Hamlet II: exit ghost

Théâtre 140

9, 10, 11, 12/05 – 20:30
SWE > NL / FR
1h 10min

In 2003 richt Jörgen Dahlqvist Teatr Weimar op in Malmö en zet de stad op de kaart van het Zweedse theaterlandschap. Voor Hamlet II: exit ghost bouwt de regisseur de scène om in een tv-studio/laboratorium waarin de acteurs de woorden van Shakespeare ontleden en de personages dissecteren. Hij transformeert Hamlet en Ophelia in Pollonius en Gertrude en vice versa om de waanzin, twijfel en wanhoop uit te lichten. Dahlqvist kiest voor het stuk in het stuk als setting. De twee acteurs leggen hun worsteling met de tekst en zijn motieven bloot. Virtuoos schipperend tussen de droge, narratieve lijn en de duistere interpretatie van hun mythische rollen. De claustrofobische set en de indringende liveopnames brengen de personages akelig dichtbij. Samen met de doorgedreven focus op identiteit, herinnering en dood refereert Hamlet II: exit ghost evenzeer aan de Scandinavische film- en tv-traditie als aan legendarische ensceneringen van dit stuk der stukken. Shakespeare meets Bergman meets The Killing!

“This is a show that is impressive, both in its approach and its implementation. The fusion of form, content and theme is virtually spotless and results in a work that is both fascinating and thought-provoking.”
Benshi.se

Concept & regie
Jörgen Dahlqvist

Componist & live elektronica

Kent Olofsson

Licht
Johan Bergman

Live beeldmontage
Jörgen Dahlqvist

Lichttechnicus
Mira Svanberg

Camera
Nils Dernevik, Johan Nordström

Techniek
Johan Nordström

Acteurs
Rafael Pettersson, Linda Ritzén

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre 140

Productie
Teatr Weimar (Malmö)

Coproductie
Ensemble Ars Nova (Malmö), Inter Arts Center (Malmö), Malmö Theatre Academy

Mede gefinancierd door
Malmö Stad, Statens Kulturrad

Back to top

Hamlet II: exit ghost

De scène is een repetitiezaal geworden. Of omgekeerd. Camera’s, mengpanelen, flightcases op wieltjes, statieven met spots... Opzij een lange tafel: als een houten pier van waar beide acteurs de lege ruimte inspringen, en waar ze weer naartoe komen zwemmen als naar een veilig houvast. Deze repetitiezaal is een zee. Een zee van mogelijkheden. Een oefenterrein in identiteiten. Wie is wie? Wie confronteert wie? Niemand lijkt zichzelf.

Vanavond repeteren de twee acteurs Hamlet. Hoe speel je twijfel? Hoe speel je strategie? Hoe speel je lethargie? Rafael Pettersson en Linda Ritzén spelen acteurs die Hamlet en Ofelia spelen die Claudius en Gertrude spelen. Wie wie is, blijft te allen tijde open. Ziedaar de menselijke natuur: niemand valt samen met zichzelf.

“Jij bent jezelf, maar je hebt ook een ander in je”, zegt Ofelia tegen Hamlet. Die ander is zowel de acteur achter Hamlet, als zijn vermoorde vader, als de Hamlet die iedereen op hem projecteert. Hamlet is zijn zijnscrisis, is zijn onzekerheid als acteur – hoe zeker hij ook klinkt. Hij weet niet alleen niet wie hij is, maar evenmin wat hij moet doen. “Ik kan het niet. Het is dat lege gat in mezelf.” Improviseren is het leven, is het lot van iedereen.

Theater van het zelfbewustzijn

In 1963 schreef Lionel Abel in Metatheatre, zijn klassiek geworden studie over de traditie van theater over theater, dat Hamlet het eerste ‘metatheatrale’ personage in de toneelgeschiedenis was. Anders dan de tragische Griekse personages van Sofocles en Euripides “toont hij zich bewust van de rol die hij speelt in het drama dat zich rond hem voltrekt”. Niet de schrijver heeft Hamlet tot theater gemaakt, dat deed hij zelf al. Hij acteert. Hij speelt zichzelf. Ook dat maakt van hem een ander. Een spook.

Dat mag klinken als je reinste postmodernisme, maar zo vat regisseur Jörgen Dahlqvist zijn werk helemaal niet op. “Toen we in 2003 Teatr Weimar oprichtten in Malmö, wilden we met deze groepsnaam verwijzen naar de centraal-Europese traditie die bouwt op zowel Goethe als Bauhaus: op het klassieke én het modernisme, veeleer dan op het postmodernisme. De ontbrekende klinker in Teatr suggereert dan weer dat we geen afgewerkt theater maken. Het is voortdurend in transformatie, in proces.”

Blanco als een blad papier

Continue verandering is ook wat de beide figuren in Hamlet II: exit ghost kenmerkt. Door ze te isoleren uit het dramatische verloop van bij Shakespeare, en zelfs hun identiteit op losse schroeven te zetten, opent Dahlqvist een breed veld aan associaties. Je kan de voorstelling bekijken als een eenvoudig liefdesconflict, als een psychoanalytische therapie, als een reflectie rond acteren, als een eigentijdse Kaspar Hauser, en zelfs als het existentiële portret van een potentiële moordenaar. Elk perspectief verandert de figuren op scène weer. Ze zijn multi-interpretabel. “Blanco als een blad papier”, zeggen ze zelf.

