Timeloss

Théâtre National

7, 8/05 – 20:15
9/05 – 22:00
10/05 – 18:00
Farsi > NL / FR
1h

Mei 2004: Amir Reza Koohestani verbluft het Brusselse publiek met Dance on Glasses, een stuk over een liefdesbreuk en de onmogelijkheid om terug recht te staan en te strijden. Met deze voorstelling vestigt de jonge Iraanse theatermaker zich op de voorgrond van de internationale podiumkunsten. Mei 2014: in een fictieve setting beslist Koohestani om een dvd-versie van Dance on Glasses te regisseren. Hij trommelt twee acteurs op om de stemmen opnieuw in te spreken, maar dat blijkt moelijker dan gedacht. De kloof met het verleden is te diep. Acteurs en regisseur raken op een dwaalspoor van hun eigen geschiedenis verzeild. De vraag wie ze toen waren en wie ze geworden zijn, mondt uit in een diepe meditatie over hun persoonlijk leven en de situatie in hun land. Tussen de regels lezen we kritiek op de heersende machten. Zijn we nog steeds bang om op glas te dansen? Met zijn typische scherpe schrijfstijl en knappe acteerprestaties creëert Amir Reza Koohestani een intiem portret van zichzelf en zijn leefomgeving. Timeloss is subliem theater van Koohestani op het toppunt van zijn kunnen.

Tekst, regie & scenografie
Amir Reza Koohestani

Met op scène
Hassan Madjooni, Mahin Sadri

En op video
Abed Aabest, Behdokht Valian

Muziek & geluid
Pouya Pouramin

Kostuums
Negar Nemati

Video & technische leiding
Davoud Sadri

Regieassistent
Mohammad Reza Hosseinzadeh

Toneelmeester & boventiteling
Negar Nobakht Foghani

Vertaling & adaptatie boventiteling
Massoumeh Lahidji

De voorstelling toont videofragmenten van
Dance On Glasses

Tekst, regie & scenografie
Amir Reza Koohestani

Met
Sharareh Mansour Abadi, Ali Moini

Choreografie
Ehsan Hemat

Muziek
Thousand Years van Sting

Productie
Mehr Theatre Group

Gecreëerd in 2001 in Shiraz (IR)

Productiemanagement
Mohammad Reza Hosseinzadeh, Pierre Reis

Management gezelschap & tournee
Pierre Reis

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre National de la Communauté française

Productie
Mehr Theatre Group

Coproductie
Festival actOral met Marseille-Provence 2013 – Capitale Européenne de la Culture, La Bâtie – Festival de Genève

Voorstelling met de steun van
ONDA Paris (Office national de diffusion artistique)

Back to top

Over Timeloss

“Is het niet moeilijk om in Iran te werken?” is een vraag die systematisch op me wordt afgevuurd. De vraag wordt bovendien zo geformuleerd dat er maar één antwoord mogelijk is. “Ja, het is moeilijk” is het instemmende antwoord dat mijn gesprekspartners verwachten. Een antwoord dat hen geruststelt, dat hen in staat stelt hun belastingen te betalen en met een gerust geweten hun stem uit te brengen bij de verkiezingen. Uiteraard is hun economische situatie niet van de meest rooskleurige, maar hebben ze het ergste niet vermeden door elders te zijn geboren dan in een land als Iran?

Het is een feit dat Iraanse regisseurs moeten vechten voor hun werk, net zoals hun collega’s zo ongeveer overal ter wereld dat moeten doen. Maar het type tegenstanders waarmee we worden geconfronteerd, bepaalt wellicht onze specificiteit. In Stockholm of Keulen wordt er strijd geleverd tegen lege zetels, tegen critici die al te zeer de puntjes op de i zetten, tegen goedkope bars en IMAX-filmzalen waar je tweemaal minder betaalt dan voor mijn statische voorstellingen en waar je je bovendien tienmaal beter amuseert. In Iran echter vind je geen bars, discotheken, IMAX-zalen, en zelfs geen buitenlandse films in de filmzalen. Je kan natuurlijk thuis blijven om televisie te kijken via satelliet, of om een van de recentste internationale films op dvd te ontdekken, maar daarnaast heb je als Iraanse jongere slechts de keuze tussen de schouwburg of de filmzaal (voor een Iraanse film, welteverstaan), of eventueel een galerie of een café om daar wat tijd door te brengen. Iran is dus niet echt een ideale plek voor de jeugd – daarvan getuigt de niet te stelpen brain drain – maar is wél een paradijs voor wie van theater houdt! Elke theaterregisseur droomt er immers van om jonge toeschouwers urenlang in rijen te zien aanschuiven om een ticket voor zijn voorstelling te bemachtigen. Zelf heb ik het verscheidene keren meegemaakt. Ik moet toegeven dat dat zo’n zalige, unieke ervaring is, dat ik daarna opnieuw bereid ben om nog maar eens aan de meest kleingeestige censuurcommissies en aan de meest onwrikbare overheden het hoofd te bieden.

