بينما كُنت أنتظر

While I Was Waiting

Théâtre la Balsamine
  • 24/05 | 20:30
  • 25/05 | 20:30
  • 26/05 | 20:30
  • 27/05 | 20:30
  • 28/05 | 20:30

€ 16 / € 13
1h 40min
Arab > NL / FR

Ontmoet de kunstenaars na de voorstelling van 25/05

Omar Abusaada is een onafhankelijke Syrische theatermaker die in Damascus woont en werkt. Op het Kunstenfestivaldesarts creëert hij in samenwerking met dramaturg Mohammad Al Attar een nieuwe voorstelling: While I Was Waiting. Een mysterieus verhaal over een tragisch incident is het startpunt voor een narratief stuk dat peilt naar de impact van de oorlog op het leven van een familie in Damascus. Abusaada ziet in de coma van het hoofdpersonage een metafoor voor de situatie in Syrië vandaag: een grijze zone tussen leven en dood. Het onderbewustzijn als ultiem verzetsmiddel tegen de onderdrukkende krachten. Abusaada, Al Attar en de acteurs verbeelden de absurditeit van het leven in een oorlogszone en plaatsen vraagtekens bij de chaotische realiteit waarin ze zich bevinden. While I Was Waiting is krachtdadig theater als reddingsboei in een verscheurde realiteit.

Regie
Omar Abusaada


Tekst
Mohammad Al Attar

Met
Amal Omran, Mohammad Alarashi, Nanda Mohammad, Fatina Laila, Mouiad Roumieh, Mohamad Al Refai


Scenografie
Bissane Al Charif


Belichting
Hasan Albalkhi


Video
Reem Al Ghazzi


Muziek
Samer Saem Eldahr (Hello Psychaleppo)

Technische leiding
Camille Mauplot

Decorbouw
Sylvain Georget & Patrick Vindimian

Productiemanager
Henri Jules Julien

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre la Balsamine

Productie
Festival d’Avignon, Napoli Teatro Festival, AFAC (Arab Fund for Art and Culture), Pôle Arts de la scène - Friche La Belle de Mai Marseille, Theater Spektakel Zürich, Onassis Cultural Centre Athens, Vooruit Gent, La Batie Festival de Genève, Les Bancs publics / Les Rencontres à l’échelle Marseille, Festival d'Automne à Paris

Met de steun van
La Criée Marseille, Le Tarmac Paris

Boventiteling met de steun van
ONDA

Back to top

While I Was Waiting

In oktober 2015 had ik het met Omar voor het eerst over While I Was Waiting. We waren toen in Tunesië voor enkele theatervoorstellingenmet kinderen uit de kansarme achterbuurten van de stad. Ons trajectmet de kinderen van de wijk Al-Khariba was voornamelijk een zoektochtnaar hoop in een uiterst moeilijke context. Deze kinderen afkomstig vanarme families zagen dag in dag uit hoe hun ouders zich uit de naad werktenom hun brood te verdienen in een meedogenloos milieu waar nogconservatieve sociale waarden golden. Hoe konden de kinderen zich uitdeze context bevrijden en hun eigen pad uittekenen? Een vraag die onsobsedeerde. Hoe konden ze hoop blijven koesteren en het hoofd biedenaan het lot dat hen werd opgelegd? Antwoorden op deze vraag kregen wegaandeweg door met hen te werken, via spel, verhalen en dromen waarbijal snel duidelijk werd dat de verbeelding van de kinderen nog nietaangetast was door de pessimistische realiteit van de volwassenen. Hettheater hielp ons om de sombere werkelijkheid anders te bekijken enzette ons er zelfs toe aan om haar te willen veranderen. Van de landenwaar zich een zogeheten Arabische Lente heeft afgespeeld, is Tunesiëeen zeldzaam voorbeeld van hoe een jonge revolutie kon leiden tot eengeslaagde politieke omwenteling. De situatie was er echter nog altijdmoeilijk en de stabiliteit bijzonder fragiel. Maar het zaad van de veranderingwas er en daarop moesten we onze visie verder bouwen.

In Syrië werd de toestand steeds complexer. Het excessieve geweld van het regime ten overstaan van de rebellen had de vreedzame revolutie tegen de brutaalste dictatuur van de regio doen uitmonden in een vreselijke oorlog, die al gauw op bovenlokaal en internationaal niveau verder zou worden gevoerd, boven de hoofden van de gewone burgers. Maar in dit verschrikkelijke verhaal mogen we de Syriërs niet vergeten, zij die blijven en zij die vluchten, vechtend om te overleven en om niet te worden teruggestuurd. Het verzet in al haar vormen blijkt duidelijk uit hun instinct om te overleven en uit hun weigering om zich te onderwerpen aan de keuze die hen wordt opgelegd: het militair fascisme van het Assad-regime dat al een halve eeuw het land regeert of het religieus fascisme van IS en consoorten.

