieerden zijn originaliteit en authenticiteit: “Gershwin is an artist and a composer – he expressed musical ideas, and they were new, as is the way he expressed them. […] Serious or not, he is a composer, that is, a man who lives in music and expresses everything, serious or not, sound or superficial, by means of music, because it is his native language. […] What he has done with rhythm, harmony and melody is not merely style. It is fundamentally different from the mannerism of many a serious composer [who writes] a superficial union of devices applied to a minimum of ideas. […] The impression is of an improvisation with all the merits and shortcomings appertaining to this kind of production. […] He only feels he has something to say and he says it.”

Het Concerto in F is een fascinerend muzikaal werk: het klinkt zowel vertrouwd als verrassend, de rijkdom van de partituur brengt een aanstekelijke energie over. Het ademt een stralend optimisme, het is een lichtende klankwereld, een soort utopie. Het is muziek die beweging opwekt en die het lichaam binnendringt, het is een erg dansbare muziek, een muziek die doet bewegen. Dit fysieke fenomeen is voor Thomas Hauert erg interessant: de lichamelijkheid van de muziek zelf die ons lichaam overspoelt. De muziek van Gershwin kan op een zuiver abstract niveau worden beluisterd, los van alle referenties en verhalende associaties die verbonden zijn met Gershwiniaanse klanken, die onder meer zijn ingefluisterd door de Hollywoodfilms waarin ze talloze keren zijn gebruikt. Gershwin zelf wilde dat de luisteraar dit concerto als abstracte muziek zou ervaren. Tijdens het schrijfproces veranderde hij de oorspronkelijke titel New York Concerto in Concerto in F om de indruk van programmamuziek te vermijden. De abstracte muzikale materie heeft een overvloed aan ritmes, melodieën, harmonieën, contrapunt, frasen te bieden die choreografische impulsen kunnen opwekken. Op het vlak van lichaamstaal en interacties binnen de groep laat ze een grote formele vrijheid toe, provoceert en eist die ook.

Lanza

De choreograaf confronteert het Concerto in F met Ludus de Morte Regis, een werk van hedendaags componist Mauro Lanza. Dit stuk voor28 zangers, speelgoed en elektronica, treedt in dialoog met de muziekvan Gershwin. De hedendaagse muziek heeft zelden een directe relatiemet het lichaam, maar de muziek van Mauro Lanza is een uitzondering:ze is tegelijk erudiet en sensueel, duizelingwekkend diep en grappig. Zemaakt een spagaat tussen meerdere antagonismen.

Het werk werd op 8 juni 2013 gecreëerd in het kader van het festival ManiFeste (Ircam). Mauro Lanza schrijft in het programmaboekje: “het werk Ludus de Morte Regis – letterlijk: ‘spel van de dood van de koning’ – brengt drie historische figuren bijeen: Giovanni Passannante, Pietro Acciarito en Gaetano Bresci. Alle drie hebben ze gemeen dat ze Umberto I, de tweede koning van de pas opgerichte Italiaanse staat, wilden vermoorden. De twee eersten mislukten respectievelijk in 1878 en 1897 en konden de koning slechts licht verwonden met een mes. De derde slaagde er echter op 29 juli 1900 in om de soeverein te doden met een geweerschot. Bij zijn arrestatie gaf Bresci een erg heldere rechtvaardiging van zijn daad: ‘Ik heb Umberto niet gedood. Ik heb een koning gedood, ik heb een principe gedood’, en ook ‘Ik heb een aanslag gepleegd op het leven van het staatshoofd, omdat hij verantwoordelijk is voor alle slachtoffers van het systeem dat hij vertegenwoordigt en verdedigt.’ Volgens Bresci had de koning zich buiten (boven) de wet geplaatst, en zo ook elke vorm van sociaal verdrag vernietigd. Het enige dat de natie dan nog kan doen is in opstand komen, en daarvan is het vermoorden van de koning een extreme vorm.

