The Evening

Théâtre National
  • 11/05 | 20:30
  • 12/05 | 20:30
  • 13/05 | 22:00
  • 14/05 | 18:00
  • 15/05 | 15:00

€ 16 / € 13
1h
EN > NL / FR

Ontmoet de artiesten na de voorstelling van 12/05

Richard Maxwell raakte bekend met hyperrealistische, vlijmscherp geschreven voorstellingen over de alledaagsheid van de American dream. In 2016 komt de toneelschrijver en regisseur opnieuw naar het festival met The Evening, het eerste luik van een Dantetrilogie. The Evening is een poëtisch en muzikaal theaterstuk over drie losers – een uitgebluste bokser, een corrupte manager en een lichtzinnig barmeisje –die met elkaar klinken en botsen in een rokerige achterafkroeg. Stekelig maar ontwapenend legt het stuk de condition humaine van de Amerikaanse antiheld bloot. Doorheen de vaak absurde dialogen duikt een streven naar vrijheid op, naast de overtuiging dat dromen verstikkend kunnen zijn. En dat het leven, wat er ook gebeurt, toch eindigt in de dood. The Evening laat een lichtje schijnen in het eeuwig durende donker. Het is tegelijk intiem en universeel, herkenbaar en abstract. Het is een epische reis door theatrale landschappen met de ultieme verlossing als einddoel. There is light after darkness.

Tekst & regie
Richard Maxwell

Met
Cammisa Buerhaus (Beatrice), Jim Fletcher (Cosmo), Brian Mendes (Asi)

Muzikanten
James Moore, Andie Springer, David Zuckerman

Decor & belichting
Sascha van Riel

Kostuums
Kaye Voyce

Technische leiding
Dirk Stevens

Technische leiding/SFX
Bill Kennedy

Manager
Regina Vorria

Dramaturgie
Molly Grogan

Originele muziek
Richard Maxwell & de muzikanten

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre National de la Communauté française


Productie
New York City Players


Gecreëerd in opdracht van
2014 Spalding Gray Award (Walker Art Center, On The Boards, Performance Space 122 & The Andy Warhol Museum), met de steun van het Andrew W. Mellon Foundation New York Theater Program, Doris Duke Performing Artist Award & the Alliance of Resident Theaters’ New York/Creative Space Grant. Productie met de steun van Edith Lutyens & Norman Bel Geddes Design Enhancement Fund, een programma van Alliance of Resident Theatres/New York (A.R.T./New York)


Coproductie
Kunstenfestivaldesarts


Met de bijkomende steun van
Greene Naftali Gallery & The Kitchen


Voorstelling in Brussel met de steun van
Embassy of the United States of America in Brussels


Boventiteling met de steun van
ONDA

New York City Players
Artistieke leiding
Richard Maxwell

Productie
Regina Vorria

Manager
Molly Grogan

Vormgeving
Michael Schmelling

Kantoormedewerker
Emily Hoffman

Stagiair
Louis van de Geer

Back to top

Het archetype zonder franjes
Een bespreking van The Evening met Richard Maxwell

Sarah Benson blikt vooruit op de wereldpremière van The Evening van New York City Players en interviewt toneelschrijver en Spalding Gray Award-winnaar Richard Maxwell, de oprichter van het gezelschap.

SB Ik weet dat de voorstelling doorheen het creatieproces sterk geëvolueerd is. Wat is het geworden?
RM Het is uitgegroeid tot een verhaal over personages, en ik ben bezig met archetypen. We hebben een barmeisje dat mogelijk ook een prostituee is, een ‘hoer met een gouden hart’ als je wil, en dan is er de bokser, het krijgerpersonage, de ouder wordende prijzenvechter die een comeback probeert te maken. En dan heb je Jim Fletcher die de corrupte manager speelt. Ik probeer die personages die we volgen vorm te geven. Ik ben op zoek naar het verschil tussen een persoon en een personage.

SB En wat is het dan voor je in dit geval?
RM Ik ben op zoek naar voorbeelden. Net als vechten. Mensen kunnen als een personage op het podium vechten op een manier waarop ze dat als persoon niet zouden kunnen, omdat ze ernstig gewond zouden raken!