Omar en ikzelf, maar ook heel wat andere Syriërs, zagen het theater als een manier om het hoofd te bieden aan de wanhoop. Het moedigde ons aan om stil te staan bij de zin van het theater vandaag, wat het kan vertellen over onze wereld en hoe het dit doet. Voor ons project in Tunesië realiseerden we Antigone of Shatila in Libanon. Een ander zeer waardevol traject met Syrische en Palestijnse vrouwen die leefden in de gruwelijke kampen aan de rand van Beiroet. Drie maanden lang werkten we samen aan een hedendaagse bewerking van Sofocles’ Antigone. De vrouwen die eraan meewerkten waren allemaal afkomstig uit Syrië. Tijdens hun moeizame vlucht waren ze alles kwijtgeraakt, sommigen van hen verloren zelfs hun zonen en broers. Nu leefden ze in kampen, in miserabele omstandigheden. Maar tijdens het project straalden ze bovenal de wil uit om het hoofd te bieden aan deze extreem moeilijke situatie en om een betere wereld te creëren voor zichzelf en hun families. Ze voelden zich zeer aangesproken door Antigone en de gelijkenissen van het stuk met hun eigen verhaal, maar geen van hen die het tragische lot van de heldin wilde volgen. Esraa vertelt in de voorstelling: “Gaandeweg heb ik begrepen dat het deel van Antigone dat in elk van ons zit, de volharding is om te leven en niet om te sterven.”

Maar als het theater de plaats is waar we op zoek gaan naar hoop zonder de werkelijkheid te willen verdoezelen, ons wapen tegen wanhoop zonder de feiten te negeren, waarom maken we dan een stuk over ‘coma’? Waarom kiezen we voor een uitgangspunt met mogelijk een slechte afloop? Een jongeman van bijna dertig raakt in coma na een brutale aanval door onbekenden in Damascus. Ik denk dat het antwoord in de vraag zit vervat. Hoe bloederiger en gruwelijker de dagelijkse realiteit wordt in Syrië, hoe belangrijker het is om de verhalen te kennen van de gewone burger achter de beelden die we op ons televisiescherm zien. Laat ons er van uitgaan dat de Europese toeschouwers die naar onze voorstelling komen zich voor ze het theater binnengaan de volgende vraag stellen: “Wat weten we vandaag over Syrië?”, “Wat is er aan de hand en waarom?” Vanuit mijn eigen ervaring – ik woon sinds kort in Berlijn – kan ik je verzekeren dat de meeste antwoorden beïnvloed zijn door de nieuwszenders en kranten, door videobeelden van moord en vernieling en de ongebreidelde schrikbeelden van IS en uiteraard ook de vluchtelingencrisis die in de media wordt afgeschilderd als een crisis zonder duidelijke context of oorzaak! We vernemen dat duizenden mensen hun leven wagen om naar Europa te komen en er wordt onderhandeld over de opvangmodaliteiten? Welke grenzen worden opengesteld, welke gesloten? Welk akkoord wordt gesloten met de Turken om de golf van vluchtelingen in te dijken? En welk integratiebeleid zal worden gevoerd voor wie de oversteek heeft overleefd? Maar zelden worden oplossingen voorgesteld om de crisis bij de wortel aan te pakken. Hoe is het mogelijk dat, in de eenentwintigste eeuw, militaire vliegtuigen nog altijd burgerdoelwitten kunnen bombarderen? Iedereen lijkt de oorlogvoering perfect te beheersen en de gevolgen ervan in te schatten, maar niemand die eraan denkt om er komaf mee te maken.

While I Was Waiting vertelt het verhaal en het lot van de gewone mensen die geen idee hebben van wat wij in onze kranten lezen en op onze schermen te zien krijgen; het verhaal van de mensen achter de complexe politieke analyses en van de grondige veranderingen die zich hebben voorgedaan in hun leven, hun gedachtengoed en hun geloofsovertuigingen. Het is het verhaal van een familie uit de middenklasse, zoals er zoveel zijn in Damascus en bij uitbreiding Syrië, en waarvan de familieleden hun best doen om te overleven in tijden van geweld, oorlog en verandering. Een zoektocht waarin heel wat individuele verschillen zijn: sommigen gaan de confrontatie aan, terwijl andere een afwachtende houding aannemen en observeren.

