Der (kommende) Aufstand nach Friedrich Schiller

Théâtre Marni

12, 13, 15, 16/05 – 20:00
DE / NL > NL / FR
±1h 30min

Een jaar voor de Franse revolutie schreef Friedrich Schiller het historische essay De opstand der Nederlanden. De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tegen de Spaanse overheerser markeerde het begin van een tijdperk van vrije burgers, markten en staten. De Nederlanders brachten Europa toen vrijheid en kapitalisme. 444 jaar later heeft de vrije markt zijn beste tijd gehad. Een nieuwe opstand dient zich aan. Maar van wie moet die komen? En wat is de inzet? Het Duitse performancecollectief andcompany&Co. zet het verleden op scène om een nieuwe toekomst te genereren. Hun intelligente, licht subversieve collagevoorstellingen mengen literaire, historische, visuele en muzikale referenties om utopieën te produceren. Samen met Joachim Robbrecht, met wie ze een liefde voor humoristische, maatschappelijke satire delen, en met een cast van Duitse en Nederlandse artiesten smeden ze, op de grondvesten van het oude continent, een plan voor een nieuw Europa, met Nederland als casestudy…

“Vrijheid van denken, was de kunst daarvoor niet bij uitstek de arena? Der (kommende) Aufstand laat een glimp zien van wat dat werkelijk betekent. En daarmee is het voor Nederland een van de belangrijkste voorstellingen van het seizoen.”
Simon van den Berg, Theaterkrant.nl

“andcompany&Co.” markiert einmal mehr einen Spiel-Stil, der quer

und widerständig zu konventionellen Theaterformen steht. Und in den

besseren Momenten entsteht sogar ein Theater aus und mit eigener,

stilbildender Energie.
Michael Laages, Deutschlandradio Kultur

Concept
andcompany&Co.

Regie
Alexander Karschnia, Nicola Nord, Sascha Sulimma (andcompany&Co.) met Joachim Robbrecht


Executief leiding
Nicola Nord&Co.


Scenografie
Jan Brokof&Co.


Kostuumesontwerp
Lisa Maline Busse&Co.

Lichtontwerp

Gregor Knüppel&Co.

Dramaturgie

Alexander Karschnia, Joachim Robbrecht, Jörg Vorhaben


Muziek
Sascha Sulimma met Simon Lenski, Reinier van Houdt&Co.


Productie manager
Aurel Thurn


Technische leiding
Martin Kaffarnik

Assistant regie
Thomas Renner

Assistent scenografie
Julia Harttung

Met

Rüdiger Hauffe, Reinier van Houdt, Alexander Karschnia, Simon Lenski, Joachim Robbrecht, Hartmut Schories, Sascha Sulimma, Vincent van der Valk, Ward Weemhoff

Uitgever
schaefersphilippen

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Marni


Productie
andcompany&Co., Oldenburgisches Staatstheater, Frascati (Amsterdam)


Coproductie
Forum Freies Theater (Düsseldorf), Theater im Pumpenhaus (Münster)


Met de steun van
Goethe-Institut Amsterdam, Goethe-Institut Brüssel, Fonds Podiumkunsten, NRW KULTURsekretariat, Kunststiftung NRW

Back to top

Occupy history!

