Tot onze grote spijt moeten we u meedelen dat de 25ste editie van het Kunstenfestivaldesarts, die van 8 tot 30 mei zou plaatsvinden, geannuleerd is. Geconfronteerd met de SARS-CoV-2 crisis en vooruitlopend op de aankondiging van de nieuwe maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad die op 15 april samenkomt, hebben we besloten om niet verder te gaan met de organisatie van het festival van dit jaar. We hebben deze beslissing niet licht opgevat, maar genomen in nauw overleg met de artiesten, ons team en de partners, die al meer dan een jaar aan deze editie werken - om de veiligheid van ons publiek en alle betrokkenen te vrijwaren.

Het is belangrijk om zich af te vragen wat de rol is van een instelling in deze tijden. Kunstenfestivaldesarts is een internationaal kunstenfestival dat zich richt op hedendaags theater, performance en dans. Onze missie is altijd geweest om artistieke creaties te ondersteunen en ondanks de moeilijke omstandigheden willen we trouw blijven aan dit credo. Geconfronteerd met een wereldwijde crisis die de artistieke gemeenschap in haar geheel diepgaand heeft getroffen en financieel heeft verzwakt, willen we onze artiesten en medewerker.sters blijvend steunen, door de coproductie-vergoedingen uit te betalen en een financiële compensatie te bieden voor de voorstellingen die moesten worden afgelast. In deze complexe situatie, vinden we het cruciaal om kunstenaars niet alleen voor het heden, maar ook voor hun toekomst te steunen. Daarom lanceren we een campagne van Ghost Tickets, om deze actie te ondersteunen.

Terwijl we ons richten op de kunsten, zijn we er ons ook van bewust dat deze crisis een dramatische impact heeft op de hele samenleving en de meest kwetsbare burgers. Daarom blijven we samenwerken met DoucheFLUX, een Brusselse organisatie die daklozen en mensen in precaire levenssituaties ondersteunt.

Het festival is 25 jaar geleden ontstaan met de wens om gemeenschappen te overstijgen en om publiek samen te brengen op gedeelde plaatsen: theaterzalen, verlaten plekken, de openbare ruimte. Een festival is de plek bij uitstek waar we het beeld dat we hebben van onze stad kunnen verbreden; of waar we anderen ontmoeten zonder dat we het gepland hebben. Een festival is een plaats van samenkomst, een ruimte waar we het onvoorziene ontmoeten, een plek die we binnenkort terug hopen tot leven te brengen.

Terwijl het Kunstenfestivaldesarts diep verankerd is en zich lokaal engageert in Brussel, heeft het altijd de vermeende tegenstelling tussen het internationale en het lokale willen overstijgen. Een internationaal festival is echter gebonden aan internationale mobiliteit, iets wat op dit moment onmogelijk is, en onzeker in de nabije toekomst. We willen het belang van een internationaal festival in de tijden die we leven benadrukken. We zien hoe deze noodsituatie gemakkelijk wordt geïnstrumentaliseerd door regeringen en politieke leiders, in een geest van isolationisme en nationalisme, in Europa en andere delen van de wereld. De rol van een internationaal festival is – en wordt nog meer – om internationale uitwisselingen en diversiteit van artistieke expressies te vrijwaren; om in onze stad een pluraliteit van visies uit verschillende regio's van de wereld samen te brengen; en om ons te helpen doorheen hun complexiteit te navigeren.

Vorige week waren we in gesprek met Akira Takayama, een van de kunstenaars op het programma van dit jaar. Terwijl hij graag weer aan het werk wil gaan, noemde hij hoe sommige mensen zich momenteel in Japan voelen vergelijkbaar aan de periode na Fukushima: de zorg om het heden vermengt zich met de wens om nieuwe strategieën te zoeken, en versterkt de onvervangbare rol van artistieke creatie in het geven van visies en het opwerpen van vragen over de samenleving die we wensen. Geconfronteerd met de noodzaak en het risico om onze visie te beperken tot het essentiële, houdt de artistieke creatie onze verbeelding open om andere mogelijke toekomsten te schrijven – nog meer vandaag en morgen. In april 2011, een maand na Fukushima, schreef theatercriticus Kôjin Nishidô een boodschap:

“We hebben theater des te meer nodig in een tijd van crisis. Theater is een vorm van expressie die de dood tegemoet gaat; en theatermensen zouden het moeten omarmen als onderdeel van hun missie om zich voortdurend af te vragen of hun podia wel echt relevant kunnen zijn in het licht van eender welke extreme toestand. Desondanks hebben velen in deze noodsituatie hun theater moeten sluiten, soms dagenlang en soms bijna een maand lang. De redenen voor hun beslissingen waren divers: veiligheidskwesties, onstabiele stroomvoorziening als gevolg van black-outs of een puur artistieke bevraging van de relevantie van hun theater in crisistijd. Of theaters hun deuren moeten openen in deze onvoorspelbare omstandigheden, waarin al vele doden en gewonden zijn gevallen, is een vraag zonder sluitend antwoord. De situatie verschilt per gezelschap en de uiteindelijke beslissing hangt af van individuen. Het enige wat mensen die zich inzetten voor het theater kunnen doen, is deze gelegenheid aangrijpen om de kracht van het theater in vraag te stellen en te onderzoeken. Op de avond van 11 maart, toen alle transporten in Tokio tot stilstand kwamen, maakte Sho Ryuzanji's gezelschap een voorstelling voor 21 toeschouwers die in zijn atelier met 70 zitplaatsen waren komen opdagen. Het publiek kwam bijeen om hun steun te betuigen aan hun theaterzaal. (…) De 21 toeschouwers die zich op de avond van 11 maart naar de kleine theaterzaal in Tokio verzamelden, moeten zich hebben beziggehouden met de vraag dat het theater als praxis toelaat: hoe het ons in staat stelt om ons leven te vormen, wat mogelijk is, en wat niet. Zo zou de verbeelding moeten werken – een denkwijze die openstaat voor de wereld. Mogen we vertrouwen hebben in het theater en mag de kunst altijd bij ons zijn.”