Élevage de poussière / Dust Breeding

Beursschouwburg

16, 17, 18, 19/05 – 19:00

EN > FR / NL

50 min

Hoe waardevol zijn beelden als getuigen van een conflict? Kunnen we de beelden die we zien ook vertrouwen? Spreken zij de waarheid, vormen zij een bewijs? In Élevage de poussière / Dust Breeding stelt filmmaker Sarah Vanagt vragen bij een van de meest pijnlijke hoofdstukken uit de recente Europese geschiedenis: de oorlog in het voormalige Joegoslavië. Het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag heeft de gruwelijkheden ervan haarfijn gedocumenteerd. Maar wat tonen deze beelden en wat brengen ze tot uitdrukking? Sarah Vanagt vertrekt van een eenvoudige handbeweging: een potlood over een stuk papier op een voorwerp. Dit proces van frottage in de rechtszaal in Den Haag leidt tot een verslag dat peilt naar feiten en herinneringen, naar de beelden die zij oproepen, naar de materiële bewijzen van het geweld en naar de interpretatie van dit alles. Élevage de poussière / Dust Breeding is een filmisch verslag met een haast microscopische blik op wat details zijn en op de beelden die zich achter andere beelden verschuilen. Het resultaat vraagt een andere manier van kijken. Een poging om de verborgen taal van oorlogssporen te ontcijferen.

Regie & camera
Sarah Vanagt

Montage
Effi Weiss

Klankmontage
Maxime Coton

Producent
Sarah Vanagt (Balthasar)

Coproducent
Cyril Bibas (Centre Vidéo de Bruxelles)

Postproductie
Amir Borenstein

Extra geluidsopnames
Justin Bennett

Kleurcorrectie
Miléna Trivier

Technische assistentie
Bram Walraet

Vertaling & ondertiteling
Bob Vandenbroele

Eindtitels
Amir Borenstein

Beelden Strafhof met de toestemming van
UNICTY

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Beursschouwburg

Productie
Balthasar vzw (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, deBuren (Brussel), WIELS (Brussel), Argos (Brussel), Centre Vidéo de Bruxelles

Met de steun van
Vlaams Audiovisueel Fonds, Centre du Cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles, Vlaamse Gemeenschapscommissie

Back to top

"Bringing war criminals to justice was our mandate, the triumph of justice is our legacy."

Het Internationaal Joegoslavië-tribunaal in Den Haag is duidelijk over zijn eigen rol in de geschiedenis van het internationale strafrecht. Het tijdelijke tribunaal dat in 1993 door de Verenigde Naties werd opgericht en dat momenteel zijn exit aan het voorbereiden is, spaart bovendien kosten noch moeite om over zijn verwezenlijkingen te communiceren en zo zijn judiciële erfenis veilig te stellen. Op de website van het Tribunaal leest men dat de instelling het humanitair recht onomkeerbaar heeft veranderd door slachtoffers een stem te geven, door de waarheid te doen zegevieren en door te tonen dat niemand het recht kan ontvluchten - zelfs staatshoofden en legerleiders niet. Op een speciaal ontworpen postkaart staat de missie van het Tribunaal in twee talen geblokletterd: "Bringing war criminals to justice and justice to the victims/Les criminels de guerre devant la justice, la justice pour les victimes." Deze tekst wordt visueel ondersteund door middel van twee contrasterende afbeeldingen: enerzijds een stuk verweerde stof in de vorm van een primitief paar handboeien (bijschrift: "Exhibit No. P16/6 - Piece à conviction n° P16/6 (Srebrenica)"), anderzijds een gesofisticeerd ogend paar stalen handboeien (Bijschrift: "UN-ICTY handcuffs - Menottes ONU-TPIY"). De boodschap is helder: het Joegoslavië-tribunaal beantwoordt het primitieve extrajudiciële Balkangeweld met de harde maar geciviliseerde hand van de rule of law. In een promofilm getiteld Inside the Tribunal. A look at the work of a ground-breaking institution wordt één en ander meer expliciet verwoord. Van Madeleine Albright, tijdens de oprichting van het Tribunaal ambassadrice voor de Verenigde Staten bij de VN, krijgen we de volgende boodschap: "This will be no victor's tribunal, the only victor that will prevail in this endeavor is the truth." Deze boodschap wordt verder in het beelddocument in de verf gezet door de griffier van het Tribunaal. Hij benadrukt dat de missie van het Tribunaal zich niet beperkt tot rechtspreken, maar dat de tienduizenden uren beeldmateriaal en miljoenen pagina's tekst die in de rechtszaal worden geproduceerd ook een 'undeniable and positive legacy' vormen voor generaties studenten, wetenschappers en gewone burgers. Zo dragen de factual findings van het Tribunaal bij aan de geschiedschrijving over het voormalige Joegoslavië.

