The Thrill of It All

Kaaitheater

8/05 – 18:00
7, 9, 10/05 – 20:30
EN > NL / FR

Forced Entertainment is al decennialang één van de meest invloedrijke performancegezelschappen ter wereld. De deconstructie van zowel het theater als het huidige stadsleven is een constante in het oeuvre van dit Britse collectief. Jonglerend met codes en vormen dissecteert hun werk – diepgaand en humoristisch – onze manier van leven, van op adem komen en de wijze waarop we (onszelf) verhalen vertellen in dit laatkapitalistisch tijdperk. Na enkele veeleer kleinschalige ‘side projects’ investeert Tim Etchells opnieuw in zijn collectief uit Sheffield – aangevuld met enkele nieuwe spelers – voor een indrukwekkend nieuw project. Geïnspireerd door recente samenwerkingen focust Forced Entertainment op elementen die het de laatste jaren links liet liggen, zoals beweging, dans en de elektronische manipulatie van geluid en stemmen. In The Thrill of It All, dat in wereldpremière gaat op het Kunstenfestivaldesarts, zijn acteurs op drift, lijken danseressen het noorden kwijt en verliezen metaforen alle grond. Onsamenhangende liedjes en vervormde stemmen brengen er een hommage aan de kleine dingen des levens. Niet te missen!

Concept & regie
Forced Entertainment

Met
Thomas Conway, Amit Hadari,
Phil Hayes, Jerry Killick, Richard Lowdon, Claire Marshall, Cathy Naden, Terry O’Connor, John Rowley

Regie
Tim Etchells

Ontwerp
Richard Lowdon

Licht
Nigel Edwards

Muziek & geluid
John Avery

Choreographisch advies
Kate McIntosh

Regieassistent
Hester Chillingworth

Algemene leiding
Eileen Evans

Productie
Ray Rennie

Marketing
Sarah Cockburn

Administratie
Gareth James

Assistent administratie
Natalie Simpson

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Productie
Forced Entertainment (Sheffield)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Hebbel am Ufer (Berlijn), PACT Zollverein (Essen), Les Spectacles vivants – Centre Pompidou in collaboration with Festival d’Automne (Parijs)

Met de steun van
Arts Council England, Sheffield City Council

Back to top

Een gesprek tussen Tim Etchells en Kate McIntosh, Sheffield, maart 2010

KM: Van waar ben je vertrokken ? Beweging, zou dat kunnen ?

TE: Jazeker. Beweging, daar was het mij beslist van in het begin om te doen. Als groep hebben we een beetje de neiging om van chaotische, fysische voorstellingen over te springen op meer conceptuele, op tekst gebaseerde benaderingen. Deze voorstelling wordt dus een reactie op de laatste twee [Spectacular en Void Story], die nogal minimalistisch waren.

Een ander vertrekpunt was de muziek – op dit ogenblik spelen wij bij de repetities veel Japanse liedjes uit de jaren zestig. Wat mij daarin o.m. aantrekt is dat ik de woorden niet begrijp – de muziek werkt als een geheel van gevoelsregisters en stemtimbres, maar tegelijk blijft een deel van die muziek mij ontgaan, alsof er iets ontbreekt, alsof er ergens een leegte blijft. Wat ik ook leuk vind is dat veel van de muziek die wij hier gebruiken eigenlijk gerecupereerde muziek is – de Japanse popmuziek was, zeker toen, herkauwde Amerikaanse popmuziek. Het lijkt dus een beetje alsof wij iets recupereren en herwerken wat al gerecupereerd en herwerkt was.

Een derde vertrekpunt was het idee om de stemmen van de performers te veranderen. We deden dit voor het eerst al in ons vorige project Void Story – vervorming en manipulatie van stemgeluiden... Wat ik intrigerend vind, is dat wij de stem, die wij toch al zo’n twintig jaar min of meer trouw gerespecteerd hebben, nu plotseling als een masker beginnen gebruiken. Void Story was een eerste breuk met dat patroon – de stemmen werden eigenlijk kostuums - en ik denk dat wij met The Thrill of it All verder wilden doortrekken – om de performers in alle opzichten ‘larger than life’ te maken.

KM: Hoe kwam je op het idee om de relatie tussen lichaam en stem te bevragen? Ik had de indruk dat dit denkproces over hoe het lichaam in die stem opgaat of die stem in bezit neemt, over verschillende fasen verliep...

TE: Ja, dat was een van de grote vragen van dit project – connecties en disconnecties tussen stem en lichaam...

KM: In de eerste repetities die ik zag vond ik het interessant dat alles zo fysiek was vóór je een stem te horen kreeg. As toeschouwer wen je daardoor aan de doorgedreven fysiek gemaakte ruimte nog vóór een van de performers een woord spreekt.

Wat mij bij de stemmen ook sterk opviel was dat de manier waarop je ze gebruikt het contrast tussen de seksen uitvergroot. Dat is op zichzelf al iets fysieks. Het is zelfs riskant die verschillen zo uit te vergroten want eens je aan de stemmen went, heeft dat een sterk effect op hoe je kijkt. De stem verandert als het ware je blik op de mensen. Het lijkt, zoals je zegt, alsof die stemmen als maskers over hun gezicht schuiven.

TE: In zijn boek over buikspreken – Dumbstruck – zegt Stephen Connor dat elke stem een lichaam veronderstelt. Hij beschrijft de opkomst van het ‘close mic-ing bij stemopnamen, bij mensen als Sinatra in de jaren vijftig. Met deze techniek ontstond een nieuw soort stem die de mensen nog nooit eerder gehoord hadden. En Connor zet uiteen hoe zo’n stem, zoals alle stemmen, een lichaam bij de luisteraar opriep – in dit geval een sensueel lichaam dat vlak bij je leek te staan, maar tegelijk ook in zichzelf gekeerd leek, alsof het zichzelf streelde. Daarmee lanceerde hij het idee van een ‘stemlichaam’, een lichaam dat “larger than life” is. En daar ligt voor mij, denk ik, het verband met met bepaalde aspecten van Thrill.

