Contraindre

'Niet om het lichaam dat hij heeft, maar om het lichaam dat hij is moet een danser zich bekommeren. Hoe brengt men de weg in kaart die concentratie onderhuids en in de ruimte aflegt?' In Contraindre scherpt Myriam Gourfink onze blik aan met een hypnotiserende en betoverende dans. De toeschouwer krijgt een centrale plaats toegewezen op de scène, tastbaar dicht bij de twee danseressen die, ver verwijderd van elkaar, bewegen en bedwingen. Muziek van Kasper T. Toeplitz bakent de ruimte af. Contraindre prikt ons vast op het inwendige spanningsveld van elke beweging.

Choreografie/Chorégraphie/Choreography : Myriam Gourfink

Dans/Danse/Dance : Carole Garriga, Cindy Van Acker

Compositie, live electronica en spatialisatie/Composition, electroniques live et spatialisation/live electronics et spatialisation: Kasper T. Toeplitz
Videoprogrammatie, licht/Programmation vidéo, lumières/Video programming, lighting : Silvère Sayag
Receptoren/Capteurs/Probes : Thierry Cauduys (La Kitchen)

Kostuums & rekwisieten/Costumes & accessoires/Costumes & props : KOVA

Assistent informatica/Assistant informatique/I.T. assistent: Laurent Pottier
Thérémins: Laurent Dailleau
Coproductie/Coproduction : Association LOL, Centre National de la Danse, Les Spectacles Vivants-Centre Pompidou (Paris), La Halle aux Grains - scène nationale de Blois, Drac Ile-de-France/Ministère de la Culture et de la communication/DMDTS, KunstenFESTIVALdesArts.

Création musicale dans le cadre d'une Commande de l'Etat - Dicream, aide à la création - Ministère de la culture et de la communication.

La Compagnie Myriam Gourfink werd door de stad Parijs uitgenodigd in residentie in/ a été accueillie par la Ville de Paris en résidence de création à/has been invited by the City of Paris to be in residence at 'la Cité internationale des arts'.

Presentatie/Présentation/Presentation : KVS/de bottelarij, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Elke choreografie is voor mij een gelegenheid om de danser uit te nodigen om aanwezig te zijn, bewust van zijn houding en zijn diepzinnigheid.

Componeren bestaat erin soepele, organische structuren te creëren en te zoeken, waarmee de ruimte, de tijd, de materie en de muziek op het moment zelf gewijzigd of gegenereerd kunnen worden. Het doel is om elke voorstelling van eenzelfde productie uniek te maken.

Zo moet de danser weten om te gaan met het onverwachte van een situatie die hij nog niet beleefd heeft. Hij mag niet een bepaalde rol spelen. Wat van hem verwacht wordt, is dat hij bekwaam is om te begrijpen wat er gebeurt, en daar onmiddellijk op in te spelen.

De partituur stelt voor (propose) of legt op (impose). Alles is relatief opgevat, van uiterste precisie tot suggestie.

De verschillende methodes om handelingen te componeren, hebben allemaal hetzelfde doel: iets onverwachts teweegbrengen, de gebaren, de ruimte, de tijd afbakenen zonder ze vast te leggen. Zo speel ik met een verkeerde beschrijving van de situaties.

Ik kan een opeenvolging van situaties beschrijven op twee manieren: ofwel heel dicht in de tijd (gebaren om van de ene naar de andere situatie te stappen, zijn dan heel precies), ofwel verwijderd in de tijd (wat de mogelijke wegen vermenigvuldigt van de bewegingen die de situaties verbinden).

Ik geef aan dat verscheidene bewegingen strikt simultaan moeten verlopen, of integendeel, maak duidelijk dat ze min of meer simultaan zijn, dat ze elkaar op organische wijze moeten opvolgen, georganiseerd in functie van de danser. In andere gevallen beschouw ik het traject van de danser als een doorgang; de situaties volgen elkaar op en vloeien uit elkaar voort. Maar ik beschrijf niet wat ze zijn: de gegevens van de partituur werken als operators, als katalysators, ze vormen de materie, een uitvlucht voor de compositie en de verandering zelf.

Die choreografische partituur geeft stof voor de variaties van de danser. De variaties kunnen niet alleen interfereren met de muzikale partitiuur, maar ook een andere partituur ontwikkelen, gevoed door het moment zelf van de dans die gedanst wordt, door het 'hier'.

