Hurler sous la lune

    22/05  | 20:30
    23/05  | 20:30
    24/05  | 19:00
    28/05  | 20:30
    29/05  | 22:00

€ 16 / € 13
1h20
FR > NL

Een verhaal wordt verteld. We zijn getuige van haar opbouw én transformatie, alsof we door een hallucinerend prisma kijken dat de woorden en beelden vervormt. Na zijn research in L’L rond de poëzie van de beat generation en het werk van Allen Ginsberg creëert de in Brussel gevestigde kunstenaar Mathias Varenne Hurler sous la lune. Varenne is gefascineerd door het belang van mondelinge overlevering en het vertellen van verhalen, maar plaatst kanttekeningen bij de vaak voorkomende bestendiging van één enkele versie (een Geschiedenis met een grote G) die het bestaan ontkent van een veelheid aan verhalen (geschiedenissen). Beïnvloed door sciencefiction komt Varenne via dit project op de proppen met een nieuwe vorm van verhalen vertellen. Dankzij de combinatie van tekst, video, licht en klank krijgt Hurler sous la lune de vorm van een vertelling die gaandeweg gefilterd wordt, als door een chemische substantie of een caleidoscopische lens – een keuze die ons eraan herinnert dat onze wereld, opgesloten in pragmatische vertellingen, dringend toe is aan ongewone verhalen, beelden en helden.

Auteur, regisseur, performer: Mathias Varenne
Licht- en video- ontwerp, performer: Damien Petitot
Geluidsontwerp, vocaal coach, performer: Myriam Pruvot
Scenografie: Gaëtan Rusquet
Stagiaire scenografie: Louise Vandervorst
Regieassistent: Sophie Maillard 
Technische leiding: Xavier Meeus
Licht- en videoassistent: Adrien Monfleur
Artistiek begeleiding: L’L
Boventiteling: Babel Subtitling       


Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, L’L
Productie: Mothership asbl
Productie en spreiding: France Morin/Arts Management Agency
Uitvoerend productie: Kunstenfestivaldesarts
Coproductie: Coop asbl, Festival Actoral (Marseille) / L’L stichting
Steun: Fédération Wallonie-Bruxelles-Service du Théâtre, Tax Shelter van het Belgische federale regering
Financiering en begeleinding van onderzoek: L’L / Structure expérimentale de recherche en arts vivants (van 2013 tot 2018)
Met dank aan: Lucille Calmel, Stéphane Gladyszewski, Christophe Haleb, Iannis Heaulme, Olivier Hespel 

Back to top

Het verhaal van een werkproces

Sophie Maillard in gesprek met Mathias Varenne

Mathias, zou je me kunnen uitleggen hoe je project precies is ontstaan?

Ik wilde werken rond het gedicht Howl van Allen Ginsberg, een van de beroemdste werken van de beatgeneration. Ik ontdekte het Engelse origineel heel toevallig in 2013. De taal van Allen is even vurig als mijn Engels onzeker is … Ik geef toe dat ik bij de eerste lectuur de subtiliteit van Allens beeldspraak niet helemaal kon vatten, maar wat zeker is, is dat een hevige emotie me als een bliksemschicht overviel … Hoe komt het dat een tekst die ik niet helemaal begreep, zoiets sterks in me kon oproepen? Ik voelde dat iets in Allens taal me had geraakt, als een gebaar.

Hoe is uit die eerste emotie een artistieke creatie tot stand gekomen?

Ik heb veel gelezen over de auteurs van de beatgeneration (William Burroughs, ruth weiss, Ted Joans …) en kwam tot de ont-dekking dat hun collectieve oeuvre me enorm boeide. In die tijd werd hun werk volop heruitgegeven, kwam er een verfilming uit van On the road van Jack Kerouac en wijdde het Centre Pompidou een volledige tentoon-stelling aan de beatgeneration. Te midden van de foto’s en de teksten werden ook de jeans van Jack en de schoenen van Allen getoond. Volgens mij zouden ze allebei in de lach zijn geschoten als ze wisten dat hun kleding een soort van relikwieën geworden waren … In die periode leerde ik in Brussel een werkplek kennen – L’L – waar artiesten de kans krijgen om zich te bevrijden van de tijdsdruk die met een productie gepaard gaat, om de tijd te nemen. Een dergelijke werkplek leek me ideaal aangezien ik op dat moment niet van plan was om een voorstelling te maken. Het interesseerde me enkel om op zoek te gaan naar het ‘waarom’ van de emotie die de lectuur van Howl in me had opgewekt, en naar het ‘waarom’ van de waarde van de auteurs van de beatgeneration. Ik diende een dossier in bij L’L, waarna mijn kandidatuur werd aanvaard en mijn project van start kon gaan.

Hoe is je onderzoek verlopen? Heb je ant-woorden kunnen formuleren op die waarom-vragen?

Vertrekkend van Allens tekst ging ik op zoek naar manieren om de vele elementen die erin vervat liggen, weer te geven in beweging, klank en beeld. Maar ik kwam tot de vaststelling dat ik bleef steken in een documentaire interpretatie van het werk, in een soort van ‘hommage’. Daar was ik niet naar op zoek: ik wilde de confrontatie aangaan met het literaire gebaar van Allen en zijn medestanders. Tot dat inzicht kwam ik toen ik begreep welke behoefte de auteurs van de beatgeneration invulden met hun verhalen over van lsd doordrongen roadtrips, over aartsengelen en urinoirs: de absolute be-hoefte om jezelf een poëtisch, literair prisma te gunnen om naar de wereld te kijken, niet zozeer om uit de realiteit te ontsnappen, maar wel om ze naar je toe trekken en er een antwoord op te formuleren. Eigenlijk waren ze op zoek naar een nieuwe vorm van verantwoordelijkheid. Ik besliste om de tekst van Allen opzij te schuiven en zelf de weg van het schrijven in te slaan. Ook ik ging dus op zoek naar een nieuwe vorm van fictie en poëzie.

