HA!

Théâtre Marni

19, 21/05 – 20:00
20/05 – 15:00

55min


Bouchra Ouizguen, hedendaags danseres en choreografe opgeleid in Frankrijk, is enkele jaren geleden teruggekeerd naar Marrakech waar ze een lokale dansscene probeert op te starten. In Madame Plaza (Kunstenfestivaldesarts 2011) deelde ze het podium met drie Aïta’s, traditionele danseressen die met hun kunst in hun thuisland tegelijk opgehemeld en uitgespuwd worden. In HA! gaat Bouchra Ouizguen nog een stap verder en koppelt ze de beladen lichamen van de danseressen – de vrouwen vormen ondertussen haar vaste gezelschap – helemaal los van hun culturele identiteit. Het vertrekpunt is een gezongen tekst van soefimysticus Jalal ad-Din Rumi. Op het snijpunt van vormelijke schriftuur en menselijke richtingloosheid peilt Bouchra Ouizguen naar de obsessies die in elk van ons begraven liggen. Ver weg van enig exotisme bezingt en ‘bedanst’ deze eigenaardige voorstelling de waanzin als ‘rijkdom van de rede’, nodeloos verbannen naar de marge van onze samenleving. Bevrijdend!

Choreografie
Bouchra Ouizguen

Dans & zang
Bouchra Ouizguen, Kabboura Aït Ben Hmad, El Hanna Fatéma, Naïma Sahmoud


Licht
Jean Gabriel Valot

Toneelmeester
Thalie Lurault

Documentatie
Otman El Mernissi

Productieleiding
Fanny Virelizier



Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Marni

Productie
Cie O (Marrakech)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Festival Montpellier Danse 2012 (Montpellier), Les Spectacles Vivants - Centre Pompidou (Parijs), Fabbrica Europa (Firenze), Institut français/Ministère des affaires étrangères et européennes (Parijs)


Studio
Institut français de Marrakech, Ecole Supérieure des Arts Visuels de Marrakech, Institut français de Tétouan

Gecreëerd in Montpellier in juni 2012

Back to top

Ongehoorde lichamen in het ongewisse

Vertrekkend van een reeks verrassende artistieke ontmoetingen speelt de Marokkaanse choreografe Bouchra Ouizguen met onze verwachtingen en onze op het oriëntalisme vastgeroeste blikken.

Wat opvalt in HA! is de ruimte. De pikzwarte doos waarin duistere figuren ronddolen, vier silhouetten in nauw aansluitende zwarte pakken. Sobere, zuiver afgelijnde vormen. Maar zwart op zwart. Poreuze figuren, als een overdruk binnen het algemene gegeven. Bloedloze vormen, die van het ene moment op het andere in de ruimte kunnen oplossen. Vier vrouwen met witte zuiderse hoofddoeken, enkel op het voorhoofd geknoopt. Een uniek contrast. Vier witte vlekken. Bescheiden glimwormpjes in de zwarte doos. Onze blik volgt hun spoor, dat zich op het netvlies vastzet.

Doorheen het donker van de lichamen in het duister, doorheen het licht van de hoofden die rondfladderen en contact zoeken, staat een hele ruimte op scheuren, op springen, om zich daarna opnieuw te ordenen, te strekken, op te richten. Het oog moet boren, glijden en ijlen. Staande blijven en vooruitgaan, geduld uitoefenen en op hol slaan. HA! is een wereld van verruiming, splijting en verplaatsing. Maar ook van samenkomst, stolling en ontroering.

Als we ons aan een dergelijke impressionistische beschrijving overgeven, dan is dat vanuit de innerlijke noodzaak te reageren op de opmerkelijke wereld die Bouchra Ouizguen in beweging zet. Niet alleen HA! maar ook de vorige voorstelling van de Marokkaanse choreografe, Madame Plaza, bracht een schokeffect teweeg bij het publiek. Aan de hand van haast doorschijnende figuren, drijvend tussen verschillende werelden, schetst de artieste de horizonten van een ragfijne, imaginaire geografie.