Het is niet gebruikelijk dat rechters films en postkaarten verspreiden, maar de rechters van het Tribunaal hebben dan ook een ongebruikelijke missie en goede redenen om breed over deze missie te communiceren. Het Joegoslavië-tribunaal heeft inderdaad een pioniersrol. Met uitzondering van het Neurenbergtribunaal na WOII en de Juntaprocessen in Griekenland (1975) en Argentinië (1985) zijn er in de recente geschiedenis weinig precedenten te vinden voor de grootschalige berechting door het Tribunaal van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De oprichters van het Tribunaal moesten daarom ten dele zelf het juridische instrumentarium ontwerpen waarmee de beklaagden konden worden berecht - een werk waarvan ze benadrukken dat het van onschatbaar belang was en is voor zusterinstellingen zoals het (permanente) Internationaal Strafhof en het (tijdelijke) Bijzonder Hof voor Sierra Leone. Net zoals deze zusterinstellingen blijft het Tribunaal echter niet ongecontesteerd en vormt zijn werk de inzet van hevige debatten. Vaak zijn kritieken sterk politiek geïnspireerd of spelen opportunistische drijfveren. Slobodan Milošević (Servisch nationalist en president van Joegoslavië tijdens het conflict) bijvoorbeeld, weigerde tijdens zijn proces de autoriteit van het Tribunaal te erkennen en sprak over een illegitieme en politiek gemotiveerde inbreuk op de nationale soevereiniteit van kleine naties door de heersende grootmachten. Deze visie wordt door een belangrijk deel van de bevolking in het voormalige Joegoslavië (voornamelijk in Servië en Kroatië) gedeeld en zorgt ervoor, samen met enkele andere factoren, dat het Tribunaal een slecht imago heeft in de regio. Vooral Serviërs claimen dat het Tribunaal hun extra hard geeft aangepakt omdat het merendeel van de beklaagden tot hun bevolkingsgroep behoort, maar de aanklagers benadrukken dat ze gebalanceerd hebben gewerkt en dat het hoge aantal Servische beklaagden hun dominante aandeel in de misdaden weerspiegelt. Omgekeerd lijkt bij vele slachtoffers een gevoel van ontgoocheling te leven over de slagkracht van het Tribunaal en over de vaak relatief milde straffen voor de meest onmenselijke misdaden. Voorstanders van alternatieve vormen van gerechtigheid uitten dan weer een geheel andere kritiek: namelijk dat de focus op vergeldende gerechtigheid het conflict dreigt te bestendigen en ten koste van een stabiele vrede komt. Deze critici verkiezen de formule van een waarheidscommissie of prijzen lokale verzoeningsinitiatieven.

Ook de claims van het Tribunaal over het zegevieren van de waarheid en de bijdrage van de rechtspraak aan de geschiedschrijving vormen de inzet van een scherp debat. Dat de archieven van het Tribunaal en gelijkaardige instellingen van groot belang zijn voor toekomstige onderzoekers betwijfelt niemand, maar of de rechtspraak zelf bijdraagt aan een genuanceerde vorm van historisch bewustzijn, daarover bestaat geen consensus. Terwijl internationale gerechtshoven volgens sommigen vernieuwende historische inzichten kunnen opleveren, claimen anderen dat de geschiedenis er bekaaid vanaf komt als ze in het keurslijf van de rechtspraak wordt gedwongen. Hoewel judiciële geschiedschrijving volgens sommigen een positieve pedagogische waarde kan hebben door civiele waarden en respect voor de mensenrechten uit te dragen, vrezen anderen dat het pedagogische aspect te veel een streefdoel op zich kan worden, wat een fair proces kan belemmeren en de rechten van de verdediging in het gedrang kan brengen.

De nieuwste film van Sarah Vanagt, Dust Breeding, heeft op elk van deze discussies betrekking en is voor elk ervan hoogst relevant. Haar werk kan gezien worden als een ode aan het werk van het Tribunaal, maar toont tevens de meer problematische, ongewilde en soms zelfs tragische aspecten van dit werk. Vanagts perspectief wijkt sterk af van de zelfrepresentatie van het Tribunaal. Terwijl we in de genoemde film Inside the Tribunal daders te zien krijgen die zwijgend het vonnis van het hof aanvaarden of zelfs berouwvol hun loodzware schuld bekennen, toont Vanagt een veel problematischer dader. Radovan Karadžić toont geen berouw, vindt integendeel dat hij beloond zou moeten worden voor zijn goede daden, is mondig genoeg om zichzelf te verdedigen en doet dat met bloedstollende verve. Karadžićomschrijft zichzelf als een "milde, tolerante en begrijpende man". De man die door slachtoffers "het beest van Bosnië" genoemd wordt maar in de rechtszaal met 'mister' of 'doctor' (Karadžić is psychiater van opleiding) aangesproken wordt, adresseert zijn thuispubliek in Republika Srpska als een charismatisch poëet, bedient zich behendig van een gesofisticeerd forensisch vertoog wanneer hij met gerechtsexperts duelleert en verontschuldigt zich hoffelijk voor hij getuigende slachtoffers als ongeloofwaardig of leugenachtig afdoet.

