Suite n°2

Beursschouwburg

8/05 – 20:30
9/05 – 20:30
10/05 – 20:30
12/05 – 20:30
13/05 – 20:30
EN / JP / FR / NL / DE / GR / DE / PT / IT / ES / KR / RU / HR / CN / BR / GR / Arabic / Lingala > EN
1h 30min

Hoe breng je een archief weer tot leven op de scène? L’Encyclopédie de la parole verzamelt en bewaart sinds 2007 geluidsopnames van gesproken teksten in een poging om de rijkdom van het alledaagse spreken te redden van de vergankelijkheid. Sinds 2013 ontsluit ze de collectie ook op het podium in de reeks Suites chorales . Na het felgesmaakte Suite n°1 in 2013 presenteert het Kunstenfestivaldesarts dit jaar de wereldpremière van Suite n°2 , een dynamische bloemlezing van fragmenten uit de eigen collectie door vijf solisten. In deze muziekkomedie flitsen woorden voorbij die ooit ergens zijn uitgesproken. Het is een stuk waar de acties enkel plaatsvinden door middel van de taal: de stemmen die aarzelen, schreeuwen, fluisteren en van toon veranderen. Suite n°2 is authentiek feelgood- theater dat je onderdompelt in een wereld van woorden. Het is kunst die leeft, kunst die spreekt, kunst als Babylonische spraakverwarring. Language no problem .

Concept
Encyclopédie de la parole

Compositie & regie
Joris Lacoste

Muziek
Pierre-Yves Macé

Uitvoering
Vladimir Kudryavtsev, Emmanuelle Lafon, Nuno Lucas, Barbara Matijevic, Olivier Normand

Assistentie
Elise Simonet

Licht, video & techniek
Florian Leduc

Geluid
Stéphane Leclercq

Kostuums
Ling Zhu

Stemcoaching
Valérie Philippin, Vincent Leterme

Vertaling
Vice Versa

Eindredactie
Julie Etienne

Video-assistent
Diane Blondeau

Videoprogrammeur
Thomas Köppel

Taalcoaching
Azhar Abbas, Amalia Alba Vergara, Mithkal Alzghair, Sabine Macher, Ayako Terauchi Besson

Verzamelaars
Constantin Alexandrakis, Mithkal Alzghair, Ryusei Asahina, Judith Blankenberg, Giuseppe Chico, David-Alexandre Guéniot, Léo Gobin, Haeju Kim, Monika Kowolik, Federico Paino, Pauline Simon, Ayako Terauchi Besson, Helene Roolf, Anneke Lacoste, Max Turnheim, Nicolas Mélard, Ling Zhu, Valerie Louys, Frederic Danos, Barbara Matijevic, Vladimir Kudryavtsev, Olivier Normand, Nuno Lucas, Etienne Simonet

Productie
Judith Martin, Marc Pérennès, Dominique Bouchot

Administratie
Dominique Bouchot, Marc Pérennès

Contact
Ligne directe / Judith Martin

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Beursschouwburg

Productie
Échelle 1:1 (gesubsidieerd door het Ministère de la Culture et de la Communication / DRAC Ile-de-France)

Coproductie
T2G Théâtre de Gennevilliers, Festival d’Automne à Paris, Asian Culture Complex – Asian Arts Theater (Gwangju), Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Vidy-Lausanne, steirischer herbst (Graz), Seinendan Komaba Agora Theater (Tokyo), La Villette – résidences d’artistes 2015 (Parijs), Théâtre National de Bordeaux en Aquitaine, Rotterdamse Schouwburg

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Met de steun van
Institut français (Théâtre Export & CIRCLES), Nouveau Théâtre de Montreuil

Workshops
l’Usine, Scène conventionnée (Tournefeuille)

Voorstelling in Brussel met de steun van
Institut français

Boventiteling met de steun van
ONDA

Back to top

Gesprek met Joris Lacoste

In Suite n°1 ‘ABC’ vertrok je van het aanleren van een taal. In Suite n°2 onderzoek je hoe woorden een daadwerkelijke impact hebben op de werkelijkheid, hoe spreken leidt tot handelen. Wat denk je precies te vinden in die overgang van woord naar daad?

