Yume no shiro

Castle of Dreams

Beursschouwburg

24, 25, 26, 27/05 – 20:30
28/05 – 18:00
1h 10min

Daisuke Miura is één van de belangrijkste Japanse regisseurs van zijn generatie. In zijn rauwe observaties van menselijk gedrag verraadt zijn hyperrealistisch theater een diepe gevoeligheid. Toch is hij in Europa zo goed als onbekend. De voorstelling in Brussel van Yume no shiro (Droomkasteel), een radicale productie zonder woorden, wordt dan ook een belevenis. In zijn droomkasteel wordt de toeschouwer uitgenodigd om als een voyeur binnen te kijken in een minuscuul appartement waar acht jongvolwassenen samenhokken. Ze kijken televisie, spelen videogames, vreten ‘instant noodles’ en bedrijven onophoudelijk seks, met het eerste het beste beschikbare lijf. Een haast dierlijke gemeenschap waarvan het doen en laten enkel drijft op een onweerstaanbare drang om primaire behoeften te bevredigen. Yume no shiro is een meedogenloos portret van een Japanse jeugd die leeft alsof ze net uitstel van executie heeft gekregen in een maatschappij die haar beste dagen gehad heeft. Het is theater als een natuurdocumentaire, een biologische gedragsstudie, die paradoxaal genoeg een aangrijpende menselijkheid reveleert.

Tekst/regie
Daisuke Miura

Met
Ryotaro Yonemura, Yusuke Furusawa, Kotaro Inoue, Hideaki Washio, Kento Ogura, Runa Endo, Megumi Nitta, Yoshiko Miyajima

Toneelmeester
Akiyoshi Tsutsui

Licht
Takashi Ito

Lichttechniek
Shoko Mishima

Geluid
Yoshihiro Nakamura

Scenografie
Toshie Tanaka

Film
Norimichi Tomita

Rekwisieten
Michiyo Ohashi

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Beursschouwburg

Productie
potudo-ru (Tokyo)

Met de steun van
The Saison Foundation, Japan Foundation

Back to top

Daisuke Miura, seks en leegte
Interview met Daisuke Miura

Wat is uw relatie met de literatuur?
Ik zie mezelf als iemand die vrij ver staat van de wereld van de literatuur. Ik maakte Yume no shiro (Kasteel van dromen) met de bedoeling om alle literatuur te elimineren. Ik vind het gebruik van woorden niet prioritair in het theater. In Yume no shiro zijn het bewegingen en gebaren die dat wat ik wil uitdrukken over de mens, overdragen. Ik wil niet dat het publiek ons stuk als een kunstwerk ziet. Het theater moet niet gebaseerd zijn op de hoge cultuur, zoals de literatuur, maar op meer vulgaire elementen die de zwakheid van de mens, zijn idiotie kunnen tonen.

Schrijft u het stuk direct op het podium?
Nee, ik schrijf op voorhand. Wat Yume no shiro betreft werd alles vooraf geschreven, zelfs al ging het slechts om regieaanwijzingen.

Wat is de rol van de acteurs?
Het is hun rol om te reageren op wat de regisseur verwacht. Ik verwacht van hen dat ze anders reageren dan ik verwacht, dat ze aan mijn controle ontsnappen, dat ze de regie overnemen door haar te overstelpen.

Hoe kiest u hen?
Ik kies voor mensen die zich de blik van het publiek niet willen toe-eigenen. Ik mijd personen die op het podium willen stralen, die dat soort ego hebben. Ik kies natuurlijke mensen.

Zijn het professionals?
De meesten wel.

De wereld die u schildert, kent u die van binnenuit of van buitenaf?
Beide. Sommige feiten heb ik zelf ervaren, andere niet.

Bent u op zoek naar nauwkeurigheid bij het transcriberen van gebaren en emoties?
Mijn zorg voor nauwkeurigheid heeft alleen betrekking op de gebaren en op het zich verplaatsen op de scène. Ik wil me niet inlaten met sociale overwegingen, noch exacte emoties beschrijven: het is aan het publiek om ze te concipiëren.

U heeft geen morele visie?
Nee.

U wil slechts beschrijven?
Ja.

Wat is het verschil met een document?
Het is uiteindelijk toch fictie. Door een zeker gewicht aan realiteit voelt Yume no shiro aan als een documentaire, maar er zijn al die berekeningen van de regie die er een fictiewerk van maken. Ik zag Elephant van Gus Van Sant op het moment dat ik het stuk maakte. Misschien heeft hij me geïnspireerd. Misschien zijn er raakvlakken tussen onze strategieën om een documentaire indruk te bereiken.

Bent u in de dramaturgie op zoek naar sterke momenten?
Ik zoek niet naar dramatische effecten. Natuurlijk zijn er wel licht geaccentueerde momenten, maar ik probeer die zoveel mogelijk te beperken. Wat ik vooral vermijd is een scène een bijzondere betekenis te geven, en haar op die manier te benadrukken. Ik probeer de dramaturgie zo plat mogelijk te krijgen en ruimte te laten voor de verbeelding van het publiek.

