ACT/COLLECTION, Trailer Park

BRONKS

19, 20, 21, 24/05 – 20:30
22/05 – 18:00
1h

Miet Warlops performances en kunstwerken krijgen alsmaar meer weerklank. Na het surrealistische Grote Hoop/Berg kwam deze jonge artieste sterk uit de hoek met Springville, een slapstick fantasie die het gevaar opzocht en waarin zowel mensen als materialen getransformeerd werden tot geanimeerde objecten en vreemde wezens. Vrouwenbenen werden tafelpoten en een kartonnen huis implodeerde langzaam. Warlop trok naar Berlijn om haar werk in haar eigen atelier onafhankelijk verder te ontwikkelen. Voor Trailer Park, een preview van een grotere productie die in mei 2012 op het Kunstenfestivaldesarts in première zal gaan, onderzoekt ze de beeldende kwaliteit van haar werk en verlaat ze de opbouw van een theatervoorstelling. Ze verzamelde een aantal beelden uit vroeger werk, creëerde er enkele nieuwe, en bouwde zo een collectie van tableaux vivants en kleine acts uit. Warlop dompelt de toeschouwers onder in haar universum en opent nieuwe, minder conventionele manieren van kijken. Confronterend, ludiek en verrassend.

Concept & design
Miet Warlop

Geassisteerd door
Sofie Durnez

In conversatie met
Namik Mackic

Met
Wietse Tanghe, Namik Mackic, Sofie Durnez, Miet Warlop, Katharina Dreyer, An Breugelmans

Techniek
Piet Depoortere, Karel Vanhoorn

Met dank aan
Espace Formation PME Brussels, Leen Denoulet, Tinneke Dedecker, Pieter Lommeville, Nida Serra, Lies Vanborm, Damien Arrii, Susi Craye

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, BRONKS

Productie
We Love Productions (Gent)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Kunstencentrum Vooruit (Gent), CAMPO (Gent), Göteborgs Dans & Teater Festival

Met de steun van
Provincie West-Vlaanderen, De Werf (Brugge)

Project gecoproduceerd door

NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

Interview met Miet Warlop

Waarom kies je voor een reeks miniacts en tableaux vivants voor ACT/COLLECTION, Trailer Park, na onder andere Springville, een voorstelling die meer opgebouwd was als een theatervoorstelling?
Ik realiseerde me dat ik eerder werk via beelden die ik uit een grotere imaginaire wereld haal, dan dat ik specifieke thema’s probeer aan te kaarten. Het materiaal, de beelden die zo ontstaan, dragen een bepaald thema in zich, maar vooraf dat thema bepalen zou de inspiratie nogal indammen en de beelden in ontwikkeling meteen beperken. Nu gebruik ik de overkoepelende titel ACT/COLLECTION, waar ik verschillende ideeën en esthetieken kan in onderbrengen. Eigenlijk had ik nooit voor ogen om één samenhangend theatraal verhaal te vertellen toen ik aan mijn vorige grote productie Springville bezig was. Aanvankelijk had ik een aantal sculpturen/personages die, eens samengebracht en achter elkaar gezet, spontaan een soort theatraal scenario vormden. Deze keer wil ik die enkelvoudige beelden naast elkaar plaatsen. De uitdaging is om een zodanig specifieke timing en energie te ontwikkelen dat de beelden op zich individueel communiceren met de toeschouwer en toch een relatie met de andere beelden aangaan. Net aan de compositie van individuele ‘stemmen’ of lijnen kan ik het poëtische, het erotische en de humor toevoegen.

Dit is een work-in-progress, een try-out voor een grotere productie volgend jaar. Wat wil je nu uitproberen?
Ik wil achterhalen hoe verschillende zaken, beelden, elementen naast elkaar kunnen bestaan in dezelfde ruimte. Hoe kan je je mise-en-scène decentraliseren en je set-up creëren zodat het publiek gaat bewegen door de ruimte? Hoe hou je de spanning van een voorstelling gaande als er geen verhaallijn is om op terug te vallen? Dit wil ik nu uitzoeken. Ik probeer nog niet te veel te denken aan de première van volgend jaar. Ik probeer een arsenaal van beelden los te laten om te observeren waar ze heen willen... Want ze hebben een eigen wil, ik moet hen alleen in verschillende richtingen sturen, ze respecteren en bewaren of ze meteen weggooien. Mijn verbeelding werkt ontzettend snel, soms sneller dan ik kan denken. Daarom is het belangrijk om nu eerst beelden op te bouwen, te assembleren en te verzamelen, en om pas later een selectie te maken.

Je gebruikt beelden en elementen uit bestaand werk. Komen ze nu meer tot hun recht?
Ik gebruik elementen uit mijn vroeger werk omdat die beelden onuitputtelijk zijn, in die zin dat ze nog leven, evolueren en nog altijd een plek hebben in de ontwikkeling van mijn oeuvre.