SB Ja, er kunnen dingen gebeuren met personages die niet kunnen gebeuren met mensen. Je kan personages in situaties plaatsen die we nastreven of waar we bang voor zijn en als mensen niet kunnen belichamen. De wetten van de fysica binden ons, de wetten van de samenleving binden ons, sociale normen binden ons.
RM Sociale conventies maken een groot deel van dit stuk uit, in termen van de archetypen. Het personage van Cammisa Buerhaus ontwikkelt een zekere vorm van zelfredzaamheid als mens. Personages hebben geen zelfredzaamheid. Zij zijn onderworpen aan de grillen van de schepper, en hier ben ik dat. Ik onderzoek of er een of andere manier is voor de personages om aan mijn toorn te ontsnappen. Ik geef Cammisa het potentieel voor zelfredzaamheid en ze begint te praten over ontsnappen en er uit stappen. In het kader van het stuk gaat het over een reis naar Istanbul. En het is meteen duidelijk dat Brian Mendes en zij een intense relatie hebben die waarschijnlijk ten einde loopt. Er is een groot gevecht tussen Brian en Jim waar Cammisa zich ook in mengt, en in de nasleep van dat gevecht beginnen ze te praten over dingen die geen deel uitmaken van het verhaal. Het begint met Jim die zegt: ‘Ik hou van deze plek,’ en daarna bestelt hij ‘Jello shots’. Waar ik voor ga is dat je je als kijker afvraagt of ze dronken worden of dat er een ander soort element in hun gesprek sluipt. De tekst neemt vormen aan waar ik echt geïnteresseerd in ben en dan bevind je je, hopelijk zonder dat je er je bewust van bent, als kijker op een nieuwe plaats ... En dan volgt er uiteindelijk een instorting. Als je het over gebondenheid wil hebben, wel, dat is echt het punt waarop personages verschillen van mensen. En toch willen wij als kijkers dat zij zich gedragen als mensen!

SB Ja!
RM Het is een grappige paradox. Wij als kijkers zien graag personages die dingen doen die wij niet kunnen. Maar we houden ze aan normen van consequenties die gebaseerd zijn op normen van wat logisch is. Dit alles valt natuurlijk binnen het kader van de dood van mijn vader. Zijn overlijden kwam op een moment dat ik echt had moeten bezig zijn met het uitzoeken wat deze voorstelling is, en het was zinloos voor mij om dat uit te sluiten. Er was geen mogelijkheid om dat te doen. De minuten die verstreken werden meer en meer kostbaar. Dat was iets waar ik aandacht aan probeerde te besteden. Dus wat er gebeurde in dit stuk werd een manier van herdenken. Het is niet echt een klaaglied. Ik wil niet dat het zo ernstig is. Het is niet zo dat ik mijn vader wil herdenken, maar er zijn vreemde verbindingen die ik echt niet kan verklaren.

SB Hoe bereid je je voor op de repetities?
RM Ik probeer alles te vergeten – wat voor mij niet moeilijk is! Je maakt je opzettelijk dom. En we hebben dit stuk in stukken gemaakt, we repeteerden in verschillende etappes. Wat het script betreft, was mijn doel om vooraf zoveel mogelijk uit te zoeken, en mij dan te richten op de technische en scenografische aspecten. Bij het in beeld brengen van de bar spraken Sascha [van Riel, set- en lichtontwerper] en ik veel over hoe ver we konden gaan in de uitbeelding, wat aansluit op waar we het over hadden in termen van hoe ver je voorbij die archetypen kan gaan. Deze vormen, deze uitsnijvormen. Het is een lastige zaak. Met het schrijven ondervind ik dat hoe meer ik uitbeeld wie deze mensen zijn, hoe nauwkeuriger het wordt, en hoe moeilijker het is om het te verlaten met die verschuiving in het stuk. Ik ben geïnteresseerd in hoe dat parallel met de set loopt. Hoe ver ga je in termen van het verfraaien van de ruimte? We konden bierlogo’s plaatsen, maar dat gaat te ver. Als schrijvers versieren we personages, we verfraaien ze. Maar dat is niet echt iets voor mij. Het vormt natuurlijk ook een groot deel van het gesprek dat ik met Kaye [Voyce, kostuumontwerper] voerde.