Twaalf jaar geleden werkte ik aan de voorstelling Dance on Glasses. Ik herinner me dat we voor het decor niet meer dan 50 euro hadden. We konden niet meer dan een tafel en twee stoelen op het podium zetten. In de zaal waar we speelden, waren maar vier spots aanwezig. Met behulp van wat zilverpapier hebben we die in profile spots veranderd. We konden niet anders dan onze esthetische keuzes aan de financiële beperkingen aanpassen. Zo werd Dance on Glasses het verhaal van twee personen die niet de kracht hebben om op te staan: als ze zouden opstaan, zouden de spots hen immers niet langer belichten. Toen het stuk op tournee ging, meende ik dat ik de bewegingloze handeling misschien op voorhand moest toelichten naar het buitenlandse publiek toe. Ik vreesde dat de mensen zich zouden afvragen waarom de twee personages gedurende de hele voorstelling geen toenadering zochten tot elkaar. Voor mij voelde een dergelijke inertie nochtans vertrouwd aan. Minder dan een jaar eerder had ik immers een gelijkaardige situatie meegemaakt, toen mijn relatie met het meisje dat ik liefhad op springen stond. Ik zat diep in mijn zetel weggezakt, zo diep dat ik niet meer in staat was om op te staan en de muziek wat stiller te zetten opdat ik haar stem zou horen en haar vragen zou kunnen beantwoorden. Toen we het stuk aan het repeteren waren, ging ik ervan uit dat de anderen zoiets niet hadden meegemaakt en dus niet zouden begrijpen dat, ook al ben je jong en kerngezond, je toch op een bepaald moment volledig verlamd kan zijn, niet in staat om op te staan. De internationale tournee van Dance on Glasses toonde echter aan dat, gelukkig of jammer genoeg, mensen van overal een dergelijke ervaring hebben meegemaakt. Ook na dat eerste stuk bleven bewegingloze personages mijn universum bevolken. Dankzij het succes van Dance on Glasses kon ik mijn volgende voorstellingen creëren in zalen die technisch gezien voldoende uitgerust waren, zodat de acteurs konden rechtstaan zonder uit het spotlicht te treden. Nochtans vertolkten ook zij personages die niet over de kracht beschikken om op te staan en iets aan hun situatie te veranderen. Of het nu ging om de illegale vluchtelingen in Amid the Clouds, de moordenaars in Quartet: A Journey North, of nog Ivanov, in het gelijknamige stuk dat ik bewerkte naar Tsjechov, al die personages zitten diep in hun zetel of bed weggezakt, alsof ze ermee zijn vergroeid.

