Sometimes I think, I can see you

Metro Botanique / Kruidtuin

13, 14, 20, 21/05 – 20:00 > 22:00
15, 22/05 – 16:00 > 18:00
FR / NL

De vrouw met de sjaal aan de overkant van het perron is met het verkeerde been uit bed gestapt, de man met de baard verbergt een mysterieus geheim. Dat is althans wat op het scherm dat boven hun hoofd hangt, gezegd wordt. Niets ervan hoeft waar te zijn, maar het zou toch waar kúnnen zijn. In het metrostation wordt gespeculeerd over het leven van anonieme individuen, toevallige passanten. In Sometimes I think, I can see you transformeert Mariano Pensotti vier schrijvers tot literaire bewakingscamera’s. Met een laptop op de knieën beschrijven en fictionaliseren ze wat zich voor hun ogen in werkelijkheid afspeelt, de ene scène na de andere. Voor La Marea (2006) maakte de Argentijnse regisseur van de Vlaamsesteenweg één grote theaterset. Ditmaal vormt een metrostation het kader voor een levende fotoroman die de poëtische afstand tussen tekst en beeld, realiteit en fictie onderzoekt. In geen tijd worden de aanwezigen toeschouwers, voyeurs, ja zelfs provocateurs van kleine stedelijke verhalen die op hetzelfde moment ontstaan. Het doek valt, de metro arriveert en vertrekt weer... met een uitnodiging om de wereld opnieuw in vervoering te brengen?

Concept
Mariano Pensotti

Schrijvers
Kenan Görgün, Jeroen Theunissen, Johan Reyniers, Christine Aventin

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, STIB/MIVB

Met de steun van
Het beschrijf (Brussel)

Dit project werd gecreëerd in het kader van Ciudades Paralelas, een festival voor mobiel theater (curatoren: Lola Arias & Stefan Kaegi – productiemanagement: Katja Timmerberg). Ciudades Paralelas is een coproductie van HAU Berlin en Schauspielhaus Zürich in samenwerking met Goethe-Institut Warschau en Teatr Nowy, geïnitieerd door Kulturstiftung des Bundes, het Zwitserse culturele fonds Pro Helvetia en Goethe-Institut Buenos Aires

Back to top

Sometimes I think, I can see you

1.
Een ondergronds treinstation. Een openbare ruimte waar elke dag mensen passeren.
Vier schrijvers, half verscholen, observeren de plek vanuit verschillende gezichtspunten.
Ze schrijven, maken een levend verslag van alles wat ze zien in het station.
Ze beschrijven de mensen, ze vertellen de mogelijke verhalen van die mensen en hun gedachten.
De laptop van iedere schrijver is aangesloten op een videoscherm. Alles wat ze schrijven wordt geprojecteerd op deze vier schermen.
De toevallige toeschouwers en passanten in het metrostation worden onderdeel van het verhaal van de schrijvers. Als ze naar de schermen kijken ontdekken ze dat ze, net als de personen om hen heen, getransformeerd worden in karakters van een verhaal dat op dat zelfde moment wordt gecreëerd.
Ze zien hoe de schrijvers verhalen creëren op basis van de specifieke realiteit die hen omringt. Ze maken deel uit van de creatie van een collectief verhaal dat een tijd en ruimte reflecteert.
Ze worden bekeken, waargenomen, maar simultaan met hun acties in het station hebben ze de mogelijkheid te ‘spelen’, en daardoor in dat verhaal in te grijpen; de schrijvers zijn verplicht om alles wat ze doen te noteren.
Net als beveiligingscamera’s die alles wat er gebeurt registreren, of als die instant-fotohokjes die we meestal in treinstations aantreffen, creëert elke schrijver verhalen die weergeven wat hij ziet of zich verbeeldt over de mensen en de mogelijke verhalen die verborgen liggen op die drukke plek.

2.
Wat zien we als we naar anderen kijken? Wat zien de anderen wanneer ze naar ons kijken?
Wat is het verhaal van de personen wier paden we elke dag kruisen? Wat zijn hun gedachten?
Het is de bedoeling om al de verborgen verhalen van een openbare ruimte en de personen die er passeren te ontdekken.
Dat is waar dit werk over gaat, de ervaring de ‘werkelijkheid te ondertitelen’, om toegang te krijgen tot die dimensie die meestal verborgen blijft.
Metrostations, zoals de meeste openbare ruimten, zijn drukke verkeersgebieden, maar het zijn ook plaatsen waar identiteiten worden gevormd: dag na dag is het de plaats waar mensen dezelfde handelingen herhalen, hun eigen leven choreograferen voor anderen, onbekende toeschouwers die op hun beurt voor anderen spelen. We zijn ons bewust van anderen en van onszelf op een andere manier dan in een privé-omgeving.
Vooral in metrostations heerst een soort wachtsituatie die ons lijkt uit te nodigen om anderen te bekijken of om onszelf te kijk te zetten.
In ons leven spelen we allemaal toneel. In een openbare ruimte is ons gedrag kenmerkend voor iemand die zich voelt bekeken door anderen. We geloven dat we de hoofdrolspelers zijn in een imaginaire film die wordt geprojecteerd in onze hoofden.
Dit werk onderzoekt wat er gebeurt wanneer iemand een schriftelijk levend verslag van de verborgen ondertitels van ons leven maakt. Het is de bedoeling om ons te confronteren met wat er met ons gebeurt wanneer we ontdekken dat we een publiek personage zijn en hoe onze dagdagelijkse acties veranderen wanneer ze worden gereflecteerd door een fictieve spiegel.

