Retroterra

Public space

Meeting point: exit CERIA/COOVI
12, 13/05 – 16:00 + 18:30
14, 15, 16, 18/05 – 18:30 + 20:30
NL / FR
1h

De relatie tussen een stad en zijn bewoners is de hartslag in het werk van de Italiaanse Anna Rispoli en de Spaanse Edurne Rubio. In Brussel laten ze ons de stad van op afstand observeren. Van op de pas gebouwde toren van de Elishoutcampus, opleidingsterrein voor koks, kijken de toeschouwers uit over de stad. Een architecturaal hoogstandje, een ‘landmark’ zeg maar, wordt een excuus om het omliggende panorama op te nemen. Tussen centrum en periferie kijken ze neer op een bedrijvig knooppunt: het kanaal, commerciële zones, industrieterreinen, het ziekenhuis... Daar blijkt hoe virtueel de grens tussen stad en platteland is. De ring en het kanaal bakenen letterlijk het landschap af. De bezoekers kijken vanuit het standpunt van de toren neer op de activiteiten die zich binnen en buiten zijn muren ontwikkelen. Historische feiten, utopieën en stadsmythes vertellen over de dynamiek van de hedendaagse polis. De toren wordt een uitkijkpost met zicht op een te herwinnen poëtische en sociale ruimte.

Fragmenten van de getuigenissen voor het project Retroterra kunnen van 4 tot 26 mei beluisterd worden in de geluidsinstallatie Mirador in het festivalcentrum (in samenwerking met Bruxelles nous appartient/Brussel behoort ons toe).

Regie
Anna Rispoli

Onderzoek
Anna Rispoli, Edurne Rubio

Tekst
Ivan Carozzi, Anna Rispoli, Edurne Rubio, Emanuele Nicolotti, Bruno De Wachter

Geluid
Els Viaene

Stemmen
Lotte Heijtenis, Didier De Neck

Dramaturgisch advies
Diane Fourdrignier, Christophe Meierhans

Productieassistent
Manuel von Rahden

Coaching
Peter Vandenbempt

Assistent
Emanuele Nicolotti

Vertaling
Rudi Bekaert

Interviews
Xaveer de Geyter, Steven Derrider, Ingrid Huyghe, Roeland Dudal, Peter Schoelliers, Luc Delprat, Patrick Wouter, Valerie Vandermeulen, Gwenaël Breës, Guido Vanderhulst, Marcel Jacobs, Thierry Vanderbreetstraeten, Cindy Lopez, Amir, Fedath, Maissan, Jasmina, Nora, Mohamed, Lina, Anoua, Stéphanie

Met de medewerking van
Jan Dellaert & Traumland, Christophe Moles, de koks Johan Souffriau, Jan de Kock, Celine Leys, Joan Roesems, de studenten van Elishout, EDC team, FC Anderlecht Milan, Antenne de Prévention
UZINE, Maison d’enfants de la Roue, Complex Sportif du Ceria, Kose Cleaning, Taverne Restaurant De Pierino, Electrabel in de rol van Electrabel

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Elishout

Productie
Mokum (Brussel)

Productieondersteuning
Caravan Production (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Bruxelles nous appartient/Brussel behoort ons toe

Met de steun van
Vlaamse Gemeenschapscommissie, Elishout, deBuren, Pianofabriek, CERIA

Met dank aan
Mme Cawels, Mme Juwet, M. Lefaible, EDC, Ing Ryezembere & de technische ploeg van CERIA, Séverine Janssen, Kaat Arnaert, Jeroen Vander Ven, Karlijn Sileghem, Isabelle Dumont, Simona Denicolai, Emmanuel Lambion, Federico Pedrini, David Elchardus, Paul & Sylvia Meierhans, Maria Sartore, Fam. Rubio, Margherita Isola, Miriam Rohde, Muna Mussie

Back to top

Nieuwkomers, politiek en gewestgrenzen

Wat is de overeenkomst tussen de Italiaanse Anna Rispoli, de Spaanse Edurne Rubio en de kooktoren op de campus Elishout in Anderlecht, een recent ontwerp van Xaveer De Geyter Architecten? Op het eerste gezicht niets. Tenzij dan: alle drie zijn het nieuwkomers in de stad, die besloten hebben hier te blijven. Wat nieuwkomers gemeen hebben is dat ze met een frisse, al is het dan wat naïeve, blik kijken naar de stad, en zo dingen ontdekken die anderen niet (meer) zien. De voorstelling Retroterra draait om die relatie.
In 2010 maakte Anna Rispoli met het collectief ZimmerFrei een film over de Lakensestraat, 1000 Brussel. LKN Confidential was geen historisch portret van deze straat, maar dook onder in de leefwereld van de plaatselijke winkeliers met hun vaak buitenissige aanbod van prullaria, huisdieren of kleurstoffen. Dit verhaal van verloren dromen en nieuwe kansen liet je met heel andere ogen naar deze buurt kijken. Voor deze editie van het Kunstenfestivaldesarts wilde Rispoli de blik samen met Edurne Rubio op nog onbekendere plekken binnen het Gewest richten. Anna Rispoli vertelt.


