Rimasto Orfano

Kaaitheater

22.23.24.25/05 > 20:30

De van oorsprong Italiaanse Emio Greco en de Nederlandse regisseur Pieter C. Scholten worden internationaal erkend als representanten van 'de nieuwe choreografie'. In de jaren negentig begonnen zij met het maken van vooruitstrevende dansvoorstellingen die opvallen door een kritische kijk op ingesleten conventies in de dans en een doelgericht onderzoek naar de taal van het lichaam.

In hun werk onderzoeken Greco en Scholten de wonderlijke wisselwerking tussen geest en lichaam; zij exploreren de schemerzone tussen beide, een tussenruimte waarin tijd ongrijpbaar wordt. Greco en Scholten confronteren het lichaam met invloeden van buitenaf en overschrijden daarbij de grenzen tussen dans en andere theaterdisciplines.

In hun nieuwste voorstelling Rimasto Orfano (verweesd achterblijven) wordt het lichaam tot zwijgen gebracht en is bezinning geboden. Composities van de Amerikaanse hedendaagse componist Michael Gordon begeleiden een zoektocht naar nieuwe krachten, waarbij kwetsbaarheid, compassie en obsessie de voedingsbodem vormen.

Choreografie|regie:

Emio Greco|Pieter C. Scholten

Vormgeving decor, geluid en licht:

Emio Greco|Pieter C. Scholten

Dans:

Emio Greco, Bertha Bermudez Pascual, Barbara Meneses Guiterrez, Guilherme Monteiro Miotto, Alexander Sieber en anderen

Muziek:

Michael Gordon

Lichtontwerp:

Henk Danner

Kostuumontwerp:

Clifford Portier

Compositie/Compostion :

Michael Gordon

Realisatie geluidsontwerp :

Wim Selles

Technische coördinatie :

Henk Danner

Technicus :

Aart Verhoeven

Publiciteit :

Ingrid van Schijndel

Poductie :

Emilio van der Cammen

Managment :

Annet Huizing

Poductie :

Emilio van der Cammen

Managment :

Annet Huizing

Productie :

Emio Greco, PC/ Stichting Zwaanprodukties

Coproductie :

Kaaitheater, Holland Festival, Théâtre de la Ville, Oriente Occidente, Rovereto, KunstenFESTIVALdesArts

Met de steun van :

het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten, Dutch Ministry of OC&W

Back to top

1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7.

De zeven uitspraken die volgen zijn geen aftelrijmpje en ook niet de zeven hoofdzonden. Ze vormen samen les sept nécessités (de zeven noodzakelijkheden) van Emio Greco en Pieter C. Scholten. Dit ‘dogma’, waarvan de titels in het Frans zijn “omdat Il faut que... zoveel sterker noodzakelijkheid uitdrukt”, is een poging dans in begrippen te vatten. In hun Manifesto, geschreven ten tijde van hun eerste voorstelling Bianco (1996), brengen Emio Greco|PC hun ideeën over hun eigen kunst en over de sociaal-culturele context van toen onder woorden. Al hun choreografieën zijn geworteld in dit Manifesto, ook al verschoven in de loop van de tijd de accenten. Ontmoeting met de makers, ruim voor de première van Rimasto Orfano (Verweesd Achterblijven), op 16 november 2001.

1. Il faut que je vous dise que mon corps est curieux de tout et moi: je suis mon corps

Nieuwsgierigheid

Pieter C. Scholten:

“De noodzaak van een nieuwe creatie komt altijd voort uit een vorig proces. Iets in de vorige voorstelling maakt ons nieuwsgierig of fascineert ons, waarvan we vinden dat het nog niet genoeg blootgelegd is. Rimasto Orfano is het vervolg, de voortzetting, de uitdieping, de verrijking van Conjunto di Nero.”

Alle werken beginnen steeds met een ‘tabula rasa’ die gaandeweg wordt beschreven.

Emio Greco:

“We gaan waar het lichaam ons brengt.”

PC:

“Dat was ook het uitgangspunt van onze eerste voorstelling Bianco: vertrekken vanuit het niets, geen thema’s, geen boeken, geen voorwerpen als bron van inspiratie. Alleen het lichaam van Emio Greco en een geladen leegte.”
Die fascinatie voor een tabula rasa en voor het lichaam als bron van inspiratie is blijven meespelen in al hun stukken. Er wordt nooit een lichtontwerp, decorontwerp, geluidsontwerp of dansontwerp van bovenaf opgelegd.

PC:

“Licht, geluid en vormgeving zijn elementen die van bij het begin van het creatieproces mee evolueren met de dans. Ze staan ten dienste van het lichaam: ze manipuleren en ondersteunen.”
In Rimasto Orfano echter zullen muziekstukken van de Amerikaanse hedendaagse componist Michael Gordon hun aparte identiteit behouden, los van de dans.

PC:

“Net als in Extra Dry, op muziek van de Zomer uit Vivaldi’s Vier Jaargetijden, en in Double Points: 1 and 2, op de Bolero van Ravel, raken we niet echt aan de partituur. De uitdaging voor ons is om de voorbestemde structuur te laten zwichten. We treden binnen in de muziek, lokken er frictie uit en tonen zo wat onzichtbaar blijft wanneer je buiten de muziek zou staan.”

2. Il faut que je vous dise que je ne suis pas seul

Dialoog

PC:

“Onze boodschappen voor de toeschouwer zijn helder.”