Er is een moment waarop het leven van de mensen in botsing komt met de macht, en de vonken die deze schok teweegbrengt verlichten en verbranden ze tegelijk. Op dat moment voltrekt zich het ritueel van de onttroning, een ritueel dat gepaard gaat met een gewelddadig gebaar, moordend, maar ook vernederend, een slag in het gezicht van de monarchale instelling (‘zo eindigt de magie van het huis Savoye’ zei koningin Margaretha na de aanslag in 1878); een gebaar dat heel even een venster opent op een omgekeerde wereld waar de macht wordt uitgeoefend van onderuit op diegene die boven het recht stond, waar de nar koning wordt, waar de slaaf, zoals in het oude Rome, in het oor van de triomferende keizer fluistert dat het leven kort is. Het is aan deze omgekeerde wereld en diegenen die hem bewerkstelligen dat Ludus de Morte Regis hulde brengt.

Om het ritueel van de onttroning op te roepen, speelt Ludus de Morte Regis met verschillende vormen van ‘hoog’ en ‘laag’. ‘Laag’ is niet zozeereen morele kwaliteit dan wel een topografische verwijzing. Het verwijstnaar ruwe, ongeraffineerde voorwerpen die echter vooral ookongeschikt zijn voor het werk. Vaak schuiven de achtentwintig zangershun vocale expertise opzij om zich over te geven aan een carnavaleskeklucht, met klanken die normaal als ‘niet muzikaal’ worden afgedaan:een klankwereld voor een omgekeerde wereld, met winden, oprispingen,ratels, gekwaak van plastic eenden en speelgoedtoeters. De elektronicavoegt daar nog een laag aan toe, met geluiden waarvan de bron mindergemakkelijk identificeerbaar is. De hilariteit die door deze triviale enplatvloerse klanken wordt opgewekt, maakt plaats voor verwonderingwanneer we een formele ambitie beginnen te ontwaren, en wanneer webeseffen dat zelfs een voorwerp met pejoratieve connotaties, zoals eenscheetkussen, onderdeel kan zijn van het materiaal om een taal mee opte bouwen.”

Mickeymousing

In de wereld van de film gebruikt men de term mickeymousing voor filmmuziek die de fysieke beweging van de actie onderstreept. In de dans wordt die term ook gebruikt, maar dan om de omgekeerde praktijk te beschrijven, van een beweging die direct op de muziek volgt. Deze ietwat pejoratieve term is een hommage aan de muziekstijl van de Mickey Mouse-films en andere animatiefilms die in de jaren ‘20 en ‘30 bij de komst van de geluidsfilm is ontstaan door bijdragen van componisten als George Gershwin. In inaudible onderzoekt de choreograaf dit fenomeen. Het hangt een eerder pejoratief beeld op van de wereld van de hedendaagse dans, maar creëert tegelijk een fascinatie van het grote publiek voor populaire dans – hiphop bijvoorbeeld – die op YouTube of in televisieshows overvloedig te zien zijn. Deze dansen, die tot in de laatste details gechoreografeerd en met de muziek gesynchroniseerd zijn, zetten een choreografische traditie voort die nog steeds aanwezig is binnen populaire culturen gebaseerd op de perceptie van een intrinsieke eenheid tussen dans en muziek.

In inaudible wordt een groot deel van de beweging geïmproviseerd op basis van een ensemble van strikt gedefinieerde en vaak over elkaar heen geplaatste bewegingspartituren. De dansers zijn diep doorgedrongen in de muzikale compositie. Ze kennen ze van buiten, in al haar complexiteit: van de melodische en ritmische lijnen van elk instrument tot en met de interacties van instrumentengroepen of solisten en ook de klankalchemie die het orkest in zijn geheel voortbrengt. De belichaming en interpretatie van alle bewegingen van een symfonisch orkest door één enkel lichaam is een van de centrale ideeën van deze voorstelling. Hier is de muziek de motor van de dans. Door in te spelen op tijd en ruimte en op lichamen en krachten gaan de dansers op zoek naar creatieve, vernuftige en verrassende manieren om de muziek direct in hun lichaam te ontvangen. Ze behouden de kracht van de directe reactie van mickeymousing en doorbreken de verwachtingen van de toeschouwers met hun lichamelijke inventiviteit, die intuïtie en bewustzijn verenigt door te improviseren. De choreografische structuren krijgen vorm tijdens het dansen, tijdens het spelen. Door in te spelen op het potentieel van de gebeurtenissen, kunnen de dansers deze structuren constant versterken of transformeren. De dans zelf is niet vooraf vastgelegd, er wordt geen vooraf bestaande vorm hernomen, maar de dansers heroriënteren constant hun traject en coördinaties ten opzichte van de muziek en van de andere dansers, volgens een geheel van gekende en toegepaste parameters. Een beetje zoals een voetbalmatch: het spel volgt bepaalde regels, maar de afgelegde trajecten, de gebeurtenissen, de interacties zijn altijd anders.

