H, an incident

Kaaitheater

15, 16, 17, 18/05 – 20:30

EN > FR / NL
2h

In 2008 stond Kris Verdonck voor het eerst op het grote podium op het Kunstenfestivaldesarts. In 2013 bewandelt hij de weg verder met een groots opgezette muziektheaterproductie. Vragen over privacy, individuele vrijheid en de gespannen relatie tussen het individu en de massa deden Verdonck teruggrijpen naar Daniil Harms (1905-1942), Russisch schrijver en tijdgenoot van Malevitsj en het constructivisme. In H, an incident wordt de geest van Harms opgeroepen. Kris Verdonck creëert een waanzinnig post-humane opera, vertolkt door robotachtige muziekinstrumenten, een koor van IJslandse meisjes, een cartoonachtige reïncarnatie van de schrijver Harms en een rijk arsenaal aan multimedia-elementen. In de schemerzone tussen de vreselijke werkelijkheid en de absurde lichtheid van de verbeelding confronteert Verdonck de raadselachtige wereld van de Russische schrijver met de onze. Lichamen, machines, geesten, … Allemaal banen ze zich een weg door het absurde universum van Harms. Tot ze verdwijnen.

Concept & regie
Kris Verdonck

Dramaturgie
Marianne Van Kerkhoven (Kaaitheater)

Muziekcompositie
Jónas Sen, Valdimar Jóhansson

Creatie & begeleiding koor
Erna Ómarsdóttir

Performers
Jan Steen, Marc Iglesias, Jeroen Vander Ven

IJslands koor & performers
Erna Ómarsdóttir, þyrí Huld Arnadóttir, Thorunn Arna Kristjansdóttir, Brynhildur Gudjonsdóttir, Katrín Gunnarsdóttir, Sigríður Soffía Níelsdóttir

Kostuums
An Breugelmans

Technische leiding & licht
Jan Van Gijsel

Regieassistent
Kristof Van Baarle

Techniek
Marc Dewit, Kaaitheater

Geluid
Valdimar Jóhansson

Muziekinstrumenten
Decap Herentals

Robotica & systeemintegratie
Culture Crew

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Productie
A Two Dogs Company in samenwerking met Shalala (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater (Brussel), steirischer herbst (Graz), Göteborgs Dans & Teater Festival, Spring Festival (Utrecht), Théâtre national de Bordeaux en Aquitaine

Met de steun van
Vlaamse Overheid, Vlaamse Gemeenschapscommissie, Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Région de Bruxelles-Capitale, iMinds & Art&D program

Met dank aan
National Theatre of Iceland, Department of Information Technology at Ghent University (Stefan Bouckaert, Bart Jooris), Zinnema

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Jan Steen is onderzoeker aan KASK / School of Arts Gent. Deze voorstelling kadert in zijn onderzoeksproject 'L'être et jouant - Het zijn in het spelen' dat gesteund wordt door het onderzoeksfonds Hogeschool-Universiteit Gent

Back to top

Het werk van de Russische auteur en dissident Daniil Harms (1905-1942) vertoont een wonderbaarlijke evenwichtsoefening tussen enerzijds de gruwelijke werkelijkheid die hij beschrijft en anderzijds de absurde lichtheid waarmee hij met die werkelijkheid omgaat. Harms had banden met de Russische Futuristen en was medeoprichter van de groep 'Oberioe' (Vereniging voor Reële Kunst). Zoals alle non-conformistische kunstenaars die zich niet wilden schikken naar de partijlijn en haar voorschriften i.v.m. het sociaal-realisme van de kunst, kwam Harms in grote problemen terecht. Hij werd in 1931 verbannen naar Koersk. Toen hij een jaar later naar zijn geboortestad Sint Petersburg terugkeerde, legde hij zich toe op het schrijven van kinderliteratuur om in zijn onderhoud te voorzien. Van zijn werk voor volwassenen werden slechts twee gedichten tijdens zijn leven gepubliceerd. In 1941 werd hij gearresteerd en krankzinnig verklaard. Hij stierf een jaar later door verhongering in een psychiatrische kliniek.