Was het een soort uitnodiging die je voelde? Een uitnodiging om je eigen gedichten te schrijven?

Een uitnodiging, ja. Misschien zelfs een bevel! Op dat moment had ik de keuze: ofwel mijn onderzoek afronden en een ‘hommage-voorstelling’ uitwerken, ofwel risico nemen en me aan het schrijven zetten … Wellicht was ik zonder de omgeving van L’L, waar ik de kans kreeg de tijd te nemen, niet op die uitnodiging ingegaan.

Uiteindelijk heb je een voorstelling gecreëerd en het contact met het publiek opgezocht. Je wil anderen in je werk laten delen. Zijn er nog andere redenen die je ertoe hebben aangezet om tot de productie van een voorstelling over te gaan?

Ik heb de uitnodiging om zelf te schrijven opgenomen in mijn dramaturgisch onder-zoek. Ik wil alle toeschouwers laten proeven van de wereld van droom en fictie, om zo een aanstekelijke beweging in gang te zetten. Volgens mij is dat het politieke aspect van mijn project. Fictie produceren en aan anderen verhalen vertellen, is een manier om een antwoord te formuleren op de werkelijkheid, om een standpunt in te nemen tegenover de wereld, een wereld die erg pragmatisch is en voornamelijk wordt becommentarieerd door specialisten die ons uitleggen hoe de dingen (moeten) verlopen. Ik sta achter de idee dat een verhaal vertellen en fictie met anderen delen, een manier is om te handelen en een impact te hebben op de wereld, zodat er nieuwe ‘netwerken van intenties’ mogelijk worden. Ik heb dus een verhaal geschreven, een verhaal dat twee keer verteld wordt: een eerste keer in een ‘nachtmerrieachtige’ versie en vervolgens in een ‘visionaire’ versie. Het tweede verhaal is er om het eerste te verzachten, aan de hand van barokke, dromerige beelden die sprookjesachtig kunnen overkomen. Het is een verhaal over onze wereld, maar opgebouwd met beelden die bevreemding in de hand werken. Het is een spel waarin de werkelijkheid wordt getransformeerd, zodat we ons laten verrassen door andere held(inn)en en andere situaties. De klemtoon komt te liggen op het dynamische vermogen van de verbeelding.

Voor deze voorstelling werk je samen met Damien Petitot en Myriam Pruvot, die de klankband en de video- en lichtregie voor hun rekening nemen. Hoe kwam je op het idee om met hen samen te werken?

Van meet af aan heb ik Damien Petitot en Myriam Pruvot gevraagd om mijn onderzoek mee te sturen. Samen met hen heb ik de esthetiek van het oeuvre van de beat-generation onder de loep genomen, en meer bepaald de ‘cut-uptechniek’ die typisch is voor deze literaire stroming. Door mijn verhaal samen met hen te vertellen, wordt het politieke aspect van het project nog sterker. Het is mijn bedoeling om de klem-toon te leggen op het ‘netwerk van intenties’ dat ik al eerder vernoemde, op de idee dat de productie van fictie voor iedereen toegankelijk is en alleen maar sterker wordt als ze met anderen wordt gedeeld.

Met dank aan:

De overleden auteurs:
Allen Ginsberg – William Burroughs – ruth weiss – Shéhérazade – Kathy Acker – Lady Jaye Breyer P-Orridge – Louise Metzingue – Neal Cassady – Audre Lorde – Copi – Nina Simone – Michael Ende en Artax – Ursula K. Le Guin – Ted Joans – David Wojnarowicz en alle radicale feeën.

De levende auteurs:
Mona Chollet – Vinciane Desprest – Pat Califia – Hervé Brizon – Genesis P-Orridge – Starhawk – Donna Haraway – Virginie Despentes – Brigitte Fontaine – Bastiaan, Falkor en Atreyu – Patti Smith – Nan Goldin – Christophe Haleb – Stéphane Gladyszewski – Kimberlé Williams Crenshaw – Norman Spinrad – Laurie Anderson en alle radicale feeën.

Voor de inspiratie die ik uit hun werk heb geput.

Back to top

Na zijn studies aan de École d’acteurs de Liège gaat Mathias Varenne als acteur aan de slag bij regisseurs als Armel Roussel, Lucille Calmel, Christine Letailleur en Wojtek Siemilski. Niet lang daarna gaat hij eigen scenisch werk ontwerpen, waarin hij een evenwicht zoekt tussen theater, klankpoëzie en performance.  In 2014 creêert hij La Preuve  in het Centre Culturel de Forest en in het Théâtre de Liège (Prix du Jury International en Prix du Jury Jeune op het Festival Emulation). Naar aanleiding van die productie maakt hij kennis met Isabelle Bats, met wie hij een samenwerking start voor het cureren van een reeks performance-evenementen onder de noemer Crash-Test. Mathias Varenne is erg geïnteresseerd in collectieve creaties met artiesten die bereid zijn onder een brede noemer te werken (artiesten die zich niet alleen acteur noemen maar ook danser, performer, auteur, schilder …). Hij houdt ervan dieper in te gaan op de rol van medium en om een ruimte voor collectief onderzoek te scheppen: zoals in een jazzband componeert elke deelnemer zowel voor de anderen als voor zichzelf, om zo tot gemeenschappelijke dissonanties en ritmes te komen. Op thematisch vlak snijdt Mathias Varenne onderwerpen aan als seksualiteit, vrouwelijkheid en sociale klasse, en laat hij poëzie en politiek met elkaar samengaan.

Back to top