Putujuće pozorište Šopalović

KVS BOX

9/05 – 15:00
7, 8, 9/05 – 20:30
Serbian > NL / FR
2h 30min

In 1985 schreef de Joegoslavische dichter en toneelschrijver Ljubomir Simović The Travelling Troupe Šopalović . In dat stuk komt een reizend theatergezelschap aan in de Servische stad Užice, maar het moet er zijn spel onderbreken als de bezetter plotseling zijn militaire, gewelddadige operaties inzet. In 2007 besluit Tomi Janežič dit stuk opnieuw op te voeren in Belgrado. Met de Joegoslavische burgeroorlog nog vers in het geheugen kan hij niet anders dan een voorstelling maken over de rol van theater in tijden van oorlog, over de verhouding tussen theater en het echte leven. Bij Simović komt de werkelijkheid aanvankelijk zo tussenbeide dat de theatrale illusie vernietigd wordt. Maar kan kunst ook de realiteit transformeren? Tomi Janežič maakt er een ‘drama-essay’ van over de aard van het theater, waar fictie en realiteit hetzelfde lichaam delen. De grens tussen zaal en scène vervaagt in een verbijsterende voorstelling die zowel het stuk als het theater zelf voortdurend ontmantelt. Onthutsend.

Geschreven door
Ljubomir Simović

Regie
Tomi Janežič

Met
Miroslav Žužić, Nenad Ćirić, Boris Isaković, Branislav Zeremski, Dara Džokić, Isidora Minić, Renata Ulmanski, Vlastimir-Đuza Stojiljković, Jasna Đuričić, Nada Šargin, Svetozar Cvetković

Decor & lichtontwerp
Tomi Janežič

Dramaturgie
Milan Mađarev

Choreografie
Deneš Debrei

Muziek & geluidsontwerp
Tomaž Grom

Video
Gregor Božič

Assistent-regisseur
Boris Liješević

Regieassistent
Špela Trošt

Assistent decorontwerp
Duško Ašković

Voordracht
Ljiljana Mrkić-Popović

In samenwerking met
Snežana Marković & de leden van het koor AKUD Branko Krsmanović

Koorleden
Elien de Schryver, Aurélie Lierman, Maité Smeyers, Marie Leduc, Natalia Vanessa Hirtz, Lut Geeraert, Tinne Debosscher, Mathilde Clémot, Aude Ruyter, Clémence Huckel, Natalia Sardi, Astrid Annicaert, Zita Gerenday, Anne-Sophie Van Wesemael, Mathilde Mazabrard, Catherine Herman, Margot Van Scharen, Jelena Djucik, Natasha Mokrane, Frédérique Galliot, Sandy Napier, Silke Saerens, Valérie Mertens, Katrien Feyaerts, Flore De Baets, Amélie Dieudonné, Anouk Vandevoorde, Janne Steenbeke

Koorleider
Peter Spaepen

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
Atelje212 (Belgrade)

Back to top

Putujuće pozorište Šopalović

Notities van de dramaturg

Zoals in alle goede stukken is het begin van Putujuće pozorište Šopalović (The Travelling Troupe Šopalović) uiterst simpel. Op een zomerse dag arriveert een theatertroep in het stadje Užice voor een opvoering van Schillers Die Räuber. Midden op het Rakijaplein spelen zij één scène uit het stuk om aandacht te trekken. Maar ze hadden geen ongelukkiger moment kunnen kiezen: de bezettingstroepen zijn voor het eerst in actie gekomen: er worden mensen opgehangen en er wordt geschoten, de stad zit vol Bosniërs die op de vlucht zijn voor de Ustashas, en in zo’n provinciestadje voelt de man in de straat zich al nooit echt goed op zijn gemak, in vredestijd laat staan in oorlogstijd. In deze omstandigheden valt de melodramatische scène uit Die Räuber pijnlijk uit de toon en de beledigde inwoners slingeren de acteurs scheldwoorden en beledigingen naar het hoofd, omdat zij het lef hebben om naar hun stad te komen om toneel te spelen, zonder oog te hebben voor hun benarde situatie. (...)