EG:

“Niet op een moralistische manier: er is geen moraal van het verhaal, want er is geen verhaal. Wel omdat je uitlegt hoe je de zaken ziet, hoe je de wereld rondom interpreteert. Het is het moment van sharing dat een boodschap creëert.”

PC:

“Ik hou erg van wat Joan Miró schreef: Al wat je ziet in mijn schilderijen bestaat. Alles komt voort uit het zichtbare, het object houdt me meer en meer bezig, al was het maar als uitgangspunt. Mijn schilderijen hebben niets abstracts. In zekere zin is onze boodschap dus niet uitgesproken. Maar dans, net als andere kunstvormen, kan de wereld veranderen. Esthetiek is niet een kwestie van schoonheid om de schoonheid maar een kwestie van scherpe keuzes.”

3. Il faut que je vous dise que je peux contrôler mon corps et en même temps jouer avec lui

Keuze

PC:

“In Rimasto Orfano kiezen we ervoor om op de kwetsbaarheid van het lichaam te werken, maar ook op de kracht van die kwetsbaarheid.”
Oorspronkelijk wilden Greco en Scholten een Passie creëren. Het concrete onderwerp van de lijdensweg van Christus viel al snel weg en in de plaats kwamen op dit verhaal geïnspireerde thema’s: niet alleen de kracht van de kwetsbaarheid, maar ook de schoonheid van het lijdende lichaam, het medelijden en de obsessie.

EG:

“Uitbeelden of voorstellen interesseert ons niet, of het nu een verhaal is of een mathematisch systeem. Belangrijk voor ons is de kracht van het lichaam en de wil om altijd maar door te gaan. Om grenzen te doorbreken, om te zoeken naar wat nog niet geëxploreerd is. Daarover willen we het hebben.”

4. Il faut que je vous dise que mon corps m’échappe

Tegenstrijdigheid

‘Mon corps m’échappe’, Greco en Scholten zijn er zich bewust van, maar toch is er steeds de wil om het lichaam door de geest in bedwang te houden, één van de centrale thema’s in hun trilogie Fra Cervello e Movimento (Tussen Brein en Beweging) bestaande uit Bianco (1996), Rosso (1997) en Extra Dry (1999).

In Fra Cervello e Movimento exploreren Emio Greco en Pieter C. Scholten de spanning tussen geest en lichaam, de hersencellen en de spieren. Aan het ene uiterste is er de perfecte controle van de geest, die het lichaam onderwerpt aan de wil van de danser, de triomf van de danstechniek, van discipline en orde, die zich manifesteert in het beheersen van adembenemende pirouettes en arabesken. Aan het andere uiterste is er de weerstand van het lichaam om aan de geest en de wil te gehoorzamen, een lichaam dat zijn eigen verlangen en waanzin volgt, uitbarstend in wanorde, in automatische tics en stuiptrekkingen, die even grotesk als banaal zijn.

Antoon van den Braembussche, It’s life Jim but not as we know it, 2001

5. Il faut que je vous dise que je peux multiplier mon corps

Uitdaging

Na de eerste voorstellingen Bianco en Rosso, allebei solo’s, gaan Emio Greco en Pieter C. Scholten vaker werken met meer dansers. In hun Double Points-reeks staat de dualiteit centraal: de confrontatie met een andere danser, met de muziek of met elementen als geluid, licht en duisternis is hier de inzet. Bij Rimasto Orfano staan er, net als in de vorige voorstelling Conjunto di Nero, vijf dansers op de scène.

EG:

“Het geeft ons meer mogelijkheden natuurlijk. Maar ik ben niet geïnteresseerd in compositie omwille van structuur of choreografie. Het gaat nog altijd om het individu, maar dan in veelvoud. In die zin is het voor ons niet zo verschillend van een duet of een trio. Het is een vermenigvuldiging van het individuele. De aanwezigheid van de vijf individuen geeft ons de mogelijkheid te spelen met de keuze voor terugtrekken of hergroeperen, voor blijven of vertrekken.”

6. Il faut que je vous dise qu’il faut que vous tourniez la tête

Twijfel

EG:

“Ik ontvlucht als een soort afvallige de grenzen die ik heb. Ik probeer te begrijpen wat me begrenst en dat te doorbreken. Daardoor stuit je op een enorme hoeveelheid onzekerheden én mogelijkheden. Eens je uitgebroken bent, heb je de vrijheid om terug te keren en de dingen terug op te nemen. Een voorbeeld: een danseres kan bij ons op spitsen lopen, dat behoort voor ons tot een lange, zwaarwegende traditie, maar het moet dat overstijgen. Je herkent dat klassieke element, maar het is méér: het wordt volledig opgenomen door onze manier van waarnemen. Je draagt het verleden over naar de toekomst.”

7. Il faut que je vous dise que je vous abandonne et que je vous laisse ma statue

Testament

Greco en Scholten zijn van plan om het denken en spreken over dans te blijven stimuleren. Met hun project Extremalism, voorlopig nog in een embryonale fase, willen ze kunstenaars verenigen op het net en in een soort salons, waarbij verschillende disciplines (architectuur, film, literatuur) het spreken over dans en beweging nieuw leven kunnen inblazen. Wat geen afbraak doet aan hun eerste manifest.

EG:

“We verwijzen nog dikwijls naar onze ‘zeven noodzakelijkheden’. Ze kregen in de loop van de tijd andere accenten, maar ze staan er nog altijd.”

Back to top