Toch is er een vorm van spanning, bijvoorbeeld wanneer een meisje 's nachts begint te huilen en een jongen het licht aansteekt…
Ja, maar er gebeurt niets nadat hij het licht heeft aangestoken. In dit stuk vermijd ik de catharsis. Het hek van het balkon is een verwijzing naar een kooi voor dieren. We zetten de man erin en observeren hem langs de buitenkant, net als in de dierentuin. In deze kooi beschrijf ik mensen die alleen hun drie basisbehoeften bevredigen [Daisuke Miura gebruikt de term yoku, die zowel behoefte, begeerte als verlangen betekent, nvdv.]: seks, eten en slapen. Ze communiceren niet met anderen. Ze bevredigen hun behoeften gewoon. De mens in het algemeen verheft zich boven deze toestand door middel van communicatie, hij leert logisch te redeneren, maar zij blijven in deze toestand doordat ze weigeren te communiceren. Ik heb het stuk Yume no shiro (Kasteel van dromen)genoemd om te suggereren dat deze mensen, die weigeren te communiceren, misschien gelukkiger zijn dan wij.

Kennen ze vreugde?
Er zijn bevredigingen door middel van seks, maar er wordt niets gedeeld, er is geen liefde.

Zit er een idee van redding in?
De beweging waarbij de man het licht aandoet, waar het erop lijkt dat hij zal proberen met het meisje te communiceren, en dat uiteindelijk niet doet, die beweging was voor mij het teken van een mogelijke redding.

De leegte, dat concept dat in het traditionele Japan zo belangrijk is, is alomtegenwoordig.
De inwoners van Tokyo leven vandaag met het gevoel van leegte. Ik versterk dit gevoel op het podium.

De mengeling van nauwkeurige beschrijving en wanhoop vind je ook in de literaire traditie – ik denk aan Dazai, wiens Het verval van een man u hebt geadapteerd.*
Ik heb Het verval van een man overgeplaatst naar een hedendaagse situatie. Dazai’s wanhoop was de kern van diepgaande bespiegelingen, terwijl de leegte die Japanners van vandaag voelen zonder diepgang is. Ze wordt niet veroorzaakt door hun kwellingen, ze is abstract, ze doordringt de atmosfeer.

Het maakt allemaal niets uit?
Er is geen hoop op de toekomst meer. Natuurlijk, er zijn de gevolgen van de crisis, maar het ontbreekt ons aan niets, en we voelen een abstracte leegte. Het is misschien die sfeer die tastbaar is in het stuk. Een gevoel van zwaarte, van gewicht, dat je ervan weerhoudt je in de toekomst te projecteren.

De dood en Dazai liepen naast elkaar. Waar is de dood in je werk?
Wat het Yume no shiro betreft, is het feit te blijven leven pijnlijker dan te sterven. Wanhoop is het flagrantst wanneer we niet eens kunnen beslissen om te sterven en blijven leven met het gevoel van leegte. Dazai heeft meerdere malen geprobeerd zelfmoord te plegen en proberen sterven vraagt veel energie. De jongeren in dit stuk hebben niet eens de bedoeling, noch de energie om hun leven te beëindigen. Ze blijven leven met een gevoel van abstracte leegte, alsof hun lichaam een zwaarte voelt die geen oorzaak kent.

Waarom kiest u, uit al uw stukken, dit Yume no shiroom in het buitenland te tonen ?
Ik wil weten of dit gevoel van leegte van de Japanse jeugd kan worden gedeeld met andere culturen.

Is theater maken een uitweg uit de leegte?
Nee. Het gevoel van leegte gaat nooit weg, zelfs bij het maken van theaterstukken, en het is niet mijn bedoeling om te ontsnappen aan dit gevoel van leegte.

*Vertalingen van Dazai Osamu's Ningen Shikkaku: No Longer Human (Ningen Shikkaku), New directions.

Interview door Jean-Louis Perrier, vertaald door Aya Soejima
Fragment uit het artikel Le sexe et le vide, verschenen in Mouvement n°57 (okt.-dec. 2010)
© Les éditions du Mouvement

Back to top

Daisuke Miura werd in 1975 geboren in het Japanse Hokkaido. Hij is toneelschrijver en regisseur van de theatergroep potudo-ru, die bestaat uit leden van de tiende klas van de toneelvereniging van de Waseda Universiteit. Terwijl hij evolueerde van de extreem dramatische toneelstukken van de beginjaren, ging Miura over op een stijl die het drama zoveel mogelijk meed, ten voordele van een semi-documentaire stijl die een hoog niveau van werkelijkheid zocht. Die stijl is op zijn beurt geëvolueerd naar de huidige, die op vakkundige wijze een documentaire toets geeft aan drama, om tot een stijl te komen die 'fictie met realiteit' creëert. Miura's stuk Ai no Uzu (Liefde's maalstroom) won de vijftigste Kishida Drama Award (2005), na in 2005 zijn première beleefd te hebben als de dertiende potudo-ru-productie. In 2010 presenteerde Daisuke Miura Yume no shiro (Droomkasteel) bij Theater der Welt in Essen.

Back to top