Wie met de ogen van de cineaste naar het Tribunaal kijkt, krijgt tezelfdertijd een gevoel van groot ontzag voor de aartsmoeilijke opdracht van rechters, aanklagers en expert-getuigen, éneen wrang gevoel bij de soms triomfalistische claims van het Tribunaal. Omdat Vanagt focust op een onafgesloten proces, dat waarschijnlijk nog tot ver in 2014 doorgaat, en omdat men de dader dus niet zoals in de promofilm treft op het moment van zijn vonnis of kathartische morele inkeer, kan men er niet van uitgaan dat de uiteindelijke zegetocht van recht en waarheid gegarandeerd is. Tijdens het Karadžić-proces zagen de rechters zich wegens gebrek aan bewijs al genoodzaakt om één van de genocideklachten tegen de beschuldigde te verwerpen, en men kan de vraag stellen hoeveel kansen de waarheid krijgt in een omgeving waar enkel datgene heeft plaatsgevonden dat boven elke twijfel bewijsbaar is. Een onaanvechtbaar vonnis vereist de hoogste bewijsstandaarden, maar dat impliceert dat vele getuigenissen, vaak op formele gronden, verworpen moeten worden en dat vele getuigen met het gevoel achterblijven dat hun verhaal niet als waar wordt aanzien. Ook de claim dat het Tribunaal een stem geeft aan slachtoffers voelt wrang aan. Dat het Tribunaal en zijn strijd tegen straffeloosheid van groot belang zijn voor slachtoffers staat buiten kijf. Toch lijkt de erg onwezenlijke en vaak emotieloze simultaanvertaling van de getuigenissen de stem van de slachtoffers deels te verdrukken. Het judiciële kader van systematische twijfel, de zware eisen van de bewijslast en het vaak hemeltergende kruisverhoor door de beschuldigde waaraan de slachtoffers onderworpen worden, moet voor velen onder hen een zeer pijnlijke ervaring zijn. Vanagt toont hoe de oorlog met andere wapens, maar niet noodzakelijk minder gewelddadig, doorgaat in de rechtszaal. Hier is geen plaats voor catharsis en closure, net zoals deze ook slachtoffers zelden zijn gegund.

Dust Breeding is geen correctie op Inside the Tribunal, in die zin dat de film niet pretendeert een meer objectieve of waarachtige kijk te bieden op wat 'werkelijk binnenin' het Tribunaal gebeurt. Dust Breeding is net als Inside the Tribunal het product van een bewuste selectie en articulatie van beelden en narratieve fragmenten die in dienst staan van een specifieke interpretatie en representatie. Toch geeft Vanagt ons een rijker en complexer beeld. Een belangrijk deel van die rijkdom is te danken aan haar keuze om niet louter te focussen op wat binnenin de rechtszaal gebeurt, maar om ook de problematische relatie tussen 'binnen' en 'buiten' te thematiseren. Ze doet dat niet door met haar camera naar het voormalige Joegoslavië te trekken. Meer zelfs, de enige beelden van buiten het Tribunaal bereiken de kijker via het scherm van haar laptop of via de computerschermen in de rechtszaal. Precies dat feit maakt de kijker echter bewust van de spanning tussen binnen en buiten, van hoe ver de vreemde geritualiseerde wereld van het Tribunaal afstaat van de wereld van het gewapende conflict in het voormalige Joegoslavië. De realiteit van oorlogsmisdaad en genocide lijkt de judiciële realiteit van het Tribunaal enkel binnen te geraken in de vorm van sporen (in Dust Breeding voornamelijk via luchtfoto's van 'verstoorde aarde') en kan die wereld schijnbaar enkel terug verlaten - als dat al lukt - in de vorm van gearchiveerde transcripties en beeldfragmenten. Sarah Vanagt brengt deze wereld van sporen, spoorzoekers en spoorarchivarissen in beeld door via de zogenaamde frottagetechniek afdrukken te maken van allerlei objecten in en buiten de rechtszaal, zoals de tafel van de rechters, de stoelen van getuigen en beklaagde en het glas tussen rechtszaal en publieksruimte. De techniek doet denken aan de forensische techniek van dactyloscopie, waarbij door middel van geborsteld poeder latente vingerafdrukken zichtbaar gemaakt worden. Haar frottages lijken zich echter tegen de sporenfetisj van rechters, aanklagers en verdediging te keren door te tonen dat de spoorvormers recht voor hen zitten, dat ze door sporen omgeven zijn en dat ze die deels zelf vormen. Met haar gefixeerde sporen legt Vanagt een parallel archief aan: ze archiveert de archiefkoorts van één van de grootste archiefproducenten van onze tijd. Dit metaperspectief is kritisch omdat het de vraag oproept wat het effect is van al dat archiveren. Creëert het Joegoslavië-Tribunaal met zijn epische archiveringsslag inderdaad een "undeniable and positive legacy" voor toekomstige generaties of een gigantische vergeetput waarin de stemmen van zowel slachtoffers als daders dreigen verloren te gaan? Jacques Derrida waarschuwde tijdens een bezoek aan de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie dat archiveren een vorm van georganiseerd vergeten kan zijn. Met haar film lijkt Vanagt deze waarschuwing verder te onderbouwen. De film, gebaseerd op grote hoeveelheden archiefmateriaal, toont evenwel ook dat we niet fatalistisch hoeven te zijn. Dust Breeding voedt geenszins de vergetelheid, maar herinnert door zijn metaperspectief net krachtig aan een verleden dat, zelfs in de meest materiële zin, niet verleden is.

