Damned be the traitor of his homeland!

Beursschouwburg

4, 6, 8/05 – 20:30
5/05 – 22:00
SLO > NL / FR
1h 15min

De jonge Kroatische regisseur Oliver Frljić is voor het eerst te gast in België. In eigen land maakte hij een blitzcarrière als ‘terrorist-theatermaker’. Damned be the traitor of his homeland! creëerde hij in Slovenië en is gebaseerd op persoonlijke verhalen van zijn zeer diverse groep acteurs. Het stuk neemt het uiteenvallen van Joegoslavië als context om het over de (her)opleving van patriottisme en nationalisme in Europa te hebben. Oliver Frljić slaagt erin de vinger te leggen op de zere plek van de algemeen aanvaarde standpunten over de recente geschiedenis. Zijn ‘realitytheater’ speelt in ijltempo met clichés, persoonlijke identificatie en nationale symbolen. Frljić legt dubbelzinnigheden bloot die resideren in het collectief geheugen, deel uitmaken van individuele gevoeligheden en zich genesteld hebben op de grens tussen werkelijkheid en fictie. Damned be the traitor of his homeland! is politiek, provocerend theater over het trauma van de Joegoslavische tragedie waarmee Frljić acteurs en toeschouwers een spiegel voorhoudt.

“The play Damned be the traitor of his homeland! is a dark political cabaret, full of deafening shooting from firearms and dead people – simply because a handful of stage heroes lost their temper on the subject of nationality, killing everyone around them.”
Bojan Munjin, Novosti

Regie
Oliver Frljić


Met
Primož Bezjak, Olga Grad, Uroš Kaurin, Boris Kos, Uroš Maček, Draga Potočnjak, Matej Recer, Romana Šalehar, Dario Varga, Matija Vastl


Dramaturgie
Borut Šeparović, Tomaž Toporišič


Muziek, scenografie & kostuumontwerp
Oliver Frljić


Regieassistent & bewegingsadviseur
Matjaž Farič


Geluidsontwerp
Silvo Zupančič


Lichtontwerp
Oliver Frljić, Tomaž Štrucl


Toneelmeester
Urša Červ

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Beursschouwburg


Productie
Mladinsko Theatre (Ljubljana)

Back to top

Telkens als wij ons eigen theater(land) verraden...

Damned be the traitor of his homeland! gaat over liefde en haat voor het theater en doet zowel spelers als toeschouwers bezwijken voor de samensmelting van waanzin en pijn. De acteurs creëren een vernietigende, verontrustende, soms zelfs choquerende voorstelling. Via oorlogs- en politieke trauma’s stellen ze universele vragen over de grenzen van de artistieke en sociale vrijheid, over individuele en collectieve verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid en stereotypen.

Dit laboratorium situeert zich binnen een theatraal kader dat gevormd wordt door verhalen over het uit elkaar vallende Joegoslavië in de jaren 1990, de bikkelharde oorlog in Kroatië en Bosnië en de daaruit volgende genocide in Srebrenica. De titel van het stuk verwijst naar het laatste vers van het volkslied van dit verdwenen land. Frljić onderzoekt nationalisme en vreemdelingenhaat in de Joegoslavische regio, te beginnen in Slovenië, waar het stuk werd gecreëerd.

Damned be the traitor of his homeland! bevecht in de eerste plaats alle vormen van agressief patriottisme die naadloos overgaan in nationalisme. Hierbij toont het een reeks instrumenten die gretig gebruikt worden door de zogenaamde verdedigers van het vaderland. Het gaat van beledigingen en pesterijen – men stelt vragen als “Indien er een oorlog tussen Slovenië en Kroatië zou uitbreken, welke kant zou je kiezen?” – tot een modedefilé met de vlaggen van het voormalige Joegoslavië, gedragen door acteurs met het mes in de aanslag. Dit alles wordt opgevoerd met een ongelofelijke energie en een soort van onvoorspelbare, algemene haat, en simuleert zo een pseudo-patriottisch discours dat de toeschouwer opwindt. Het vervlechten van folkmuziek met hits uit de jaren 1980 ressorteert een effect van blinde dweperij met de eigen traditie, zonder enige vorm van rechtvaardiging.

De voorstelling begint met een scène die zo uit de film Underground (winnaar van de Gouden Palm) had kunnen komen: het podium is bezaaid met lijken die blaasinstrumenten in de hand houden. Even later komt er lucht uit de instrumenten en we beseffen al gauw dat die lucht niet door de wind wordt geproduceerd. De klanken worden steeds luider en vormen een melodie, tot de doden herrijzen onder begeleiding van deze verheven muziek. Gedurende het hele stuk zullen diezelfde mensen telkens weer gedood worden en uit de dood opstaan.