KM: Een andere indruk die ik tijdens de repetities had heeft te maken met de kloof tussen de klank van de stem en de inhoud, datgene wat die stem aan het zeggen is. Ook hier lijk je de dingen te polariseren – een heel diepe, zware stem praat over heel fragiele, sentimentele dingen en een tsjilpend, heel hoog, schril piepstemmetje stelt heel diepzinnige filosofische vragen...

TE: Dit was grotendeels een gevolg van het op zich kinderachtige idee om alle mannen diepe stemmen te geven – je weet wel, het cliché van de diep dreunende mannelijkheid – en tegelijk ook de vrouwenstemmen allemaal heel hoog en schril en ijl te maken - het stereotype van ‘de vrouwenstem’. Op de mengtafel was dat simpel: gewoon de twee uiterste standen van dezelfde schakelaar. Maar daarmee beland je in een soort ‘binair stelsel’ van geconstrueerde mannelijkheid en geconstrueerde vrouwelijkheid. En ik denk dat dit binaire stelsel een van de ordenende principes van het werk werd. Geleidelijk drong het tot me door dat die kerels met hun luide stemmen heel goed over kleine dingen kunnen praten, en dat de vrouwen met hoge piepstemmetjes over gewichtige dingen kunnen praten. In het stuk werkt dat principe op verschillende niveaus en telkens proberen we tegenpolen samen te brengen en ze in dezelfde ruimte te laten vibreren.

KM: Ik genoot er intens van die stemmen over lichamen te horen praten en probeerde te ontrafelen van waar dat genot kwam. Ik denk dat ik de stemmen en de lichamen rechtstreeks aan elkaar wilde koppelen. Ik vond het heerlijk als iemand in de improvisaties bijvoorbeeld begon te praten over zweten of huilen, of er zijn/haar beklag over deed dat iemand anders een lijfgeur had. Een geforceerde stem roept voor mij ook een soort hyperfysieke toestand op, een toestand waarover ik meer wilde weten dan je kunt als je er alleen maar naar kijkt – je wilt meer horen over de binnenkant van die lichamen, meer te weten komen over hun weefsel en gewicht.

TE: Ik vraag mij alleen af of er tussen al die dingen waarover we het in ons werk hebben – de scheiding tussen de stem en het ik, de stem als iets dat het lichaam bekijkt, het lichaam als een machine die het laat afweten en uiteen valt – een samenhang is. Ik denk daarbij ook aan de pruiken, en zelfs de kostuums. Misschien weerspiegelen al die dingen samen een soort ongemak dat wij voelen over wat wij op dit eigenste moment als mens zijn. Omdat we ons, in tegenstelling tot vorige voorstellingen, in deze voorstelling niet kunnen opstellen als dat rechtlijnige, eerlijke ‘no nonsense’ “ik” dat zegt “hier ben ik”, “Ik ben hier”.

KM: Het lijkt me dat die stemmen de mensen in zekere zin een beetje tot monsters maken, in die zin dat zij volledig geconstrueerd zijn en dat je de gaten en naden in die constructie kunt voelen. Het werkt storend, en tegelijk ook fascinerend... meeslepend zelfs.

TE: Waar ik niet uit geraak is de verhouding tussen dat monsterlijke, dat ‘larger than life’, het overdrevene, het gemaakte – en het menselijke, falende, zoekende, worstelende en vrolijke – je weet wel, al die mogelijke interpretaties van de beweging. Tijdens de repetities kwamen die twee bijna toevallig samen en ik vraag mij echt af waartoe ons dat zal leiden tijdens de verdere afwerking van het stuk.

KM: Het lijkt mij belangrijk dat de dans in dat geval niet helemaal ‘af’ is, dat hij meer weg heeft van ‘erbij springen’. Dat geeft deze manier van dansen iets heel menselijks, iets dat niet geconstrueerd, gepolijst en glad werkt, maar heel onregelmatig en ruw. De indruk die de dans mij gaf is dat die ruwheid een perfect evenwicht vormt met die overproductie van de stemmen. Dat de dans de mens in het monster is…

TE: Zo is dat...

Tim Etchells woont in Sheffield en is artistiek directeur van Forced Entertainment, kunstenaar en schrijver die steeds op zoek is naar eigen projecten in verschillende contexten. Kate McIntosh is werkzaam in Brussel en maakt performances. Zij gaf ook bewegingsadvies tijdens het ontstaansproces van The Thrill of it All

Back to top

Forced Entertainment is een groep van zes artiesten, opgericht in 1984 in Sheffield. Al meer dan een kwarteeuw creëren zij, onder leiding van artistiek directeur Tim Etchells, theatervoorstellingen en andere kunstvormen. Het collaboratieve proces van hun creaties heeft van Forced Entertainment pioniers gemaakt van het Britse avant-garde theater, en heeft hen een internationale reputatie opgeleverd. De zes vaste leden van Forced Entertainment delen een interesse in de bewegingen in theater, de positie van de toeschouwers, en de machinaties van het eigentijdse stedelijke leven. Het werk van Forced Entertainment is opvallend en provocerend, een breuk met de conventies van de theaterwereld en de verwachtingen van het publiek. De voorbije jaren tourde Forced Entertainment de wereld rond met voorstellingen als The World in Pictures (2006), Spectacular (2008) en Void Story (2009).

Back to top