Five Easy Pieces

Théâtre Varia
  • 14/05 | 20:30
  • 15/05 | 18:00
  • 16/05 | 18:00
  • 20/05 | 20:30
  • 21/05 | 18:00
  • 22/05 | 15:00

€ 20 / € 16
1h 30min
NL > FR / EN

Ontmoet de kunstenaars na de voorstelling van 15/05

De Zwitserse theatermaker Milo Rau veroverde de afgelopen jaren de grote internationale podia met zijn weergaloos politiek theater. Zijn stukken zijn gebaseerd op getuigenissen en reconstructies van waargebeurde feiten en doorbreken ongenadig de taboes van onze tijd. In 2016 staat Milo Rau voor het vierde jaar op rij op het Kunstenfestivaldesarts, dit keer met een ambitieus project in samenwerking met kunstencentrum CAMPO. Five Easy Pieces voert kinderen en jonge tieners op de scène om ons een spijkerhard beeld van onze eigen wereld te tonen. Hoe leren we mens te zijn? Wat is vrijheid, verlangen, wreedheid? Hoe leren we leven? En sterven? Milo Rau grijpt de turbulente geschiedenis van het Dutroux-tijdperk aan om vragen te stellen over onze private en publieke levens. Hij zoekt de limieten op van wat kinderen weten, voelen en doen. Hij schuurt dicht tegen de grens van het aanvaardbare voor de toeschouwers. Hoe reageren we als we kinderen scènes van geweld of liefdesrelaties zien spelen? En vooral: wat zegt dat over onze eigen angsten en verlangens? Een confronterende ervaring.

Concept, tekst & regie
Milo Rau

Tekst & performance
Rachel Dedain, Maurice Leerman, Pepijn Loobuyck, Willem Loobuyck, Polly Persyn, Peter Seynaeve, Elle Liza Tayou & Winne Vanacker

Acteurs film
Sara De Bosschere, Pieter-Jan De Wyngaert, Johan Leysen, Peter Seynaeve, Jan Steen, Ans Van den Eede, Hendrik Van Doorn & Annabelle Van Nieuwenhuyse

Dramaturgie
Stefan Bläske

Regie-assistent & performance coach
Peter Seynaeve

Research
Mirjam Knapp & Dries Douibi

Decor- & kostuumontwerp
Anton Lukas

Video- & geluidontwerp
Sam Verhaert

Kinderbegeleiding & productieassistente
Ted Oonk

Muziekcoach
Herlinde Ghekiere

Articulatiecoach
Françoise Vanhecke

Realisatie scenografie
Ian Kesteleyn

Techniek
Bart Huybrechts, Korneel Coessens & Piet Depoortere

Tweede camera
Alexander Van Waes

Geluid video
Henk Rabau

Engelse vertaling
Gregory Ball

Franse vertaling
Isabelle Grynberg

Productiemanagement
Wim Clapdorp, Mascha Euchner-Martinez & Eva-Karen Tittmann

Tour management
Leen De Broe

Spreiding & verkoop
Marijke Vandersmissen

Uitvoerend producent
CAMPO

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Varia

Productie
CAMPO & IIPM

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Münchner Kammerspiele, La Bâtie – Festival de Genève, Kaserne Basel, Gessnerallee Zürich, Singapore International Festival of Arts (SIFA), SICK! Festival UK, Sophiensaele Berlin & Le phénix scène nationale Valenciennes pôle européen de création

IIPM wordt gesubsidieerd door de Burgemeester van Berlijn – de Senatskanzlei – Kulturelle Angelegenheiten, Pro Helvetia en GGG Basel

CAMPO wordt ondersteund door de Vlaamse gemeenschap, de Stad Gent en de Provincie Oost-Vlaanderen

Back to top

Gesprek met Milo Rau over de achtergrond van Five Easy Pieces

De theaterproducties met kinderen van CAMPO zijn intussen internationaal bekend en gaan vaak jarenlang op tournee. Nu heeft CAMPO jou gevraagd, na Tim Etchells, Gob Squad en Philippe Quesne. Wat heeft voor jou de doorslag gegeven om met kinderen te werken?
CAMPO kiest doelbewust artiesten die normaal niet met kinderen werken. Ik moet toegeven dat ik zeker de meest absurde keuze ben van de reeks. We hebben al in vele landen en op heel diverse domeinen gewerkt, zowel met niet-professionele als met zeer bekende acteurs, met massamoordenaars en fijngevoelige performers, op geïmproviseerde locaties in oorlogsgebieden en in officiële, goed uitgeruste theaters. We hebben klassiekers bewerkt, verteltheater gemaakt, volksprocessen georganiseerd … maar nooit met kinderen gewerkt. Ik geloof dat het uiteindelijk zoals bij al onze projecten het plezier van de uitdaging was dat de doorslag heeft gegeven: zin om iets totaal nieuws te proberen.