Wie zijn deze vrouwen? Bouchra Ouizguen is danseres, maar Kabboura Aït Ben Hmad, Fatema El Hanna en Naïma Sahmoud zijn dat niet in de strikte zin van het woord. Ze betreden de scène vanuit een onverwachte ruimte die zich buiten de internationale - of 'westerse' - circuits van de ernstige hedendaagse kunst bevindt.

Hier is een anekdote op zijn plaats, die teruggaat naar de creatie van Madame Plaza in 2009. De choreografe presenteerde haar projet op de persconferentie van het festival Montpellier Danse. Onmiddellijk kwam de vraag. Hoe behandelt deze voorstelling met vier Marokkaanse vrouwen het thema van de hoofddoek? De choreografe antwoordde dat haar voorstelling andere thema's behandelde.

En toch. Dezelfde vraag werd haar keer op keer gesteld. De hoofddoek. En nog eens de hoofddoek. Reductie tot één enkel thema, een masker dat onze mentale voorstelling van de Arabische vrouw vertroebelt. De nadruk die in de 21ste eeuw op de hoofddoek wordt gelegd, lijkt in onze geglobaliseerde beeldvorming de perfecte tegenhanger te zijn van het beeld van de wellustige ontsluiering uit het oriëntalisme van de vorige eeuwen.

Laten we de hypothese verder doortrekken. Misschien vloeit de inversie van dat gegeven voort uit de historische en geografische verplaatsing van de beeldvorming naar een register van vernieuwd anders-zijn? In dat geval zou het waanbeeld van de erotische ontsluiering teruggaan naar een ver Arabië, terwijl het sluier van de hoofddoek zou overeenstemmen met het Arabië vlakbij ons, in de westerse ruimte. Op die manier wordt de oriëntalistische draad doorgetrokken doorheen de beelden die evolueren in het kielzog van het Arabische migratieverhaal...

Bouchra Ouizguen heeft niets met immigratie te maken. Maar wel met globalisering.

In haar jeugd leefde ze een paar jaar in Frankrijk, in een uitgesproken... katholiek milieu. De rest van haar jeugd bracht ze in Marokko door, waar ze zich zoals zovele anderen op de oosterse dans toelegde. Zo raakte ze gepassioneerd door dans in het algemeen. Ze schreef zich in voor de opleiding ex.e.r.ce onder leiding van Mathilde Monnier aan het conservatorium van Montpellier. Daarna vervoegde ze Bocal: een korte, nomadische en experimentele actie-opleidingsmodule onder leiding van Boris Charmatz. Zowel Bocal als ex.e.r.ce dompelden haar onder in de theorie en de praktijk van de performancekunst.

Vandaag leeft Bouchra Ouizguen in Marrakech. In die stad maar ook in Tunis tracht ze een hedendaags choreografisch project te ontwikkelen dat op Franse leest geschoeid is. Een netwerk van Franse instellingen biedt de artiesten minimale zichtbaarheid. Toch blijven de typische kenmerken van de Marokkaanse werkelijkheid aanwezig: gebrek aan eigen productiemiddelen, gebrek aan werkruimte en opleiding, maar ook gebrek aan publiek. Kortom: onverschilligheid.

Moet men er dan maar van uitgaan dat de dans geen toekomst heeft in Marokko? Bouchra Ouizguen ontmoet Kabboura Aït Ben Hmad, Fatema El Hanna en Naïma Sahmoud. Als erfgenamen van de Aïta's zijn deze vrouwen eerder zangeres dan danseres: ze worden uitgenodigd om feesten en huwelijken op te luisteren en treden ook op in cabarets. In het perspectief van de sociale conventies strookt hun profiel met de slachtofferrol van de kunstenaar: ze zijn gewild en gevierd, maar worden tegelijk ook gebannen en veracht als vrouwen van lichte zeden.

De danspartners van Bouchra Ouizguen zijn geen jonge meisjes meer. Hun zware lichaamsbouw maakt indruk. Hun fysieke temperament en de groeven in hun gelaat zijn de getuigen van een parcours buiten de normen, van een leven met weinig geschenken. Het zijn zeer sterke podiumartiesten. Deze vrouwen zuigen de blik en het bewustzijn van het publiek naar zich toe. Vaak turen ze in de verte, vanuit een innerlijke vlam die naar vele referenties uitstraalt. Ze zijn aanwezig. Louter aanwezig. Vanuit een woedende geladenheid.