3.
In de laatste 10 jaar is er een spectaculaire toename geweest van het toezicht op openbare plaatsen en is het praktisch onmogelijk geworden om een metrostation te vinden dat niet vol videocamera’s staat.
Het werk stelt voor om de schrijvers te gebruiken als camera’s die omschrijvingen en fictie produceren als een manier om een soort literaire bewaking van een specifieke plaats op te zetten.
Simultaan produceert het een register, een soort van documentatie over die specifieke plaats en alles wat er gebeurt gedurende een bepaalde tijdspanne.
Een archief dat een tijdcapsule van het alledaagse leven van een deel van de stad wordt.
In het werk wordt de schrijver een voyeur van andere levens. Het is ook een manier om de toeschouwers uit te nodigen om anderen te bespioneren, om openlijk naar andere mensen te kijken en te ontdekken hoeveel van onszelf we bij hen kunnen herkennen.
Het gaat om het verbeelden en omschrijven van iemand, terwijl we zelf verbeeld en omschreven worden.
In mijn werk ben ik al enige tijd geobsedeerd door de grote verhalen van de 19de eeuw. Daar is het zo dat de schrijver, zoals Balzac bijvoorbeeld, zich kan transformeren in een entomoloog, een fictieve wetenschapper van de omringende werkelijkheid. De schrijver bestudeert personen en hun gedrag zoals een bioloog het gedrag van bepaalde dieren zou bestuderen.
Het buitengewone vermengt zich met het gewone en alledaagse.
De schrijvers maken een vreemd soort van levende roman die vanuit verschillende gezichtspunten, en in hun eigen stijl, alles wat er gebeurt op een bepaalde plaats in de stad weerspiegelt.
Ze genieten van een totale straffeloosheid in het verbeelden van de levens van de personen die hen omringen, maar ze worden tegelijkertijd ook werklui, literaire machines die voor een bepaalde tijd onophoudelijk fictie produceren. Fictie die voortdurend verandert door wat de mensen doen.

4.
De verwevenheid van literatuur, theater en de stedelijke ruimte is een constante in mijn werk.
Sometimes I think, I can see you kan ook gezien worden als een film van woorden die live wordt gemaakt en waar de personen als acteurs fungeren.
Een van de centrale ideeën van het werk is hoe het leven fictie wordt en hoe fictie leven wordt. Wat is het verhaal van al die personen die ik niet ken? Zal het lezen van een verhaal over mezelf me veranderen, me in dat personage transformeren?
Sinds enige tijd ben ik geïnteresseerd in hoe onze fictie de werkelijkheid verandert, maar ook in hoe de werkelijkheid onze fictie verandert. Openbare ruimten en personen worden anders, in meer of mindere mate, door de tussenkomst van het werk, maar simultaan wordt het werk ook voortdurend veranderd door die ruimte en de personen zelf.
Observatie verandert wat wordt waargenomen, maar ook de waarnemer zelf.

5.
In een menigte van vreemden denken we altijd bekende gezichten te zien. Zijn het personen die we al eerder op die plaatsen hebben gezien? Zijn het personen die ons herinneren aan andere personen? Is het iemand naar wie we onbewust al een tijd op zoek zijn? Is onze waarneming beperkt en zien we iedereen gelijk?
Ons geheugen en onze verbeelding creëren soms wat we zien.
Soms zie ik je en een andere keer denk ik dat ik je kan zien.

Mariano Pensotti

Back to top

Mariano Pensotti (°1973) woont en werkt in Buenos Aires. Hoewel hij zijn carrière begon in de film, is hij de laatste jaren vooral actief als theaterregisseur en auteur. In 2004 creëerde hij samen met Beatriz Catani Los Muertos, een productie die in première ging in het Berlijnse Hebbel am Ufer. Andere voorstellingen van Mariano Pensotti zijn onder meer Vapor (2004), El Río (2004), Ojos Ajenos (2000), Trieste (2001) en Los 8 de Julio (2002). Sindsdien regisseerde en schreef hij onder andere Interiores (2007), en regisseerde hij Colega de nadie (2008), geschreven door Johannes Schrettle. Mariano Pensotti was in het verleden ook Residency Director of Dramatic Arts aan het Instituto Universitario Nacional de Artes in Buenos Aires.

Back to top