Zoological Institute for Recently Extinct Species

Muséum des Sciences naturelles / Museum voor Natuurwetenschappen


Expo
Weekdays 9:30-17:00
Weekends 10:00-18:00
(Closed on Mondays)

Performance
3, 4, 9, 10, 11, 16, 17, 18, 23, 24, 25/05 – 21:00
5, 12, 19/05 – 19:00
FR / NL / EN

In 2011 richtte Jozef Wouters het Zoological Institute for Recently Extinct Species op, samen met een groep wetenschappers, activisten en sympathisanten. “We should be angrier than we are”, las de kunstenaar toen voor uit het manifest. Sindsdien onderzoekt hij verwoed de verhalen van uitgestorven dieren en kritieke momenten uit onze natuurhistorie. Anno 2013 neemt het instituut de verantwoordelijkheid om de ontbrekende monumentale noordvleugel van het Museum voor Natuurwetenschappen te bouwen. Hier zal de scenograaf zijn kijk geven op de keuzes die de mens maakt in de omgang met zijn habitat. Dat doet hij aan de hand van een uitzonderlijke collectie reconstructies van beelden, verhalen en sleutelmomenten. Overdag is de tijdelijke vleugel toegankelijk voor iedereen die het museum bezoekt. Na sluitingstijd ontdekt het publiek het verhaal achter de collectie. Een gedurfd project dat het ecologievraagstuk toont zoals je het nog nooit zag.

Een project van
Jozef Wouters

In samenwerking met
Menno Vandevelde, Bart Van den Eynde, Celine van der Poel, Karolien Derwael (Klein Verzet), Leen Hammenecker, Christophe Engels (Bluebird Conspiracy), Tim Vanhentenryck, Hanne Van Den Biesen, Joleen Goffin

Met dank aan
Scheld’apen, Vladimir Miller, Jorge Luis Borges, Stefan Moens, Freek Vielen, Rebekka de Wit, Wannes Deneer, Michiel Vandevelde, Elsemieke Scholte, Willy Thomas, Lila John, fABULEUS

Gesponsord door
Gigant

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS, Museum voor Natuurwetenschappen

Productie
mennomichieljozef vzw (Leuven)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, KVS (Brussel), Museum voor Natuurweten schappen (Brussel), detheatermaker vzw (Antwerpen)

Met de steun van
Vlaamse Overheid

Dit project maakt deel uit van
Tok Toc Knock 2012-2013 (stadsproject van KVS)

Back to top

Op de volgende pagina's lees je een brief van de curator aan de bezoekers van Zoological Institute for Recently Extinct Species, als handleiding bij de vleugel en de collectie.

Beste bezoeker,

Ik schrijf deze tekst met het idee dat je neerzit aan één van de 70 studieplekken op de eerste verdieping van deze vleugel. En dat je naar beneden kijkt, naar de collectie. Ik beeld me in dat je alleen bent gekomen. En dat je tijd hebt. Ik beeld me in dat het niet regent, maar ook niet bijzonder zonnig is. Normaal gezien heb je, alvorens je naar onze vleugel kwam, de rest van het natuurwetenschappelijk museum bezocht. Je zag iguanodons, zoogdieren, prehistorische mensen en misschien zelfs insecten. Waarschijnlijk sloeg je de mineralen over. Dat is voor ons verhaal niet zo erg.

In deze vleugel krijg je een overzicht van onze natuurgeschiedenis, ook wel ecologie genoemd. De 36 beelden die je daar beneden ziet, zijn de 36 belangrijkste momenten uit onze natuurgeschiedenis. Je vindt een chronologische lijst van die momenten achteraan in dit boekje. Het is belangrijk dat je weet dat alles wat je beneden zult zien 'waar' is. Voor zover we weten. We hebben onze collectie gedurende vijf jaar bijeengebracht. En al onze informatie is grondig nagekeken. Een team van onderzoekers is maanden aan het werk geweest. Bij elk beeld werden de feiten verzameld, alles is meermaals gecontroleerd. Wat toch onduidelijk bleef, hebben we tijdens het bouwen van onze beelden en reconstructies ZWART geschilderd.

