Raga for the rainy season / A Love Supreme

Halles de Schaerbeek

24.25.26.27.28/05 > 20:30

‘Ik zou een methode willen ontdekken die, als ik wil dat het regent, ervoor zorgt dat het meteen begint te regenen. De ware krachten van muziek zijn nog steeds niet bekend.’ (John Coltrane)

In haar nieuwe voorstelling keert Anne Teresa De Keersmaeker terug naar de zuivere dans en laat ze de mystiek van de muziek aan het woord. In Raga for the rainy season brengen de dansers op de stem van zanger Sulochana Brahaspati een prachtige reeks variaties op de Indische regendans. In het tweede deel, A love supreme van John Coltrane, zet een jazzensemble de toon voor de spirituele zoektocht van vier dansers.

Raga for the Rainy Season

Choreografie:

Anne Teresa De Keersmaeker

Muziek:

Raga Mian Malhar (sung by Sulochana Brahaspati)

Dans:

Marta Coronado, Fumiyo Ikeda, Kaya Kolodziejczyk, Elizaveta Penkóva, Zsuzsa Rózsavölgyi, Taka Shamoto, Clinton Stringer, Giulia Sugranyes, Rosalba Torres Guerrero


A Love Supreme

Choreografie:

Anne Teresa De Keersmaeker & Salva Sanchis

Muziek:

A Love Supreme (John Coltrane: tenorsax, vocals - McCoy Tyner: piano - Jimmy Garrison: bass - Elvin Jones: drums)

Dans:

Cynthia Loemij, Moya Michael, Salva Sanchis, Igor Shyshko

Decor en licht:

Jan Versweyveld

Kostuums:

Dries Van Noten

Productie:

Rosas & De Munt/La Monnaie (Bruxelles/Brussel)

Coproductie:

Théâtre de la Ville (Paris), Opéra de Rouen/Haute Normandie, het Teatro Comunale di Ferrara

Met de steun van:

Monnaie Foundation

Rosas wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, wordt gesteund door de Nationale Loterij en is het huisgezelschap van De Munt:

Presentatie:

La Monnaie/De Munt, Les Halles de Schaerbeek, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

‘Niets is zo goed als het heen en weer bewegen tussen het vertrouwde en het onbekende’

notitie over de Indiase raga’s

Sinds enkele jaren toont Anne Teresa De Keersmaeker een steeds duidelijker fascinatie voor twee muziekgenres die eerder nog niet aan bod kwamen in haar werk: jazz en Indiase muziek. De choreografe exploreert bij deze muziek de mogelijkheden van de improvisatie – eveneens een nieuw aspect van haar oeuvre. In haar nieuwste creatie Raga for the rainy season / A Love Supreme combineert en contrasteert zij beide muziekvormen.

Van bij de eerste dansproducties begin jaren tachtig wordt het werk van Anne Teresa De Keersmaeker gekenmerkt door een onderzoek naar het spanningsveld tussen beweging en muziek. In de voorbije twintig jaar heeft ze gewerkt met enorm veel en zeer verschillende soorten muziek. Nadat ze zich in haar eerste werk uitsluitend concentreerde op minimal music van onder meer Steve Reich, ging ze later aan de slag met 20ste-eeuwse componisten zoals Béla Bartók en György Ligeti, maar net zo goed met concertaria’s van Mozart, of nog recenter, muziek van Purcell. Sinds enkele jaren is De Keersmaeker steeds meer gefascineerd door twee andere muziekgenres: Indiase raga’s en jazz. Haar eerste kennismaking met jazz op de scène vond plaats tijdens In real time (2000), een theater-dans-productie van Rosas en STAN, met live muziek van het jazz-ensemble Aka Moon. In (but if a look should) April Me (2002) doken voor het eerst Indiase raga’s op.

Twee jaar geleden verraste De Keersmaeker ons met Bitches Brew / Tacoma Narrows, een choreografie naar de gelijknamige compositie van jazz-legende Miles Davis. Niet voor niets exploreerde de choreografe bij deze muziek de mogelijkheden van de improvisatie en de wisselwerking met vaste structuren. Jazz is immers bij uitstek muziek waarin structuur en improvisatie op harmonische wijze hand in hand gaan.

Bitches Brew / Tacoma Narrows was de eerste productie van Rosas waarin improvisatie een intrinsiek deel uitmaakte van het artistieke product. De Keersmaeker vond tijdens dit proces steun en feedback bij Salva Sanchis, één van de eerste afgestudeerde dansers van P.A.R.T.S., die daarna een eigen parcours als choreograaf aflegde. Beide choreografen vonden elkaar terug in hun gezamenlijke fascinatie voor jazz en hun onderzoek naar improvisatie-mogelijkheden. De choreografische inbreng van Salva Sanchis werd groter, wat resulteerde in de recente co-choreografie Desh. Voor het eerst in haar parcours als choreografe en danseres voelde De Keersmaeker het als een uitdaging aan om samen te choreograferen, om zelf materiaal te dansen dat een andere choreograaf mede voor haar schreef. Net als in Bitches Brew / Tacoma Narrows worden in Desh de mogelijkheden van improvisatie verder geëxploreerd, dit keer niet alleen op jazz, maar ook op Indiase raga’s. Ook in de raga’s staat de verhouding centraal tussen compositie en improvisatie, het vertrouwde en het onbekende.

De nieuwe voorstelling, Raga for the rainy season / A Love Supreme bestaat uit twee delen:

Raga for the rainy season is een choreografie voor 9 dansers – acht vrouwen en een man – die een reeks variaties brengen op de muziek van een Indiase raga voor het regenseizoen. A Love Supreme is een kwartet waarin twee mannen en twee vrouwen dansen op het legendarische, gelijknamige album van John Coltrane. Beide choreografieën ademen een totaal verschillende sfeer, maar tegelijk delen ze een gemeenschappelijke notie van spiritualiteit.