Suite n°1 zie ik als een inleiding op de reeks Suites chorales van L’Encyclopédie de la parole. Ik wou een abc van het gewone woord maken aan de hand van een vijftigtal uiterst diverse situaties. In Suite n°2 bestaat de uitdaging erin toegang te krijgen tot het drama, dat etymologisch gezien samenvalt met de handeling. Woorden laten horen die een plaats innemen in de wereld, die iets doen, ‘performante’ woorden die een impact hebben of proberen te hebben op de werkelijkheid. Het leek me een interessante theatrale uitdaging om dergelijke woorden centraal te stellen in een voorstelling en de handeling geheel aan de stem toe te vertrouwen. Een stuk waar de gebeurtenissen zich zouden voordoen in en door woorden: liefdes- of oorlogsverklaringen, breuken, oordelen, bedreigingen, aanmoedigingen, aansporingen, gebeden, inzinkingen en zo meer. Gezien de enorme hoeveelheid opnames van videobeelden, meningen en boodschappen die ons omringen, kan je stellen dat het gesproken woord nooit eerder zo’n macht over de wereld heeft gehad, en dat het misschien zelfs de bovenhand aan het krijgen is boven het geschreven woord. Ik vind het interessant om niet alleen de woorden zelf te laten horen, maar ook de manier waarop ze uitgesproken worden. Het project van L’Encyclopédie vertrekt van de vaststelling dat de vorm die woorden aannemen (door intonatie, beklemtoning, stiltes) even betekenisvol – en soms zelfs veel betekenisvoller – zijn dan de gekozen woorden zelf.

Hoe ga je te werk voor het kiezen van de opnames die je op het podium zal reproduceren?
Acht jaar al vergaart en verzamelt L’Encyclopédie de la parole diverse opnames van woorden, die ons op een of andere manier opmerkelijk lijken. Op onze website hebben we honderden opnames gearchiveerd. Wanneer we aan een nieuwe voorstelling beginnen, gebruik ik de zoekfunctie en geef een reeks criteria in, waarna we collectief een eerste, grove selectie van de documenten uitvoeren. Vervolgens maak ik de definitieve selectie en organiseer ik de documenten tot een voorstelling. Die structuur komt tot stand door een mengeling van toeval, intuïtie en doorzettingsvermogen. Het doel is om woorden te vinden die op zich een soort perfectie belichamen, die hun kracht behouden buiten de context waarin ze geproduceerd zijn. Je moet ze steeds weer beluisteren, tot je het gevoel hebt ze door en door te begrijpen. Als bepaalde woorden als potentiële personages op ons afkomen, nodigen we ze uit om aan de voorstelling deel te nemen. Dan krijgen ze een rol, een lichaam, partners. Je hoort ze praten met anderen, je ziet raakvlakken ontstaan, contrasten, akkoorden, dissonanten, er komen ontmoetingen tot stand, en plots beginnen ze op elkaar in te spelen en vertellen ze samen iets bijzonders.

Hoe laat je woorden naast elkaar bestaan, die zo sterk van elkaar verschillen op het vlak van taal, situatie, register en cultuur?
Het fascineert me te weten dat er op dit ogenblik in China, Colombia, Oostenrijk, Oeganda en Béziers mensen leven, handelen, aan tafel zitten met hun gezin, een vergadering bijwonen, elkaar de huid vol schelden, met hun hond praten, bidden, stieren verkopen, wegteren in een gevangeniscel, de liefde bedrijven, vechten om te overleven... Die spirituele oefening raad ik iedereen aan. Beeld je zoveel mogelijk situaties in die zich tegelijkertijd afspelen, op verschillende plekken in de wereld. Heel het stuk draait rond de centrale vraag hoe je verschillende facetten van de werkelijkheid samen kan brengen. Ik houd enorm van de films van Johan van der Keuken, met hun dwalende opbouw waarvan de exacte logica je ontsnapt. De montage van die films heeft me doen begrijpen dat het wel degelijk mogelijk is om de meest verschillende woorden naast elkaar te laten bestaan. Het gaat me er niet om een schok of een contrast teweeg te brengen. Ik voel me niet sterker aangetrokken tot chaos dan tot orde. Wat me interesseert in deze tijd van multitasking is het harmonisatieproces: hoe onze geest al die ongelofelijk uiteenlopende gegevens die hij elke dag te verwerken krijgt, de baas kan, en hoe hij zich daardoor niet laat ontmoedigen maar steeds weer nieuwe klasseringsmethodes ontwikkelt, nieuwe formele structuren, nieuwe betekenismogelijkheden. Belangrijk is het standpunt dat je inneemt. Alles is er al. De woorden bestaan in de wereld. Mijn werk bestaat erin de juiste invalshoek te vinden opdat het reële naar voor zou komen in de vreemde harmonie die hem eigen is.

