Solo

Kaaistudio's

30/04 - 2.4/05 > 20:30
1/05 > 22:00
60'

Op jonge leeftijd vervolmaakte Padmini Chettur zich in de traditionele Indische dans Bhâratanatyam. Vervolgens ontdekte zij de hedendaagse danskunst: bij het gerenommeerde gezelschap Chandraleka en werkend met Antonio Corallo. Haar omzwervingen wakkerden het verlangen aan om een eigen schriftuur te creëren, wars van elke formele drang. In haar thuishaven Chennai (Madras) werkt zij aan een bijzondere synthese van traditie en moderniteit. Haar dansjargon is tegelijkertijd ongekunsteld, minimalistisch, repetitief en organisch. De choreografe tekent hier drie solo's uit, allen doordrongen van innerlijkheid, verfijning en harmonie.

Choreografie & dans/Chorégraphie & danse/Choreography & dance: Padmini Chettur

Muziek/Musique/Music: Maarten Visser

Licht/Lumières/Lighting: Sumant Jaikrishnan, Frank Vandezande

Presentatie/Présentation/Presentation: Kaaitheater, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Februari 2004, Chennai

Een interview per e-mail met Padmini Chettur over haar werk

U bent lang met Bharatanatyam[1] bezig geweest. Wat is de voornaamste bagage die u daaraan heeft overgehouden?

Zowel op lichamelijk als op intellectueel vlak had ik aan Bharatanatyam de idee van verleiding overgehouden, een artificieel maniërisme dat grenst aan het acteren en een heel strikt geometrisch gebruik van het lichaam, vooral dan van de wervelkolom. Dat zijn enkele van de 'regels' die ik op mijn 15e met opluchting achter me liet. Eigenlijk had ik daarna nooit meer Bharatanatyam beoefend en ik keerde pas terug naar de dans toen ik Chandralekha's werk ontdekte. Zij had zich als het ware verlost van alle aspecten die Bharatanatyam voor mij zo moeilijk maakten.

Welke was voor u de meest fundamentele ontdekking tijdens uw samenwerking met Chandralekha[2]?

Chandralekha leerde me de belangrijkste kwaliteit van de danser: de eerlijkheid met het eigen lichaam. Ik probeer dat tot uiting te brengen in mijn werk. Ik leerde ook dat we, wanneer we 'eerlijk' dansen, doorzichtig worden, en vandaar het belang van 'wie we zijn' en niet gewoon 'wat we dansen'.

Wat betekende voor u de ontdekking van eigentijdse dans in Europa? Wat heeft die ontdekking u bijgebracht?

Ik heb geleerd dat hoewel wij, Indische dansers, er altijd prat op gaan dat we ons bewegen op de golven van de oude tradities, we geen pogingen meer doen om ons lichaam en zijn potentieel binnen onze huidige context te begrijpen. Onze eigen lichamelijke keuzes winnen veel kracht wanneer we de dingen in een breder perspectief zien. In mijn eigen werk, bijvoorbeeld, is de nadruk op de stilering van de handen nu een bewuste handeling, terwijl het vroeger een aangeleerd, onbewust aspect was. Dankzij mijn verblijf en mijn contacten hier in het westen, heb ik ook geleerd dat het geen zin zou hebben om enkele westerse technieken te studeren, ze te vermengen met een klassieke techniek en dat resultaat een eigentijdse Indische interpretatie te noemen. Ik vond het belangrijk om te groeien vanuit mijn eigen, lichamelijke begrip en esthetiek, om mijn eigen 'moderniteit' te bepalen.

Hoe zou u uw research als danser beschrijven?

Ik ben nog altijd sterk bezig met de formele evolutie van dans in mijn werk. Aangezien ik geen formele training heb als hedendaags danser, gaat het er in mijn choreografie voortdurend om de vorm te doen evolueren, eerder dan vooraf bestaande vormen opnieuw te schikken. Daarom ben ik erg geïnteresseerd in het expressievermogen van het lichaam, en het potentieel van het bewegen en stilstaan om spanningen te creëren, die op hun beurt emoties losmaken.

Welke ervaring was het precies die u geïnspireerd heeft tot de creatie Solo?

De solo's zijn traag tot stand gekomen, ze hebben letterlijk vier jaar in beslag genomen. Ik heb ze stuk per stuk gecreëerd op cruciale keerpunten in mijn leven - waarvan de twee belangrijkste de geboorte van mijn dochter en de dood van mijn moeder waren. Vanaf toen begon ik het leven te zien als consequente momenten van scheiding - vertrek en aankomst, een voortdurend onderhandelen van emoties die met elkaar verbonden zijn.

Is het project letterlijk of metaforisch te situeren in de maatschappij waarin u leeft?

Zoals voor al mijn werk, hoop ik dat Solo in de Indische context beschouwd worden. De belangrijkste vertaling van de context ligt, naar mijn gevoel, in de manier waarop het werk omgaat met een concept. Het concept is veel meer dan ideeën of beelden: het draagt een hele levens- en bewegingsfilosofie met zich. Ook op het technische niveau keren de solo's - meer dan eender welk van mijn vroegere werken - terug naar een heel intrinsieke detaillering van handen en voeten. Het werk is ook erg 'wiskundig' in de manier waarop het omgaat met de tijd. Ik denk dat die ervaring van de tijd erg cultuurgebonden is. Tenslotte zijn de filosofie achter mijn werk en de compromisloze kwaliteit ervan zeker en vast het resultaat van het leven in deze wereld en de voortdurende strijd om een beetje artistieke ruimte en aanvaarding. De ironie van het hedendaagse India is dat het in wetenschap, architectuur en sociale normen toegestaan is te moderniseren, terwijl de meeste mensen hardnekkig vasthouden aan traditionele dans en muziek, alsof het onze laatste band zou zijn met het verleden en daarom tot elke prijs bewaard en zelfs gefossiliseerd moet worden.

