Deep Etude

    23/05  | 20:30
    24/05  | 20:30
    25/05  | 20:30
    26/05  | 18:00

€ 16 / € 13 (-25/65+)
45min

Ontmoet de artiest na de voorstelling op 24/05

Hoe klinkt geluid in de oren van beweging? Hoe ziet dans eruit in de ogen van muziek? En hoe diep resoneert ritme in beide? De Zweedse choreografe en performer Alma Söderberg buigt zich over deze vragen met een praktijk die in het teken staat van de intense verwevenheid tussen geluid en beweging. Haar nieuwe creatie Deep Etude is een fenomenologische studie naar beide codes. Söderberg belichaamt polyritmes en maakt klank en beweging onderscheidbaar van elkaar. Met veel expressie manipuleert ze beide talen, verwisselt ze van plaats, trekt ze afzonderlijk naar de voor- of achtergrond, maakt de ene zichtbaar en de andere onzichtbaar. Lichaam en stem zijn haar enige instrumenten en de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid waarmee ze die hanteert, roept enkel bewondering op. Een fenomeen.

Door & met
Alma Söderberg

Geluid
Lechat W. DeHendrik

Dramaturgie
Igor Dobricic

Lichtontwerp
Pol Matthé

Artistiek advies
Anja Röttgerkamp

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi danse

Productie
Manyone

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, BUDA, PACT Zollverein, Riksteatern, Vooruit

Met de steun van
Swedish Arts Council (Kuturrådet)

Residentie
STUK, BUDA, Kunstenwerkplaats de Pianofabriek, Tanzfabrik, Charleroi Danse/Raffinerie, Beursschouwburg

Met de steun van
apap – Performing Europe 2020, binnen het Creative Europe-programma van de E.U.

Back to top

De diepte en het vierkant
Toen ze sprak over haar boek Orlando legde Virginia Woolf uit dat in dit geval, in tegenstelling tot in andere boeken, ze niet “in de diepten afdaalde om de vormen in elkaar te zien passen” (go into the depths to see the shapes square up). Ook al ging deze zin over wat ze niét deed, hij bleef in mijn hoofd hangen als een refrein. De vormen in elkaar zien passen, in de diepten afdalen, de diepte en het vierkant (square) en het vierkant als werkwoord (to square up). Rond dezelfde tijd luisterde ik naar Pauline Oliveros’ cultalbum Deep Listening. Samen met twee andere muzikanten met wie ze later de Deep Listening Band zou oprichten, daalde ze diep af in een ondergronds waterreservoir met een lange weergalm. Ze namen er hun eerste album op, met lang uitgerekte tonen die golven en kerven, zich verticaal en horizontaal ontplooien in lagen van geluid met een rijke textuur. Toen ik luisterde begon ik me af te vragen wat er zou gebeuren als ik ritme zou toevoegen aan Oliveros’ deep-listeningpraktijk? Wat betekent het om diep naar ritme te luisteren? Misschien was er een relatie tussen de vierkanten en het ritme, dacht ik, misschien was het daarom dat ik hield van wat aanvoelde als een lichtjes tegenstrijdige relatie tussen de diepte en de vormen die in elkaar passen. 

Eveneens rond dezelfde tijd begon ik te denken aan polyritme dankzij een gesprek dat ik had met de researcher Jonas Rutgeerts. Polyritme,  het op elkaar leggen van ritmes van verschillende lengtes, voelde als een goed startpunt wanneer je nadenkt over ritme in relatie tot deep listening. Een polyritme moedigt de luisteraar aan zich actief in te laten met het ritme, aangezien het kan verschuiven en veranderen afhankelijk van hoe men luistert. De luisteraar kan haar of zijn groove kiezen door de nadruk te leggen op verschillende geluiden binnen de compositie, zodat het gewicht verandert, de beat een moment hapert of verslapt alvorens langzaam een nieuwe snelheid aan te nemen. Ik bedacht hoe de choreografie die ik aan het ontwikkelen was als een structuur een luisterruimte creëert; waar verscheidene ritmes van verscheidene lengtes een soort kubus of architectuur creëren waarbinnen de dans plaatsvindt. En tegelijkertijd helpt de dans ook dezelfde architectuur te bouwen. Hendrik Willekens begon te experimenteren met het maken van lagen van kruis- en polyritmes en ik begon hiermee te werken in de studio, waarbij ik mijn stem en lichaam gebruikte om te benadrukken wat het was dat ik hoorde of om aan de compositie toe te voegen wat ik niet hoorde. Vooral één deel van wat Hendrik gemaakt had, had dat kubusachtige karakter – we noemden het de ‘luie bas’ en het werd een centraal gedeelte van de compositie. Ik trachtte op een bepaalde manier met mijn lichaam te beschrijven wat ik hoorde, waarbij ik soms focuste op de bas en zijn synthese, soms op de bellen, en soms op een syncope die er niet is maar wordt geïnsinueerd. Voor ik de studio introk had ik de intentie een lezing-performance te houden waarin ik wou spreken over mijn relatie tot ritme. Ik denk dat er uiteindelijk nog altijd een element van uitleg en beschrijving aanwezig is, maar het wordt doorgegeven via beweging en ritmisch geluid in plaats van via een lezing.

