TALES OF THE BODILESS

Musical fiction–without–science

Kaaitheater

21, 22, 23/05 – 20:30
EN > FR / NL
1h 15min

Hoe kan je loskomen van je lichaam? Hoe lang kan je buiten jezelf zijn zonder jezelf helemaal te verliezen? TALES OF THE BODILESS exploreert een zijnstoestand die we ons moeilijk kunnen inbeelden als we hem niet zelf aan den lijve ondervinden: een wereld zonder menselijke lichamen. Deze sciencefictionmusical vertelt vier verhalen uit dit post-menselijke tijdperk. Lichamen transformeren tot schuim of versmelten met het landschap tot er enkel gekleurd stof overblijft. Menselijke wezens verdwijnen langzaam in de herinnering van de soort die hen overleeft. Het gedurfde nieuwe project van Salamon neemt ons mee naar regionen waar een bepaalde sensatie opwekken de meest opvallende eigenschap is. Elke plek beeldt via stemmen, geluid en licht een proces uit: desintegratie, explosie, verrotting... Maar vóór je lichaam deze lichaamloze wereld kan binnentreden, moet ook het theater zijn fysieke omgeving, de scène, verlaten. Op het speelvlak is nauwelijks nog iets te zien. De hiërarchie tussen de zintuigen wordt opgeheven: luisteren en voelen verdringen het traditionele kijken. Het lichaam van de toeschouwers wordt een sensorieel slagveld. Eén van de creaties van dit festival waarvoor de verwachtingen hooggespannen zijn!

Regie
Eszter Salamon

Concept, dramaturgie & tekst
Eszter Salamon & Bojana Cvejic

Muziek geschreven door
Cédric Dambrain, Terre Thaemlitz

Muzikaal adviseur
Berno Odo Polzer

Decor & licht
Sylvie Garot

Assistent
Sasa Ascentic

Geluid
Peter Böhm

Technische leiding
Philippe Baste

Opname
Bart Aga

Stemmen
Polina Akhmetzyanova, Sasa Asentic, Ragna Aurich, Joanna Bailie, Patricia Barakat, Eleanor Bauer, Sofie Benoot, Johanna Beuys, Bérengère Bodin, Boglárka Börcsök, Daniel Blanga Gubbay, Saskia Bovijn, Claire Bringiers, Kuryn Buys, Pierre Caillet, Erwin Carlier, Chris Carroll, Michael Casey, Marie Cordonier, Bojana Cvejic, Céline David, Lisbeth De Ceulaer, Eva De Grave, Christine De Smedt, Kim Lien Dessault, Caroline Dewynter, Marcus Doverud, Anne Duquenne, Katrien Feyaerts, Elisabeth Franken, Nada Gambier, Nestor Garcia Diaz, Julie Gilbert , Rina Govers, Annerose Goyet, David Helbich, Catherine Herman, Matthias Koole, Gérald Kurdian, Aurore Labrosse, Giulietta Laki, Christophe Meierhans, Pierre-Guillaume Méon, Natasha Mokrane, Muna Mussie, Sandy Napier, Tim Oliphant, Chrysa Parkinson, Tiziana Penna, Agnès Peter, Jo Reymen, Anna Rispoli, Jan Ritsema, Eszter Salamon, Michael Schmid, Janne Steenbeke, Iffy Tellieu, Terre Thaemlitz, Gunhild Tuschen, Sylvie Van Molle, Anne-Sophie Van Neste, Margot Van Scharen, Michael Schmid, Anne-Sophie Van Wesemael, Wim Veys, Tracee Westmoreland, Adva Zakai.
Bodies: Eszter Salamon, Sasa Asentic

Coach koor
David Helbich

Lichamen
Eszter Salamon, Sasa Asentic

Met dank aan
Charleroi/Danses voor de studio, Jefta van Dinther, Juan Dominguez, Eleanor Bauer, Gérald Kurdian, Jan Ritsema, Perrine En Morceaux, Floris Deerenberg, Tom Pauwels, drop prod (Mathilde Maillard, Cinzia Maroni)

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Productie
Botschaft Gbr (Berlin), extrapole

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Les Spectacles Vivants – Centre Pompidou (Parijs), Ircam (Parijs), Tanz im August 2011 (Berlin), Choreographisches Zentrum NRW – PACT Zollverein (Essen), steirischer herbst festival (Graz), Kampnagel (Hamburg), Les Subsistances (Lyon)

Met de steun van
Kaaitheater (Brussel), Kunstencentrum Buda (Kortrijk), Q-O2 (Brussel), PAF (St. Erme), Centre Chorégraphique National de Languedoc-Rousillon (Montpellier), Centre Chorégraphique National de Rillieux-la-Pape, Project 6M1L (CCN, Montpellier), Hungarian Culture Brussels

