Taxithéâtre

Taxistop

2.3.4.7.8.9.10.14.15.16.17.21.22.23.24/05
> 20:45 & 22:30
Duration: +/- 60'
Fr & Nl

Weg uit de black box. Dromen van een theater waar de stad aan je voorbijglijdt.

Anne Marina Pleis ruilde Duitsland in voor Marseille. Ze leerde de havenstad kennen vanuit de auto, verdwalend in het midden van de nacht. Haar droom is theater in beweging: een fysieke en mentale reis doorheen het stedelijk weefsel. Taxithéâtre ontstond in 1999, in Marseille. In 2003 gaat het project verder in Brussel.

Elf verschillende wagens, met aan het stuur artiesten die je meenemen op hun reis van één uur: geografisch (in de stad) en artistiek (teksten, geluiden, beelden...). Kies zelf uw programma, de motor draait...

Artistiek directeur:

Anne Marina Pleis

Assistente:

Eva Wilsens

11 projecten door:

Pôm Bouvier - Charo Calvo/Johan Derycke -Berti Gonzalez - Cécilia Kankonda - Stefan Pastor - Pascale Pilloni - Edith Amsellem/Karine Jurquet/Pierrot Renaux - Jean-Marie A. Sanchez - George van Dam -Laurent Vignaux - Hilde Wils

Installaties:

Francis Ruggirello

Regisseur techniek:

Mohammed Adgham

Lassen:

Aurore Fruy, Alex Seminyachenka

Productieleiding:

Mariane Cosserat

Stagiaire productie:

Jo Frenssen

Foto:

Anne Delrez

Foto & lay-out:

Liesbet Peremans

Coördinator Bruxelles:

Eva Wilsens

Productie:

théâtre Vingt-Sept (Marseille)

Coproductie& Presentatie:

KVS/de bottelarij, Théâtre de la Balsamine, Théâtre Les Tanneurs, KunstenFESTIVALdesArts

Met de steun van:

Association Française d'Action Artistique (AFAA) & l' Ambassade de France à Bruxelles Ville de Marseille, Conseil Général Bouches du Rhône, DRAC Provence Alpes Côte d'Azur, Vlaamse Gemeenschapscommissie, Partenariat La Marseillaise, So What Café, Théâtre du Point Aveugle, F.R.M Brussel, Brussels Downtown

Back to top

Een auto staat u op te wachten.

Net als in het theater hebt u uw mobiele telefoon uitgeschakeld.

Dan is het tijd om te vertrekken

voor een zestig minuten durende voorstelling in beweging.

Niemand die u iets vraagt.

Een reis.

Straten gaan aan u voorbij.

Iemand draait een raampje wat open.

En misschien begint de acteur op dat moment te praten.

Of is het een stem op de radio ?

Of is het geen van beiden ?

U luistert… U kijkt…

En beetje bij beetje begint de werkelijkheid rondom u te vervagen.

De kleuren worden anders dan anders.

En u begint te dromen van een stad.

Anne Marina Pleis is geboren in Düsseldorf. Na een tijd in Berlijn gewerkt te hebben, vertrekt ze naar Marseille met de bedoeling daar te gaan wonen. Het duurt echter meer dan vier jaar voor ze zich daar eindelijk vestigt, na voortdurend pendelen tussen Duitsland en het zuiden van Frankrijk. In 1991 richt ze er het Théâtre Vingt-Sept op, want 2 + 7 is 9, of eenvoudigweg omdat ze het meer op cijfers begrepen heeft dan op lange uiteenzettingen. Vanaf dan zien we een rode draad lopen doorheen al haar projecten, een essentieel gegeven dat haar frustreert in het traditionele theater: het begrip van de ontmoeting. Ze probeert gunstiger omstandigheden te creëren om de mentale of fysieke barrière te vervagen die acteurs en toeschouwers van elkaar scheidt, en op een zo natuurlijk mogelijke manier de aanwezigheid van de ene te doen versmelten met de verwachtingen van de ander. En zo wordt in 1999 het project taxithéâtre geboren in Marseille. Er komt ook een tweede editie.