Voor Suite n°1 vertrok je van het principe van de unisono. Waarom heb je het koor van Suite n°2 tot een kwintet herleid? Voor dit nieuwe project heb je opnames boven elkaar geplaatst, waardoor verschillende situaties samenkomen. Heeft die complexere structuur een dramaturgische impact?
In Suite n°1 fungeerde de unisono als basis voor het reciteren, voor de collectieve expressie van woorden die iedereen toebehoren. In koor de boodschap van een stemcomputer of een fragment van het televisiejournaal reciteren, was een manier om zich die woorden collectief toe te eigenen. Met Suite n°2 keer ik terug naar het gegeven van het individu dat het woord neemt, zoals in Parlement (2009), maar ik laat het koor het materiaal op een andere manier weergeven. In de muziek staat harmonie voor het gelijktijdig voortbrengen van verschillende klanken. Hier gaat het erom verschillende woorden naast elkaar te laten bestaan, maar dus niet louter door ze opeenvolgend aan bod te laten komen zoals in mijn vorige stukken. Op sommige momenten probeer ik ze gelijktijdig op te voeren. Dat resulteert in een voor mij geheel nieuw gegeven. De nieuwe resonantievormen stellen me in staat me van de lineaire montagetechnieken te bevrijden. De bedoeling is niet langer om een welbepaalde relatie tot stand te brengen tussen twee elementen, maar wel om een bundel aan mogelijke relaties te scheppen, en dat op inhoudelijk, formeel en contextueel vlak. Op die manier is de betekenis als een fluctuerende toonaard, een complex akkoord bestaande uit immer wisselende registers.

Voor dit project doe je een beroep op componist Pierre-Yves Macé. Hoe verloopt de samenwerking? In welk stadium van de compositie levert hij zijn bijdrage?
Ik wilde de harmonisatie van de woorden gepaard laten gaan met een letterlijke, muzikale harmonisatie. Pierre-Yves Macé is geen onbekende voor ons collectief. In onze beginjaren droeg hij actief bij tot onze projecten, bijvoorbeeld door talloze hoorspelen voor ons te realiseren. Zelf werkte ik met hem samen voor Le vrai spectacle, waarvoor hij de muziek componeerde. Voor Suite n°2 vroeg ik hem de arrangementen te schrijven en de vocale begeleiding bij een aantal documenten, en ook om het globale ‘klankdecor’ van de voorstelling te ontwerpen. Door toevoeging van muziek komen bepaalde formele kenmerken van de woorden beter tot hun recht. Tevens bepaalt de muziek ook de manier waarop de woorden op je overkomen. Zo kan muziek een vulgair woord in zekere zin in zijn waardigheid herstellen, of andersom, woorden die zichzelf te ernstig nemen een ironische toets geven. Globaal gezien helpt de muzikale dimensie, denk ik, om de juiste afstand te vinden tegenover woorden die erg emotioneel of politiek geladen zijn.

Je kiest voor een identieke reproductie van de opnames en gaat dus heel respectvol om met de originele documenten. Hoe zie jij je verhouding tot het origineel? Welke afwijkingen sta je jezelf toe?
Samen met de acteurs stel ik me die vraag voortdurend. We reproduceren woorden die ooit, ergens in de wereld, uitgesproken zijn geweest vanuit een motivatie die we nooit helemaal zullen kennen. Maar wat betekent dat, reproduceren? Wat impliceert het om zich in de stem van een ander te laten glijden en niet alleen zijn woorden maar ook zijn intonatie en ritme, zijn ademhaling en haperingen te imiteren? Welke betekenis krijgt in die context het begrip ‘respect’? Paradoxaal genoeg is het door woorden uit hun oorspronkelijke context te halen, waar te veel dingen op het spel staan, dat we hen in hun naakte werkelijkheid kunnen tonen. Het theater is er niet zozeer om de werkelijkheid te reproduceren dan wel om de werkelijkheid werkelijker te laten worden. Het is erg moeilijk te geloven dat de dingen waarover we horen praten – de onthoofding van een Jordaanse piloot, de schipbreuk van migranten, de dood van Michael Brown – werkelijkheid zijn. Echte werkelijkheid. Het is misschien een naïeve overtuiging van me, maar volgens mij kan het theater ons daarbij helpen, op voorwaarde dat we efficiënte verschuivingen laten plaatsvinden. Vertrekkend van elk individueel woord distilleren we uit het materiaal een partituur. We kiezen de parameters die we willen onderlijnen of achterwege laten. We moeten ook goed weten tot wie de woorden gericht zijn: wat gebeurt er als een speler tegenover het publiek een woord uitspreekt dat oorspronkelijk tot slechts één persoon gericht was? Er bestaat geen unieke strategie: voor elk woord moeten we zoeken naar de beste manier om het te laten horen. Soms moet je een mannelijk betoog door een vrouw laten reproduceren, soms moet een individuele uiting door een groep worden gebracht, moet het timbre veranderen, soms moet er zang worden toegevoegd, moeten woorden boven elkaar worden geplaatst…

Onderscheiden bepaalde woorden zich van de rest in de grote partituur van Suite n°2?
Wat is een waarachtig woord, een woord dat eerlijk, authentiek en noodzakelijk is? Die vraag houdt me enorm bezig. Hoe kunnen we dat woord onderscheiden van alle loze, valse, beleefde, afgezaagde woorden? Welke specifieke noodzakelijkheid maakt dat sommige woorden spontaan opborrelen en onlosmakelijk verbonden blijken met de situatie waaruit ze ontstaan zijn? Het stuk bevat veel woorden die weigering of opstandigheid uitdrukken, woorden uit een crisismoment, woorden die in het nauw gedreven zijn. Wat me interesseert, is het contrast tussen woorden die binnen het kader passen en woorden die dat kader doorbreken.

