Carnet de notes à deux voix

Filmmuseum / Musée du Cinéma

11/05 > 18:30 & 20:30
12/05 > 20:30
13/05 > 14:00
13/05 > 15:30 > Debate

FR - Subtitles: NL - 60’

Deze film is een rel. Niet zoals die rellen waar men schrik van heeft, die men onderdrukt en die men vergeet. Niet zoals die rellen die je ziet op TV. Deze film is een onzichtbare en stille rel tussen een meisje van het land van de bizons en een minister. “Ik vraag me af,” mompelde die op een morgen in september 1999, “of er een verband is tussen etnische afkomst en criminaliteit.” Het meisje kroop de muren op… In de verte doorkruisten duizend woeste bizons de velden van haar geheugen.

Productie: Olivier Rausin (Artémis production)

Met de steun van : Brussel/Bruxelles 2000, GSARA, Frédéric & Rajae, KunstenFESTIVALdesArts

Presentatie: Filmmuseum/Musée du Cinéma, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

“We wilden een film maken over de Maghrebijnse migratie in België, maar beseften al snel dat het onderwerp een heel pak vragen losweekte die alle richtingen uitgingen. Wat is migratie? Hoe is het om Marokkaan te zijn? Om Belg te zijn? Als we begonnen bij het begin veertig jaar geleden, zouden we nooit al die vragen kunnen behandelen. Daarom beslisten we om de omgekeerde weg afleggen: eerst al die vragen stellen.”

Vijf jaar geleden maakte Frédéric Fichefet een documentaire over twee Marokkaanse families. Hij volgde hen op hun reis van België naar Marokko, terug naar de plek waar ze 30 of 35 jaar geleden van vertrokken waren. Hij leerde toen Rajae kennen.

Rajae:

“Die film heeft me erg geraakt. Ik realiseerde me dat mijn vader me maar deels verteld had waarom hij vertrokken was. Het was een moeilijke film voor Frédéric. Midden in de opnames haakte één van de personages af: hij vond dat hij teveel verteld had. Ik van mijn kant had geprobeerd mijn vader te overhalen om mee te werken aan het project, maar ik kreeg een categoriek njet: ‘We wonen hier al 35 jaar. Ze waren nooit geïnteresseerd in ons.’ Maar ik voelde ook een zekere gêne bij hem. Hij was verbaasd dat zijn dochter geïnteresseerd was in zijn verleden.”

Ze raakten aan de praat, Frédéric en Rajae, en beslisten een film te maken naar het voorbeeld van Yamina Benguigui’s Mémoires d’immigrés, over de Algerijnse immigratie in Frankrijk. In de zomer van 1999 beginnen ze documentatie te verzamelen, want ze kiezen voor een historische aanpak. En dan, in september, lanceert Verwilgen zijn enquête: “Is er een verband tussen etnische afkomst en criminaliteit?”

Rajae:

“Het was of er iets ontplofte in mij. Vooral de manier waarop die problematiek aangepakt werd, maakte me razend. De studie van Van San is nu klaar, maar veel verder dan een soort hitparade zijn ze niet geraakt. Met de tijd zijn mijn gevoelens gekalmeerd en andere vragen zijn belangrijk geworden: hoe pak je dat onderwerp cinematografisch aan? Hoe krijg je mensen zover dat ze voor de camera over zichzelf vertellen? Veel Maghrebijnen hebben het moeilijk met het beeld dat de media van hen gecreëerd heeft; ze zijn allergisch geworden aan alles wat met een camera te maken heeft en het over hen wil hebben.”

Frédéric:

“We vertrekken voor de documentaire van de brief die Marokkanen uitnodigde om in België te komen werken. Via interviews zijn we gaan kijken welke verhalen die oproep veroorzaakt heeft. Als we willen weten wat de situatie vandaag is, moeten we terug naar het verleden. En dat verleden is nog niet verteld, noch van de kant van de Belgen, noch van de kant van de migranten.”

Back to top