Bij ‘theater met kinderen’ denk je automatisch aan een vooral in de performancekunst verspreid idee van ongekunsteldheid en authenticiteit, volgens het motto dat kinderen en dwazen de waarheid zeggen.
Dat klopt. We hebben natuurlijk voorbereidend onderzoek gedaan en vastgesteld dat stukken met kinderen altijd volgens dezelfde patronen verlopen. Het gaat dan om toekomstvisioenen, om de absurditeit van de volwassenenwereld, om authenticiteit, om sprookjesachtige poëzie. Er worden bizarre levensverhalen verteld, men brengt wat ingestudeerde muziek, een performance van onschuld. Voor ons was het duidelijk: we willen iets helemaal anders proberen. We willen net tonen wat men van kinderen niet wil zien. Five Easy Pieces moest een zo goed als onmogelijke, riskante, ongehoorde theatervoorstelling met kinderen worden.

Het werk is geïnspireerd op het leven van Marc Dutroux. Dutroux geldt als de essentie van het kwade, de kinderverkrachter, waarschijnlijk de meest gehate figuur van België. Wat heeft je onderzoek je bijgebracht, welk beeld wil je van hem tonen? En heb je overwogen om hem zelf te laten uitbeelden?
De figuur van Dutroux als Belgische mythe was ik tegengekomen in 2013 tijdens mijn onderzoek voor The Civil Wars in Brussel. Tijdens de repetities vroeg ik toen aan de acteurs: wat is voor jullie België, wanneer heb je je Belg gevoeld? Want België is een cultureel gespleten, eigenlijk een onmogelijke natie, die in de negentiende eeuw als buffer tussen Duitsland en Frankrijk werd opgericht en die nooit echt aaneen groeide. De acteurs antwoordden toen: tijdens de Witte Mars in 1996 – de grote betoging tegen de eigen regering, in het kader van de zaak Dutroux.

Dutroux als enige collectieve mythe van België?
Verontrustend, maar zo schijnt het te zijn. Als je dat dan beter bekijkt, herken je inderdaad veel snijpunten: Dutroux, die opgroeide in het voormalige Belgisch Congo, die zijn misdaden beging in het uitgestorven mijngebied rond Charleroi, van wie het proces bijna tot de instorting van België leidde en tot een rebellie van de burgersamenleving tegen de corrupte elites – dat is bijna een allegorie op de neergang van de Westelijke koloniale en industriële machten. Met hem en door hem zou je een geschiedenis van België kunnen vertellen. Daar komt natuurlijk bij dat iedereen in België zijn mening heeft over Dutroux, zelfs voor kinderen is hij een begrip. Daarom staat hij ook niet ‘zelf’ op het podium: net zoals in Breivik’s Statement is het namelijk niet de moordenaar en zijn psyche die ons interesseert. Dutroux zelf blijft een lege plek, een gravitatieveld.

Hoe kan je met kinderen tussen 8 en 13 jaar zo’n thema benaderen? Is dat niet te gruwelijk, te onbegrijpelijk, te choquerend voor kinderen?
We hebben in ons team – behalve twee begeleiders – ook een kinderpsychologe. De ouders werden ook nauw bij de repetities betrokken. En we hebben contact opgenomen met de belangrijkste betrokkenen van de echte zaak Dutroux. Maar waar het in deze enscenering eigenlijk om gaat, is niet de horror op zich. Wel om de grote thema’s, die achter dit zeer specifieke en uiteindelijk ellendige geval Dutroux sluimeren: het verval van een land, de nationale paranoia, de rouw en de woede die op de misdaden volgden. Het stuk begint met de onafhankelijkheidsverklaring van Congo en eindigt met de begrafenis van de slachtoffers van Dutroux – daartussenin ligt het verdampen van min of meer alle illusies die je je als Belg in de laatste decennia had kunnen maken: de illusie van veiligheid, van vertrouwen, van vrijheid, van toekomst. Deze Five Easy Pieces zijn een negatieve gevoelsopvoeding en de titels van de vijf korte monologische re-enactments zijn dan ook navenant. In het eerste stuk gaat het bijvoorbeeld om de vertwijfeling van een vader, wiens volwassen zoon moordenaar wordt. In een ander gaat het echt direct om geweld en misbruik. En een derde stuk behandelt de diepste, donkerste van alle emoties – het rouwen van ouders om hun kind. Alles is (vrijelijk) gebaseerd op originele documenten of gesprekken die we hadden met de betrokkenen van de zaak Dutroux.