Residentie & onderzoek
6M1L / Centre chorégraphique national de Languedoc-Rousillon (Montpellier)

Studio
Centre Chorégraphique National de Rillieux-la-Pape

Ondersteund door
Kulturstiftung des Bundes

Met dank aan
KVS, Les Brigittines

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

TALES OF THE BODILESS
Musical Fiction Without Science

TALES OF THE BODILESS is een compositie van stemmen, geluiden, licht en ruimte die evolueert doorheen vier verhalen over lichaamloosheid. De vier verhalen verkennen een toestand die men zich moeilijk kan voorstellen alvorens hij ervaren wordt: een wereld zonder menselijke lichamen. Zodra de mens een zaak van het verleden wordt, en dus niet langer centraal staat, zal de wereld vrij worden gemaakt voor fantasieën over niet-menselijke vormen van bestaan.

Het Moeras, Honden, Substituten en hun Stippen

Verhaal # 1: Het begint allemaal op een onbepaald punt in de tijd - het kan vijfduizend jaar geleden zijn of reeds morgen - in een MOERAS. Een moeras is een waterrijk gebied waarin veen, een bezinksel van dood plantenmateriaal en mossen, zich ophoopt. Het wordt meestal gevormd in een vochtig klimaat, door regenwater op een zure ondergrond. Als een eerder gevoelige habitat, herbergt dit historische ecosysteem het geheugen van vegetatie en vorig leven. Veenmoerassen hebben zeer goed bewaard gebleven lichamen die eeuwen geleden begraven werden, met de organen, de huid en het haar intact, prijsgegeven. Hoe zou het zijn om te kiezen om te sterven als een veen-lichaam en één te worden met het landschap?

Verhaal # 2: Een glimp van een wereld zonder mensen, overgeleverd aan hun beste vrienden - HONDEN! De geschiedenis van de mens begint met de jacht en de landbouw, die nooit enige vooruitgang zou hebben gekend had de mens geen wolven kunnen lokken en temmen. Honden werden gedomesticeerd voor de vele rollen die zij konden vervullen en de vele wijzen waarop zij de mens van dienst konden zijn: blindengeleidehonden, gebruikshonden, hulphonden, honden voor doven, therapiehonden, proefdieren, emotionele slaven. De oorsprong van het hondenras is dubbelzinnig: hun korte biologische geschiedenis kan niet verklaren of honden ontstaan zijn door natuurlijke mutatie van wolven of door menselijke manipulatie. Door inteelt heeft de mens in de afgelopen drie eeuwen een beperkte verscheidenheid van honden gekweekt op basis van de kenmerken die zij verlangden. Na een lange periode - 15.000 jaar - van menselijke gebondenheid en een leven als underdog, begint het nieuwe tijdperk van de hond met dekolonisatie. Honden stellen zich vragen over hun toekomst: is dit een kans om hun evolutie voort te zetten zonder de mens?

Verhaal # 3: SUBSTITUTIE is een wereld waarin seksuele verschillen worden vervangen door het verschil tussen lichaamslozen en zij die nog steeds lichamen hebben, die "lichaamsvol" zijn. Deze relatie tussen lichaamslozen en lichaamsvollen, "substitutie" genaamd, stamt af van de handel die voorheen bekend stond als prostitutie. Bij substitutie zijn de lichaamslozen agenten van de begeerte; hun verlangen bestaat uit het verlangen naar het lichaam dat ze verloren hebben. Het drijft de lichaamslozen om plaatsvervangend hun fysieke plezier te zoeken in de sensaties die ze niet kunnen ervaren - gezien zij niet langer een lichaam hebben - bij diegenen die dit plezier onmiddellijk in hun eigen lichaam kunnen beleven. De substituten zijn de enige wezens die nog steeds van hun lichaam kunnen genieten. Ze zijn een substituut voor de lichaamslozen door voor hen zintuiglijke genot te beleven en uit te beelden. De handeling zelf wordt verricht zonder enig fysiek contact, omdat lichamelijk contact, zoals aanraking, natuurlijk onmogelijk is tussen een lichaam en een niet-lichaam.

Verhaal # 4: Substituten bedrijven bacteriële seks. Het is geen reproductie van een soort, maar van de deeltjes van één wezen - de substituut. De lichamen van substituten worden obees, onbeheersbaar en onvoorstelbaar. Hun vlees verandert in schuim dat bestaat uit een centiljoen bellen, eencellige organismen, die ontploffen in een centiljoen micro-orgasmen. Op het moment dat de kracht van de afbraak groter wordt dan de kracht van de begeerte, ervaren de substituten hun ultieme genot - een soort van hittedood - en worden stof. Ze worden kleine deeltjes, of STIPPEN, met een oneindig kleine massa.