“Hoe neem je bezit van een denkbeeldige ruimte in een denkbeeldige context?” andcompany&Co. hebben het podium bezet. Samen met de Vlaamse theatermaker Joachim Robbrecht repeteren ze de opstand, de “Nederlandse secessie van de Spaanse regering” (Friedrich Schiller). Het begon 444 jaar geleden, hier in Brussel, toen een delegatie van Nederlandse en Vlaamse edelmannen de Spaanse gouvernante Margaretha van Parma benaderden om de Spaanse wetten te versoepelen, in het bijzonder de activiteiten van de Inquisitie, en het herstellen van hun rechten en privileges. Aanvankelijk was Margaretha bang, maar een hoveling fluisterde haar in het oor: “Wees niet bang, Mevrouw, ze zijn geen Geuzen.” Die benaming werd opgepikt door de edelmannen en gewone mensen die zichzelf als reactie ‘Geuzen’ noemden en zich als bedelaars verkleedden om hun protest te uiten. Maar de ‘opstand’ is niet alleen een vergeten geschiedenis, maar volgens de anonieme auteurs van het kort geleden in Frankrijk gepubliceerde en in dit land vaak besproken pamflet L’Insurrection qui vient ook een vergeten toekomst. Geïnspireerd door die teksten en de wereldwijde Occupy-beweging heeft andcompany&Co. een nieuwe performance gemaakt met een Nederlands-Vlaams-Duitse cast van denkbeeldige squatters in het historische kostuum van een voorbije revolutie: de Geuzen (bedelaars) zijn terug! Vandaag de dag moeten alle Europese regeringen evenwel bang worden gemaakt als ze burgers als bedelaars blijven behandelen. In het bijzonder in Nederland is dat het geval bij de behandeling van kunstenaars. Begin volgend jaar zal het cultuurbudget met 40 procent inkrimpen. Werknemers in de vrije theatercultuur worden geconfronteerd met zware aanvallen op hun productiemiddelen en worden er van beticht “met hun rug naar het publiek te staan en met open handen voor de staat”. De performance Der (kommende) Aufstand nach Friedrich Schiller ademt de geest van de Nederlandse revolte die de ‘geuzennaam’ in persoonlijke trots veranderde en een antwoord geeft op een toestand die het woord ‘kunstenaar’ in ‘geuzennaam’ aan het veranderen is. Wat als een farce begon, zou makkelijk als een tragedie kunnen eindigen. Maar het zou ook een nieuw begin kunnen zijn...

Inleiding tot burgeroorlog

Terwijl Margaretha van Parma trachtte de burgers te paaien met diplomatie was de Spaanse vorst Filips II niet bereid om toe te geven en besliste hij om de hertog van Alva met een groot leger te sturen en het volk een bloederig schrikbewind op te leggen. Terwijl zelfs de paus hem waarschuwde niet te hard te zijn voor die welvarende provincie die cruciaal was voor de rijkdom van het hele rijk, besliste Filips II om paapser te zijn dan de paus en geen enkele daad van ketterij te tolereren. Na de beeldenstorm van 1566 werd beslist om de rebellie van de Verenigde Provinciën met brute kracht en sluw bedrog te vermorzelen. Zo werden de leiders van de aristocratie, Egmont, Hoorn en Van Oranje door Alva uitgenodigd: Egmont en Hoorn gingen erop in, werden gevangengenomen en snel geëxecuteerd. Hun hoofden werden op lange spiesen gestoken en tentoongesteld op de Grote Markt in Brussel op 5 juni 1568. Vandaag de dag staan ze nog steeds in Brussel, niet langer lijfelijk en bloederig op de Grote Markt, maar in brons gegoten op de Kleine Zavel. De derde, ‘Willem de Zwijger’ genoemd, verdween en keerde terug met een leger: de Tachtigjarige Oorlog begon. Het was niet alleen een tijd van vechten, er waren ook vreedzame intervallen (1609-1621). Het eindigde met de Vrede van Munster in 1648 die ook een einde maakte aan de ‘religieoorlog’ die uitbrak in 1618 tussen de Protestantse en Katholieke landen in de rest van Europa. Terwijl Duitsland na die oorlog in een ruïne herschapen was, werden de Nederlanden de eerste moderne republiek en genoten ze van hun Gouden Eeuw, een tijdperk dat werd gekenmerkt door onafhankelijkheid en het uitgroeien tot machtigste handelsnatie van het continent. Terwijl Engeland die positie overnam na een reeks zee- en handelsoorlogen, werd de Nederlandse republiek beëindigd door de invasie van Franse revolutionaire troepen. Toen Schiller dus in 1788 zijn historische studie Geschichte des Abfalls der vereinigten Niederlande von der Spanischen Regierung schreef om de Nederlandse opstand als een echte revolutie te loven, bracht hij in werkelijkheid een hommage aan een staat net vóór de val. En de revolutie die hij loofde, zou net gaan beginnen.