De Indiase raga Mian Malhar (Raga for the rainy season), gezongen door Sulochana Brahaspati, is een muzikaal gebed over de melancholie, die wordt opgeroepen door de regen en het wachten. De verschillende stadia van het wachten, terwijl het buiten regent, vertalen zich in een horizontale tijdsbeleving, in uitgerekte tijd, in verstilling en meditatie. De bewegingen zijn langoureus, uitgevoerd in een stille, naar binnen gekeerde concentratie, lichamen dragen en worden gedragen, dansers bewegen in unisono die weer verbrokkelt, uit elkaar drijft, kleine rituelen uit het dagelijkse leven van de wachtende vrouwen zijn zichtbaar in het uitgerekte bewegingsmateriaal, dat af en toe wordt geïnjecteerd door met snelle staccato, een wanhopig vallen en opstaan, gevolgd door troost. Want het wachten roept weerstand op, de lineaire traagheid wordt verstoord door passioneel verzet. Elk individu breekt op zijn manier uit de eindeloze stroom emoties en bewegingen. Het lineaire choreografische patroon wordt doorbroken door cirkels en spiralen, de dansers zijn als hemellichamen in het heelal, alleen en toch verbonden met elkaar in een perfect georganiseerde chaos.

Elke beweging ligt vast, in een obsessioneel patroon van structuren en composities, ook al lijkt het niet zo. In het tweede deel, A Love Supreme, is daarentegen meer dan ooit plaats voor instant composition, voor het onverwachte, het onvoorziene. Terwijl er bij vorige producties als Bitches Brew / Tacoma Narrows en Desh nog steeds een duidelijk onderscheid bleef tussen vooraf gecomponeerde sequenties en improvisatie sequenties, wordt de uitdaging in A Love Supreme nuom improvisatie en gecomponeerd materiaal elkaar werkelijk te laten ontmoeten, te verweven met elkaar, in elkaar te laten opgaan.

Hoe zet je de spanning tussen structuur en vrijheid, die zich als een evidentie manifesteert in jazz, hoe zet je die om in dans? Hoe organiseert een groep van dansers zich spontaan tijdens een voorstelling? En hoe verhoudt het individu zich tegenover de groep, in deze delicate verhouding tussen geplande structuur en instant decision making? Hoe vertel je je verhaal, als groep, als individu? En hoe ondersteun je elkaars verhaal? Al deze vragen zijn voor beide choreografen, Sanchis en De Keersmaeker, het uitgangspunt in hun zoektocht naar improvisatie als een danstaal. Improvisatie bestaat uit het evenwicht tussen making rules en finding freedom. Nu deze uitdaging van de improvisatie meer nog dan tevoren wordt aangegaan, wordt het belang van onderliggende structurerende principes des te groter. De Keersmaeker is steeds gefascineerd geweest door patronen die ruimte en tijd organiseren, getallenreeksen of spiralen, die een eindeloze manier impliceren om de ruimte te construeren en weer te deconstrueren. Deze ankerpunten zijn meer dan ooit van belang met improvisatie als uitgangspunt.

De Keersmaeker en Sanchis dragen Coltranes A Love Supreme al enkele jaren met zich mee, met enige schroom om het werkelijk te gebruiken als dansmuziek. In de kleine constellatie van vier dansers – Cynthia Loemij, Moya Michael, Salva Sanchis en Igor Shyshko – wordt de voorstelling tegelijk nadrukkelijk gedragen door de de dansers. A Love Supreme is één van de hoogtepunten van de 20ste-eeuwse jazz en blinkt uit door de spanning tussen complexiteit en simpliciteit, een spanning die ook het choreografisch werk van De Keersmaeker steeds heeft gekenmerkt.

A Love Supreme is het ultieme spirituele statement van John Coltane. Niemand is zo ver gegaan met de technische exploratie van een instrument met als doel “to go on spiritual heights”. Het stuk is dat een stuk? bestaat uit vier delen: ‘Acknowledgement’, ‘Resolution’, ‘Pursuance’ en ‘Psalm’. Het eindigt met een extatisch gedicht van Coltrane – een ode aan de goddelijke liefde. Het stuk getuigt van een een eenvoud en complexiteit, van een absolute schoonheid die overigens erg verbonden is met de vertolkers (John Coltrane, McCoy Tyner, Jimmy Garrison en Elvin Jones).

Het contrast tussen de Raga for the rainy season en A Love Supreme is niet toevallig het contrast tussen het horizontale en het verticale, de vrouwelijke en de mannelijke stem, het een- en het veelstemmige. Deze balancing opposites zijn steeds de dieperliggende drijfveer geweest van De Keersmaekers creatieve drive.

Beide stukken zijn complementair en tegengesteld tegelijk: de uitgesponnen energie, het horizontale rekken van de tijd in de raga contrasteert met de compactheid en de verticaliteit van Coltranes A Love Supreme, waarin de transcendentale beweging naar steeds hoger zo aangrijpend is. De ingehouden melancholie van de traagheid in de Raga is even passioneel als de heftigheid van de vier individuen met hun uitgesproken drijfveren in A Love Supreme.

Beide stukken vertonen een doorgedreven vormelijke logica die schoonheid en emoties willen genereren. Het is deze emotionele démarche die in het werk van Anne Teresa De Keersmaeker het pure vormelijke choreografische onderzoek steeds opnieuw overstijgt, en elke betrokken danser zowel sterk als kwetsbaar maakt.

Sigrid Bousset

Back to top