TALES OF THE BODILESS ontvouwt vier landschappen van gewaarwordingen en cognities, van zinken en verrotten, van neurose en agressie, van vreugde en ontplooiing, van explosie en versprijding. Een lichaamsloze wereld verlangt dat het theater haar eigen lichaam - het podium - met vakantie stuurt. Dit houdt in dat het theatrale regime van zintuigen en vermogens in deze voorstelling ontwricht wordt: het luisteren gaat een gevecht aan met het zicht. De lichamen van de toeschouwers blijven achter als een zeldzame aanwezigheid die de ficties die zij bewonen bestendigt.

Bojana Cvejic

Back to top

Eszter Salamon is een Hongaarse choreografe, danseres en performer. Ze is de auteur van de solo's What A Body You Have, Honey (2001) en Giszelle (2001) in samenwerking met Xavier Le Roy, Reproduction (2004), een stuk voor acht dansers, Magyar Tàncok (2005) met Hongaarse volksdansers en muzikanten, Nvsbl (2006), een film-choreografie in samenwerking met Bojana Cvejic, AND THEN (2007), en in samenwerking met Arantxa Martinez, de concertperformance Without You I Am Nothing (2007) met in de hoofdrollen Lukas Minkus en Ramon Pozo, Dance # 1/Driftworks (2008), in samenwerking met Christine De Smedt, Voice Over (2009), een werk in opdracht van en geïnterpreteerd door Cristina Rizzo en Dance for Nothing (2010). Haar werk werd veelvuldig gepresenteerd in Europa en Azië. Als danseres heeft ze samengewerkt met Sidonie Rochon, Mathilde Monnier en François Verret. Haar werk in het muziektheater omvat onder andere haar medewerking aan de opera Theater der Wiederholungen (2003) van Bernhard Lang, geënsceneerd door Xavier Le Roy op het Steirischer Herbst Festival (Graz) en de enscenering van de muziek van Karim Haddad in het kader van het project Seven attempted escapes from Silence (2005) in de Staatsoper Unter den Linden (Berlijn). In 2008 nam zij deel aan 6Month1Location, een artistiek onderzoeksproject op basis van zelforganisatie en zelfontwikkeling aan het CCN in Montpellier. Met dezelfde groep van kunstenaars nam zij in 2009 deel aan het festival In-Presentable09, in Madrid, hetwelke zij ook co-cureerde. In 2009, ontwikkelde Eszter Salamon samen met Christine De Smedt Transformers, een onderzoeksproject voor een groepschoreografie door middel van workshops en kunstenaarsresidenties in Brussel, Madrid, PAF-St. Erme, Mexico City, Wenen, Tokyo en Stockholm. Volgend op Transformers stellenSalamon en De Smedt hun nieuwe duet voor in het najaar van 2011.

Bojana Cvejic is een performancemaakster en theoretica, en is ook actief in de hedendaagse dans en performance als dramaturge en performer. Ze heeft teksten gepubliceerd over podiumkunsten, muziek, en filosofie in tijdschriften en anthologieën, en is auteur van twee boeken, waaronder het recente Beyond the Musical Work: Performative practice (IKZS, Belgrado, 2007). Samen met Jan Ritsema heeft ze sinds 1999 een theaterpraktijk ontwikkeld doorheen een aantal voorstellingen (oa. TODAYulysses, 2000), en heeft als dramaturge samengewerkt met onder meer Xavier Le Roy, Eszter Salamon, Mette Ingvartsen. Haar eigen performancewerk omvat de regie van vijf experimentele operaperformances in de periode 1995-2008, waarvan meest recent Mozart's Don Giovanni (BITEF, Belgrado). Cvejic is actief als docent in een aantal Europese onderwijsprogramma's ( P.A.R.T.S. in Brussel bijvoorbeeld), en in het organiseren van onafhankelijke platformen voor theorie en praktijk in de performance: TkH Centar (=Walking Theory Center in Belgrado), PAF (Performing Arts Forum in St. Erme, Frankrijk) en 6Months1Location met acht andere kunstenaars (CCN in Montpellier, 2008/2009). Ze voltooit momenteel haar doctoraatsonderzoek (Performance after Deleuze: Creating ‘Performative’ Concepts in Contemporary Dance in Europe) aan het Centre for Research in Modern European Philosophy aan de Kingston University in Londen. Sinds september 2009 geeft zij hedendaagse dans- en performancetheorie aan de Universiteit in Utrecht. Haar twee huidige projecten zijn A Choreographer's Score, een boek met films gebaseerd op het onderzoek van de Early Works van Anne Teresa De Keersmaeker (samen met De Keersmaeker), en How To Do Things With Theory met andere leden van Walking Theory bij Les Laboratoires d'Aubervilliers.