Welke rol speelt Bouchra Ouizguen aan hun zijde? Haar lichamelijke rondingen zijn op die van de andere vrouwen afgestemd. Ze beschikt echter over een 'actuelere' expressietaal, door de techniek die ze zich als danseres heeft eigen gemaakt. Nergens wordt het onderlinge band verbroken, ze is de discrete leider wanneer de tempi moeten worden aangegeven en afgebakend. De dialoog die zich op die momenten ontspint is als een plantenstek, een hybridisatie, veeleer dan de dramatisering van een welbepaald register van het anders-zijn.

In haar werk zoekt choreographe Maguy Marin naar woorden en gebaren voor een variabel gegeven dat ruimte laat voor de onvoorspelbare inventiviteit van een vrijgevochten traject. Ze wil geen voorbestemde vormen tonen zoals die worden bepaald door de algemeen heersende sociale controle. Marins aanpak en persoonlijkheid sluiten dan ook goed aan bij de voorstelling van Bouchra Ouizguen en de artiesten van het oude cabaret Madame Plaza in Marrakech.

De confrontatie tussen artistieke werelden biedt elk van de vrouwen - of ze nu thuis zijn in een cabaret of in de internationale hedendaagse dansscène - de mogelijkheid om hun emancipatorische potentieel aan de groep aan te bieden. Vrijheid van lichaam en geest overheerst in Madame Plaza. Met dat gegeven kan men echter vele andere richtingen uit. Een nieuwe artistieke toekomst gloort aan de einder.

De thema's worden niet alleen geïllustreerd of behandeld door ze in een choreografische vorm te gieten: ze gaan ook terug op een effectief doorvoelde, doorleefde situatie. De stukken van Bouchra Ouizguen komen uit de keuken van haar appartement, een plaats waar men de tijd doodt, keuvelt, boeken doorbladert, levensflarden met elkaar deelt. Daarna gaan de stukken de baan op, waaieren uit over het land: een menselijke reis zonder productieschema, volgens een planning die afloopt wanneer het geld op is. Pas veel later komt het studiowerk.

Het loont de moeite om na te gaan in welk kader een artistieke creatie tot stand komt en hoe de voorstelling daaruit voortvloeit. In de stukken van Bouchra Ouizguen, die nooit echt ver van Marrakech ontstaan, overheersen cirkelvormige en slingerbewegingen. Ook de lichaamsbouw van de danseressen roept een zekere onbestemdheid op.

In Madame Plaza bakenen drie Marokkaanse bankjes losjes de ruimte af. In de loop van de voorstelling zal de verplaatsing van dat bescheiden meubilair - door ze rechtop of op een lijn te zetten, ze te herschikken - leiden tot een labyrint van ruimtelijke fragmenten. In dit 'decor van niets' geven vier vrouwen zich over aan een lusteloos wachten. Ze doen dat nadat ze zich hebben onttrokken aan het eenzijdige geweld en de conventionele verwachtingen van de haast prostitutionele mannelijke blikken waaraan hun aanwezigheid gewoonlijk is blootgesteld.

Bouchra Ouizguen runt een laboratorium waar lichamen worden gemaakt. Doordat ze op een niet-vlakke manier aanwezig zijn, nemen de lichamen afstand van hun monumentale tentoongesteld-zijn, ondergaan ze een diffractie in interpretatieve projectievlakken en wordt er abstractie gemaakt van het register waar ze volgens de conventies thuishoren. Het geheel baadt in een zekere deterritorialisering van de verbeelding, in een sfeer van rustige vrolijkheid, van geduldige en toegestane fantasie, van een smachtende sloomheid waarin vrouwen zichzelf heruitvinden. Ze doen dat doorheen spelletjes, probeersels, klemtonen van het lichaam. Maar ook door een paar goeie grappen, die van wreedheid getuigen wanneer ze als het ware in de huid van de man kruipen.