De lijst is chronologisch maar het is belangrijk om te weten dat hij accumulatief tot stand is gekomen. In groepen. Eerst was er slechts één beeld, één verhaal: het verhaal van Benjamin, de allerlaatste Thylacinus cynocephalus of Tasmaanse buidelwolf.

Straks, beneden, zal je een film zien. Je zal Benjamin zien, de laatste levende Thylacinus, gefilmd in de zoo van Hobart in Tasmanië. We hebben zijn kooi zo nauwkeurig mogelijk gereconstrueerd aan de hand van die film. Beneden, naast de berg, staat die kooi. De delen van de kooi die je in de film niet ziet, hebben we zwart geschilderd, omdat wij absolute wetenschappelijke juistheid nastreven en niets willen tonen dat niet waar is.

Tijdens de nacht van 7 op 8 september 1936 vergat een verzorger het luik dat je beneden in de kooi ziet - het luik naar het nachtverblijf van Benjamin - te openen. Ergens rond middernacht stierf Benjamin van de kou. Toen ik dit verhaal voor het eerst hoorde, bedacht ik dat dit beeld - het verhaal van Benjamin - een hele vleugel van een museum zou moeten vullen. Een Thylacinusvleugel. Ik beeldde mij een vleugel in waarin het volledige verhaal van zijn uitsterving over een periode van 40.000 jaar zou worden verteld. Zonder samenvatting of vereenvoudiging. Zonder bondig te moeten zijn. Ik vond dat dit verhaal de complexe, problematische dominantie en verantwoordelijkheid die de mens heeft op deze planeet, kon vatten in een beeld.

Maar we ontdekten nog andere verhalen van uitstervingen van allerlaatste specimens van diersoorten, die eveneens een eigennaam en een precieze sterfdatum hebben. Daarom zal je - naast Benjamin - straks ook Martha, Incas, Celia, Qiqi en Orange Band zien. Die moesten erbij. Maar we vonden nog meer verhalen over uitgestorven diersoorten, ook zonder laatste vertegenwoordiger. Bovendien kon onze natuurgeschiedenis niet verteld worden zonder het te hebben over mensen, over keuzes die door mensen zijn gemaakt. Keuzes die uitsterving tot gevolg hadden. Uiteindelijk beslisten we dat onze vleugel het Zoological Institute for Recently Extinct Species zou gaan heten en dat onze collectie uitsluitend zou bestaan uit verhalen en beelden van recente uitstervingen: alle dieren die na 1492 uitstierven, moesten erin. Maar er bleven belangrijke momenten bijkomen, momenten die niet rechtstreeks aan uitstervingen verbonden zijn. Ik heb mij daar lang tegen verzet, maar hield het voor mezelf.

Na een tijd werd duidelijk dat de collectie toch niet volledig was. Wij hadden nog meer beelden nodig. Beelden over harmonie en beelden over twijfel. Beelden die onze natuurgeschiedenis vertelden als een aaneenschakeling van keuzes, beelden die niet konden worden gelinkt aan een specifieke diersoort of aan een menselijk individu. Beelden die nergens bijpasten, maar wel noodzakelijk waren om ons verhaal te vertellen. Achteraf, om orde te scheppen en opnieuw tot een overzicht te komen, hebben we alle beelden chronologisch gerangschikt. Die lijst vind je achteraan in dit boekje. Dat is de volledige collectie: onze natuurgeschiedenis, vastgelegd in 36 beelden.

Kijk nu naar de witte buste beneden op het binnenplein. Dat is Linnaeus. Op 1 januari 1756 begint deze man al het leven op deze planeet te rangschikken in een grote lijst. Die lijst noemen we nu 'taxonomie': de wetenschappelijke classificatie van alle levende wezens op deze planeet. Linnaeus dacht dat het mogelijk moest zijn om de hele natuur te beschrijven op basis van onderlinge gelijkenissen en verschillen. Vanaf toen ontstonden er natuurhistorische musea, zoals dit hier. Die musea bouwden af en toe vleugels bij, om hun groeiende collectie overzichtelijk te kunnen tonen. Ze gingen ervan uit dat hun verzameling ooit volledig zou zijn. Het nieuwe en het onbekende vormde niet langer een probleem en werd moeiteloos in de collectie opgenomen. Om het overzicht te bewaren, besliste men om van elke diersoort één exemplaar op te zetten en voor de eeuwigheid te bewaren. Dat exemplaar is dan het typevoorbeeld van zijn soort. Je zou al die typevoorbeelden samen op een tafel kunnen zetten en organiseren in groepen, families, genera en subgenera. Die tafel toont dan het beeld van de natuur als een harmonieus geheel, waarnaar de mens van bovenaf kan kijken, zonder twijfels en met de zekerheid dat alles bevattelijk is.

