Viejo, Solo y Puto

Théâtre 140

13, 14, 15/05 – 20:30
16/05 – 18:00
ES > NL / FR
1h 10min

Sergio Boris maakte naam als acteur bij Ricardo Bartís, maar is de laatste jaren vooral gangmaker van een nieuwe generatie Argentijnse theatermakers. Zijn hyperrealistisch theater drukt het publiek met de neus op een onprettige werkelijkheid waarin hoop en verlangens botsen met het harde leven in de marge van de samenleving. Viejo, Solo y Puto is een reis naar het leegste deel van de nacht. We zien vijf personages in een achterafzaaltje van een apotheek van wacht in een achterbuurt van Buenos Aires: twee apothekers, een medisch vertegenwoordiger en diens vrienden, twee travestieten. Met lauwe biertjes, koude pizza’s en allerlei chemische substanties proberen ze de middelmaat van hun leven te benevelen. Achter de uitbundigheid van het feestje doemt de dagelijkse strijd tegen armoede en uitbuiting op. Lichaam en geest verliezen zich in het chemische labyrint. Sergio Boris schetst een dreigende atmosfeer van geheime geschiedenissen en sluimerend geweld. Viejo, Solo y Puto is een venijnig, aangrijpend huis clos.

Tekst & regie
Sergio Boris

Met
Patricio Aramburu, Marcelo Ferrari, Darío Guersenzvaig, Federico Liss, David Rubinstein

Scenografie & kostuums
Gabriela A. Fernández

Assistentie scenografie & kostuums
Estefanía Bonessa

Licht
Matías Sendón

Geluid
Fernando Tur

Make-up
Gabry Romero

Regieassistentie
Jorge Eiro & Adrián Silver

Vertaling
Christilla Vasserot

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre 140

Productie & promotie
Ligne Directe/Judith Martin

Back to top

Zolang er mensen zijn

Bij valavond, het uur van de traditionele koortsopstoot op zaterdagavond, dolen vijf sukkelaars, drie mannen en twee travestieten, door een labyrint van halflege boekenrekken. Het decor is het achterafzaaltje van een apotheek die op de rand van het faillissement staat, midden in een arme buitenwijk van Buenos Aires.

Vanavond wordt met lauw bier en een koude pizza Napolitana het diploma gevierd dat Daniel (David Rubinstein) na tien jaar studie heeft behaald. Hij is de werklustige benjamin van de familie, de man met het nette voorkomen, de enige die ervoor kiest de kaart van de normaliteit uit te spelen, om op het einde van de rit de apotheek te kunnen overnemen… Terwijl de vader, verontschuldigd wegens pokeractiviteiten, stilaan klaar is om de boeken neer te leggen, kiest Evaristo (Darío Guersenzvaig), de oudste van de clan, voor alternatieve winstgevende activiteiten door een zaal achteraan de winkel in te richten voor het toedienen van vrouwelijke hormonen aan travestieten in nood.

Terwijl Yulia (Marcelo Ferrari), een oude tippelaarster met kleerkastallures, haar look bijschaaft na een ongeluk met een scheermesje dat recht in haar gelaat is terechtgekomen, ordent de jonge Sandra (Patricio Aramburu) de pony van haar pruik tussen het geruzie met haar pooier door. Die laatste, Claudio (Federico Liss), beweert als commercieel vertegenwoordiger voor een groot farmaceutisch laboratorium te werken. Allen hopen ze Daniel ervan te overtuigen om niets aan hun gewoontes te veranderen, hen rustig te laten scharrelen in de voorraad amfetamines, en hun krediet te blijven geven voor de beruchte spuitjes die de lichamen van Yulia en Sandra in utopische schepsels veranderen.

Een sarcastische komedie, een afdaling naar de helse nachten van door travestieten bevolkte Argentijnse achterbuurten… De creatie van Sergio Boris verzoent het realisme van de documentaire met een volkomen theatraal vakmanschap en een dynamische, haast filmische aanpak: door een uitgekiende montage van de tekst blijft de dramatische spanning van scène tot scène haar kracht behouden.

Het spoor van die drie krachtlijnen is ook terug te vinden in het multimediaparcours van Sergio Boris, die het geluk heeft zijn artistieke persoonlijkheid op drie fronten te kunnen ontplooien – als acteur, auteur en regisseur – en die voor elk van die disciplines evenzeer met prijzen wordt overladen.

Op het oude continent was het regisseur Ricardo Bartís, ambassadeur van de nieuwe Zuid-Amerikaanse theaterscène, die ons liet kennismaken met Sergio Boris: hij leverde als acteur een beklijvende bijdrage aan een aantal van zijn voorstellingen die op internationale festivals te zien waren. Denk maar aan El pecado que no se puede nombrar (1998) of La Pesca (2008).

Boris’ samenwerking met Ricardo Bartís vormt echter slechts het topje van de ijsberg van zijn veelzijdige artistieke persoonlijkheid. Zo werkt hij voor filmregisseurs als Paula de Luque (Juan y Eva, 2011), Daniel Burman (El abrazo partido, 2004, waarvoor hij de prijs voor de beste acteur in de wacht sleept op het filmfestival van Tandil), Ariel Rotter (Solo por hoy, 2001) en Luis Zembrowski (Marginal, 1997).