"We wilden onderzoeken wat de randen van het Brussels Gewest ons vertellen over de relaties tussen stad en platteland of tussen Brussel en zijn hinterland. Die rand wordt sterk bepaald door de Ring en de Groene Gordel. Dat is bijna een grens, als een rivier die een territorium in twee snijdt. Van de binnenstad kan iedereen zich min of meer een idee vormen, al verschilt die idee vaak sterk van die van bewoners. Van de gebieden aan de rand heeft niemand echter een duidelijk beeld. Het is vaak verwaarloosd, rommelig aangelegd gebied. Je vindt er nochtans veel historische lagen. Het industriële verleden van Brussel liet er duidelijk zijn sporen na, bijvoorbeeld daar waar het kanaal Brussel-Charleroi de gewestgrenzen kruist. Na WOII ontwikkelden zich ook veel nieuwe woongebieden in deze rand. We vroegen ons af wat het potentieel is van deze gebieden en waarom het nooit tot volle ontwikkeling kwam.
Oorspronkelijk focusten we op het gebied rond de Budabrug in Vilvoorde. Toen viel ons oog echter op het stukje Anderlecht tussen de Ring, de Bergensesteenweg, het Kanaal en de spoorweg. Een langs alle kanten ingesloten, min of meer driehoekige locatie. Wij noemen het ‘De Bermudadriehoek', omdat ze zo onzichtbaar is. Het gebied kende een sterke ontwikkeling na de oorlog, maar die is sindsdien stilgevallen. Dat merk je bijvoorbeeld al aan de woningvoorraad: allemaal oudere huizen. Recent kwamen er geen meer bij. De site wordt echter vooral gedomineerd door de centra voor volwassenenonderwijs COOVI en CERIA, bekend o.a. voor hun hotelopleiding. Ooit vormden zij één geheel, nu is er een Nederlandstalige en Franstalige vleugel. COOVI/Campus Elishout is de naam van de Nederlandstalige opleiding, naar de Elishouthoeve vlakbij.


De campus werd sinds zijn ontstaan in de jaren 1950 gemarkeerd door een hoge, smalle toren met de letters CERIA op. Die landmark zou een watertoren zijn. Recent werd op hetzelfde terrein een nieuw torengebouw, een tweede landmark, opgeleverd. Het is een merkwaardig ontwerp. Het telt 14 quasi identieke bouwlagen met een vierkant grondvlak, de meeste ingericht als keukens voor de hotelopleiding. Het is merkwaardig dat de toren aan alle kanten beglaasd is, behalve daar waar dienstkokers er langs buiten tegen aan sluiten. Aan één zijde van het gebouw staan zo vier vrijstaande liften tegen de gevel. Een trapeziumvormige koker in wit beton, die sanitair en trappen omvat, sluit tegen de tweede gevel aan. Aan een derde gevel steekt een smalle zwarte trappenkoker met ronde perforaties uit het gebouw uit. Maar verder kan je er dus langs alle kanten binnenkijken. Als er file is op de Ring kan je de tijd doden door te kijken naar de studenten die kookles krijgen. Maar omgekeerd biedt het gebouw ook een verbluffend uitzicht over de omgeving, vooral dan op de hoogste etages waar zich de bar en het restaurant bevinden. Het gebouw is slechts een fragment van een veel ruimer plan om de campus op te waarderen, maar van de rest van het masterplan is niets in huis gekomen. Maar dit is wel een mooie oplossing om het terrein te vrijwaren van bebouwing, helemaal anders dan de bestaande campusgebouwen die uitgesmeerd zijn over de open ruimte.
Het is mooi meegenomen dat deze toren aan koken en eten gewijd is. Koken is een activiteit waarbij veel culturele uitwisseling plaatsvindt. Zeker in Brussel: als politieke hoofdstad is het ook een culinaire metropool, want hoeveel deals worden niet aan tafel gesloten? Maar koken is ook een aardse activiteit: het gaat om producten van de grond. Dat maakt deze toren ook wel bevreemdend: hij lijkt zich door zijn abstracte vormen net helemaal aan die grond te onttrekken.