Daarna neemt Anne Marina Pleis opnieuw de autoroute du soleil en belandt in Brussel met enkele van haar acteurs. Ze doorkruisen de hele stad, deze smeltkroes van rassen die hen doet terugdenken aan Marseille. Ze ontmoeten acteurs van deze streek en beslissen het avontuur hier over te doen langs zorgvuldig bestudeerde trajecten, en met nieuwe teksten, muziek en geluiden, gecreëerd door die Brusselse artiesten. In het kader van het KunstenFESTIVALdesArts springen drie andere gezelschappen (Frans- en Nederlandstalig) mee in de boot. In een coproductie pompen ze het Marseillaanse project lokaal bloed in: het Théâtre de la Balsamine, Les Tanneurs en de KVS/De Bottelarij. ‘Ontmoeting’, zei Anne Marina Pleis?

Wat was het dat u beleefd, gelezen of gezien hebt dat aan de grondslag lag van het taxithéâtre ?

Ik heb een zwak voor autorijden met de radio aan. Achter het stuur zitten en naar die stemmen zonder gezicht luisteren, ze voelen zo dicht aan, zo warm. Met de auto rijden zet je fantasie aan het werk, en die wordt ‘s nachts nog mysterieuzer. In het begin dat ik in Marseille was, reed ik veel rond om de stad te ontdekken. Ik reed graag doelloos rond en liet me leiden door het lot. Een vreemdeling in een nieuwe stad is geïntrigeerd door dagelijkse details. Ze trekken zijn aandacht want al zijn zintuigen staan op scherp. Nieuwsgierig gaat hij op verkenning…

Bovendien is de auto een heel persoonlijke ruimte. Gevoelsmatig beschouwd ben ik er dol op. Vanuit intellectueel standpunt heb ik er een hekel aan. Het is een privé-domein, en dan nog behoorlijk duur ook. Maar de auto is enkel nuttig in openbare ruimtes. En vandaar die typische houding: iedereen denkt dat de verkeersregels gemaakt zijn voor de anderen, die anderen die ons voortdurend irriteren en belemmeren tijdens onze rit. De verkeersregels zijn er nochtans voor gemaakt om de openbare ruimtes op harmonieuze manier met elkaar te delen. Ik krijg altijd kippenvel wanneer ik eraan denk dat de auto sinds zijn bestaan al meer doden op zijn rekening staan heeft dan de eerste en tweede wereldoorlog samen.

Hoe bent u op die confrontatie tussen auto en theater gekomen?

Net als een auto verdedigt het theater de gedachte van een openbare of publieke ruimte voor het publiek. Ik had zin om de regels van de auto als privé-domein en van het theater als openbare ruimte met elkaar te vermengen. De mensen samenbrengen op een openbare ontmoetingsplaats – een taxistandplaats – en ze weer uiteendrijven in groepjes van twee, drie of vier personen voor afzonderlijke ritten, onder begeleiding van de artiest naar keuze, langs een geografisch en denkbeeldig traject, uitgestippeld door de artiest.

Wat me aanspreekt is dat we vanuit de auto het echte leven voort kunnen blijven aanschouwen. Dat relativeert hetgeen begrepen wordt, op een heel verschillende manier. Theatermakers ‘palaberen’ al te vaak over de wereld en de maatschappij, maar na maanden repeteren en bij het buitenkomen uit de zaal, lijkt die fameuze wereld de planeet Mars te zijn. Als we het gebeuren van bij het begin in de context van het dagelijkse leven situeren en de spelregels accepteren, kunnen we het even goed of zelfs nog beter in een artistiek gewaad verweven.

Een theateract is per definitie openbaar en onderworpen aan de vereisten van een zekere ‘savoir-faire’. Ik heb graag dat het publiek dat eraan deelneemt ook geconfronteerd wordt met de spelregels van een andere openbare ruimte, meer bepaald de verkeersregels, en de technische prestaties van de auto. De auto verschaft ons toegang tot andere dimensies: de intimiteit, dat gevoel van ontheemd te zijn… Ik wou aan de hand van reizen een poëtisch proces op gang brengen.

Het is als een terugkeer naar de bron: terugkeren naar het primitieve in het theater. Een confrontatie aangaan met de andere, die onbekende. We worden niet bedrogen. We weten dat we betaald hebben om een acteur aan het werk te zien. Geen verplaatsing in de eerste graad. De verplaatsing moet abstract zijn, geestelijk. Kijken met de ogen van een ander…

Waar moet er volgens u zeker op gelet worden in de theatrale vorm van dit project?