Slapstick, humor, uitvergroten van bestaande elementen, het keert altijd terug in je werk. Wat heb je met slapstick? Is het de timing van de humor die je fascineert?
Het is vooral een goeie manier om een boodschap door te geven aan het publiek, een eerste laag die licht en grappig is... Het is mijn manier om tegelijkertijd met mijn subjecten bezig te zijn en met de communicatie/de interactie en de uitwisseling die plaatsvindt tijdens en na een voorstelling. Ik hou ervan als mensen ruimte hebben om te denken zonder in een bepaalde richting geduwd te worden, of naar beneden getrokken te worden door dat denken. De confrontatie niet willen aangaan met bepaalde zaken hangt vaak samen met de manier waarop ze gepresenteerd worden. Zoals dikwijls herhaald wordt: het is niet wat je zegt, maar hoe je het zegt. Ik heb er vertrouwen in dat er in elk mensenleven genoeg drama zit, zodat ik dat niet oneindig moet herhalen op een podium of in een foto of beeld. Het lijkt me beter iets toe te voegen dat het gewicht en de ernst wat opheft zonder de eigenlijke inhoud, die au fond serieus en verwarrend is, weg te nemen. Er zijn verschillende vormen en waarden van ‘entertainment’, verschillende manieren om de kijker te betrekken. Zolang je je als toeschouwer comfortabel voelt, sta je open voor wat je ziet en laat je vanalles binnenkomen. Wie creëert, kan maar beter nederig zijn over hoe hij dat laat gebeuren. Ik zoek naar visuele middelen die je voorbij de uiterlijke schijn van de dingen brengen, naar de humor in verdriet, naar de magie in het statische en naar het avontuur in angst.

Bevindt jouw werk zich net in het grensgebied tussen theater en beeldende kunst, waar vooral timing en tijdsbeleving anders zijn?
Voor mijn werk is het niet voortdurend nodig om binnen het format van een theatervoorstelling te blijven van bijvoorbeeld 2 uren met 20 acteurs op scène. Wat ik maak is in de eerste plaats beeldend en visueel; kwaliteiten die ik wil benadrukken om aan te geven dat het op zichzelf staat. Maar het blijft een uitdaging voor mezelf, programmatoren en het publiek dat vertrouwd is met eerder werk, om samen die stap te zetten van een meer theatraal kader naar een frame dat veeleer werkt zoals bij beeldende kunst. Het gaat erom verwachtingen los te laten en opnieuw met een open blik te kijken. Ik keer terug naar mijn beginjaren als beeldend kunstenaar, terwijl ik het performanceformat gebruik als opening om het publiek te laten binnentreden in mijn wereld.

Je wil weg van wat je zelf de ‘machine van theaterproductie’ noemt om te kiezen voor een meer precaire organisatievorm waarbij je zelf meer in handen hebt. Waarom? Werken productiefaciliteiten beperkend?
Een grote ruimte en omringd zijn door mensen is voor mij niet altijd de beste manier om werk te ontwikkelen. Om (mentaal) controle te hebben over de ontwikkeling ervan, heb ik rust, nabijheid en continuïteit nodig en die vind ik sneller in de intimiteit van een studio- of atelierruimte dan in een grotere, drukke werkomgeving. Creëren via residenties, waarbij je elke maand van het ene eind van de wereld naar het andere trekt om er een maand te verblijven, is niet de meest geschikte manier van werken voor mij. Ik moet omringd zijn door mijn materiaal, mijn gerief, mijn dingen. En ik heb nood aan een plek waar ik mij goed voel en waar ik mezelf de tijd kan geven die nodig is om het werk organisch te laten ontwikkelen.

Je bent naar Berlijn verhuisd. Waarom?
Omdat ik er uiteraard van hou om in een nieuwe omgeving te zijn. Het is een soort garantie op verandering waar ik mezelf in dwing. Ik ben niet iemand die blijft of gaat omdat ik dat al of niet wil, maar omdat bepaalde zaken of gebeurtenissen me in een richting duwen. Als iets of iemand wegvalt, houdt iets anders je in beweging... En dan heb je die beweging op zichzelf. Enfin, ik ben in het leven even rusteloos als in mijn atelier waar ik ga zitten, sta, rondloop en op mijn hoofd ga staan, net zoals ik van dansen, naar huilen ga of daarna hardop kan beginnen te lachen. Maar ik ben niet hysterisch, eerder snel opgewonden. Zo ben ik wel.

Je hebt daar je eigen atelier, waar je non-stop, dag en nacht kan werken. Verandert dat je manier van creëren?
Nu ik werkelijk in mijn atelier leef, word ik op heel verschillende momenten geconfronteerd met de positionering en de verschillende ‘set-ups’ van mijn werk. Dag en nacht. Non-stop. Deze continue relatie, verhouding en confrontatie met de objecten die ik maak, geven me de vrijheid en de directe mogelijkheid om het voortdurend in nieuwe richtingen te duwen.

Interview door Karlien Vanhoonacker (april 2011)

Back to top

Miet Warlop studeerde Driedimensionale Vormgeving aan de KASK in Gent (2003). Met haar afstudeerproject HuilendHert/Aangeschoten Wild won ze de residentieprijs voor jong talentop Theater Aan Zee (2004), resulterend in Sportband/AfgetraindeKlanken (2005). Vele performances, acties, interventies en scenografieën volgden, soms in opdracht van collega-kunstenaars. Grote Hoop/Berg (2006-2008) verzamelt een aantal beeldende performances onder de noemer Proposities. Hierna creëerde ze Springville (2008), een 50 minuten lange beweging van chaos, verwachting en verrassing die geselecteerd werd voor het Theaterfestival 2010 in Antwerpen. Momenteel leeft Miet Warlop in Berlijn waar ze werkt aan een nieuwe serie van dynamische acties en zich concentreert op haar beeldend werk.

Back to top