In inaudible wordt ook de autoriteit, de gebruikelijke hiërarchie doorbroken: de choreografie is het resultaat van een gemeenschappelijke creatieve inspanning. Ze bevat het creatieve potentieel – zowel bewust als instinctief – van elke danser en ook van zijn positie op het podium, zijn subjectief perspectief op de gebeurtenissen van het moment. De interpretatie van de situatie en de reactieve intuïtie van de dansers zijn verbonden met hun individuele ervaringen, met hun persoonlijke geschiedenissen. Tegelijkertijd hebben ze de intentie om banden te creëren met de anderen, met de muziek, in de ruimte en de tijd. In plaats van een vooropgezet plan te volgen, kunnen ze handelen en reageren in overeenstemming met de werkelijkheid zoals die zich voordoet. Zo ontstaan een complexiteit en een vloeiendheid die onmogelijk vooraf zijn vast te leggen en ook een bijzondere présence en concentratie. Trouw aan zijn artistieke relaties werkt Thomas Hauert opnieuw met de medewerkers van de eerdere voorstellingen MONO, (sweet) (bitter) en La Mesure du Désordre: Bert Van Dijck voor de belichting en Chevalier-Masson voor de kostuums. Vijf dansers die al vele jaren met ZOO werken – Liz Kinoshita, Fabian Barba, Albert Quesada, Gabriel Schenker en Mat Voorter – werken opnieuw met Thomas Hauert samen in deze nieuwe creatie.