Dat doet me denken aan wat Barthes schreef over Racine: ‘Een tragedie is niets anders dan een mislukking in woorden.’ Ben je onverwachts tegen die theatrale dimensie aangebotst toen je Suite n°2 voorbereidde?
In zekere zin is Suite n°2 een klankportret van onze wereld – of tenminste van de wereld zoals die op ons afkomt doorheen woorden, stemmen en talen. Het is niet moeilijk om de wereld van vandaag te zien als de monumentale mislukking van alle idealen en utopieën waarvoor we nu al twee eeuwen lang strijden. Er zit zeker een pessimistische dimensie in de voorstelling, maar ergens is het ook hoopgevend te weten dat sommige woorden levend blijven, dat mensen nog altijd ‘neen’ zeggen, of ‘misschien’, of ‘ik zie je graag’, of ‘nog’. Ik geef het toe, de hoop is maar mager. De wereld heeft evenveel kans om gered te worden dan ik om de lotto te winnen… Of dan het leven om te ontstaan op aarde. Maar het leven is wel degelijk ontstaan, niet? En elke week zijn er mensen die de lotto winnen.

Interview gerealiseerd door Marion Siéfert voor het Festival d’Automne à Paris 2015
Nederlandse vertaling door Veerle Lindemans

Back to top

Joris Lacoste werd in 1973 geboren en leeft en werkt in Parijs. Sinds 1996 schrijft hij teksten voor theater en radio. Sinds 2003 creëert hij eigen voorstellingen: 9 lyriques pour actrice et caisse claire op de Laboratoires d’Aubervilliers in 2005 en Purgatoire in het Théâtre national de la Colline in 2007 (waarvoor hij mee de tekst schrijft). Van 2007 tot 2009 is hij codirecteur van de Laboratoires d’Aubervilliers. Hij realiseert twee collectieve projecten, het project W in 2004 en l’Encyclopédie de la parole in 2007 (dat in 2009 resulteert in de solo Parlement). In 2004 start Joris Lacoste het project Hypnographie, dat hem in staat stelt om in een reeks artistieke projecten hypnosetechnieken aan te wenden: het hoorspel Au musée du sommeil (France Culture, 2009), de tentoonstelling-performance Le Cabinet d’hypnose (Printemps de Septembre, Toulouse, 2010), de theatervoorstelling Le vrai spectacle (Festival d’Automne, Parijs, 2011), de tentoonstelling 12 rêves préparés (galerie GB Agency, Parijs, 2012), de performance La maison vide (Festival Far°, Nyon, 2012) en tot slot 4 prepared dreams: for April March, Jonathan Caouette, Tony Conrad and Annie Dorsen (New York, oktober 2012).

LʼEncyclopédie de la parole is een artistiek project gericht op het mondelinge in al zijn hoedanigheden. Sinds 2007 brengt het collectief muzikanten, dichters, regisseurs, plastische kunstenaars, acteurs, sociolinguïsten en curatoren bij elkaar voor de realisatie van opnames van gesproken woord. Die opnames worden op de website bewaard volgens criteria als cadens, timbre, souplesse, verzadiging en melodie. Wat verbindt de poëzie van Marinetti met dialogen van Louis de Funès, met een commentaar bij de paardenkoers, een lezing van Jacques Lacan, een fragment uit South Park, de woordenstroom van Eminem of Lil Wayne, een boodschap op een antwoordapparaat, de vragen van Julien Lepers, een preek in een adventistenkerk, een redevoering van Léon Blum of Bill Clinton, een openbare verkoop, een sjamanistisch ritueel, de dictie van Sarah Bernhardt, een pleidooi van Jacques Vergès, een reclamespot voor shampoo, of de gesprekken in het café op de hoek? Vertrekkend van een verzameling van ongeveer 800 klankdocumenten realiseert L’Encyclopédie de la parole klankvoorstellingen, performances, lezingen, spelen en tentoonstellingen. De leden van LʼEncyclopédie de la parole zijn Frédéric Danos, Emmanuelle Lafon, Nicolas Rollet, Joris Lacoste, David Christoffel, Elise Simonet en Valérie Louys.

Back to top