We gebruiken die toren als een bevoorrechte getuige van dit gebied. We laten hem aan het woord over wat hij ziet. De dubbelzinnigheid van de toren, gewijd aan het aardse, maar er tegelijk boven verheven, leek daarbij symbolisch juist. We tonen immers twee polen, twee mogelijke standpunten. Aan de ene kant is er de subjectieve pool. Hoe gaan bewoners en gebruikers met dit gebied om? Voor hen is dit niet de periferie. Het is het centrum van hun wereld, zeker voor kinderen. Voor hen is het stadscentrum heel ver weg, ondanks een directe metroverbinding. De nieuwe toren heeft daarom een groot symbolisch belang. Hij markeert het gebied, meer nog dan de oude Ceria-toren waarmee hij een dialoog lijkt aan te gaan, als een plek met een eigen identiteit. Het is een stap in de richting van een polycentrisch model van het gewest, dat andere brandpunten dan het centrum erkent. Maar er is natuurlijk ook een objectieve blik op dit gebied mogelijk. Die blik valt min of meer samen met die van overheden en planners, die vooral belang stellen in strategische aspecten. Welke rol speelt dit stadsfragment in de ontwikkeling van de stad als geheel? Zo bekeken is dit een zone zonder duidelijke identiteit. Dit gebied heeft klaarblijkelijk nooit de utopie, die er allicht aan ten grondslag lag, waargemaakt. Ook zo speelt de toren natuurlijk een rol, want als je naar de hoogste etage gaat, dan kijk je naar de wijk vanuit vogelperspectief. Je ziet plots hoe hij past binnen een grotere puzzel.


De ‘voorstelling' bestaat erin dat je een koptelefoon en een MP3-speler meekrijgt, en zo de toren quasi alleen bezoekt. Via die koptelefoon spreekt de toren tot jou en nodigt je uit om het gebied te verkennen. Met een paar kleine, georkestreerde acties in de buurt brengen we dat landschap tot leven. We vermenselijken het. De toren is een ‘nieuwkomer' en dus een beetje naïef, maar minder dan je zou denken. Hij is zeker geen toerist. Via zijn stem laten we het landschap aan het woord. We vertellen bijvoorbeeld hoe het er in die buurt aan toe ging vooraleer de ring het gebied afsneed van Sint-Pieters-Leeuw en Drogenbos.


Op dit ogenblik (meer dan een maand voor de opvoering, nvdr.) hebben we het gevoel dat het moeilijk wordt om de objectieve en subjectieve blik tegelijk aan bod te laten komen in de MP3-tekst. We denken er nu aan om de subjectieve blik, de verhalen van bewoners een plaats te geven in het festivalcentrum. Daar zal je kunnen luisteren naar die opnames. We voegen daar foto's aan toe van de Nederlandse fotografe Dieuwertje Komen (°1979). Zij legt zich toe op de fotografie van het hedendaagse landschap, om te achterhalen welk ideaalbeeld de gebouwde realiteit fundeerde. Daarvoor legt ze aspecten als materialen, licht, menselijke aanwezigheid en leegtes in de gebouwde omgeving vast. We brengen de perifere blik dus naar het centrum van de stad. Terwijl we ter plekke de ‘objectieve' blik bevragen.


Je zal je wel afvragen waarom wij ons met dit soort vragen willen bemoeien. Wat is ons belang? Wel, wij zijn geen toeristen in deze stad. Wij besloten hier te leven. Al zijn we nieuwkomers, net daardoor zien we sommige dingen ook in een ander daglicht en zien we dingen die mensen die hier al lang wonen, niet meer kunnen zien. Dit werk houdt verband met onze politieke kijk op de werkelijkheid. Politiek, dat is voor ons deelnemen aan de ‘polis', actief zijn in een leefruimte die voortdurend verandert door de vele kleine acties van de mannen en vrouwen die er zich vermengen. De stad verandert niet altijd door grote ingrepen, maar ook door kleine belangen die, als je ze optelt, een massale impact hebben. Als je probeert om dat beter te doorgronden ben je volgens mij met politiek bezig."


Pieter T'Jonck

Back to top

De relatie tussen mensen en steden is een centrale verhaallijn in het werk van Anna Rispoli. Ze toetst mogelijke civiele toe-eigeningen van de openbare ruimte via participatieve praktijken, architectonische performances en stedelijke installaties. Haar recente projecten in Mülheim an der Ruhr, Riga en Hannover maken gebruik van stedelijke vernieuwingsplannen als fictief decor om hedendaagse spiegelgevechten op te zetten: huiselijke lichtshows, vluchtige monumenten en wachttorens voor de huidige stand van utopie. Anna Rispoli is een Italiaanse kunstenares die gevestigd is in Brussel. Ze maakt deel uit van het Italiaanse collectief ZimmerFrei.

Het onderzoek van Edurne Rubio heeft altijd verband gehouden met de individuele of collectieve perceptie van tijd en ruimte. Ze is geïnteresseerd in de context die van perceptie een variabel en muterend, vergeten of gearchiveerd gegeven maakt. Ze streeft ernaar om associaties of opposities uit te lokken tussen verschillende manieren om de werkelijkheid waar te nemen. Daarbij wil ze een samengestelde tweede werkelijkheid creëren. Sinds enkele jaren leunt haar werk aan bij de documentaire en de antropologie. Ze gebruikt daarbij interviews, archiefbeelden of onderzoek naar mondelinge communicatie.

Back to top