SB Waarom ben je geïnteresseerd in het onopgesmukte archetype?
RM Mijn impuls is dat dat soort detail niet thuishoort in het theater. Wat mij interesseert in theater is waarom het anders is dan film of tv. Voor elk medium dat een kader heeft, is het anders. Ik denk dat theater de plek is waar we gaan zitten als kijkers en kijken en in realtime de vraag stellen wie deze personages zijn. Dat is de bepalende eigenschap van live-theater. Je hebt dus al die kriskras door elkaar lopende sensaties en standpunten die allemaal materialiseren in het moment. Ik wil die reikwijdte en vrijheid als kijker. Wanneer je begint te praten in termen van vormen en archetypen laat je het mythische binnen. Je geeft een grotere toegang tot het antieke. Je vroeg waarom deze vorm: het laat de hele ervaring toe meer open te zijn. Het is niet omdat er iets is om naar te streven, of een of ander hoog ideaal, het feit is dat we eigenlijk perversiteit toestaan. En ik weet dat ik pervers ben! Maar we moeten rekening houden met gebroken gedrag – voor eender wat dat gebroken is! Om dingen toe te laten die niet verwacht worden. Dat moment tijdens repetities waar de dingen eindelijk samenkomen? Wie weet wat de oorzaak is. Het kan door een delirium zijn wegens gebrek aan slaap of een soort van endorfineroes van al het werk dat je verzet. Maar het is het moment, wanneer je ongeveer driekwart van de repetities door bent, waar je je realiseert, ‘Oh, dit is veel groter dan ik of wat ik ook dacht dat het zou kunnen zijn.’ En dan wordt het dit ding dat je gaat volgen. Dat is pervers. Het is iets dat niet normaal is. Ik heb het gevoel dat dat de reden is waarom ik er blijf naar terugkeren. Dat is wat ik met mensen wil delen.

SB Wat creëert die toestand? Je ziet het soms bij religieuze of sportieve evenementen, dat mensen zich richten op iets anders dan zichzelf en er iets groters ontstaat. Wat maakt dat dit kan gebeuren in het theater?
RM Ik denk dat het komt door de collectieve wil. En er is zeker bekwaamheid bij betrokken.

SB Technische?
RM Ik denk het wel. Er is een soort van – ik haat het om dit te zeggen – vaardigheid.

SB Vaardigheid in wat?
RM Ik denk dat je goed moet zijn in het lezen van het hart. Inzicht in je relatie met je eigen hart. Voor mij is dat het.

SB Hoe word je daar goed in?
RM Eerst en vooral moet je de basisdingen doen. Wat het schrijven betreft moet het een zekere kracht hebben. Het komt veel voor in de gesprekken die ik met de acteurs heb. Hoe word je goed in het lezen van het hart? Zeggen dat vaardigheid te maken heeft met hoe je het hart leest sluit het intellect niet uit. Die twee voeden elkaar. Het is moeilijk te verwoorden. Ik weet niet eens of ik het wil verwoorden. Intuïtie is ook echt moeilijk voor mij om te begrijpen. Het is een aandacht die de ruimte binnen laat.

SB Ja, we zijn verbonden met ons lichaam en de lichamelijke, fysieke materie. En we zijn ook geworteld in de hemel – of het goddelijke of het kosmische, afhankelijk van hoe je er over nadenkt. Er is dat soort van verticale vlak dat aanwezig is in mensen dat bepalend is voor hoe we de wereld ervaren. En dus probeer ik voortdurend uit te zoeken hoe ik dat aspect van onze ervaring als mensen kan versterken.
RM Ik heb altijd het gevoel gehad dat er een noodzaak is wanneer mensen op het podium stappen. Dus in die zin voelt het aan alsof er versterking plaatsvindt. En dat is een deel van de reden waarom ik voorzichtig ben met de dingen al te dramatisch te maken. Het is al een dramatische situatie! Je bent al een goedkeuring/afkeuringsconstructie aan het creëren. Het gevaar ligt daar. Ik wil dat de toeschouwer zich kan identificeren, maar de voorwaarden waaronder de identificatie gebeurt is naar mijn gevoel waar ik het onderscheid maak met een groot deel van het theater dat ik zie. Tijd werkt gewoon anders in het theater, anders zeg maar dan hoe mensen met andere media omgaan. Als je wil dat de identificatie plaatsvindt, heb je podiumtijd nodig. Gewoon door in de ruimte te zijn met die persoon, ontstaat er een ontwikkeling. Dus je hebt tijd, je hebt versterking om jouw woord te gebruiken, en je hebt risico dat al zo veel doet wat we interessant noemen, of op zijn minst wat ik interessant vind. Je hebt de mogelijkheid om iemand in een verhaal van top tot teen te bekijken. Dat is niet wat film doet. Film vertelt je waar je moet naar kijken. Ik denk dat ik alleen wil zeggen dat ik eigenlijk voorzichtig ben met dat versterkende. Omdat er zo veel identificatie en narratie is die de kijker kan ondergaan.

