We are kings not humans

Les Brigittines

1h 30min
Croate > FR / NL

16/05 – 20:30
17/05 – 18:00
18/05 – 20:30

Matija Ferlin, in 2013 een van de revelaties van het Kunstenfestivaldesarts met zijn turbulente solo Sad Sam Lucky , is een kunstenaar om in de gaten te houden. In 2015 komt deze jonge choreograaf en theatermaker opnieuw naar Brussel met een voorstelling over de taal van kinderen. Ferlin raakte geboeid door de manier waarop kinderen taal als communicatiemiddel gebruiken – onschuldig, als een spel, met haast eindeloze mogelijkheden en een tomeloze poëtische vrijheid – en probeert die fascinatie in een stuk te vangen. Het tekstmateriaal haalde Ferlin uit een reeks workshops met kinderen. Op basis daarvan schreef hij een theatertekst, die zal worden gespeeld door acteurs van het Kroatisch Nationaal Theatergezelschap. Door de woorden telkens weer te verdraaien en te herschikken herinnert Ferlin het publiek eraan hoe sterk onze kijk op de wereld eigenlijk afhangt van ons taalgebruik. We are kings not humans is een knap stuk vol verrassingen en rijk aan verbeelding.

Regie & choreografie
Matija Ferlin

Met
Livio Badurina, Ana Begić, Jadranka Đokić, Dušan Gojić, Ivan Jončić, Iva Mihalić

Dramaturgie
Jasna Žmak, Goran Ferčec

Muziek & geluid
Nenad Sinkauz, Alen Sinkauz

Scenografie
Mauricio Ferlin

Licht
Saša Fistrić

Kostuums
Desanka Janković, Matija Ferlin

Audio
Miroslav Piškulic

Fluit
Tatjana Mesar

Transcriptie
Romina Vitasović

Vertaling
Danijela Bilić Rojnić, Atinianum d.o.o. Vodnjan – Dignano

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Les Brigittines

Productie
Croatian National Theater in Zagreb/Hrvatsko Narodno Kazalište u Zagrebu

Coproductie
Matija Ferlin, Kunstenfestivaldesarts

Met de steun van
Ministry of Culture Republic of Croatia, City Council Zagreb, City of Pula

Back to top

Over de voorstelling

Het theaterproject We Are Kings Not Humans wil de taalhandelingen en het gebruik van taal bij kinderen, hun logica en voorstellingsmogelijkheden onderzoeken. Met behulp van beweging als een theatraal werktuig evenwaardig aan de taal wil Matija Ferlin, net als in zijn eerdere projecten (Solitaires, The Other At The Same Time), kijken wat er gebeurt met het theater wanneer een van de basiselementen het kader van de uitvoeringspraktijk verschuift.

Het podiumonderzoek, tekstmateriaal dat ‘geproduceerd’ werd door kleuters en kinderen, wilde een licht te werpen op twee soorten relaties: het creatieve potentieel van het theatermedium gevormd door de logica van de spraakhandelingen van kinderen, een taal waar volwassenen geen betekenis of waarde aan koppelen, en de gevolgen voor de relatie tussen de rationele en linguïstische luciditeit van de kinderen, en de erfelijke en geleerde code als een bijproduct van opvoeding en de invloed van de wereld van de volwassenen.

We Are Kings Not Humans werd in twee fasen gecreëerd. Het begon met een reeks workshops en gesprekken met kleuters en kinderen om tekstmateriaal te verzamelen. De workshops moedigden kinderen aan om hun mening te geven via thematische interviews. Deelvragen spoorden de kinderen aan om uitdrukkingen gevormd door hun eigen logica te produceren, met het besef dat deze logica in hoofdzaak wordt gevormd door de taal waarvan de betekenis en de waarde bepaald worden door volwassenen. Kinderen nemen dan ‘de taal van de volwassenen’ over als een reeks van spraakformules en spreekvormen. Tegelijk en onbewust vinden ze scheurtjes in de taal die worden gebruikt voor de argumentatielogica van hun eigen interpretatie van de wereld, de dingen, mensen en acties. Workshops en interviews gericht op de analyse van de manier waarop kinderen taal gebruiken, of, in de taal van de theatertheorie, het logische potentieel van de spraakopvoering van kinderen in al zijn authenticiteit, binnen de inherente beperking of vrijheid. Voor kinderen is de taal eerst en vooral een manier om over de wereld te leren. Ze gebruiken taal op een utilitaire manier, zonder voorbedachtheid. Ze zien taal niet als iets dat een andere waarde of functie zou kunnen hebben dan een louter communicatieve. Maar hun relatie met de taal heeft een vrijheid die verwant is aan het poëtische, hoewel kinderen zich daar niet van bewust zijn. Kinderen benaderen de taal zoals ze een spel benaderen, of zoals ze de wereld benaderen. Ze hanteren de taal in hun hoofd en in hun handen alsof het een speeltje is waarvan de werking nog moet achterhaald worden. In dit proces benaderen kinderen de taal niet met voorbedachtheid, we willen openheid en directheid als het belangrijkste referentiekader binnen ons stuk behouden. In de manier waarop kinderen hun weg vinden in de taal en de logica van hun taalhandelingen bepalen, verbinden ze ons opnieuw met onze eigen taal. Ze moedigen ons aan tot een analytische, dramaturgische en performatieve deconstructie van onze perceptie van de wereld bepaald door aangenomen en aangeleerde modellen van uitdrukking en denken.