Back to top

Na zijn opleiding aan de Rotterdamse Dansacademie vestigde de Zwitserse danser Thomas Hauert (1967) zich in 1991 in Brussel. Hij danste drie jaar bij Rosas, het gezelschap van Anne Teresa De Keersmaeker, en werkte ook samen met Gonnie Heggen, David Zambrano en Pierre Droulers. Na de creatie van zijn solowerk Hobokendans richtte hij ZOO op, waarmee hij Cows in Space (1998) maakte. Dit stuk voor vijf dansers werd bekroond op de Rencontres chorégraphiques internationales de Seine-Saint-Denis. Sindsdien heeft ZOO vijftien voorstellingen gemaakt, waaronder Jetzt (2000), Do You Believe in Gravity? Do You Trust the Pilot? (2001), Verosimile (2002), modify (2004), Walking Oscar (2006), Puzzled (2007), Accords (2008), You’ve changed (2010), From B to B (een duet in samenwerking met de Catalaanse choreografe Àngels Margarit, 2011), Like me more like me (een duet in samenwerking met de Amerikaanse performer Scott Heron, 2011), de voorstelling voor een jong publiek Danse étoffée sur musique déguisée (2012), MONO (2013), zijn laatste solo (sweet) (bitter) in 2015, en La Mesure du Désordre, een stuk voor zeven dansers in samenwerking met het collectief LaBolsa uit Barcelona. Het werk van Thomas Hauert en ZOO vertrekt steeds van een diepgaand onderzoek naar beweging en met een specifieke interesse voor een schriftuur die gebaseerd is op improvisatie en die de spanningen onderzoekt tussen vrijheid en dwang, individu en groep, orde en wanorde, vorm en vormeloosheid. De samenstelling van het gezelschap is met de jaren stabiel gebleven; verschillende dansers die er van in het begin bij waren, maken er ook nu nog deel van uit. Daardoor kan de choreograaf zijn onderzoek naar beweging een diepte geven die ongezien is in het veld van de hedendaagse dans. Hauerts voorstellingen zijn opgevoerd in 29 landen en in meer dan 200 zalen, van Parijs tot Seoel en van Helsinki tot Rio. Ze werden bekroond met verschillende prijzen, waaronder de Swiss Dance Prize voor Modify in 2005, de Prijs voor hedendaagse danscreatie voor From B to B in 2013 en de Dansprijs van het kanton Solothurn in 2013. Met de voorstelling Accords werden Hauert en ZOO door de Duitse kunstcritica Katja Werner in 2009 verkozen tot respectievelijk choreograaf en gezelschap van het jaar. In 2010 maakte de Belgische regisseur Thierry De Mey een film van de choreografie die ZOO had gecreëerd in Accords op La Valse van Ravel (gecoproduceerd door Arte). Hauert wordt regelmatig gevraagd voor improvisatie-evenementen. Hij werd door Sasha Waltz uitgenodigd in het kader van Le Vif du Sujet op het Festival van Avignon in 2000; voor een evenement van Tanz im August in Berlijn in 2005; door David Zambrano in het kader van de serie David Zambrano invites …; door Gonnie Heggen, Frans Poelstra en Robert Steijn voor het project Tarzan, en door Jennifer Monson en Zeena Parkins in het kader van het Fall Festival 2008 van Movement Research New York. Hauert improviseert regelmatig met muzikanten zoals Michel Debrulle, Chris Corsano en Barry Guy. De relatie met muziek – van pop tot hedendaags klassiek, jazz of barokke muziek – speelt een belangrijke rol in zijn werk. In 2012 werd hij door Ircam in het kader van het festival ManiFeste uitgenodigd om een project op te zetten rond geïmproviseerde dans en muzikale compositie. Naast zijn werk voor ZOO creëerde Thomas Hauert ook nog Há Mais (2002) met een groep dansers uit Mozambique, Fold and Twine (2006) aan de Laban School in Londen en Milky Way (2000), Lobster Caravan (2004), 12/8 (2007) en Regarding the Area Between the Inseparable (in samenwerking met De Munt, 2010) met studenten van P.A.R.T.S. In 2010 maakte hij een voorstelling voor het Ballet van Zürich, Il Giornale della necropoli, op de gelijknamige compositie van Salvatore Sciarrino en met een scenografie van de Belgische kunstenaar Michaël Borremans. In de lente van 2013 creëerde hij Pond Skaters voor het Toronto Dance Theatre (daarvoor werd hij genomineerd bij de Dora Awards 2013 in Toronto). In 2014 volgde Notturnino, een creatie voor het Britse Candoco, een professioneel gezelschap van dansers met en zonder beperking. Hauert heeft onderwijsmethodes ontwikkeld die internationale erkenning kregen. Naast zijn trouwe samenwerking met dansschool P.A.R.T.S. in Brussel geeft hij regelmatig en over de hele wereld workshops. In 2012-13 was hij Valeska-Gert-gastdocent voor dans en performance aan het Instituut voor Theaterwetenschappen van de Freie Universität Berlin. Sinds 2012 staat hij aan het hoofd van een nieuwe bacheloropleiding hedendaagse dans aan de hogeschool van Théâtre La Manufacture in Lausanne. In 2012 werd Hauert gevraagd om deel te nemen aan het project Motion Bank van The Forsythe Company. Samen met kunstenaars en wetenschappers van de Ohio State University in Columbus Ohio (VS) werkte hij aan een project om digital scores te ontwikkelen die bepaalde aspecten van zijn werk visualiseren en analyseren. De resultaten zijn sinds november 2013 voor iedereen toegankelijk via de website van Motion Bank. ZOO/Thomas Hauert is in residentie bij Charleroi Danses.

ZOO/Thomas Hauert op het Kunstenfestivaldesarts
2006: Walking Oscar
2008: Accords
2011: You’ve changed

Back to top