Goat Island

De Kriekelaar

16.17.21/05 > 20:00
18/05 > 20:00*
20/05 > 20:00
English - 120' -

Ergens op het einde van de Middeleeuwen brak er in Zuid-Italië een soort collectieve dansroes uit, veroorzaakt door besmet brood. Het is één van de inspiratiebronnen van Goat Islands The Sea & Poison, een voorstelling over vergiftiging in al zijn vormen: door voedsel, straling, chemisch vergif, insectenbeten… De Amerikaanse performancegroep is alert op wat er rondom hen in de maatschappij gebeurt. Maandenlang werken ze aan hun creaties, waarbij ze tekst, alledaagse bewegingen en dans versmelten tot krachtige voorstellingen. Repetitieve, bijna hypnotiserende danssequensen, die het uithoudingsvermogen van de performers serieus op de proef stellen, wisselen af met korte sketches en hevig fysiek materiaal. Zelf situeert Goat Island zijn voorstelling “tussen een muziekcompositie en een marathondanswedstrijd”.

Regie:

Lin Hixson

Performance :

Karen Christopher, Matthew Goulish, Mark Jeffery, Bryan Saner

Administratie:

CJ Mitchell

Verlichting:

Rachel Shipp & Goat Island

Techniek:

Scott Halvorsen Gillette

Assistant à la mise en scene:

Jake Pankratz Saner

Kostuums:

Cynthia J. Ashby

Musical adviser:

Smokey Hormel

Muziek:

Rick Peeples

Met dank aan:

Cynthia Ashby, Broadway Children's Center, Glasgow School of Art, Celia Jordan, Bob Pringle, Marlin Saner, Teresa Pankratz Saner, Wellington Avenue Church, Chantal Zakari

Met de steun:

Dartington College of Arts (Devon), The Centre for Contemporary Arts (Glasgow), Illinois Arts Council, The CityArts I Program of the City of Chicago Department of Cultural Affairs, Performing Arts Chicago

Presentatie:

KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Aan de lezer.

Wanneer je deze tekst leest, begin dan om het even waar. Je hoeft niet op bladzijde één te beginnen. Je hoeft niet tot het einde door te lezen. Lees niet alles als je daar geen zin in hebt. Begin bij het punt dat je het meest interessant lijkt. Doe ermee wat je wil.
Naar Matthew Goulish (lid van Goat Island),
(uit de inleiding op) 39 microlectures in proximity of performance, Routledge, London, 2000

“Na de première

blijft een voorstelling veranderen. Omdat de aanwezigheid van een publiek je anders naar de voorstelling doet kijken en je anders doet spelen. Je merkt wat er veranderd moet worden. Op een bepaald moment stoppen we daarmee. We komen nergens meer aan. De voorstellingen weerspiegelen wel de gedachten waar we op dat moment mee rondlopen. Gedachten zoals in gedachten-gedachten; onmogelijke dans-gedachten; vergif-gedachten; hongersnood-gedachten; echo-gedachten; geest-gedachten; infectie-gedachten; melk-gedachten; honger-gedachten; kikker-gedachten; Hamlet-gedachten; marathon-gedachten; krimpende-man-gedachten. Als er iets gebeurt zoals op 11 september, dan verandert dat ons werk. Maar we passen niets aan.” – Goat Island

John Cage

over de Freeman Etudes, 1983, geciteerd door Goat Island in het essay The Impossible & Poison: “Ik heb de Etudes met opzet zo moeilijk gemaakt. We worden in deze maatschappij geconfronteerd met ernstige problemen, waardoor we geneigd zijn te denken dat de situatie hopeloos is, dat het gewoon onmogelijk is om nog iets te doen dat alles weer in orde brengt. Ik denk dat deze muziek, die zo goed als onmogelijk is, een idee geeft van de haalbaarheid van het onmogelijke.”

“Voor The Sea & Poison

zochten we inspiratie in allerlei soorten vergiftigingen: echt gebeurde en fictionele. We waren gefascineerd door de sint-vitusdans, een soort collectieve dansroes die uitbrak in het Zuiden van Italië op het einde van de Middeleeuwen. Een andere inspiratiebron was The Incredible Shrinking Man, een film uit de jaren ’50, waarin een reclameman krimpt tot de grootte van een spin, nadat hij vergiftigd is door een combinatie van insecticide en straling. We maakten een aantal onmogelijke dansen: een ingewikkelde aaneenschakeling van onuitvoerbare bewegingen die de grens van het mogelijke uitdagen. De dans in onze voorstelling situeert zich ergens tussen een muziekcompositie en de marathondanswedstrijden uit de Amerikaanse depressiejaren. Met The Sea & Poison leggen we laag per laag de gevolgen van vergif op het lichaam bloot – het sociale en het individuele lichaam – en bevragen we de idee ‘onmogelijkheid’.” – Goat Island

Hoe het begon:

“Toen Bryan Saner, lid van Goat Island, op trektocht was in de Grand Canyon met zijn vrouw, werd hij ‘s nachts gebeten door een klein diertje. De dag erop werd hij wakker met een arm vol rode en purperen strepen. Hij besloot zo veel mogelijk te wandelen om het vergif uit te zweten. Tegen het einde van de dag waren de plekken verdwenen. Bryan’s verhaal fascineerde ons. Het deed ons denken aan de tarantella – een volksdans uit het Zuiden van Italië. Als je gebeten was door de tarantula-spin, moest je uren aan een stuk dansen om het gif uit te drijven.” – Lin Hixson

Lin Hixson,

regisseur, richtte Goat Island mee op. “Ik heb een visuele achtergrond. Ik kijk graag naar iets van buitenaf. Ruimte is mijn sterkte. Wij repeteren drie keer per week, soms twee jaar lang. Het stuk begint meestal met een vraag, waarop iedereen reageert door dingen mee te brengen die kunnen uitgevoerd worden: een gebaar, een stuk muziek, een liedje, een citaat… Zo gaan we op zoek naar wat er in ons zit.”