Putujuće pozorište Šopalović gaat van een pijnlijk realisme echter geleidelijk en naadloos over in een poëtisch visioen en je merkt bijna niet dat de toneelschrijver op een bepaald moment een dichter wordt. Met een topografische precisie die je normaal alleen in romans vindt, wordt de handeling van het stuk volledig gesitueerd in het stadje Užice. Wie dat stadje kent krijgt bijna het gevoel dat hij door de personages wordt meegenomen op een wandeling door de stad.

Tussen de lijnen van Ljubomir Simović’ toneelstuk volgen we ook een overgang van een tastbare realiteit naar een poëtisch beeld. Zijn vroegere stukken, Hasanaginica en Het Mirakel van Shargan, waren geschreven in verzen, maar wel een vers dat dicht bij het gewone taalgebruik aanleunt. Het vers is droog, ontdaan van poëtische verfraaiing en je vindt vaak hedendaagse zinswendingen en uitdrukkingen. Alleen als je deze tekst in proza zou willen overschrijven zou je merken dat dit eigenlijk verzen zijn, omdat het ritme helemaal anders is dan in proza. En zelfs al is Putujuće pozorište Šopalović in proza geschreven, dan nog voel je in het ritme de hartslag van een vers; het is een soort proza dat zich op cruciale momenten vrijwel natuurlijk tot verzen laat samenballen en verdichten. Hier en daar hebben we geleende verzen: in de climax van het stuk spreekt Filip bijvoorbeeld de monoloog van Orestes uit Euripides’ Elektra. Elders zijn het menselijk leed en wanhoop die alleen maar in verzen uitgeschreeuwd kunnen worden: wanneer zij verneemt dat haar zoon gearresteerd werd en dat hij elk moment in handen van Drobac kan vallen en gefolterd kan worden, zegt Gina: “Hoe kan ik zeggen: ik ken hem, als ik niet weet hoeveel hij lijdt?” – deze verzen worden in ons geheugen gebrand, samen met de fameuze verzen gesproken door het Meisje van Kosovo. Tussendoor is het Drobac, die zijn gruwelijke kunst in detail in verzen beschrijft. Net zoals in drama leven en kunst in de grootste uitersten één worden, vloeit proza over in verzen als mensen uitersten beleven: in de gruwel van bodemloos diepe putten en op de allerhoogste hoogten.

Jovan Hristić


Interview met Tomi Janežič

Waarom wilde u Putujuće pozorište Šopalović van Ljubomir Simović ensceneren?

Ik werkte bijna drie jaar geleden al aan deze voorstelling. Op dat ogenblik was ik – onder andere – in zekere zin sterk geïnteresseerd in de deconstructie van het theater. Ik wilde het theater zelf in vraag stellen, de grenzen van het theater en van het acteren. Ik probeerde te begrijpen wat een theatervoorstelling eigenlijk is en confronteerde mijzelf – en vroeg de acteurs om zichzelf te confronteren – met enkele fundamentele vragen over ons beroep die ook de belangrijkste vragen in het stuk zijn: Waarom spelen wij toneel? Waarom sta ik hier en nu op het podium? Wat is theater, wat is acteren en wat zijn de grenzen van theater en acteren – als er al grenzen zijn? Wat gebeurt er precies in de communicatie tussen ons en het publiek? Waarom speel ik toneel? In dit stuk krijg je een mengeling van realiteit en illusie, van theater en dagelijks leven en de grenzen tussen beide zijn niet duidelijk te trekken. Ik was geïnteresseerd in de realiteit van de verbeelding. Het stuk stelt vragen over de materialistische kijk op de wereld. Op een ander niveau was ik ook geïnteresseerd in de oorlog. Hoe kon zo’n oorlog in ex-Joegoslavië plaatsvinden? Waar liggen de wortels van zoveel geweld, van waar komt het kwaad?