Zijn postuum uitgegeven oeuvre bestaat vooral uit korte verhalen, gedichten en kleine toneelstukjes. Het getuigt van een onweerstaanbaar gevoel voor humor en van een grillige fantasie. Het fragment en het absurde einde daarvan zijn de handelsmerken van zijn schriftuur. Harms drukt in zijn teksten voor volwassenen vaak zijn haat uit tegen het kind, terwijl zijn volwassen personages zich meestal kinderachtig gedragen. Ze slaan en stampen elkaar, alsof ze geen andere vorm van expressie kennen.

Het absurdisme van zijn teksten is echter zo indringend dat men gaandeweg gaat beseffen dat de wereld die Harms beschrijft niet ontspruit aan zijn verbeelding, maar een trouwe weergave is van zijn werkelijkheid. Een rode draad in zijn oeuvre zijn verdwijningen: er verdwijnen voortdurend mensen; ze lopen verloren, worden onherkenbaar, vallen uit het raam of in stukken uit elkaar. Tijdens het Stalinistische terreurregime bespiedden alle burgers elkaar. Ze werden verplicht elkaar te verraden en deden dat ook. De onleefbare druk die dat met zich meebracht, dreef velen tot waanzin of zelfdoding.

De verdwijningen uit zijn verhalen sluiten aan bij Harms' filosofische zoektocht naar het niets. Zoals zijn personages binnen hetzelfde fragment ontstaan en oplossen, zo groeit bij Harms het iets uit het niets om er vervolgens weer in te verdwijnen. Harms' niets is een vruchtbare bodem waaruit mensen en gebeurtenissen kunnen ontstaan. De creatie is voor hem het gevolg van een kleine verstoring van de orde en hij was ervan overtuigd dat deze incidenten ook in taal konden gebeuren. Zijn streven naar ontwrichting stond in scherp contrast met het statische systeem van het stalinistische Rusland, waar eigenheid en actie konden leiden tot bestraffing en dood. Het collectieve gedrag primeerde er op het individuele.

In H, an incident wordt de wereld van Daniil Harms geconfronteerd met de onze. Onder Stalin werd gestreefd naar een collectieve persoonlijkheid, o.a. door middel van conditionering vanaf erg jonge leeftijd en een opgelegde communale leefwijze. Ook in de maatschappij zoals wij die vandaag kennen wordt de privacy van de burgers en de individuele vrijheid die ermee samenhangt zwaar onder druk gezet. De neoliberale logica van voortdurende groei en consumptie ontaarden in een verschroeiende competitiviteit, waarbij sociale banden en wederzijds vertrouwen ingeruild worden voor individualisme en controle van onze ganse levenssfeer. Psychoanalyst Paul Verhaeghe wijst daarbij op het verband tussen een gevorderd kapitalisme en een groeiend klimaat van angst. De controlemaatschappij die vandaag tot stand komt, gaat echter een stuk subtieler te werk dan ten tijde van de KGB en van andere controleorganen zoals de Komsomol, de communistische jeugdbeweging. Waar in de tijd van Harms de controle van identiteit nog voornamelijk een zaak van mensen (en papieren media) was, wordt het individu vandaag geobserveerd en geabsorbeerd via technologie en nieuwe media.

Datzelfde individu vervaagt in de geglobaliseerde consumptiemaatschappij die we vandaag kennen. We kopen dezelfde spullen, kijken naar dezelfde films of televisieprogramma's en volgen de waan van de dag. Deze infantilisering van een steeds groter wordende groep raakt aan de cartooneske figuren van Harms. Op grotere schaal kampen we met een erg eenzijdige visie op hoe de samenleving georganiseerd moet worden. De huidige crisis toont wederom aan dat het nagenoeg onmogelijk is om buiten het dominante neoliberale model te denken. Koste wat het kost kiezen wij voor de weg van minste weerstand.