SB Dus wat is je relatie met de rol van vrouwen in het toneel?
RM Als man?

SB Als schrijver of persoon.
RM Ik ben meevoelend. Het spijt me dat het er is. Ik ben geworteld in mythische dingen die ik niet eens begrijp. Wanneer ik me openstel voor wat er voor ons is gekomen, dan is dat wat er uitkomt, en toch heb ik het gevoel dat ik daar op hetzelfde moment probeer mee om te gaan. Ik ben niet de man die alle problemen gaat oplossen. Ik zou mensen geen vals gevoel van belofte willen geven. Maar daarbinnen voel ik me erg verbonden met de strijd van een vrouwelijk karakter. Om even terug te keren naar mijn vader; een van de dingen die naar voor kwamen toen ik door het rouwproces ging en een toneelstuk probeerde te maken, was dat ik het gevoel had dat er geen vorm was. Terwijl ik aan het schrijven was, keek ik ernaar en het was niet alsof het werd gewist. Het was een vreemde gewaarwording. Het voelde aan als niet-schrijven. Ik had het gevoel dat ik iets had dat zou kunnen werken en ik bracht het naar de repetitie en daar ontdekte ik dat, wauw, er niets was om aan vast te houden.

SB Dus wat bleef er hangen?
RM Het gevoel om naar buiten te willen treden, naar buiten te gaan. Dat is de reden waarom ik zo sterk met het personage van Cammisa identificeer. Ze wordt mijn vehikel. Ik schreef in mijn aantekeningen iets waarvan ik dacht dat het veelbetekenend was: ‘Leiden zij (de personages) ons naar het uitsterven, of hebben ze een weg gevonden?’

SB Dit lijkt verbonden met het vraagstuk van de evolutie. In welke mate is onze ervaring een moedwillig pad, en in welke mate zijn we producten van onze omgeving?
RM Ik denk dat we allen op een bepaalde manier hulpeloos zijn. Een van de dingen die ons mensen onderscheidt van andere dieren is het feit dat wij onszelf voorliegen met de gedachte dat we een gericht doel hebben.

SB Precies, we bouwen de stalen constructies die ik vanuit je raam zie, we lezen kranten, we zetten constructies op om ons te helpen betekenis te genereren.
RM Het maakt me nieuwsgierig naar het tweede deel. Als The Evening het begin is, wat is dan het midden? Ik zou me daarvoor tot Dante moetenwenden.

Sarah Benson is een OBIE-bekroonde regisseur en artistiek leider van Soho Rep sinds 2007. Ze zal Richard Maxwells volgende stuk Samara regisseren.
Vertaling: Michael Meert

Back to top

Richard Maxwell (1967) is een toneelschrijver en regisseur van experimenteel theater die woont en werkt in New York. In 2014 ontving hij de Spalding Gray Award van een commissie van leden van Performance Space 122, het Andy Warhol Museum, On the Boards en Walker Art Center. Hij kreeg de Doris Duke Performing Artist Award in 2012 en een Guggenheim Fellowship in 2010, en ook twee OBIE Awards en een Foundation for Contemporary Arts Grant. Hij werd uitgenodigd op de Whitney Biennial in 2012. Recent maakte hij onder meer de toneelstukken The Evening , Isolde en Neutral Hero . Zijn laatste boek Theater for Beginners werd in 2015 uitgegeven door TCG. In maart 2016 regisseerde hij Really van Jackie Sibblies Drury voor New York City Players. Momenteel werkt aan de voorbereidingen van The Evening (Part 2) en Samara , geregisseerd door Sarah Benson en met muziek van Steve Earle (2017).

Richard Maxwell/New York City Players op het Kunstenfestivaldesarts
2007: The End of Reality
2011: Neutral Hero

Back to top