Zoals Aristoteles al schreef, is de mens een mimetisch wezen. Kinderen leren door nabootsing. Wat betekent het om als kind geconfronteerd te worden met de wreedheid van de volwassenenwereld?
Bij het begin van de repetities hebben we met de kinderen fragmenten gespeeld uit Scènes uit een huwelijk van Ingmar Bergman. Dat was een bijzondere ervaring: de kinderen begrepen intellectueel wat in die menselijk zeer complexe scènes van Bergman gebeurt en speelden die scènes ook na – maar zonder de eigenlijke emoties, de daarachter schuilende existentiële vertwijfeling te kennen. Er bestaat een vanzelfsprekendheid op het podium, die in het leven niet bestaat op die manier. Voor mij als regisseur was dat erg interessant. Hoe functioneert het spreken vanuit een personage met acteurs, die de technieken niet beheersen en ook niet over de levens- en beroepservaring beschikken waarover de scènes gaan? Hoe ontstaat concentratie of precisie met een ensemble van kinderen die eigenlijk enkel willen rondrennen en spelen? Vandaar de titel, de titel van een pianoleerboek, waarmee een systematisch leerproces wordt aangeduid: Five Easy Pieces. Hoe kunnen kinderen begrijpen wat vertellen betekent, of inleving, verlies, onderwerping, ouderdom, ontgoocheling, woede tegen de maatschappij of rebellie? En hoe reageren wij wanneer we hen bekijken terwijl ze dat op het podium ontdekken?

Je bent bekend om je zeer nauwkeurige, zelfs perfectionistische regie. Hoe passen kinderen in deze manier van werken en hoe sterk heeft dat met ‘dril’ en ‘dressuur’ te maken?
Er zijn inderdaad twee tegengestelde manieren om te regisseren, zoals Bergman in zijn autobiografie aangeeft. Ofwel teken je de scènes direct bij het begin heel precies uit en geef je de acteurs dan alle vrijheid. Of je doet net andersom, je improviseert tot kort voor de première en legt dan in de laatste repetitieweek alles vast. Eigenlijk hou ik ervan om het kader vast te leggen en dan de verantwoordelijkheid aan de acteurs over te laten. Voor Five Easy Pieces heb ik beide methodes geprobeerd, maar mijn slotsom is dat bij kinderen geen van beide werkt. Of in artistieke termen: de dril, de dressuur blijft steeds zichtbaar, hoe het werkproces ook verloopt. Ik heb nog nooit een stuk met kinderen gezien waarbij het eigenlijke, tastbare thema niet juist was dat er een ‘regisseur’ was die de kinderen een kader gegeven had. En hier wordt het interessant, zowel thematisch als vormelijk.

Hoezo?
Theater met kinderen voor volwassenen komt – op een artistiek niveau en uiteraard metaforisch gesproken – overeen met wat pedofilie is in een menselijke relatie. Het is geen wederzijds verantwoordelijke liefdesrelatie, maar een eenzijdige machtsverhouding, waar het zwakkere deel, de kinderen dus, het gewoon moet ondergaan. Met andere woorden, bij kindertheater voor volwassenen komt de postmoderne voorliefde voor mediakritiek bij haar oorspronkelijke aanvalspunt. Mediakritiek wordt dan opnieuw kritiek op de werkelijkheid. Theater met kinderen maken, betekent dat je begrippen als ‘figuur’, ‘realisme’, ‘illusie’ en ook ‘macht’ existentieel in vraag stelt. Dit proces willen we ook bij Five Easy Pieces tonen, net doordat de ‘pieces’ steeds moeilijker worden. Wat met een rollenspel begint – dus met de goede oude Cindy Sherman-vraag, hoe kunnen we Patrice Lumumba of vader Dutroux op het podium uitbeelden – leidt tot fundamentele vragen over het geweld van regisseren. Uit een naturalistische vermomming, een griezelig plezier om na te apen, groeit langzaam maar zeker een soort metastudie over performancekunst en haar praktijk van verandering, onderwerping en rebellie.

Five Easy Pieces is dus niet enkel een stuk over Dutroux en over de vraag hoe je met kinderen de afgronden van de menselijkheid benadert, maar ook een fundamentele reflectie over wat het betekent om theater te maken?
We maken nu toch al 15 jaar theater en films. We hebben van alles gedaan, van minimalistische performance over politieke actie tot ironische show, met daarbij ook nog hoorspelen, videoclips, films, boeken, congressen … Dit voorjaar krijgen we de Wereldtheaterprijs van het Internationaal Theater Instituut, een soort lifetime achievement award. Dan vraag je je toch al eens af: wat komt er nu nog? Gewoon nog eens vijftig stukken, films en boeken maken? Kortom, het is het juiste moment voor een project waarbij het om totaal fundamentele dingen gaat. Wat betekent het om ‘iemand anders’ te zijn op het podium? Wat betekent ‘nadoen’, ‘inleven’, ‘vertellen’? Hoe ga je er mee om dat je bekeken wordt? Hoe verklaar je dat en hoe doe je dat? En deze fundamentele bevraging van theater is trouwens geen intellectuele beslissing: dingen die voor volwassen performers totaal vanzelfsprekend zijn, zijn met kinderen moreel en technisch onmogelijk. Die hele kleinburgerlijke Stanislawski-trucs, de hele intensiteitsmythe van de traditie van de performance kan je weggooien. En dat is uiteindelijk toch een behoorlijk beangstigende gedachte.