Het is ook het verhaal van Damascus, de stad waarvan het centrum onder de strengste veiligheidscontrole van het regime is gebleven, terwijl de buitenwijken ten prooi vielen aan de bombardementen en bezetting. De stad die doorheen haar lange geschiedenis getuige is geweest van ontelbare oorlogen, invasies en branden, en die vandaag opnieuw geconfronteerd wordt met een gewelddadig veranderingsproces. In deze stad ben ik geboren en opgegroeid zonder haar ooit volledig te begrijpen. Omar koos ervoor om in Damascus te blijven wonen en heen en weer te reizen tussen Syrië en Europa. Ik heb mijn land in 2012 verlaten, tegen mijn wil, en kan niet terugkeren zolang Assad aan de macht is. Mijn hele familie woont er nog steeds en ik nam de stad met me mee, overal op mijn tocht. Het beeld van Damascus was aanwezig in de lange gesprekken die ik heb gevoerd met Omar, in onze onvermoeibare wil om de eigenlijke betekenis te achterhalen van de wijzigingen waarmee de stad te kampen heeft en om na te gaan welke toekomst haar wacht. De stad bepaalt ook onze aanpak, waarbij theater gebruikt wordt als hulpmiddel om de gebeurtenissen in Syrië te begrijpen, en de gevolgen van onze situatie onder de loep te nemen. Het comaverhaal lijkt het best geschikt om onze absurde en complexe realiteit weer te geven en te begrijpen; een verhaal waarin de realiteit kan worden vermengd met wreedheid en hardheid, met onze dromen en verbeelding vaak als enige vluchtweg. Voor ons verwijst de coma ook naar de tientallen duizenden gevangen genomen of als verdwenen opgegeven Syriërs of doden die nooit een graf kregen. ‘Tim’ ligt in een diepe coma en observeert zijn familie en zijn vrienden; hij ziet hoe zijn vrienden worstelen met de gedachte hem te zullen verliezen en met een werkelijkheid die met de dag gruwelijker wordt. En zo wacht hij zijn lot af en probeert hij de zaken te begrijpen die hij niet begreep voor hij in coma raakte. Dat ‘wachten’ is misschien het enige wat iedereen met elkaar verbindt. En dat is ook zo voor de Syriërs die afwachten wat hun lot zal zijn dat ze niet meer zelf in de hand lijken te hebben; een moeizaam balanceren tussen leven en dood, tussen lachen en huilen, blijven of vertrekken … maar desondanks niet ten prooi aan wanhoop, toch niet helemaal, niet vandaag.

Mohammad Al-Attar
Mei 2016

Back to top

Omar Abusaada (1977) is een Syrische theaterregisseur. Na zijn theateropleiding aan het High Institute of Dramatic Arts in Damascus in 2001 ging hij aan de slag als dramaturg en regisseur. Hij was medeoprichter van het theatergezelschap Studio Theater in Damascus, dat in 2004 met Insomnia haar eerste stuk toonde. Vervolgens regisseerde hij L’Afish (2006), Forgiveness (Samah), een improvisatie met een groep jongens uit een jeugdgevangenis, en Almirwad Wa Almikhala (2009). Later regisseerde hij ook nog Look at the Streets, This Is What Hope Looks Like (2011), Could You Please Look Into the Camera? (2012), Intimacy (2013), Syria Trojan Women (2013) en Antigone of Shatila (2014). Abusaada lanceerde vernieuwende ideeën rond hedendaags schrijven en documentair theater. Naast zijn theaterwerk in Syrië is hij al Jaren actief in afgelegen dorpen en lokale gemeenschappen in Syrië, Egypte en Jemen. Zijn werk werd getoond op verschillende internationale festivals en hij leidt ook workshops rond hedendaags theaterschrijven en regisseren.

Mohammad Al Attar (1980) is een Syrische toneelschrijver en dramaturg. Hij studeerde af met een diploma in Engelse literatuur aan de Universiteit van Damascus in 2002; hij behaalde tevens een diploma in Theatrale Studies aan het Hoger Instituut voor Dramatische Kunsten in Damascus in 2007, en een Master in Toegepast Drama bij Goldsmiths, Londen in 2010. Zijn theatrale werken waaronder Withdrawal (2007), Samah (2008), Online (2011), Look at the Streets, This Is What Hope Looks Like (2012), Could You Please Look Into the Camera? (2012), A Chance Encounter (2012), Intimacy (2013), Youssef Was Here (2013) en Antigone of Shatila (2014) werden gespeeld in Damascus, Londen, New York, Seoel, Berlijn, Brussel, Edinburgh, Tunis, Athene, Beiroet enz. Een aantal van zijn werken zijn vertaald en gepubliceerd in het Engels, onder meer Withdrawal (Nick Hern Books, UK). Could You Please Look Into the Camera? werd besproken in The Drama Review Journal (MIT Press, US). Al Attar heeft voor verschillende tijdschriften en kranten geschreven, met een bijzondere focus op de Syrische burgeroorlog. Naast tekstschrijven werkt hij aan theaterprojecten met gemarginaliseerde groepen in de Arabische wereld.

Back to top