Oliver Frljić redeneert: “Uiteindelijk zullen we altijd lijken tellen, en die lijken vormen de inzet van telkens nieuwe politieke projecten. Sommige lichamen zullen herdacht worden en begraven met de laatste eer. Andere lichamen maken ons tot een Antigone. We zijn verplicht te spreken over de waarde van elk mensenleven, want doen we dit niet, dan zouden onze duizend levens niets zijn in vergelijking met hun tienduizend levens. Niettemin is deze afweging in ons nadeel: wij zijn immers een beetje minder gestorven en hebben een beetje méér afgeslacht. Aan wiens kant sta jij: aan die van Eteocles of Polynices?"

De voorstelling doet verwoede pogingen om het collectieve sterven te ensceneren, en stelt zo de theatrale voorstelling van de dood én zelfs de idee van de theatrale voorstelling an sich in vraag. De zich steeds herhalende dood die je in bijna regelmatige intervallen op het toneel te zien krijgt, en de wederkerende ‘verrijzenissen’ van de protagonisten leggen het immobilisme bloot van de theatrale voorstellingsmechanismen. Het zijn net die mechanismen, die de productie van fictie dienen en meestal verborgen blijven, die zich hier ontdoen van het thematisch-inhoudelijke kader en zo als enig zichtbare overblijven.

Zoals je onmogelijk de aarde van ex-Joegoslavië kan betreden zonder langs beenderen te waden, zo is ook deze voorstelling overspoeld met lijken. En net zoals de echte lijken een zekere waarde hebben op de politieke markt, zo heeft ook deze overproductie aan theaterlijken en theaterherrijzenissen een zekere waarde. In feite streeft men naar een vermindering van de waarde van een bepaald voorstellingsmodel. Als zo’n devaluatie plaatsvindt in de theatrale voorstelling van de dood, wat betekent dit dan voor de waarde van de werkelijke dood? Om dat te begrijpen, volstaat het om nieuwsberichten over Haïti te lezen of om jezelf af te vragen wat Srebrenica vandaag nog voor ons betekent: weinig, minder, niets?

Kalina Stefano bemerkt in het Korean Theatre Journal: “Deze veelvuldige verrijzenissen zijn in de eerste plaats een stellingname: het gaat heel concreet en feitelijk over het gemak waarmee mensen tegenwoordig massaal vermoord worden, de wegwerpkwaliteit van mensen, de haat tegenover de anderen. De essentie van deze stellingname wordt niet enkel indirect belicht door het overdadige en groteske van deze voorstelling, maar ook op een heel directe wijze – en dit meerdere keren doorheen het stuk. Damned be the traitor of his homeland! is immers ook onverbloemd politiek theater, daar waar het verwijst naar Árpád Schillings Black Land en zijn vastberadenheid om ons wakker te schudden uit onze zelfgenoegzaamheid of geestelijke blindheid. Het wil ons choqueren door ongepast taalgebruik, schaamteloos naakt of gewoon door het zeggen van de onaangename waarheid. In dit opzicht doen de sfeer en het hart van de voorstelling denken aan die andere grote film, het Oscarwinnende No Man’s Land. Dezelfde smartelijke, authentieke Balkanmuziek weerklinkt en veroorzaakt een genrewissel in het stuk: Damned be the traitor of his homeland! verandert in een diepmenselijk drama, waardoor het een derde dimensie krijgt. Deze dimensie wordt versterkt en verdiept door de persoonlijke tekst, vertolkt door de acteurs wanneer ze niet vloeken. Bijzonder ontroerend is de laatste scène, die begint met een lied gezongen door een huilende actrice. Bij de laatste tonen van ‘I won’t go against my brother’ zit het publiek vastgekluisterd aan zijn stoel. Dan blijkt echter dat de actrice misschien huilde omdat ze het lied liever niet had gezongen, aangezien er een Servische verwijzing in zit, en dat ze de voorstelling eigenlijk had willen verlaten. Wat dan volgt is een hevige discussie, rechtstreeks naar het publiek over artistieke en menselijke verantwoordelijkheid op kleine en grote schaal.”