Berber Bevernage, april 2013

Back to top

Sarah Vanagt (1976) woont in Brussel. Ze studeerde geschiedenis aan de universiteiten van Antwerpen, Sussex en Groningen en film aan de National Film and Television School (UK). Ze maakt documentaires, video-installaties en foto’s, waarin ze haar interesse voor geschiedenis combineert met een interesse voor (de oorsprong van de) cinema. Haar afstudeerfilm After Years of Walking (2003) kijkt naar het herschrijven van de Rwandese geschiedenis na de genocide van 1994. In Little Figures (2003), een korte experimentele documentaire, spelen drie Brusselse migrantenkinderen in de rol van drie historische standbeelden. De documentaire Begin Began Begun (2005) en de video-installatie Les Mouchoirs de Kabila (2005) richten zich allebei op de speelwereld van kinderen in de door de oorlog verscheurde grenszone tussen Rwanda en de Democratische Republiek Congo. Ze zijn ook een kijk op de manier waarop kinderen omgaan met de dood, de recente oorlogen en de verkiezingen. De kortfilm First Elections (2006) is een single-screenversie van Les Mouchoirs de Kabila. In 2007 was er eerst Power Cut, op het Brusselse Kunstenfestivaldesarts. De installatie bestaat uit korte video’s en foto’s, gemaakt door drie Congolese straatkinderen en stemopnames, gerealiseerd door twee jonge soldaten die betrokken waren bij de recente oorlogen in Congo en Rwanda. De single-channelversie van deze installatie heet Silent Elections(2009). In Head de installatie die Vanagt maakte voor de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst (2007) combineerde ze super 8-beelden van de oude stad Pompeii met beelden van pasgeboren baby’s. De video-installatie Ash Tree (2007) is gebaseerd op de kinderjaren van Mary Shelley. Een vijfjarig meisje wandelt op een kerkhof in Londen terwijl ze de letters op de graven spelt. Het eerste contact dat het meisje heeft met het alfabet is tegelijk haar eerste contact met de dood. Sinds 2006 werkt Vanagt aan een reeks foto’s van bijzondere begraafplaatsen en monumenten in Europa. De fotoserie Solar Cemetery(2009), over zonnepanelen op een Spaans kerkhof, werd gemaakt met een camera obscura, en gepresenteerd op lichtbakken die werden aangedreven door zonne-energie. Boulevard d’Ypres/Ieperlaan (2010) is een experimentele documentaire die werd opgenomen in de straat waar Vanagt woont. Van een leeg magazijn maakte ze een filmstudio. Ze nodigde haar buren – een mix van vluchtelingen, winkeliers en nieuwkomers – uit om er een verhaal te komen vertellen, of een sprookje. De korte film The Corridor (2010) draait rond de stomme ontmoeting tussen een ezel en een oude man in een Engels bejaardentehuis. In oktober 2011 filmden Katrien Vermeire en Sarah Vanagt in Spanje de opgraving van een massagraf met slachtoffers van het Franco-regime. Op basis van het materiaal dat ze mee naar huis brachten, maakten ze The Wave: een film (20 min.), een fotoreeks en twee ingepakte flipboekjes (2012).

Back to top