Vous êtes servis

Verschillende locaties in de stad

KVS-BOL
7/05 – 20:00
Halles de Schaerbeek
9, 15, 16/05 – 18:00
8/05 – 20:00
FR / Indonesian > NL / FR
1h

Tijdens het festival gaat To Serve in première, een driedelig project waarin de hedendaagse machinaties en wereldwijde vertakkingen van ‘huishoudpersoneel’ als maatschappelijk fenomeen onderzocht worden. Het ankerpunt van deze ambitieuze creatie is Vous êtes servis van Jorge León, een film waarin hij toont hoe jonge Indonesische meisjes gerekruteerd en tot ‘dienstmeid’ opgeleid worden. Zij vertrekken elke maand naar Azië en het Midden-Oosten in de hoop op een beter leven. Maar de droom wordt vaak een nachtmerrie: zonder papieren, uitgebuit en mishandeld zijn zij al gauw niet méér of minder dan moderne slaven. Toch gaat de toestroom gewoon verder: de scholen ontvangen onophoudelijk nieuwe rekruten die beleefdheidsregels, geduld en het gebruik van een microgolfoven willen leren. León legt een complex economisch en sociaal systeem bloot dat doorgaans verborgen blijft en dat vaak desastreuze gevolgen heeft. Zijn camera weet ook de menselijke dimensie te vatten: met enkele blikken, een lach of een aangrijpende stilte toont hij de vrouw en de persoonlijke geschiedenis die achter elke huismeid schuil gaat.

Regie
Jorge León

Geluid
Quentin Jacques,
Abdi Kusuma Surbakti

Assistent
Jasna Krajinovic

Montage
Marie-Hélène Mora

Mixing
Luc Thomas

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS, Halles de Schaerbeek

Productie
Dérives

Coproductie
Centre de l’Audiovisuel à Bruxelles, RTBF

Met de steun van
Kunstenfestivaldesarts, Damaged Goods, Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, Koning Boudewijnstichting, Communauté française Wallonie-Bruxelles, Nationale Loterij

Met dank aan
Centre du Cinéma et de l’Audiovisuel de la Communauté française de Belgique

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

Vous êtes servis

Over moderne slavernij

Het was een ‘fait divers’ dat u ertoe aanzette om Vous êtes servis te creëren?

Ja, ik leerde een jonge vrouw uit Indonesië kennen die, met een hele groep dienstmeisjes uit het gevolg van een Saoedi-Arabische prinselijke familie, in een Brussels hotel was terechtgekomen. De jonge vrouw is gevlucht. Ze kon de gewelddadige behandeling door de prinsessen niet langer aan. Nu probeert ze in België erkend te worden als slachtoffer van mensenhandel. Haar zaak zou over enkele maanden moeten voorkomen. Met haar ontsnapping gaf deze jonge vrouw op een krachtdadige manier uiting aan haar levensdrang en maakte ze komaf met de illusie van het onafwendbare. In onze gesprekken had ze het moeilijk om over zichzelf te praten. De angst voor represailles was duidelijk voelbaar. Ze deed me haar verhaal in stukken en beetjes. Ik had al gauw door dat het leven van deze vrouw uniek was omdat ze zich had verzet, maar dat talloze andere vrouwen in dezelfde situatie verkeerden. Ik trok naar Indonesië in de hoop het te begrijpen. Hoe komt een jonge vrouw van twintig onder zulke omstandigheden in België terecht? Welke logica en welke tussenstappen liggen aan de basis van dit bijzondere traject?

Hoe wist u in Indonesië op het terrein de zwijgplicht – als die er is – te doorbreken?

Ik kwam er vrij snel achter dat iedereen op de hoogte was van dit circuit en van dit soort praktijken, die overigens legaal zijn en door de overheid worden gesteund. Toch wist bijna niemand hoe de vork precies in de steel zat. De mensen keken verbaasd op toen ik over de opleidingscentra vertelde. Ik had het geluk in een van die centra te kunnen filmen. Zo kreeg ik inzicht in het circuit en kon ik het ook volgen. In extreem arme dorpen bieden ronselaars jonge vrouwen een betrekking aan als meid in het buitenland, het Midden-Oosten, Azië, Taiwan, Singapore. Ze stellen een loon in het vooruitzicht dat veel hoger ligt dan wat ze in Indonesië zouden verdienen, met daarbij de mogelijkheid om de reis te maken zonder de kosten te moeten voorschieten. De ronselaar zal wel betaald worden, maar pas achteraf. Zo duidelijk is het natuurlijk niet altijd. Sommige vrouwen moeten een hypotheek nemen op een lapje grond of een huis om hun leertijd in een van de vele opleidingscentra in de grote steden van Java te financieren. Daar leren ze het vak van meid: het gebruik van een microgolfoven of wasmachine en een aantal basiszinnen in de taal van hun toekomstige werkgever, om de bevelen te kunnen begrijpen. En dan is het wachten. Het is onvoorspelbaar hoe lang ze er zullen blijven. Soms enkele weken, soms ettelijke maanden, tot de agenten van het centrum waar ze verblijven een werkgever gevonden hebben. En het verblijf in zo’n centrum is uiteraard niet gratis.