Voorafgaand aan dit alles leende de choreografe en danser Cecilia Lisa Eliceche me een boek van Fred Moten genaamd In the Break. Ik moet haar hier speciaal voor bedanken, aangezien dat boek het proces het nodige gewicht gaf en vele punten van inspiratie bevatte. In een hoofdstuk over pianist en dichter Cecil Taylor schrijft Moten: ‘Muziek is de improvisatie van organisatie’. Voor mij ligt er een gelijkaardige spanning in de combinatie van improvisatie en organisatie als in de diepte en het vierkant. Ik denk dat dit een spanning is die aanwezig is in het stuk en zeker in het maken ervan. Veel momenten zijn geïmproviseerd en zullen anders zijn telkens wanneer het stuk wordt opgevoerd, maar er wordt voortdurend veel vormgegeven, in elkaar gepast, geplaatst en georganiseerd. Maar het is niet enkel zo dat ik componeer terwijl ik improviseer, ik improviseer ook met de compositie. Er zijn verscheidene parameters van geometrie, gelijkmatigheid en symmetrieën qua duur die in elkaar passen en waarmee wordt gejongleerd.

In een heel laat stadium in het proces bracht de dramaturg Igor Dobricic het boek On Weaving (Over Weven) van Anni Albers mee naar de studio. Het woord weven was al eerder opgedoken in verband met de ruimtelijke keuzes van het stuk maar toen we naar Albers’ werk begonnen te kijken, beseften we wat een relevante verwijzing het was. Bij Albers’ weven zie ik ritmische keuzes die vast komen te zitten in hun eigen materialiteit. Het patroon struikelt over zichzelf, de draad wordt gevangen, wordt dikker, maakt een knoop en een nieuw patroon verschijnt. Het patroon wordt gevolgd maar het volgen verandert het patroon. Het is niet ritmisch in de zin van een vorm waartoe vooraf is besloten, maar wanneer de vorm haar materiaal ontmoet, verandert de vorm. Na het weven kan men het resultaat lezen als een partituur, en het mooie is dat er zowel een horizontaliteit als een verticaliteit van tijd is die simultaan naast elkaar bestaan; je kan het volgen langs de inslag en de schering of ervoor kiezen het te zien als een enkel moment van lagen van tijd. De belangstelling die ik had voor de polyritmische realiteit van het bewegen door lagen van maatslagen van verschillende lengten verwijdde tot een compositorische dimensie, en we begonnen het hele stuk te beschouwen als een tapijt. Gelaagde draden van ritme die geweven worden door de beweeglijke aandacht van de luisteraar. De intentie was van meet af aan het luistermoment uit te breiden tot een soort ruimte of kubus door lijnen van maten te tekenen in verschillende richtingen, maar met de inspiratie van Albers was het ook mogelijk die tekening in een groter ruimtelijk en tijdelijk kader te zien verschijnen. 

  Alma Söderberg, maart 2018

Back to top

Alma Söderberg is choreograaf en performer. Haar werk ontstaat vanuit een praktijk van stem en beweging. Ritme is haar drijfveer. Ze maakte de solo-performances Cosas, TRAVAIL, Nadita en Deep Etude met vocalisme en ritmiek als gemeenschappelijke deler. In samenwerking met Jolika Sudermann maakte ze de performance A Talk en ze speelt mee in de performance band John The Houseband. In 2014 maakte ze de performance Idioter, samen met Hendrik Willekens met wie ze ook het muziekproject wowawiwa startte. 

Lechat W. Dehendrik is een pseudoniem van de Belgische kunstenaar Hendrik Willekens. Deze genoot opleidingen tot acteur en mime in respectievelijk Leuven en Amsterdam. Sinds 2010 is hij zich in toenemende mate gaan toeleggen op het werk als muzikant / geluidsontwerper / componist. Dit leidde tot samenwerkingen met onder andere Sarah Vanhee, Hagar Tenenbaum en Alma Söderberg. Voor Deep Etude maakte Lechat W. Dehendrik voor het eerst gebruik van de software Studio One, terwijl de geluiden die u hoort voornamelijk werden voortgebracht door instrumenten uit het analoge domein.

Back to top