Madame Plaza laat een overrompelende, onthutsende maar ook gelukzalige herinnering na. Als weergekeerd uit een Oosten waar vrouwen zichzelf op de wereld zetten in een mozaïek van ongehoorde klanklichamen - want ja, ze blijven zingen - lijkt deze voorstelling een blijde boodschap uit te dragen over de oneindige mogelijkheden van het menselijk lichaam. HA! is veeleer somber en ondergronds van sfeer en kiest als kader een Marokkaans dorp vol gekken. Volgens de volkse gewoonten van de heterodoxe islam stromen in de pelgrimsoorden heel wat mensen toe die mentaal ontregeld zijn. Sommigen blijven er enige tijd en worden opgevangen door broederschappen. De vele riten die zich ergens tussen aanroeping en trance bevinden - en buiten het kader van de folkore moeilijk te vatten zijn - fungeren als een soort sociale behandeling van de geesteszieke, in een aanpak à la Foucault 'avant la lettre'. Daar heeft ook de dans zijn plaats.

In HA! geven de lichamen zich verder over aan een vorm van zelfopoffering die de grenzen van de identiteit overschrijdt. Ze geven zin aan de onuitputtelijke poëzie van Jalal-ad-Din-Rumi, die aan de bron ligt van het soefisme:

"In de liefde,
Vraag me de kern van de waanzin
Vraag me de verloren ziel, de verloren rede
Vraag me honderd gebeurtenissen die de dag verruimen
Vraag me honderd woestijnen gevuld met het vuur van bloed..."

Deze pakkende voorstelling roept een niet te onderdrukken vraag op. HA! is gedoemd te worden verspreid over het netwerk van de internationale dansscène, waardoor het een (be)vreemde(nde) lading zal krijgen. Als boodschapper van buitengewone tekens uit een geheel andere, deels verborgen cultuur, dreigt de voorstelling te worden gerecupereerd door de eindeloze hersenkronkels van het exotisme. In de weegschaal ligt de blik van het publiek, waarop de auteurs en de vertolkers geen greep hebben.

Bouchra Ouizguen bouwt momenteel aan een volgende ontmoeting: die met de schrijver Abdellah Taïa. Zijn literaire oeuvre is één groot knutselwerk op basis van het existentiële materiaal van zijn jeugd in de volkse wijken van Rabat. In die stad volgde hij, tegen de gangbare normen en godsdienstige voorschriften in, duizenden om- en zijwegen om zijn (homo)seksualiteit in een paradoxale vrijheid te beleven. Nu hij gekozen heeft voor Parijs om zijn leven een toekomst te geven, kijkt Abdellah Taïa ernaar uit om, aan de hand van een performance met Bouchra Ouizguen, beweging te brengen in onze verstarde blik op de vrouw en de man. Als inspiratiebron kiest hij geen theorieën die op Amerikaanse universiteiten worden gesmeed, maar wel de rijkdom van de Arabische folklore.

Gérard Mayen
Verschenen in het tijdschrift Mouvement op 31 oktober 2012

Back to top

Bouchra Ouizguen werd in 1980 geboren in de Marokkaanse stad Ouarzazate en studeerde in Frankrijk. Tussen 1995 en 2000 werkte ze in Marokko, waar ze solo’s oriëntaalse dans bracht. Haar vorming gebeurt essentieel bij drie choreografen, die doorslaggevend zijn voor haar carrière: Bernardo Montet, Mathilde Monnier en Boris Charmatz. In 2002 creëerde ze samen met Taoufiq Izeddiou en Saïd Aït El Moumen het gezelschap Anania. In 2002 schreef ze de solo Ana Ounta in het kader van het project ‘Prière de regarder’, dat onder de artistieke leiding stond van Mathilde Monnier. Mort et moi, de solo die ze in 2005 schreef, werd opgevoerd in Marrakesh, in de Fondation Cartier in Tours en op het festival Montpellier Danse. Vanaf 2005 is ze mede-organisator van de Rencontres Chorégraphiques de Marrakech. In 2006 schreef ze samen met Taoufiq Izeddiou Déserts, désirs. In 2007 danste Ouizguen voor Julie Nioche Matter en creëerde ze een duet met een Aïta-cabaretzangeres. Daarop maakte ze haar eerste groepsvoorstelling, Madame Plaza. In 2011 creëerde ze samen met choreograaf Alain Buffard de solo Voyage Cola in het kader van de reeks Sujets à Vif (Festival d’Avignon).

Back to top