De Poolse criticus Jaroslaw Klebaniuk zegt hierover het volgende: “De enscenering vertolkt niet alleen een belangrijke stem in de discussie rond nationalisme (die nog belangrijker is in de Balkanregio, waar etnische zuiveringen niet zo lang geleden leidden tot de dood van tienduizenden mensen), het is ook een manier om bepaalde artistieke grenzen te overschrijden. Hiertoe hanteert men extreme en zelden gebruikte middelen: het uitschelden van het publiek, het aanwakkeren van patriottisme en hyperpatriottisme, dat een ander woord is voor nationalisme, het collectief beledigen van mensen met een andere nationaliteit (vooral Kroaten). De herhaaldelijke moorden op alle personages, gedood door hun medespelers, waren een krachtig middel, maar een bepaalde scène was nog sterker. Ik heb het over de erg ongebruikelijke scène waarin de acteurs met hun vingers knipten en slogans scandeerden als ‘Croatian cunts, sucking Serbian cock’ of ‘Dood, dood aan de ustaša, Istria is van ons!’ en, niet te vergeten, ‘klotepubliek’. Zoveel gif en haat in een ogenschijnlijk ontroerend, ritmisch, muzikaal werk: het is ware heiligschennis. Het lijkt veel gemakkelijker om nationalisme belachelijk te maken met behulp van een expliciete parodie dan via een escalatie van onrust en pathos; maar als we al lachen, lachen we wrang. De groteske elementen in het stuk benaderen de perfectie. Zo een artistiek effect is zeldzaam.”

Laten we besluiten met een gedachte van Svetlana Slapšak, een onbevreesde Sloveense intellectuele, gespecialiseerd in oudheid- en genderstudies: “In het stuk van Frljić organiseren de acteurs een modeshow; ze gaan enkel gekleed in Joegoslavische staats- en partijvlaggen, als waren ze sarcastische symbolen van zelfverklaarde identiteiten. Niet de historische gebeurtenis van de oorlog in Joegoslavië staat centraal in dit krachtige en briljante stuk waarin het Joegoslavische politieke theater en zijn helden op cynische wijze worden vermeld. Het is de aanwezigheid van het politieke probleem vandaag dat aan de kaak gesteld wordt: nog steeds is de mens bereid tot wreedheden, het enige wat je moet doen, is op de juiste knop drukken.

Niemand is veilig. In bekende historische gevallen was de beschuldiging van perversiteit altijd de aanzet tot het wegvagen van de vijand; daarna werd het een vrijgeleide voor het vrij uitvoeren van perversiteiten door het eigen gezag. Willen we echt opnieuw die richting uit? Haast je dus naar het theater, dat opnieuw politiek geëngageerd is, opwindend en educatief. Aan het eind van het stuk zal je nog een keer blikken van verbondenheid uitwisselen, verfijnd door tranen en gelach.”

Tomaž Toporišič

Back to top

Oliver Frljić, het boegbeeld van de jonge generatie Kroatische regisseurs die ook internationaal aan bekendheid wint, is ook schrijver, theoreticus, performer en acteur, en ontving talrijke prestigieuze prijzen. Zijn eerste studiekeuzes waren filosofie en theologie, maar hij studeerde af aan de Academie voor Dramatische Kunst in Zagreb. Hij regisseert performances op onafhankelijke basis en in repertoiretheaters, en hij enthousiasmeert en shockeert met zijn eigen projecten en radicale interpretaties van klassieke stukken -zo lag hij aan de basis van een verhit publiek debat over censuur in Kroatische theaters. Frljić werkt ook als dramaturg en co-auteur voor dansperformances, werkt nauw samen met de BADco.-groep, met Borut Šeparović en de Montažstroj-groep. Zijn samenwerking met het Mladinsko Theater en de performance Damned be the traitor of his homeland! was een belangrijke stap voor hem in een bredere Europese context.

De weg die het Mladinsko Theater de voorbije vijf decennia afgelegd heeft - zowel op de planken als in de samenleving op zich - begon na de Tweede Wereldoorlog, in de pioniersjaren 1950, toen het meer dan drie jaar moest vechten om uiteindelijk in 1959 in haar huidige stek intrek te kunnen nemen en te beginnen met haar reguliere, voortdurende werk. Een van de hoogtepunten in de geschiedenis van het theater is de prestigieuze erkenning en prijs van de Europese Commissie, d.w.z. de flatterende titel van Europees Cultuurambassadeur 2008. Het Mladinsko Theater werd zo het eerste theater in Slovenië en de eerste Sloveense culturele instelling die die titel droeg.

Back to top