En wie betaalt de opleiding en het verblijf?

De vrouwen betalen de opleiding zelf. Op het inschrijvingsgeld na wordt in eerste instantie geen geld gevraagd. Het wordt later aan de bron ingehouden op het loon. En daarmee staat of valt hun toekomst. Als ze het geluk hebben bij keurige werkgevers terecht te komen, mogen ze hopen met een aardig bedrag naar huis terug te keren. Maar als het verkeerd gaat, gaat het goed verkeerd. Als ze de taal niet goed beheersen en daarenboven te maken krijgen met werkgevers die heel strenge eisen stellen, dan belanden ze in een vijandige wereld waar ze heel moeilijk uit weggeraken. Verkrachting, mishandeling, waanzinnig lange werkdagen... Maar hoop op een beter leven is een krachtige motor, elke maand zouden verscheidene duizenden vrouwen Indonesië verlaten om in het buitenland als meid te gaan werken. Het is een systeem dat voortreffelijk werkt. Je land verlaten doe je ook om te bewijzen dat je in staat bent een beter leven op te bouwen. En je omgeving bekijkt je scheef als je daar niet in slaagt. Dus zwijg je over je leed. Dat leed wist ik evenwel bloot te leggen dankzij de getuigenissen en brieven, waarvan er sommige in de film worden voorgelezen.

Uw film bestaat uit twee polen. Enerzijds het ogenschijnlijke ‘normale’ leven in de opleidingscentra, waar u kennelijk zonder al te veel moeilijkheden of stiekem met de verborgen camera kon filmen, en anderzijds de gewelddadigheid van de voorgelezen brieven die een andere werkelijkheid onthullen.

Wat als ‘acceptabel’ in beeld komt, is voorafgegaan door talloze weigeringen, voornamelijk in Jakarta. Steeds meer organisaties kaarten de problematiek van de mishandelingen aan en de rekruteringsagentschappen staan negatief tegenover de ngo’s. Een buitenlander die in zo’n centrum wil komen filmen, is niet per definitie welkom. Er zijn ook centra die niet door de overheid worden erkend. Ze zijn ongezond en soms schrijnend: in één centrum zag ik achter een deur een stuk of tien meisjes die daar als beesten aan hun lot waren overgelaten. Het zou bijzonder moeilijk zijn geweest een echte band op te bouwen op een plek waar de meisjes niet eens meer kunnen communiceren. Zo’n band vind ik onontbeerlijk en beelden ‘stelen’ leek me geen optie. Dus ging ik filmen in een centrum dat aandoet als een meisjeskostschool.

Is het niet des te erger dat het systeem ‘normaal’ lijkt? Het abnormale is toegelaten, gerechtvaardigd. Het hoeft niet eens clandestien te gebeuren.

Ja, maar binnen dit wettige circuit gedijen ook maffia-achtige praktijken. Neem nu de schuldrelatie. De vrouwen vertrekken en als ze eenmaal ver weg zijn, wordt hun loon ingehouden. Opeens krijgen ze te horen dat ze kosten moeten betalen waar tevoren nooit sprake van is geweest. En soms gaat het om buitenzinnige bedragen. Dat is juist het perverse van het systeem. Sommige vrouwen keren na hun eerste baan in het buitenland met hun loon naar hun gezin terug, maar moeten weer vertrekken om hun kinderen of hun man nog een keer te helpen, terwijl ze heel goed weten wat hen te wachten staat. De jonge vrouw bij het begin van de film was aan haar derde ballingschap toe, en ze werd steeds ongelukkiger. Ze kwam uit een centrum waar de opleiding werd gegeven door mensen in militair uniform en die de rekruten dwongen om ’s nachts op te staan en het aantal graven op een begraafplaats te gaan tellen... Als ze ingebeelde duivels aankonden, zouden ze ander kwaad elders ook wel de baas kunnen. Haar verhaal was een lange monoloog waar in de film geen ruimte voor was, maar misschien komt haar getuigenis terecht in het toneelstuk dat deel uit zal maken van een drieluik over dit onderwerp en waarbinnen Vous êtes servis centraal staat.

Aan de hand van brieven ontdekken we in uw film een bikkelharde realiteit: eenzaamheid, uitputting, psychologische foltering.

Zoals ik al zei, is iedereen op de hoogte zonder precies te weten hoe het echt in zijn werk gaat. Van zodra men hoorde dat ik belangstelling had, werd ik op een heel natuurlijke manier geholpen. Zo ontmoette ik in een dorp een man die brieven had verzameld van vrouwen die ze van de plaats waar ze werkten naar hun familie hadden gestuurd. Ik liet de brieven vertalen en pas toen trof de gewelddadigheid van de situaties me in al haar rauwheid. Ik besloot dat een effen stem, een stem zonder lichaam, bepaalde brieven zou voorlezen als een soort ‘berichten van het front’.

Hoe ordende u wat u ontdekte en hoe vond u de structuur van uw film?