Wie ze mee beschrijft en interpreteert, is Kent Olofsson, de geluidscomponist op scène. Hij plukt hun woorden uit de lucht, en geeft ze andere klankkleuren, een nieuwe articulatie. Taal wordt stroop, als van schimmen in een dichte mist. Eén enkele keer verdraait Olofsson de woorden zelfs letterlijk, zoals wanneer Hamlet zijn moeder aanroept. De scène wordt een echokamer, de resonantieruimte van twee zielen die diep in zichzelf getreden zijn.

Hun echo’s spelen niet enkel op je gevoel, ze harmoniëren ook met de repetitieve replieken die Hamlet en Ofelia van zichzelf al spreken. Elke uitspraak, elke toenadering, elke belofte vernieuwt zichzelf, botst op de ander en vervliegt. Het is een herhaling zoals in een doolhof. Alles lijkt zich te verdubbelen, en blijkt toch weer anders. Niets staat vast.

Spelen met projecties

Voor Teatr Weimar is Hamlet II: exit ghost het slotdeel van een bredere trilogie rond taal en identiteit. In het eerste deel, Elektra revisited, bewerkte Dahlqvist de klassieke Elektra-stof tot een voorstelling rond geweld, flirtend met eigentijdse tragedies als Columbine. Deel twee, Stairway to Heaven av Led Zeppelin av Jörgen Dahlqvist, gaf vorm aan een acteren op zich: de verhouding tussen het duo op scène vormde de eigenlijke voorstelling, in het vage grensgebied tussen fictie en werkelijkheid. In beide delen namen Rafael Pettersson en Linda Ritzén ook al de honneurs waar.

“De trilogie is een onderzoek naar de mogelijkheden van toneelspel”, aldus Dahlqvist. “Maar er komen in Hamlet II: exit ghost ook andere sporen uit ons oeuvre samen. We hebben altijd al graag gewerkt met toneelklassiekers. De laatste tijd is daar ook steeds meer vormonderzoek bij gekomen, naar bijvoorbeeld het gebruik van video op scène.”

Zo speelt Hamlet II: exit ghost tegen een groot projectiedoek, waarop niet enkel live close-ups van beide spelers verschijnen en door elkaar vloeien, maar ook uitstapjes worden gemaakt naar opgenomen beelden van Ofelia aan het water, of Hamlet op het kerkhof. Het zijn geen simpele illustraties, maar bijna psychedelische evocaties van een zijnstoestand. “Ik wou video niet narratief gebruiken”, bevestigt Dahlqvist. “Wel als een extra acteur.”

Malmö breekt met de traditie

Het maakt van Teatr Weimar, een vierkoppig makerscollectief dat op een kleine tien jaar niet minder dan vijftig producties afleverde, een opgemerkte speler in het Zweedse theaterveld. Dat veld zit nog steeds sterk ingebed in de maatschappelijk-realistische traditie die Strindberg en de Noor Ibsen op de wereldkaart hebben gezet in de late negentiende eeuw. Lars Norén en Ingmar Bergman hebben die traditie de voorbije decennia wel verdiept met een donkerpsychologisch kantje, maar stukken met een plot en hanteerbare personages blijven in Zweden de norm, ook voor eigentijdse auteurs.

In Malmö daarentegen, waar Teatr Weimar zijn stukken maakt, is de laatste drie jaar heel wat in beweging, zegt Dahlqvist. “Tegenover het vrij klassieke realistische theater in Stockholm en Göteborg voel je hier meer experiment, meer streven naar een nieuwe eigentijdse podiumkunst. Teatr Weimar gaat voor in die geest, maar ook op de theaterschool van Malmö gebeurt er nu heel wat. Docenten zijn op andere zaken gaan focussen.”

Net dat spel met een andere aanwezigheid op scène, binnen een multidisciplinaire omgeving, is wat zich in Hamlet II: exit ghost ervaren laat. Beide acteurs spelen geen rol, ze zijn hun rol. Ze wisselen tijdens de voorstelling niet van gedaante, maar van naam. Het is de essentie van theater spelen. De essentie van Shakespeare ook.

- Alsjeblieft, Hamlet.

- Nee, dat ben ik niet.

- Alsjeblieft.

- Dat is niet mijn naam.

- Wie ben je dan?

- Ik ben wie ik ben, wie binnenin mij zit.

- Wie is dat?

- Deze hier. Ik weet het niet. Ik zal het ontdekken.

- Jij bent wie ik liefheb.

- Wat?

- Je bent diegene waarvan ik hou, Hamlet.

- Getrude?

- Nee, ik ben het, Ofelia.

- Ofelia, ben jij dat?

- Ja, dat ben ik.

- Laat me zijn, Ofelia.

- Dat kan ik niet.

- Je zal enkel gekwetst worden. Ik zal je kwetsen. Hij zal je kwetsen, ik.

- Dat zou jij nooit doen.

- Je kent me niet.

Wouter Hillaert

Back to top

Teatr Weimar is het toonaangevende podiumkunstencollectief in Zweden met als thuisbasis Malmö, in het uiterste zuiden van het land. Teatr Weimar bestaat uit theaterauteurs, dramaturgen, onderzoekers, regisseurs, acteurs, technici, muzikanten en scenografen die de grenzen en uitdrukkingswijzen van de hedendaagse podiumkunsten verkennen. Teatr Weimar werkt vaak met kunstenaars uit andere domeinen, altijd met taal, macht en identiteit als onderwerpen van hun artistieke werk. Teatr Weimar staat in de voorste gelederen van artistiek onderzoek en artistieke ontwikkeling in het Zweedse theater en zijn verbonden aan de Malmö Theatre Academy en het Inter Arts Center aan de Universiteit van Lund.

Back to top