Interview door dramaturg Stefan Bläske
Vertaling: Anita Lampaert

Back to top

Milo Rau (1977) werd geboren in Bern, Zwitserland. Hij studeerde sociologie, germanistiek en romanistiek in Parijs, Zürich en Berlijn, bij o.a. Tzvetan Todorov en Pierre Bourdieu. Hij begon zijn carrière in 1997 als journalist met (reis)reportages voor onder meer de Neue Zürcher Zeitung en ging vanaf 2003 als regisseur en toneelschrijver aan de slag in binnen- en buitenland. In 2007 richtte hij het theater- en filmproductiebedrijf International Institute of Political Murder (IIPM) op. Naast zijn filmen theaterwerk houdt Milo Rau lezingen over regie, culturele theorie en sociale sculptuur aan verschillende universiteiten en hogescholen. Sinds de oprichting in 2007 richt IIPM zich op de multimediale weergave van historische of sociaal-politieke conflicten. Zo bracht het productiehuis onder andere de executie van de Ceausescu’s (The Last Days of the Ceausescus), de Rwandese genocide (Hate Radio) en de Noorse terrorist Anders Breivik (Breivik’s Statement) op het podium. Met een theatervoorstelling bond het de strijd aan met een Zwitsers stadsbestuur over kieswetten voor buitenlanders (City of Change). In het voorjaar van 2013 ontwikkelde IIPM een totaal nieuw theaterformat, met een meerdaagse voorstelling (The Moscow Trials en The Zurich Trials). De grootschalige Europa Trilogie ging in mei 2014 van start met The Civil Wars, werd voortgezet met The Dark Ages en eindigt in december 2016 op het Zürcher Theater Spektakel met Empire. De films, video-installaties, performances en producties van IIPM zijn momenteel te zien in meer dan 30 landen over de hele wereld en worden er aangevuld met debatten die verder reiken dan enkel de kunsten. De ‘diep ontroerende’ (La Libre Belgique) enscenering van The Civil Wars werd geprezen door publiek en recensenten, bekroond met de juryprijs Politics in Independent Theatre van de Theatertriënnale, onderscheiden door een jury van de Zwitserse televisie en genomineerd als een van de vijf beste theaterstukken van 2014. In 2015 werd The Civil Wars als eerste buitenlandse stuk geselecteerd voor het Belgisch-Nederlandse Theaterfestival. Over Breivik’s Statement, een voorstelling die werd gespeeld in het Europees Parlement in Brussel, schreef de Basler Zeitung dat ‘documentair theater niet meer actie dan dit kan uitlokken’. Van The Moscow Trials en The Zurich Trials, The Last Days of the Ceausescus en Hate Radio werd telkens ook een avondvullende filmversiegemaakt voor televisie en bioscoop. De radioversie van Hate Radio werd onderscheiden met de prestigieuze Hörspielpreis der Kriegsblinden 2014 en het hele oeuvre van Milo Rau werd bekroond met de allereerste Schweizer Theaterpreis 2014. The Congo Tribunal, het meest recente grootschalige project dat IIPM produceerde, was volgens The Guardian ‘het meest ambitieuze project dat ooit werd opgevoerd’ en kreeg wereldwijd media-aandacht. In het seizoen 2013-14 liep er in Sophiensaele in Berlijn een retrospectieve over het werk van IIPM, The Revelation of the Real. Ter gelegenheid van die tentoonstelling verscheen er een gelijknamige monografie in Theater der Zeit. In het seizoen 2014-15 volgden tentoonstellingen in Genève en Parijs en in 2015-16 een nieuwe tentoonstelling in Genève, als voorbereiding op Five Easy Pieces. In 2015 ontving Milo Rau voor het eerst de Konstanzer konzilspreis (prijs voor ontmoeting en dialoog in Europa) en in 2016 werd hij in het kader van World Theatre Day onderscheiden met de prijs van het International Theatre Institute (ITI).

Milo Rau op het Kunstenfestivaldesarts
2013: The Moscow Trials: Talk
2014: The Civil Wars
2015: The Dark Ages

Back to top