Twaalf jaar later heb ik de draad van Dance on Glasses weer opgepikt. Zowel de toeschouwers van het stuk als wijzelf zijn twaalf jaar ouder geworden. Sinds 2006, het jaar van de laatste voorstellingen, heb ik de acteurs amper teruggezien. De wereld is veranderd. Saddam is dood, Spanje werd wereldkampioen, Ahmadinejad, Bush en Sarkozy zijn aan de macht gekomen en weer vertrokken, alles is veranderd. Ik ben niet langer een jongeman die uiting geeft aan zijn woede. Om woede te voelen, moet je in iets geloven, een weg, een waarheid, en bovendien moet je de kracht hebben om te vechten om die dingen te bereiken. Ik geef toe dat ik dat alles vandaag niet meer heb. Noch mijn vroegere zekerheden, noch de kracht om te vechten. Westerse journalisten en critici verlangen dat ik hen vertel over de executies, het verbod op homoseksualiteit, de verplichte hoofddoek. Ze willen van mij de levende getuige maken van wat elke dag in de media wordt verteld. Mijn volk verlangt van mij dat ik als ambassadeur optreed, dat ik een ander beeld schets van Iran dan het beeld dat in de media wordt getoond. Ze willen dat ik vertel over vreugde en zorgeloosheid, dat ik een vredelievend en sympathiek gelaat geef aan zij die slechts als vertegenwoordigers of slachtoffers van het kwaad worden gezien. Mijn vrijheid wordt niet sterker aan banden gelegd door het Bureau voor controle en evaluatie dan door die verwachtingen en beoordelingen: ze vervreemden me van mezelf. Timeloss is de vrucht van een periode waarin ik dat gegeven heb onderzocht. Het is een stuk dat geen antwoord biedt, aangezien de auteur even ontgoocheld is als de toeschouwers. Het aanreiken van antwoorden en oplossingen laat ik over aan de politici, aan de televisieuitzendingen. Mijn theater blijft een theater waar mannen en vrouwen niet in staat zijn op te staan. Alleen is de ondertoon misschien iets pessimistischer geworden. Op het einde van Dance on Glasses had je tenminste nog het moment waarop de man, die ziet dat hij alles zal verliezen en zijn vrouw hem zal verlaten, opstaat en naar haar toe gaat, in de hoop haar te kunnen tegenhouden. In Timeloss echter wijkt de man die alles verliest niet van zijn plaats en doet hij niet meer dan observeren. Timeloss is een stuk over de ontkenning van jezelf. Het gaat over het verleden, niet om het te betreuren maar om het af te wijzen. Exacter nog, het gaat niet over het verleden maar over onze blik op het verleden. Het doet er niet toe of je Dance on Glasses al dan niet hebt gezien: het is slechts een object, een voorwendsel om achterom te kijken, net zoals Orpheus zich omkeert en kijkt, ook al weet hij dat dat zijn lot zal bepalen.

Amir Reza Koohestani, april 2014

Back to top

Amir Reza Koohestani wordt in 1978 in Chiraz (Iran) geboren en publiceert sinds zijn zestiende novellen in verscheidene kranten van zijn geboortestad. Aangezien hij erg in film is geïnteresseerd, volgt hij een opleiding filmregie en beeldtechnieken. Enige tijd is hij als acteur lid van de Mehr Theatre Group, waarna hij zijn eerste toneelstukken schrijft: And The Day Never Came (1999), dat nooit werd opgevoerd, en The Murmuring Tales (2000). Met zijn vierde stuk, Dance On Glasses (2001), gaat hij vier jaar lang op tournee en oogst hij internationale waardering. Daarop volgen Recent Experiences (een bewerking van een bestaand werk van de hand van de Canadese auteurs Nadia Ross en Jacob Wren, 2003); Amid The Clouds (2005); Dry Blood & Fresh Vegetables (2007); en Quartet: A Journey North (2007). Elk van die stukken wordt warm onthaald in Europa. Koohestani schrijft ook werken in opdracht van het Schauspielhaus te Keulen ( Einzelzimmer, 2006) en van het Nouveau Théâtre de Besançon ( Des Utopies?, 2009). Dat laatste werk schrijft hij in samenwerking met de regisseurs Sylvain Maurice en Oriza Hirata, en wordt zowel in Frankrijk als in Japan opgevoerd. Na twee jaar in Manchester te hebben gestudeerd, keert hij in juli 2009 terug naar Teheran en creëert daar Where Were You On January 8th?. In oktober 2011 slaagt hij erin om ondanks zijn legerdienst gedurende verscheidene weken Ivanov op te voeren, een bewerking van de klassieker van Anton Tsjechov. In februari 2012 behaalt de film Modest Reception, waarvan Koohestani samen met de acteur en regisseur Mani Haghighi het scnario schrijft, de Netpac Award op de internationale filmwedstrijd van Berlijn 2012. In september 2012 creëert hij het stuk The Fourth Wall. Die bewerking van England van Tim Crouch werd honderd keer opgevoerd in een kunstgalerie te Teheran. Het Festival Actoral van Marseille geeft hem in 2013 de opdracht voor een nieuw werk, Timeloss . Amir Reza Koohestani is de eerste regisseur die twee maal na elkaar de Iraanse prijs voor ‘het beste toneelstuk van het jaar’ ontvangt ( Ivanov in 2011 en The Fourth Wall in 2012).

Back to top