Ik koos dit stuk omdat ik onder de indruk was van Simović’ werk. Hij is een kunstenaar van internationaal formaat en ik wilde een van zijn werken regisseren. En zijn stuk leek perfect aan te sluiten op wat mij bezig hield. Het was op dat ogenblik al een klassieker en daardoor kreeg ik de gelegenheid om mij te verdiepen in de relatie (klassiek) toneelstuk / (hedendaagse) uitvoering, of huidige uitvoering / beroemde uitvoering(en) uit het verleden (die nog (steeds) in het geheugen van het publiek liggen) enzovoort. Op een bepaalde manier heeft deze uitvoering ook te maken met het postmoderne theater van de jaren 80, toen het stuk geschreven werd in relatie tot het stuk zelf (dat op zich geen postmoderne elementen bevat). Eigenlijk interesseren veel relaties mij en probeerde ik creatieve manieren te vinden om die relaties tijdens het werk aan deze opvoering af te tasten.

KV: Is het stuk alleen maar populair bij het theaterpubliek? Of geniet het algemene bekendheid?

Ik heb het gevoel dat iedereen in Servië dat stuk kent. Ik kon mijn oren niet geloven toen ik vernam hoe dikwijls het in dorpen en steden door amateurs en professionelen werd opgevoerd. Toen ik besloot het stuk te ensceneren wist ik in feite niet dat het in Servië zo belangrijk was. Het bekleedt echt een speciale plaats in het publieke bewustzijn. Er is een meisje in onze voorstelling dat eerder Sofia speelde in een amateurvoorstelling en dat het stuk helemaal uit het hoofd kent. Dat aan dit stuk zoveel belang gehecht werd, gaf uiteindelijk ook de doorslag voor onze voorstelling. We spelen het stuk zo omdat de mensen het kennen en omdat zij er bepaalde verwachtingen bij hebben. Als mijn productie de allereerste keer was dat het stuk werd opgevoerd, dan zou zij totaal anders zijn. En dat geldt ook als de omstandigheden anders waren. Ik zei vroeger al dat ik nooit met een voorstelling op zak loop: ik creëer de voorstelling met alles wat ze voor mij betekent te midden van de omstandigheden waarin ik terecht gekomen ben.

KV: Het stuk werd geschreven in 1985, toen Joegoslavië nog bestond. Toen u het in 2007 opnieuw op de scene bracht bestond het land als zodanig niet meer. De kaart van de regio werd door de burgeroorlogen volledig hertekend...

Ik wist dat ik niet zomaar een zoveelste enscenering van Šopalović wilde maken... Ik koos dit stuk niet alleen maar omwille van het verhaal, dat gesitueerd is in de Tweede Wereldoorlog. Voor mij was het duidelijk dat het stuk vijfentwintig jaar geleden anders klonk. En dat het (waarschijnlijk) een ander stuk geworden zou zijn als Simović het tien jaar later geschreven had. Als je zegt ‘Tweede Wereldoorlog’, dan lijkt dat zo ver weg, iets dat ondertussen tot de mythologie is gaan behoren. Toen ik deze voorstelling voorbereidde was het al genoeg om het woordje ‘oorlog’ uit te spreken opdat de verwijzingen, toespelingen en gevoelens duidelijk niet met de Tweede Wereldoorlog geassocieerd werden.

In een interview vroeg een journalist mij of het land in vrede zou kunnen worden opgesplitst of dat geweld echt onvermijdelijk was. Ik antwoordde dat het, als je de planeet en het mensdom in zijn geheel bekijkt, natuurlijk heel moeilijk is om het onvermijdelijke niet te zien. Overal ter wereld slachten mensen elkaar letterlijk af. Het maakt klaarblijkelijk deel uit van het leven op deze planeet. Maar dat betekent niet dat het voor mij gemakkelijk is om daarmee te leven. Voor wat in het voormalige Joegoslavië gebeurde, geloof ik echt niet dat het niet anders kon, of dat dit allemaal nodig was. Uiteindelijk zou niemand beter worden van deze oorlog. Iedereen verloor. Er bleven alleen gewonden en gekwetsten achter...