Negen performers communiceren en spelen met een orkest van autonoom musicerende instrumenten die als personages een rol spelen. Decap Herentals, een firma met meer dan honderd jaar ervaring in de constructie van geautomatiseerde instrumenten, ontwikkelde deze robots in samenwerking met de Universiteit Gent en Culture Crew. Deze bevreemdende halfwezens voeren hun eigen choreografie uit, al dan niet in interactie met de 'levende' personages.

De performers, waaronder zes IJslandse dames bijeengebracht door Erna Ómarsdóttir, dwalen rond op scène en worden elk gekenmerkt door een probleem. Ze vervelen zich, spelen, roepen, kruipen en zingen, steeds met een positieve en oneindige energie. Voor hen is er maar één richting: voorwaarts, zonder geheugen of terug kijken. Doorheen de voorstelling schemert de persoon van Harms zelf, onlosmakelijk verbonden met zijn eigen creaturen.

De muziek, gemaakt door Jónas Sen en Valdimar Jóhannsson, bevat dezelfde 'harmsiaanse' absurditeit en combineert een vrolijke lichtheid met de terreur van de stalinistische liederen. De communistische jeugdbond, Komsomol, werd opgericht in 1918 en was berucht omwille van haar agressie en strenge uitvoering van het partijprogramma. Aanstekelijke muziek was voor de Komsomol een belangrijk middel voor de indoctrinering van hun leden. Vandaag bezingt de door de regering gesteunde jeugdbeweging 'Nashi' in het Rusland van Poetin op een gelijkaardige 'poppy' wijze de leiders van hun land.

De absurditeit van Harms heeft meerdere lagen. Naast een vorm van humor, het verbreken van het oorzaak-gevolg verband en een manier om de werkelijkheid weer te geven, is het absurde een bescherming tegen de hardheid van de realiteit die hij beschrijft. Harms' zoektocht naar het wonder in de kleine dingen was van existentieel belang. Zelf 'performde' hij kleine acties in het openbaar en speelde hij verschillende rollen, van Sherlock Holmes tot een fictieve professor. De verwondering die Harms in de wereld zag en wilde teweeg brengen, vindt in H an incident zijn weerklank in de kleurrijke verzameling figuren, mensen en robots, op zoek naar een modus vivendi in een systeem dat niet het hunne is.

"All good people, but they don't know how to hold their ground."

Marianne Van Kerkhoven & Kristof van Baarle

Back to top

De opleiding van Kris Verdonck (1974) – beeldende kunst, architectuur en theater – komt tot uiting in het werk dat hij maakt: we kunnen zijn creaties situeren in het grensgebied tussen beeldende kunst en theater, tussen installatie en performance, tussen dans en architectuur. Als theatermaker en beeldend kunstenaar kan hij al terugkijken op een breed scala aan projecten, waaronder 5 (2003), Catching Whales Is Easy (2004) en II (2005). De eerste STILLS(2006), die bestaan uit gigantische projecties, gebeurden in opdracht van La Notte Bianca in Rome. In november 2007 creëerde hij de theatrale installatie I/II/III/IIII. In mei 2008 ging END in première tijdens het Brusselse Kunstenfestivaldesarts. Verdonck presenteert vaak combinaties van diverse installaties/performances als VARIATIONS. VARIATION IV werd in 2008 vertoond tijdens het Festival van Avignon. In januari 2010 voltooide Verdonck de circuitperformance ACTOR # 1, die drie variaties toont op het thema “van chaos naar orde”. K, a Society, een op het werk van Franz Kafka geïnspireerd circuit van installaties en projecties, ging in 2010 in première tijdens het Duitse festival Theater der Welt. In 2011 presenteerde Verdonck twee onderzoeksprojecten: TALK is een zoektocht naar taal, EXIT (in samenwerking met Alix Eynaudi) pakt theater als medium aan. In hetzelfde jaar was de eerste solotentoonstelling van zijn werk te zien in Z33, Huis voor actuele kunst in Hasselt, samen met EXOTE, een nieuw werk. In 2012 creëerde Verdonck M, a reflection, een theaterproductie gebaseerd op teksten van Heiner Müller met op het podium acteur Johan Leysen en zijn digitale dubbelganger.

Back to top