Matthew Goulish :

“How does the dream divide from the body? How does the body divide from the dream? I can’t answer. But as a performer, I know that I have my own body dreams, and the bodies of others and the dreams of others. In order to continue, I need them all.” (Matthew Goulish, 39 microlectures in proximity of performance, Routledge, NY, 2000)

Tim Etchells,

lid van Forced Entertainment (zie pagina 47): “Ik blijf terugkomen op het onderscheid tussen toeschouwer en getuige, een onderscheid waar hedendaagse performance erg mee bezig is. Getuige zijn van een gebeurtenis is erbij aanwezig zijn op een fundamenteel ethische manier: je voelt het gewicht van de dingen rondom je en de positie die je daar zelf tussen inneemt, zelfs al is je positie op dat moment gewoon die van iemand die toekijkt. De performance scene vandaag wil getuigen maken in plaats van toeschouwers, dat voel je in alles. Je ziet het in de piercings en verminkingen die de Amerikaanse kunstenaar Ron Athey opvoert – evenementen waarin het lichaam in pijn wordt getoond, als middel tot seks of in shock. Degene die toekijkt wordt voortdurend aangesproken: ‘blijf hier, blijf erbij…’. Maar ook in minder gewelddadig werk merk je het, en soms zelfs duidelijker. Bij de Amerikaanse groep Goat Island bijvoorbeeld, die nadenkt over de ruimte en de relatie met het publiek. Het bewegingsmateriaal van Goat Island (de bijna schoolse gymnastieklessen, nerveuze ticks, sportbewegingen en alledaagse gebaren) zijn op zich een soort getuigenis – ze schrijven een soort culturele biografie van de fysiek die tot dan toe verwaarloosd werd.” (Tim Etchells, Certain Fragments, Routledge, London, 1999)

“In 1987 zocht de groep naar een naam.

Er was een vriend op bezoek. Hij zei, ‘Waarom noemen jullie je niet Goat Island?’ De groep zei: ‘Ja’. Nu sturen mensen ons postkaartjes van ‘Goat Islands’ overal ter wereld.” – Goat Island

Vlakbij het repetitielokaal

van Goat Island – in het Wellington Avenue Church community center – bevinden zich het Broadway Children’s Center en de Chicago Gay and Lesbian Task Force. Goat Island beschouwt engagement in de gemeenschap als een onderdeel van hun missie. Tijdens hun tournees organiseren ze, waar en wanneer mogelijk, workshops en discussies die aansluiten bij hun voorstellingen.

“We werken intens samen als groep.

We hebben allemaal onze inbreng in het proces, in het vormgeven van het stuk. Dat is heel belangrijk voor mij.” – Karen Christopher, Goat Island

Een dansdramaturg :

“Goat Island sluit nauw aan bij hedendaagse beeldende kunst. Je mag niet zoeken naar een verhaal in hun voorstelling – ze creëren eerder een soort concept. Sommige gezelschappen, zoals Goat Island blijkbaar, zijn erg bezig met wat er rondom hen in de maatschappij gebeurt, ze stellen vragen. Maar in dans bestaat er geen duidelijk antwoord. Een antwoord dat via het fysieke, via het lichaam passeert, is niet éénduidig.”

“Ik hou van de lange bewegingssequensen

waar Goat Island zo bekend voor is. Ik vind herhalingen heel meditatief. Dat beeld van mensen die door de ruimte bewegen, heeft een rustgevende invloed op mij.” – Bryan Saner, Goat Island

“De term ‘performance’

omvat zowat alles wat niet als theater, dans of beeldhouwen geklasseerd kan worden. Van het moment dat mensen zich ergens vragen bij stellen, denken ze: ‘Dat moet performance zijn’. En dat is wat wij zijn. We denken niet veel na over wat we zijn, we doen het gewoon. Tachtig procent van wat we doen bij Goat Island is imitatie. Een beetje zoals kinderen doen wanneer ze een leuke film gezien hebben: eens ze thuis zijn, spelen ze stukken ervan gewoon na.” – Matthew Goulish, Goat Island

In zijn performances probeert Goat Island een ruimtelijke relatie

aan te gaan met het publiek die anders is dan de klassieke verhouding zaal/scène. Ze vallen terug op een persoonlijk vocabularium dat bestaat uit tegelijk dansante en alledaagse bewegingen, dat vaak hoge fysieke eisen stelt aan de performers en de aandacht van het publiek opeist. In hun voorstellingen behandelen ze historische en hedendaagse thema’s via tekst en beweging. Waar mogelijk spelen ze op niet-theatrale plekken.

“We beschouwen onszelf als de erfgenamen

van: Ingebeelde kinderjaren, Japanse geesten, kikkers, Judson Church, de Onmogelijkheid, General Motor Corporation, Pina Bausch, Conlon Nancarrow, sint-vitusdans, verarmde grond, luchtaanvallen, John Cage, Scott Carey in The Incredible Shrinking Man, Godard, De Kleine Beer.” – Goat Island

Citaten uit de teksten van Goat Island en uit de documentaire van de American Public television A world of art, works in progress.

Back to top