In de voorstelling wordt op verschillende manieren naar de oorlog in ex-Joegoslavië en de Tweede Wereldoorlog in de regio verwezen (en naar de verschillende delen daarvan). Er zijn ook verwijzingen naar het conflict in Kosovo (de Internationale wordt in het Albanees gezongen), dat overigens heel erg actueel was toen het stuk in 2007 in première ging. Het deel van de Servische toeschouwers dat er een nogal eenzijdige nationalistische artistieke visie op nahoudt, protesteerde heel heftig. De politieke en artistieke statements van de voorstelling lokten nogal wat polemieken uit in het theatermilieu. Simović leek onaantastbaar. En het gebruik van opnamen van toespraken van Karadžić[1] of Mladić[2], of van een van de Bosnische vrouwen uit Srebrenica die haar echtgenoot verloren had, en het gebruik van de ‘gusle’ (het nationale muziekinstrument van Servië) was voor sommigen klaarblijkelijk te veel. Maar de voorstelling zelf gaat helemaal niet over aan welke kant individuen in de voorbije oorlog stonden. Het weerspiegelt en onthult veeleer de duistere kanten van het kwaad en de onwetendheid die aan de basis van alle oorlogen liggen. Er wordt net zo goed gerefereerd naar Jasenovac en de vreselijke Kroatische concentratiekampen tijdens WO II, waar Serviërs doelbewust vermoord werden samen met Joden, zigeuners en anderen, als naar Srebrenica, waar Servische soldaten onder leiding van generaal Mladić duizenden Bosniërs vermoordden. De voorstelling gaat over kunst en theater, die zich te midden van deze gebeurtenissen afspelen. Wat moeten we doen, als mens en als podiumkunstenaar? Hebben wij er wel iets mee te maken? Kunnen we doen alsof het niet bestaat? Moeten we toneel spelen om de mensen te helpen vergeten? Moeten we er zo luid mogelijk over spreken? Moeten we onszelf en het publiek onomstotelijke feiten onder de neus duwen? Op die vragen bestaat geen eenduidig antwoord. En dat is waar deze voorstelling over gaat: de vragen en het gebrek aan antwoorden daarop.

KV: In uw voorstelling laat u de aanwezigen nooit vergeten dat zij in het theater zitten. U balanceert voortdurend op de grens tussen theatrale illusie en de reële, fysieke aanwezigheid in het theater. Waarom deed u dat?

De première werd bijgewoond door een tienermeisje. Na de voorstelling zei ze tegen haar vader: weet je, tijdens de scene met Sofia en Drobac zag ik de rivier en het gras en alles echt; het leek alsof ik erbij was, ook al was er licht in het theater en ook al hield de actrice een potlood in haar hand in plaats van gras en bloemen. Mij leek het dat zij op een heel simpele manier de complexiteit van een bepaald, voor mij heel belangrijk, aspect van de voorstelling verwoordde, iets wat sommige critici ook schreven: dit drama gaat over de opvoering zelf.

Ik ga een theaterwetenschapper parafraseren – en iets zeggen wat u in uw vraag ook impliceerde: dat de toeschouwer in de voorstelling opgenomen wordt (ik zou zeggen: dat er tenminste geprobeerd wordt hem op te nemen) in een nieuwe realiteit, de realiteit van een authentieke theateract waarin verschillende feitenniveaus – het stuk zelf en feiten over het stuk, de huidige en vroegere opvoeringen, gebeurtenissen uit recente en vroegere oorlogen, de levens van de acteurs en het theater waar de voorstelling plaatsvindt, de tijd waarin het stuk speelt en de tijd waarin het stuk geschreven werd, het ogenblik waarop de première plaatsvond en de huidige plaats en tijd, het hier en nu waarin de voorstelling tot stand komt – versmelten tot een nieuw leven en een nieuwe illusie. Deze nieuwe illusie beperkt zich niet meer tot het stuk. En het wekken van die nieuwe illusie (en een overdachte uitvergroting van de betekenissen ervan) in de voorstelling gebeurt – zonder dat je vooraf gewaarschuwd werd – stap voor stap.