De tweede fase van het project richtte zich op de transcriptie en inhoudsanalyse van de teksten die werden verzameld. Het begon met de definitie van een thematisch veld gericht op het structureren van de statements en het vormgeven van een dramatische dynamiek gebaseerd op de situatie die in de statements is beschreven. Een dramaturgische constructie van een coherente en zinvolle eenheid op basis van de nogal bonte teksten uit de workshops noopte tot het gebruik van aanvullende bronnen – boeken van Mladen Kušec en Marcello D’Orta, het prentenboek van Žeželj, de film van Dijana Bolanča Paulić en de radioprogramma’s van Kušec – alle met hetzelfde uitgangspunt, namelijk het thematisch verzamelen van uitspraken en commentaren van kinderen over alledaagse dingen en situaties.

Na de gesprekken getranscribeerd en de extra bijdragen beluisterd en gelezen te hebben, opende het eerste ontwerp zicht op een groot aantal thema’s. Bij een meer aandachtige en diepgaande lezing werd echter een duidelijkere logica in de verklaringen van de kinderen zichtbaar, hoewel er thematische bekommernissen bleven. Eigenlijk suggereerde de metafysische en existentiële onmetelijkheid in de verklaringen van de schijnbaar eenvoudige kinderuitspraken dat ze niet herleid zou moeten worden naar een meer concreet en ingesloten verhaal. In plaats daarvan moest ze worden benaderd met de mogelijkheden van een groot verhaal in kleine verhalen, een verhaal zonder begin en het einde ­– maar toch een verhaal over het begin en het einde.

Het project hangt geen benadering aan die is geworteld in de neerbuigende houding van volwassenen die ‘kinderen iets moeten te leren’. In plaats daarvan worden kinderen behandeld als gelijken, wordt de wijsheid van hun jeugd en hun ietwat eigenaardige blik op de wereld gewaardeerd en geapprecieerd als een interessant instrument voor het omver halen van alledaagse situaties en existentiële conventies. De waarheid in de specifieke logica en dramatische potentie van een dergelijke ‘alternatieve’ kijk op de wereld is de voornaamste reden waarom de auteurs besloten om het stuk te maken. De openheid ligt in het feit dat kinderen worden beschouwd als coauteurs van de theatervoorstelling en dat die voorstelling een breder veld van voorstelbaarheid in vraag stelt en de grenzen en scheuren van de taal onderzoekt als een ongebruikelijk theaterinstrument. De commentaren van de kinderen bevatten voldoende suggestiviteit en narratieve intuïtie om te kunnen dienen als materiaal dat de empirische werkelijkheid in metafysische kennis van de wereld verandert. Daarom moet elke act begrepen worden in termen van de betekenis die hij draagt en alle betekenissen die hij kan dragen, betekenissen die het verhaal – voor ons en over ons – samen met alle andere elementen van de voorstelling tot stand brengen.

Dit stuk is niet bedacht door kinderen. Hun zinnen zijn misschien wel bewerkt en herschikt, maar de logica van de plot ontstaat uit de benadering van de kinderen ten opzichte van de taal en de wereld. In het stuk spreken kinderen, maar het is geen toneelstuk over kinderen. Volwassenen spelen geen kinderen in deze voorstelling, ze proberen het ook niet te zijn. Vanuit hun eigen ervaring gaan de volwassen acteurs op zoek naar de zinnen en de logica van een wereld die hen ooit eigen was. De uitspraken van de kinderen zijn slechts expressiemiddelen gebruikt in de handeling van het registreren. Dit is een stuk over het begin en het einde van de wereld. Of over kleine omkeringen in de tijd, de taal en het theater die ons met hoop vervullen. Als we heel aandachtig luisteren, als we onze opgesloten wereld omkeren, omdraaien en opschudden, kunnen we er misschien toch nog een moment van vergeten helderheid in ontwaren.

Back to top

Matija Ferlin (1982) werd geboren in Pula. Hij studeerde aan de School voor Nieuwe Dansontwikkeling in Amsterdam en woonde en werkte in Berlijn. Na zijn terugkeer naar Pula concentreerde hij zich op het onderzoeken en herformuleren van verschillende concepten rond podiumperformance en andere media zoals kortfilm, video en tentoonstellingen. Hij presenteerde en voerde zijn eigen werk op op tal van festivals in Europa en Amerika zoals het Kunstenfestivaldesarts, ImpulsTanz in Wenen, Spider Festival in Lyon, Young Lions en Gibanica in Ljubljana, het Ex-Yu festival in New York, het Rabarber Festival in Toronto, het Contemporary Dance Festival in Bogota, Infant in Novi Sad, FTA in Montréal, Actoral in Marseille, Zero point in Praag en vele andere. Hij heeft samengewerkt met choreografen, regisseurs, beeldende kunstenaars en dramaturgen zoals Ivica Buljan, Christophe Chemin, Maja Delak, Luc Dunberry, Mauricio Ferlin, Ame Henderson, Aleksandra Janeva, Heinz Peter Knes, Matea Koležnik, Keren Levi, Karsten Liske, Maria Ohman & Claudia de Serpa Soares, Sasha Waltz, David Zambrano, Jasna Žmak, Goran Ferčec en vele anderen.

Back to top