De positie van de danser, lezer van de partituur, wordt erin veranderd. Hij leest, ontdekt en danst iets compleet nieuws, maar in een gecomponeerd en gestructureerd veld. Anderzijds is zijn interpretatie van het grootste belang, want ze brengt teweeg wat gaat volgen.

Het moeilijke is een middel te vinden om de choreografische partituur uit te leggen en de tekens, die de metataal van die partituur vormen, te vertalen met respect voor de tijd van elke danser.

Gebaseerd op dat principe hebben wij (Myriam Gourfink, Silvère Sayag en Kasper T. Toeplitz) een onderzoeksproject opgezet met vier grote krachtlijnen:

- Ten eerste, de uitvinding van een choreografische metataal, met tekens die min of meer precieze intenties kunnen uitdrukken en waar plaats is voor onbekenden [...]. Die taal laat niet alleen toe de eindsituatie van een beweging aan te duiden (het doel dat we willen bereiken) maar ook de breedte of het angulaire parcours van een beweging. Anderzijds willen we onze eigen visie op de dans vertalen. Daarom moeten we een manier vinden om de reis van de concentratie in het omringende lichaam en in de omringende ruimte uit te drukken. Tenslotte moeten de gebruikte symbolen evolueren volgens de behoeften van de choreografische omgeving, zonder evenwel onzichtbaar te worden. Want die symbolen, bestemd voor de video-support, zullen onmiddellijk gelezen worden.

- De tweede krachtlijn is gericht op de visuele omzetting van die taal en de programmatie van een syntaxis (definitie van regels, combinaties van mogelijkheden, volgorde, enz.), die de transformatie moet mogelijk maken.

- In de derde plaats gaat het erom een waarnemingssysteem te ontwikkelen, een getuige van wat de danser beleefd heeft. Het zintuig dat ik het meest gebruik wanneer ik componeer, is de tastzin. Daarom gebruik ik nooit video. Een gefilmd lichaam doet me niets. Voor mij moet de dans beleefd worden in het diepste van het lichaam. Wat getoond wordt, heeft geen enkel belang. Een danser zou meer bezig moeten zijn met het lichaam dat hij is, dan met het lichaam dat hij heeft. Want de dans is vormloos, ze gaat verder dan de omtrek van het lichaam, ze is er gewoon, gespannen als een lijn tussen twee punten. Het gebruik van een symbolische voorstelling heeft zijn bestaan zeker en vast te danken aan die gedachte. Om de aan de gang zijnde dans te analyseren, heb ik ook de idee van de hand gedaan als zou de visuele waarneming een lichamelijke voorstelling van de dans geven. Veel coherenter vond ik het gebruik van receptoren die direct op de huid geplaatst worden, en gevoelig zijn aan de elektriciteit die door de spieren stroomt, wanneer die zich samentrekken. Die elektrische signalen lichten de virtuele choreograaf (het informaticaprogramma dat de partituur voortbrengt) in over de huidige toestand van de interpretatie van de choreografie (meer bepaald inzake het verstrijken van de tijd, wat het verloop van de partituur op de schermen zal beïnvloeden).

- Tenslotte moet een interface gecreëerd worden die de realiteit van de dans, waargenomen door de receptoren, en de choreografische metataal met elkaar verbindt. Daarbij moet die interface definiëren wat de verschillende interpretaties van de danser en zijn tijd op gang brengen als transformaties. Componist Kasper T. Toeplitz zal ook moeten bepalen wat die choreografische variaties teweegbrengen (komende van de danser en/of van de partituur) op het niveau van de compositie en de opbouw van de muzikale uitwerkingen.

Het uiteindelijke resultaat van het project is een stuk voor twee danseressen, Contraindre. Het publiek wordt geïntegreerd in de choreografische partituur. Het wordt niet uitgenodigd vrij te circuleren, maar krijgt eerder een plaats in bijzondere ruimten die de ruimte van de choreografische partituur weerspiegelen, een weerklank van de kinetische ervaring van de danseressen. Het publiek beperkingen opleggen heeft ook een bedoeling, namelijk dat het ervaart, eerder dan toeziet.

De danseressen Cindy Van Acker en Carole Garriga staan ver van elkaar. De ruimte die ze hebben om te dansen, is beperkt tot een bol. In die enge ruimte zou men verwachten dat ze zich blootgeven, een onthulling. Men zou willen dat alles lost maar zich tegelijk weer herstelt tot één geheel... De muziek van Kasper T. Toeplitz geeft de ruimte vorm, ze wordt een geheel van wanden, van muren van een nieuwe staat van zijn.

Ze - dansen.

Myriam Gourfink

Back to top