Cédric Dambrain is een in Brussel gevestigde componist en elektronische muzikant. Hij treedt zelf op in de meeste van zijn projecten, met als doel een echte fysieke benadering van de elektronische muziek te ontwikkelen. Zijn werk op het gebied van schriftelijke compositie omvat Pure (2004) voor cello en live elektronica, in première gebracht door Arne Deforce in het Concertgebouw Brugge, In memoriam (2005) voor trompet en live elektronica met Renaud Lantin, verder uitgewerkt als In Memoriam v.2, in samenwerking met Philippe Ranallo, dat in première ging op Ars Musica in 2009. Hij heeft ook kamerensemblestukken geschreven zoals Blazek (2006) voor twee trompetten, theremin, keyboard en live elektronica, uitgevoerd door het Ictus ensemble met in de hoofdrollen de trompettisten Bart Maris (X-Legged Sally / Flat Earth Society) en Laurent Blondiau (MÄÄK Spirit), en Grenz voor clavecimbel, elektronische keyboards en live elektronica, uitgevoerd door Sara Picavet en Tomoko Honda (2008). Als componist heeft hij muziek voor het theater geschreven en is hij de auteur van drie soundtracks (Iris / Sie Kommen / Home) voor choreograaf Louise Vanneste. In 2006 is hij gaan samenwerken met Patrick Delges (CRFMW) voor de creatie en de uitvoering van het stuk Penthesileia, een muzikale theaterproductie door Françoise Berlanger die in première ging op het Kunstenfestivaldesarts. In 2010 startte hij PLQ, een experimenteel metal project met het elektrische gitaarkwartet Zwerm en drummer Jeroen Stevens (I Love Sarah). Recent voltooide hij het ontwerp voor een muziek-controller prototype met vibrotactiele feedback en werkt momenteel als performer aan zijn nieuwe solo-project EIG, over de paradoxen van de waarneming bij extreme geluidsniveaus.

Terre Thaemlitz is een bekroonde multimedia producer, schrijver, redenaar, docent, audio remixer, dj en eigenaar van het Comatonse Recordings label. Zijn werk combineert een kritische blik op de identiteitspolitiek – met inbegrip van thema’s als geslacht, seksualiteit, klasse, linguïstiek, etniciteit en ras - met een voortdurende analyse van de sociaaleconomische aspecten van de commerciële mediaproductie. Hij heeft meer dan 15 soloalbums uitgegeven, evenals talrijke 12-inch singles en videowerken. Zijn geschriften over muziek en cultuur zijn internationaal gepubliceerd in een aantal boeken, wetenschappelijke tijdschriften en magazines. Als spreker en docent over kwesties als niet-essentialistisch transgenderisme en queerness, heeft Thaemlitz deelgenomen aan paneldiscussies doorheen Europa en Japan. Hij resideert momenteel in Kawasaki, Japan.

Berno Odo Polzer is actief op het gebied van hedendaagse muziek, dans en performance. Geboren in 1974 in Bregenz, Oostenrijk. Hij studeerde archeologie, musicologie, filosofie en Duitse literatuur in Wenen. Hij is momenteel werkzaam als freelance curator, dramaturg en onderzoeker in Wenen en Brussel. Recente projecten: curator voor nieuwe muziek aan de Alte Oper in Frankfurt/Main, Duitsland; The Agora Project (performance, onderzoeks- en zelfontwikkelingsproject in het kader van PAF - Performing Arts Forum, St. Erme, Frankrijk); curator van het Dialoge festival (Internationale Stiftung Mozarteum Salzburg, 2007-2011); het zelfgeorganiseerde educatieve project Open Space op de Darmstadt International Summer Course for New Music (Darmstadt, Duitsland 2010); artistiek directeur van het Wien Modern International Contemporary Music Festival (Wenen 2000-2009 ); het filmprogramma Televisionen - New Music on TV (Wenen 2009); het interdisciplinair project Music and the Brain (Wenen 2008, Salzburg 2009); Festival Pasta for Tired Dancers (Kaaitheater, Brussel 2007). Samenwerkingen met Jerôme Bel (John Cage, 2004), Krõõt Juurak (Once Upon, 2004), Xavier Le Roy (Mouvements für Lachenmann, 2005; Ionisation /Berliner Philharmoniker/Sir Simon Rattle, 2006; Le Sacre du Printemps, 2007; More Mouvements für Lachenmann, 2008), Philipp Gehmacher (das überkreuzen beyder hände, 2006), Pierre Leguillon (Diaporama-Vestiaire, 2006), Anne Juren (Komposition, 2008), Cecilia Bengolea & François Chaignaud (Sylphides, 2009), Frank Scheffer (Docu-Concerten 2008, 2009), tat ort Wien (The beauty of Salix Babylonica, 2009), Jan Ritsema (The Agora Project, 2011).