Onze natuurgeschiedenis wordt vaak ecologie genoemd. Dan hoor ik zeggen dat het "vijf voor twaalf" is, dat we ons aan de voet van een berg bevinden en aan de rand van een afgrond. Dat het bijna te laat is. Dat wij de generatie zijn die keuzes moet maken. Dat wij verantwoordelijk zijn. Maar dat zeggen we natuurlijk omdat wij een diersoort zijn die niet in staat is om geologische tijdschalen te begrijpen. De duur van een mensenleven is ontoereikend als tijdseenheid om onze impact op deze aarde te meten. We hebben nauwelijks een idee van hoe kort we maar bestaan. Wanneer we het over ecologie hebben, moeten we namelijk 80.000 jaar geleden beginnen. Het ecologisch verhaal begint bij een dominante soort die uit Afrika vertrekt en de hele wereld bevolkt, ecosystemen vermengt, olie ontdekt en de 21steeeuw binnengaat met een wereldbevolking van 7 miljard mensen, met heel veel verantwoordelijkheid, te weinig grondstoffen en vooral een totaal gebrek aan adequate beelden. We kunnen ons geen beeld vormen van de manier waarop we met deze planeet omgaan.

Onze natuurgeschiedenis is een aaneenschakeling van keuzes. Van mensen die beslissingen nemen zonder de gevolgen te kennen. Een natuurhistorisch museum heeft de taak om ons te voorzien van beelden. De vraag die zich stelt, is welke beelden het verhaal kunnen tonen van een diersoort die voortdurend keuzes maakt zonder de gevolgen te kennen. Hoe verbeeld je het niet-weten?

Ik beeld me in dat je nu opstaat om beneden tussen de collectie te gaan wandelen. Je mag blijven zo lang je wilt. Je mag de collectiestukken aanraken zolang je ze niet beschadigt. Ik ben er vanavond pas, maar als je vragen hebt, kan je die aan de suppoost stellen.

Bedankt voor je bezoek,

Jozef Wouters,
Curator Zoological Institute for Recently Extinct Species

Back to top

Jozef Wouters (1986) kon vroeger maar moeilijk slapen. Door Indiana Jones overwoog hij archeoloog te worden maar na Jurassic Park koos hij resoluut voor paleontologie. Jaren later pas las hij in een boek “We should be angrier than we are”. Sindsdien maakt hij divers werk als scenograaf en beeldend kunstenaar. Steeds vertrekkend vanuit een specifieke context proberen zijn constructies en scenografieën de blik van een publiek te richten. Jozef Wouters wil strategische ruimtes bouwen die waarde en gestalte geven aan de vraagstukken die hem wakker houden. Ruimtes die een duidelijk verlangen hebben. Het verlangen om niet vanzelfsprekend te zijn. Dat was reeds het geval met TOREN/een voorstelling voor pendelaars (2009, samen met Menno en Michiel Vandevelde), en ATELIER (een scenografie in 2011, bij Damaged Goods/Meg Stuart). De laatste jaren bouwde Wouters onder de noemer STADIUM/STADION telkens structuren en situaties met een midden, een doelmatig geconstrueerd centrum voor aandacht, actie en communicatie. In de tentoonstelling All problems can never be solved, (2012, KVS), een project rond het probleemoplossend vermogen van architectuur in een sociale woonwijk in Brussel, nodigde Jozef opnieuw uit om te kijken naar maquettes als dragers van verlangen en als voorstellen tot discussie. Elk van zijn projecten laat markante sporen na van een niet aflatende zoektocht naar adequate beelden en naar manieren om deze waardevol te maken.

Back to top