Ik begreep al heel gauw dat ik niet één bepaald meisje in het opleidingscentrum zou kunnen volgen aangezien ze de volgende dag alweer kon vertrekken. Daar moest ik mee leven, een scheiding was altijd mogelijk. Dat was essentieel bij het uitschrijven van de film. Ik koos voor een vrij lineaire structuur: een vrouw komt aan en een vrouw gaat weg. Dramaturgisch gezien was het de bedoeling een gevoel van continuïteit te creëren in het traject van deze vrouwen, maar dan met de beleving van verschillende mensen. De vrouwen geven symbolisch de fakkel door, je vergezelt ze tijdens de diverse etappes van hun opleiding. Zo ontstaat een formele wisselwerking tussen de groep, de massa en het individu. De band met het lichaam en het wegcijferen ervan staan centraal. Als dienstmeiden zijn ze veroordeeld tot onzichtbaarheid, ze worden verhuld in hun uniformen die hun functie aangeven.

En de voorwerpen die in beeld gebracht worden?

Dat zijn ‘stillevens’. Deze beelden waren al sterk aanwezig tijdens het schrijfproces, maar dan als raakvlak, als schakel tussen degene die dient en degene die gediend wordt. En toen kwam de essentiële scène waar de foto’s gemaakt worden. Alle vrouwen die in het centrum arriveren, moeten overgangsriten ondergaan. Hun haren worden geknipt en ze poseren tegen een rode achtergrond, verkleed als meid. Zo ontstond de idee om ook een rode achtergrond te gebruiken voor de voorwerpen. Op dezelfde manier zijn de vrouwen ontmenselijkt, ontdaan van zichzelf. Ik heb geleerd dat het in Indonesië ongehoord is op een foto te glimlachen. Het fatsoen verbiedt je tanden te tonen. En hier wordt het hen toch gevraagd. Ik vond dit bijzonder stuitend. Die fotosessie bevraagt de relatie tot het subject.

Hebt u nooit overwogen om de vrouwen bij hun werkgever te zien en deze aan het woord te laten en in beeld te brengen?

Het uitgangspunt was om nooit ‘over’ of ‘naast’ de dingen te praten. Ik liet de vrouwen en de ronselaars aan het woord. Een andere film had ook gekund. Maar ik koos voor een zone waarvan zelden sprake is. We kennen de redenering van de meester, we hebben er dagelijks mee te maken. Ik wilde geen film die twee maten hanteerde. Dan zou het een onderzoek of sociologische studie geworden zijn. Ik wilde een film van binnenuit maken. Vertrekkende van deze vrouwen en hun ervaringen.

Alle geweld blijft buiten beeld?

Wat moest ik laten zien van de dagelijkse gang van zaken bij de werkgever? Ik kon ofwel helemaal niets laten zien – iedereen zou een rol voor de camera spelen – ofwel kon ik afglijden naar een soort voyeurisme, al zie ik me niet meteen vrouw filmen terwijl ze mishandeld wordt. Tijdens het schrijven had ik me voorgenomen niet verder te gaan dan de luchthaven, het afscheid, en de ‘andere plek’ niet te betreden. De luchthaven is een heel symbolische plaats. Die vrouwen gaan weg en ik ga ook weg. Achteraf bij de montage bracht ik de ‘andere plek’ in beeld via voorwerpen... Heel even verlaten we de luchthaven en krijgen we beelden van een gouden wereld, een mogelijk Eldorado.

En het geluid? Er is een totaal andere sound in de scènes van het dagelijkse leven en de voice-over als de brieven worden voorgelezen.

Dat was een kwestie van muzikale opbouw. De plaats waar we filmden, was ontzettend lawaaierig. Het lag naast een drukke weg, het was een hels lawaai, maar in die gewelddadigheid zat er tegelijk ook iets interessants. Parallel daarmee namen we het voorlezen van de brieven in volkomen stilte op, zo ver mogelijk op het platteland,

want een geluidsstudio had ik niet... Qua perceptie krijg je zo een contrast tussen de buitenwereld en de verinnerlijkte toon. De brieven worden voorgelezen door een vrouw die een dansschool heeft opgericht om deze jonge vrouwen een alternatief te bieden. Veel illusies maakt ze zich niet, maar ze doet alvast iets, heel lokaal en op haar manier.

Gesprek van Jorge León met Jacqueline Aubenas

Brussel, 13 februari 2010

Back to top

Jorge León (°1967) studeerde af aan het Institut National Supérieur des Arts du Spectacle in Brussel, en werkt als fotograaf en filmregisseur. Hij was ook al actief als dramaturg en scenograaf voor verschillende projecten. Als fotograaf werkte hij voor Belgische en buitenlandse artiesten en gezelschappen, waaronder Olga de Soto, Wim Vandekeybus en Meg Stuart/Damaged Goods. De foto’s van León werden al geëxposeerd op verschillende plaatsen in België en het buitenland, en verschenen in dagbladen als Times en Libération. In 1999 creëerde Jorge León op het Kunstenfestivaldesarts de installatie Unfinished Stories. De laatste jaren was hij vooral actief als filmmaker, met een reeks films waaronder De Sable et de Ciment (2003), Vous êtes Ici (2006), Between Two Chairs (2007) en 10min. (2009).

Back to top