Hoe zijn de podiumkunsten georganiseerd in uw land?

We hebben geen georganiseerd theater- of festivalsysteem of -netwerk. Als ik mijn werk wil vertonen, moet ik op zoek gaan naar privé-sponsors. Daarom geef ik uiterst zelden voorstellingen in India (misschien een keer per jaar, in één stad). Het Indische publiek dat naar dansvoorstellingen gaat kijken, is nog steeds in belangrijke mate voorstander van 'traditionele' vormen, en mijn werk blijft heel marginaal, in de schaduw.

Wat vindt u van de artistieke beweging in uw eigen stad, Chennai?

Er bestaat geen verenigde artistieke beweging in Chennai. Er zijn verschillende groepen artiesten werkzaam, maar ze beschikken over beperkte budgetten en over het algemeen raken ze niet uit het amateursstatuut. Het is voor kunstenaars zo moeilijk om van hun kunst te leven, dat de meeste van hen uiteindelijk belanden in commerciële media als populaire film, toneel, reclame. Kunst is nog steeds het voorrecht van een aantal enkelingen. De dansgemeenschap in het bijzonder is bekommerd om het verlies van de tradities, de verwestering van inheemse gebruiken in een moderniseringsproces. Algemeen gesproken zou ik zeggen dat de globalisering een enorme bedreiging vormt en dat we nu meer en meer ons eigen exotisme beginnen uit te buiten.

Waar plaatst u zichzelf in dat landschap?

De voorstellingen in Europa scheppen voor mij veel uitdagingen en voorrechten. Ik stel mezelf altijd de vraag: wat kan ik eigenlijk meegeven aan een maatschappij die al zo een rijke geschiedenis heeft van moderniteit, die overloopt van dynamische artiesten, waar elke voorstelling noodzakelijkerwijze langer, vollediger, virtuozer en technischer zal zijn dan mijn solo's. En elke keer dat ik van een reis in Europa thuiskom, waardeer ik nog meer het feit dat mijn werk steunt op kleine maar tijdloze waarheden, dat ik werk in complete isolatie, dat ik met niemand moet concurreren. Hier zijn geen trends of modes.

Wat vindt u belangrijk om te ontdekken in de choreografische vorm van uw project?

Ik houd er altijd van heel rijpe dansers op het podium te zien, vooral solisten als Susanne Linke, dansers die techniek evenwichtig combineren met de gedachte er zich niet achter te verbergen. Ik heb het niet zo begrepen op 'spektakels', geesteloze virtuositeit en de meeste huidige trends in culturele exploitatie.

Welke soort relatie streeft u na met uw publiek?

Mijn werk vraagt een eerder geduldig publiek. Ik entertain of verleid niet. Ik schep veel stilte, bijna op het randje van nerveuze spanning af. Het slechtste publiek dat ik me kan wensen, is er één dat Indische mystiek of exotisme verwacht!

[1] De Bharata Natyam is een dansstijl, die meer dan 3.000 jaar geleden ontstond in de Hindoetempels van zuidelijk India. Ze combineert de twee voornaamste aspecten van nritia (techniek) en nriiya (de uitdrukking van emoties aan de hand van mudras, bewegingen van de handen, en abhnaya, gelaatsuitdrukkingen), zowel op conceptueel niveau als door de voorstelling. Ondanks de wereldwijde verspreiding van deze stijl, heeft Bharata Natyam de spirituele essentie weten te behouden, die tot uiting komt in de mystieke vereenzelviging van de danser met de godheid.

[2] Danseres-choreografe Chandralekha is één van de voornaamste stemmen van de alternatieve Indiase cultuurbeweging. Ze studeerde Bharata Natyam, en werd beroemd als solodanseres in een uiterst muzikale en intense stijl: de abhinaya. In de jaren vijftig was ze één van de meest toonaangevende dansers van haar tijd. Na een korte, slechts tien jaar durende carrière, stopte ze met optreden en trok zich terug uit de klassieke dans. Ze verwierp de al te verfijnde inhoud en de commerciële, marktgerichte amusementscriteria ervan. De jaren daarna wijdde ze zich aan het schrijven, ontwierp affiches en boeken, werkte aan multimediaprojecten en was betrokken in de strijd voor de rechten van de vrouw en de mensenrechten.

In 1985 veroverde ze opnieuw de danswereld met haar alom geprezen productie Angika. In dat werk exploreert ze disciplines, verwant aan de dans en aan de fysieke tradities in India. Ze stelt een nieuwe, niet-geraffineerde inhoud voorop in de dans. Chandralekha is er vast van overtuigd dat de traditionele vormen nieuw leven ingeblazen moeten worden met eigentijdse energie. Ze exploreert de structuren en interne krachten van de Bharata Natyam, krijgskunsten zoals Kalari, en therapeutische vormen zoals yoga. Met die elementen probeert ze het lichaam te vatten en te interpreteren in een moderne betekenis en de mystiek van de traditionele inhoud te ontsluieren. Chandralekha leeft en werkt in Madras.

Back to top