Sergio Boris verplicht je om op een rijdende trein te springen… Hij regisseert Bohemia in 2001 (in 1998 krijgt hij voor die tekst de prijs dramaturgie van het Fondo Nacional de las Artes); in 2004 volgen El perpetual Socorro en El sabor de la derrota (dat laatste stuk wordt bekroond met de prijs dramaturgie op het derde Festival Internacional de Buenos Aires).

Met Viejo, Solo y Puto, een voorstelling uit 2012, gaat het net zo… Het stuk wordt driemaal onderscheiden door de Grupo de Estudios de Teatro Iberoamericano y Argentino: Sergio Boris wordt gelauwerd voor de regie, Gabriela A. Fernández voor de scenografie en David Rubinstein voor de beste acteerprestatie.

Hoewel de werkmethode van Sergio Boris niet uniek is, heeft ze een sterke voorbeeldfunctie. In Boris’ theater worden brokstukken van de realiteit ingezet als bakens die richting geven aan een bittere osmose van theatrale motieven. Tijdens de vele projecten waarin hij zijn toneelgezelschap onderdompelt, wil hij zich niet beperken tot het schrijven van teksten tijdens het werkproces (‘écriture de plateau’), zoals dat tegenwoordig erg in zwang is. Het project krijgt weliswaar vorm in de loop van improvisatiesessies, maar die eerste etappe is er slechts om in de ploeg een basisvertrouwen te laten groeien, waarna de acteurs de beschermde repetitieruimte, de kooi van het podium, verlaten en zich begeven naar plekken waar drugsverslaafden en hoerenlopers elkaar kruisen. Een dergelijke journalistieke aanpak op het terrein stelt de acteurs in staat om aan de hand van realistische dialogen te getuigen over het dagelijkse leven in deze marginale wereld, die ze allesbehalve willen karikaturiseren.

Het giftige universum van de film Brutti, sporchi e cattivi van Ettore Scola uit 1976 lijkt te echoën in Viejo, Solo y Puto (Oud, Alleen en Hoer), dat als het ware een eerbetoon is aan de rauwe Italiaanse komedies uit de jaren zeventig. Deze vorm van documentair theater verkent nieuwe horizonten: vanuit de observatie van schepsels die alleen ‘s nachts op straat komen, getuigt het stuk over een wereld die even puur is als die van een stationsromannetje, waar naïeve meisjes dromen over de grote liefde… Met dat verschil dat het verhaal zich afspeelt tussen twee gore beurten van een prostituee op een parking vol uitgeputte vrachtwagenchauffeurs.

Het eindresultaat van deze ‘making of’ is een hybride constructie, een puzzel waar elk fragment zijn plaats heeft binnen een ideaal evenwicht. In deze uiterst complexe theatervorm klampt het buitensporige zich als een snotjongen vast aan de draad van de werkelijkheid, terwijl de intrige à la Pinter in een dreigende sfeer baadt en er een verstikkende beslotenheid wordt opgeroepen doordat de personages in een gesloten ruimte bewegen, zoals enkel Kafka die kon bedenken. Dit even decadente als sublieme, even gecultiveerde en literaire als suggestieve theaterstuk is een pareltje, met vakkennis vervaardigd en door een buitengewoon gezelschap gebracht. Samen met zijn ontroerende groep acteurs, die hun fantasie voeden door te kijken naar de weerspiegeling van de maan in het vuile gootwater, maakt Sergio Boris zijn opzienbarende intrede op de Europese theaterscène.

Patrick Sourd

Back to top

De Argentijnse acteur Sergio Boris is actief op het witte doek, op televisie en in het theater. Daarnaast is hij regisseur, theaterauteur en acteercoach. Terwijl zijn werk in Latijns-Amerika alom wordt gelauwerd en bekroond, krijgen zijn projecten in Europa slechts weinig weerklank. Nochtans nam hij – onder meer op het festival van Avignon – deel aan de voorstellingen van Ricardo Bartís, waaronder het mythische El Pecado Que No Se Puede Nombrar en recentelijk La Pesca.Voor de opvoering van zijn eigen theaterteksten treedt hij liever niet als regisseur op, aangezien hij zichzelf de vrijheid wil laten om de teksten tijdens de repetities te herschrijven. Dat strookt met zijn opvatting over theater: de acteur staat centraal. Dankzij zijn jarenlange samenwerking met Ricardo Bartís getuigen de theaterwerken die Sergio Boris schrijft en regisseert van een minutieuze theatertaal en een verfijnd acteerspel, die steevast ten dienste staan van sociaal-politieke metaforen. In 2011 creëert hij zijn vierde voorstelling, Viejo, Solo y Puto, dat als volgt werdoms chreven: “even decadent als subliem, even gecultiveerd en literair als suggestief (...). Een pareltje, met vakkennis vervaardigd en door een buitengewoon gezelschap gebracht”.

Back to top