Ik herinner me altijd een heel mooie anekdote uit Galileo Galilei van Bertolt Brecht. Op een dag woont Galilei een banket bij. Hij verveelt zich stierlijk tot zijn blik plots valt op een kroonluchter die loodrecht aan het plafond hangt te schommelen. Dit detail vormt het vertrekpunt van een heel onderzoek dat hem er uiteindelijk toe zal leiden te bewijzen dat de aarde ronddraait. ‘Verfremdungseffekt!’ Het vervreemdingseffect! De paradox van het vreemde in een heel vertrouwde omgeving. Verwondering opwekken, nieuwsgierigheid…

Hoe zou u willen dat de relatie met het publiek er uitziet?

De relatie met het publiek is hier fundamenteel. Het publiek is er om te leven, te dromen en te voelen, maar dat is iets dat aan het publiek toebehoort en waar we niet mogen aankomen! taxithéâtre is geen interactief project, want de conditio sine qua non van zijn succes is de luisterbereidheid van de toeschouwer die in de auto komt zitten. Ik zou willen dat deze zich een bevoorrechte gesprekspartner voelt, in een comfortabele situatie, want hij wordt rondgereden, in het gezelschap van een artiest die hem een flinke dosis gevoeligheid overbrengt.

De toeschouwer is in beweging maar tegelijk bewegingsloos in de auto, op het ritme van de dramaturgie. De beweging mag niet bruusk veranderen maar moet meegaan met die van de artiest.

Niet tegenover maar naast elkaar. Als een mooie metafoor van de menselijke relaties. Elke plaats in de auto is apart, biedt een verschillende gezichtshoek, en geeft een andere kijk op de buitenwereld en op de chauffeur. We zien nooit hetzelfde (en het gaat hier om meer dan enkel de objectiviteit van in materiële zin ‘getransporteerd’ te worden!).

Impressies van een stad…

Een stad van chaos! Brussel lijkt een samensmelting van verschillende Europese steden. En ook een samensmelting van alle mogelijke systemen van ruimtelijke ordening: evenwijdige straten, straten in stervorm, cirkelvormige straten – en de verkeersborden sturen iedereen naar een handvol grote assen om bepaalde wijken niet te overbelasten. Het verkeer is er georganiseerd volgens verschillende (heel verschillende...) systemen. Bovendien is Brussel telkens weer anders, verschillend van deelgemeente tot deelgemeente, en soms zelfs van straat tot straat.

Een stad vol geheimen! In deze chaos heeft men altijd de indruk dat er een oneindigheid aan verborgen plekjes bestaat, maar hier worden die niet aangeduid met verbodstekens of afsluitingen, zoals in Marseille. Al dat water dat verborgen zit! De Zenne gewelfd, een stad bovenop een groot moeras… Sommige straten staan zelfs niet op de officiële plattegronden – die trouwens vast en zeker slechts een sterk vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid zijn, kwestie van ze enigszins leesbaar te houden. Een stad waar men gemakkelijk in verdwaalt. Een stad waar blijkbaar geen rijken zijn… Waar zijn de rijken? De stad verbergt ze.

Een stad vol gaten en putten! Eeuwige werkzaamheden maken dat er constant straten afgesloten worden in één of beide richtingen. Soms kunnen we onze bestemming gewoon niet bereiken, ook al zitten we er vlakbij.

Een stad in het bos! Brussel heeft iets met bossen: het Terkamerenbos, het Zoniënwoud... Bossen, verminkt door bruggen en wegen.

Een stad vol contrasten! Bovenstad / binnenstad. Een combinatie van stadsbeelden die zo uit een science fictionfilm kunnen komen: de Europese wijk Schuman, klein Manhattan achter het Noordstation, korte tunnels en tunnels zonder einde, het uitgestrekte kerkhof van Evere. Een bus NATO-OTAN: in Brussel bestaat dat! Het duistere koninklijke domein van Laken en anderzijds het surrealistische beeld van het Atomium dat zich aftekent aan de Brusselse skyline…

théâtre Vingt-Sept

Back to top