Peter Böhm is sound director, geluidskunstenaar en sound designer. Geboren in 1961 in Praag, studeerde viool aan de conservatoria van Praag en Wenen, studeerde jazztheorie, arrangement, electroakoestiek en experimentele muziek aan de Universiteit voor Muziek en Podiumkunsten in Wenen. In 1987-1988 sound director voor de theatergroep Gruppe 80 in Wenen. Hij is sound director en geluidstechnicus voor het ensemble voor hedendaagse muziek Klangforum Wien sinds haar oprichting in 1987. Conceptualisering en technische realisatie van composities, interactieve installaties en performances. Sinds 1995 lector voor geluidscompositie aan de universiteit van Wenen voor Toegepaste Kunsten, Instituut voor intermediakunst, beeldhouwwerk en multimedia. Consultant op het gebied van bouwakoestiek en bescherming tegen omgevingslawaai in gebouwen en architecturale behuizingen. In 2007 ontwikkelde hij het geluidsdesign voor Xavier Le Roy’s performance Le Sacre du printemps.

Sylvie Garot is gevestigd in Parijs. Ze is lichtontwerpster voor zowel installaties als voor theatervoorstellingen. Ze raakte voor het eerst geïnteresseerd in lichtontwerp na een onderzoeksworkshop met scenograaf Josef Svoboda in 1990 - een ontmoeting die voor haar van doorslaggevend belang zou blijken te zijn. Ze verliet het fysieke theaterensemble dat ze de afgelopen vijf jaar had gerund om zich uitsluitend te wijden aan het ontwerpen van verlichting. Elk project is voor haar een gelegenheid om het onderzoek in het creëren van nieuwe ruimtes van bezinning voort te zetten, vaak in samenwerking met choreografen, regisseurs, beeldende kunstenaars, decorontwerpers, musici en videomakers. Ze specialiseert zich al ruim 10 jaar in het maken van lichtfilms die via video op de podiumruimte wordt geprojecteerd. Deze beschouwt en gebruikt ze als lichtbronnen om te komen tot een nieuwe spatiotemporele perceptie. Na nvsbl (2005), AND THEN (2007) en Dance# 1/Driftworks (2008), is TALES OF THE BODILESS de vierde samenwerking tussen Sylvie Garot en Eszter Salamon.

Saša Asentić heeft ervaring als auteur, co-auteur en performer in diverse projecten (sinds 1998). Zijn werk werd gepresenteerd op verschillende festivals en in culturele centra in de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, België, Spanje, Finland, Ierland, Polen, Litouwen, Roemenië, enz. (sinds 2000). Hij werkt samen met Ana Vujanović, Xavier Le Roy, Eszter Salamon, Bojana Cvejić, Olivera Kovačević Crnjanski en anderen. Hij is initiatiefnemer en programmadirecteur van Per.Art - een organisatie die zich wijdt aan de productie en de promotie van de podiumkunsten in Servië (2005) en is de auteur en hoofd van het Arts and Inclusion programma voor verstandelijk gehandicapten (sinds 1999). Hij was directeur van het Nov.ples 2010 hedendaagse dansfestival en het tweejaarlijkse dansfestival Balkan Dance Platform 2009 in Novi Sad, en co-curator van het In-presentable09 festival in Madrid. Hij nam deel aan het ex.er.ce 2008 programma in het Centre Choregraphique National de Montpellier, het 6M1L uitbreidingsproject van 2009 in het Performing Arts Forum en diverse andere onderzoeks- en educatieve projecten: IWBWWMI project - Lissabon 2007, Mobile Academy - Warschau 2006, City Stage - Novi Sad 2004 - 2005, Bauhaus Stage Workshop - Dessau 2004, New Dance Forum - Novi Sad 2002-2005, Summer Academy of Performing Arts - Sofia 1999 & 2001, etc. Hij studeerde landbouw en pedagogie aan de Universiteit van Novi Sad in Servië.

Back to top