Revolte? Revolutie? Republiek!

Was de Tachtigjarige Oorlog werkelijk een revolutie zoals Schiller dacht? Historici van nu spreken meestal van de ‘Nederlandse Revolte’. De uitkomst was zonder enige twijfel werkelijk revolutionair: een republiek die zichzelf bestuurde. Voor Schiller en velen van zijn tijdgenoten was dat het beste voorbeeld dat hij had van zijn republikeins ideaal, zeker in Duitsland dat nooit een succesvolle revolutie had gekend. Tot de laat-negentiende eeuw bleef het verdeeld in honderden kleine en nog kleinere hertogdommen. In plaats van een verenigde natiestaat met een machtig parlement gingen de creatieve energieën naar de vestiging van een ‘nationaal theater’ en een klassieke cultuur met Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich Schiller als kern van het canon. Het is geen toeval dat beiden theaterstukken schreven over de geschiedenis van hun kleine revolutionaire buur: Goethe’s Egmont over het tragische lot van de graaf van Egmont en Schillers Don Carlos, Infant von Spanien over de Spaanse Prins die de hoop van het Nederlandse volk was maar in 1568 de dood vond in duistere omstandigheden. Wanneer Schiller 220 jaar later aan het schrijven sloeg, deden nog steeds geruchten de ronde dat hij was vermoord door zijn vader Filips omwille van een incestueuze relatie met zijn stiefmoeder (die stierf in hetzelfde jaar) of omwille van zijn contacten met en politieke sympathieën voor de Nederlandse vrijheidsstrijders. In Schillers versie komt Roderik, Markies van Poza naar het Spaanse Hof om zijn jonge vriend voor hun gedragslijn te winnen. Het stuk is bekend om de pathetische vrijheidstoespraken van Poza, in het bijzonder zijn moedige monoloog aan het adres van de Koning: “Schenk vrijheid van meningsuiting, Sire!” Toen het publiek een staande ovatie gaf voor die zin in het Oostenrijk van 1848 vluchtte de reactionaire minister von Metternich naar Londen, beseffende dat de democratische revolutie gewonnen had. De Duitse bezettier schrapte het stuk van de speellijsten in de bezette gebieden tijdens de Tweede Wereldoorlog. En zelfs vandaag de dag nog wordt dat stuk getoond telkens wanneer de vrijheid in gevaar is, zoals in Hongarije, waar de persvrijheid streng gelimiteerd wordt door de regering. In Boedapest heeft de rechtse burgemeester de intendant van het ‘nieuwe theater’ de laan uit gestuurd om de post aan een onverholen chauvinist en uitgesproken anti-semiet te geven die het wil herdopen tot ‘thuislandtheater’. Het laatste stuk dat de oude ploeg van het ‘nieuwe theater’ opvoert, is Schillers Don Carlos.