Putujuće pozorište Šopalović was voor mij een poging om er achter te komen wat er tijdens een voorstelling eigenlijk gebeurt: hoe je op subtiele veranderingen in het bewustzijn van de toeschouwer en zijn of haar associaties anticipeert, hoe je zijn aandacht op een creatieve manier en op alle niveaus manipuleert, hoe je de toeschouwer bewust maakt van wat je in hem hebt opgewekt en hoe je dat in een ander perspectief of een andere context plaatst. Hoe je voor de hand liggende en eenvoudige theatermiddelen en theaterregie op een min of meer onconventionele manier aanwendt om betekenissen en paradoxen te creëren. De voorstelling gaat (ook) over de voorstelling zelf, maar dat wilde ik niet op een banale of voor de hand liggende manier aangeven, maar zonder het openlijk te zeggen. Je kunt, als je wil voorbijgaan aan het feit zelf dat performance in één bepaald opzicht de gedachte van Vasilij (de acteur uit het stuk) volgt dat je voor theater niet meer nodig hebt dan een krukje. Maar tezelfdertijd hanteert de voorstelling andere principes, die naar andere contexten en betekenissen verwijzen (en ze ook tot stand brengen). Dat wil natuurlijk zeggen: als iemand bereid is om ze te lezen.

KV: Wat kan het theater betekenen in tijden van oorlog? Dat lijkt mij een van de belangrijkste vragen achter deze voorstelling. Het antwoord dat gesuggereerd wordt, is dat het theater mensen het echte leven niet mag doen vergeten. Klopt dat?

Ik ben niet hier om antwoorden te geven en je zult mij niet horen zeggen dat dit de bedoeling van deze voorstelling is. Een kunstwerk is in wezen een symbool. Een symbool spreekt zijn eigen taal en zit vol paradoxen.

Maar in zekere zin hebt u gelijk: tijdens het werk aan Šopalović stelde ik mijn eigen verantwoordelijkheid als theatermaker in vraag en ik verwachtte van de acteurs dat zij hetzelfde deden. Ik zou durven zeggen dat ik van het publiek verwacht(te) dat het ook zoiets zou doen: nadenken over hun verantwoordelijkheid als theaterbezoeker en toeschouwer tijdens een voorstelling. Als een acteur zichzelf de vraag zou stellen wat het in zijn eigen leven betekent om te acteren en op het podium te staan (en de thema’s waarover hij als acteur spreekt), dan moet je van de toeschouwer verwachten dat hij dat ook doet over zijn plaats. Hij/Zij moet zichzelf de vraag stellen: wat heeft dit te maken met mijn eigen leven en met mijn plaats in de wereld en de maatschappij?

Interview door Karlien Vanhoonacker
April 2010


[1] Radovan Karadžić was tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995) de leider van de Bosnische Serviërs in de Servische Republiek Bosnië-Herzegovina. Hij staat sinds 2008 terecht voor het Internationaal Tribunaal van Den Haag op beschuldiging van genocide en misdaden tegen de mensheid en hij wordt ook beschuldigd van de moord op meer dan 7000 moslimmannen en kinderen in Srebrenica in 1995. Zijn proces werd hervat op 13 april 2010.

[2] Ratko Mladić was bevelvoerder van de Bosnisch-Servische troepen in de oorlog van 1992-1995. Samen met Radovan Karadžić was hij verantwoordelijk voor de etnische zuiveringen van Kroaten en Moslims in Srebrenica in 1995, die een enclave onder UNO bescherming was. Hij is een van de meest gezochte verdachten van het Bosnische conflict en wordt beschuldigd van genocide en oorlogsmisdaden.

Back to top

Tomi Janežič (°1972) is een Sloveens theaterregisseur en assistent-professor aan de Academie voor Theater, Radio, Film en Televisie in Ljubljana – waar hij zelf ook afstudeerde. Hij gaf al les aan de universiteiten van Belgrado en Osijek, en aan de academie van Novi Sad. Janežič bereidt momenteel zijn doctoraat voor aan de Kunstuniversiteit van Belgrado. Als theaterregisseur maakte Tomi Janežič vooral onafhankelijke producties in de voormalige Joegoslavische landen. Hij werkte voor zijn producties al verschillende keren samen met Atelje212, een theater in Belgrado dat zijn deuren opende in 1956. Atelje212 staat vooral bekend om zijn avant-garde repertoire en toonde al werk van zowel Servische als internationale schrijvers. In oktober 2007 regisseerde Tomi Janežič in samenwerking met Atelje212 het theaterstuk Putujuće pozorište Šopalović .

Back to top