Wereldrijk, wereldmarkt, wereldrevolutie

De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) markeerde het begin van een tijdperk dat vandaag tot zijn eind zou kunnen komen: het tijdperk van vrije burgers, vrije markten en vrije staten. Schiller schreef over de pasgeboren Nederlandse Republiek: “De Nederlanders beschermen zichzelf met dammen tegen de oceaan en met de grondwet tegen hun prinsen.” De prinsen zijn weg, maar nu beukt de oceaan tegen haar oevers: het wereldkapitalisme, dat Nederlandse handelaren destijds in het leven geroepen hebben, lijdt schipbreuk in onweersbuien die het zelf heeft ontketend. Financiële crises en nationaal bankroet zijn het begin en het eind van dat verhaal. Tussen 1550 en 1650 ging Spanje zes keer bankroet – hoewel het op de berg Potosí tonnen goud en zilver aan de Nieuwe Wereld onttrok. Nog paradoxaler is dat de oorlog die de Spanjaarden tegen de Vlaamse provincies voerden de vijand alleen maar rijker maakte! De middelen die werden gebruikt om ze te verpletteren, financierden hun zelfverdediging. Terwijl Filips II droomde van een wereldmonarchie, een wereldrijk, werd hij geruïneerd door de krachten van de opkomende wereldmarkt. De tijd van de grote rijken was voorbij, en ook zijn aartsvijand, het Ottomaanse Rijk, werd op de proef gesteld door een reeks opstanden aan de Noord-Afrikaanse kust, een Arabische Lente avant la lettre. De tijd dat de Middelandse Zee het centrum van de wereld was, liep ten einde, het centrum verschoof van het zuiden naar het noorden: eerst werd Antwerpen de belangrijkste haven en handelspost, tijdens de Tachtigjarige Oorlog verplaatste het zich naar Amsterdam. Daar werd ook de Wisselbank geopend om de nieuwe handelsdynamiek te stabiliseren die was ontstaan door de Atlantische handel. Je kunt rustig stellen dat dat niet alleen het begin van het moderne kapitalisme was, maar ook van globalisering die er niet een laat stadium van is, maar een noodzakelijke voorwaarde! Het is dat ‘modern wereldsysteem’ (Immanuel Wallerstein) dat nu in crisis verkeert. In tegenstelling tot wat Schiller dacht, vallen vrije markten, vrije staten en vrije burgers niet meer samen, maar zijn ze met elkaar in tegenspraak. Als er een reden en een bedoeling zijn om ‘universele geschiedenis’ te studeren dan zijn het die welke David Graeber gaf in zijn boek Debt. The first 5000 years. Wanneer uitstaande schulden van staten en burgers zo hoog zijn dat ze de fundamenten van de samenleving ondermijnen, staan radicale veranderingen op het punt van uitbreken. Omdat vrijheid niet gewoon een ander woord is voor niets meer te verliezen hebben, maar eerst en vooral omdat het vrij zijn van schuld en slavernij betekent. Binnenkort zouden burgers hun heersers wel eens kunnen benaderen met de eis van de Markies van Poza: “Geef ons terug wat u ons hebt afgenomen!”

Back to top

Het internationale performance collectief andcompany&Co. werd in 2003 opgericht in Frankfurt am Main. Stichters zijn theaterexpert, auteur en performer Alexander Karschnia, theatermaker en zanger Nicola Nord en muzikant en performer Sascha Sulimma. andcompany&Co. is een open netwerk met steeds nieuwe kunstenaars uit uiteenlopende disciplines zoals auteur en theaterregisseur Joachim Robbrecht, visuele kunstenaars Jan Brokof, Noah Fischer en Hila Peled en muzikanten Reinier van Houdt en Simon Lenski. andcompany&Co. zijn kunstenaars in residentie aan HAU in Berlijn sinds 2007. Ze spelen wereldwijd, onder andere op Kunstenfestivaldesarts (2007) Brussel, Wiener Festwochen (2008), Festival Impulse (2009) en Dortmund’s Festival favoriten 08 – Theaterzwang (2008/ 2010), waar little red (play) de prijs van het ministerie van cultuur van Nord-Rhein Westfalen ontving. In hun meest recente stuk, de Duits-Vlaams-Nederlandse coproductie Der (kommende) Aufstand nach Friedrich Schiller, wordt muiterij binnen de context van de verwoestende besparingen in de culturele sector in Nederland en het algemene crisisgevoel uitgetest op het podium. Het verwijst naar Schillers studie De opkomst en het verval van de Nederlanden onder Spaans bewind en het in Frankrijk in 2007 uitgegeven pamflet De komende opstand. Het stuk bevraagt het pre-revolutionaire potentieel van de huidige protestbewegingen. De première was in januari 2012 aan het Staatstheater Oldenburg tijdens het “Go West” festival. De Nederlandse premiere ging door in het Frascati Theater.

Back to top