Pulling Strings

Beursschouwburg

11/05 – 22:00

12, 14, 15/05 – 20:30

1h


Tien jaar geleden bestormde ze de internationale podia met het fantastische Death is certain, waarin onschuldige kersen van een tros één na één de dood ingejaagd werden. Sindsdien knutselt Eva Meyer-Keller aan een oeuvre op het kruispunt van beeldende kunst en objectentheater. In haar laatste productie Pulling Strings trekt de Berlijnse letterlijk aan de touwtjes van het theater. Op het toneel staan voorwerpen die doorgaans verbannen worden naar de coulissen: een ladder, een stroom - kabel, een plant, ... Ze zijn bevestigd aan touwtjes en spelen een fascinerend ballet. Een microfoonstatief valt uit de lucht, een brandblusser maakt pirouettes. Wat begint als een eenvoudige aaneenschakeling van bewegingen, evolueert langzaam naar een organisch netwerk van ontmoetingen en wisselwerkingen dat de verbeelding prikkelt. Pulling Strings is een magische choreografie van objecten over de kunst van manipulatie!

Concept
Eva Meyer-Keller

In samenwerking met
Tomas Fredriksson, Sheena McGrandles, Irina Müller, Sybille Müller & Benjamin Schälike


Systeem ontwikkeld door
Florian Bach, Ruth Waldeyer

Met dank aan
Andrea Keiz, Thomas Medowcroft, Rico Repotente

Mangement
Susanne Beyer

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Beursschouwburg

Productie
Eva Meyer-Keller (Berlijn)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Hebbel am Ufer/HAU (Berlijn), MDT (Stockholm)


Met de steun van
Hauptstadtkulturfonds, International Dance Programme/Swedish Arts Grants Committee


Met dank aan
PACT Zollverein (Essen)

Performance in Brussel met de steun van
Berlin Senate Cultural Affairs Department & NATIONALES PERFORMANCE NETZ (NPN) International Guest Performance Fund for Dance, met de financiële steun van the Federal Government Commissioner for Culture and the Media op basis van een beslissing van German Bundestag

Work-in-progress gecreëerd in Berlijn in mei 2012

Back to top

Werktuigen in beweging: Eva Meyer-Keller over waarneming en choreografie

Uit gesprekken van Susanne Traub en Jochen Kiefer met Eva Meyer-Keller (Essen/Stockholm)

In Pulling Strings dansen alledaagse voorwerpen, schijnwerpers, microfoons of brandblussers in koorden, touwen, draden. Toch lijkt het geen dansstuk, noch een vorm van object-theater. Hoe kwam je op het idee?
EMK: Mijn man is een fervente visser en ik kijk heel graag toe. Het vissen en ook de doos met de haken, het vismaterieel, hebben iets fascinerends. Ook de repetities voor Pulling Strings hebben iets te maken met vissen. Men neemt de tijd, werpt een lijn uit - en dan wacht men gefascineerd tot er iets gebeurt en vooral: welk soort beweging daaruit voortkomt. Dat valt namelijk absoluut niet altijd te voorspellen.

Hetgeen van alle deelnemers grote waakzaamheid vereist, op elk moment...
EMK: Het interesseert me sinds enige tijd effectief om de werking van aandacht te bestuderen. Ik denk dat het belangrijk is om een ding of een voorwerp de volle aandacht te kunnen schenken. En dat betekent meer dan concentratie. Tijdens deze intensieve observatie ontstaat een ander soort waarneming. Misschien een waarneming die niet voortdurend met betekenis beladen is. Op precies dezelfde manier heeft het kijken in het theater voor mij veel te maken met observatie en aandacht. En in het geval van Pulling Strings ook met de hoop dat zich tijdens de performance tegelijk de perceptie van de kijker verscherpt. Dat de toeschouwers zin krijgen steeds beter te kijken, steeds opmerkzamer, steeds wakkerder te worden. Voor mij komt daarbij nog het plezier van te experimenteren en te mislukken. De spannendste momenten doen zich dan voor wanneer de draden verward raken, de dingen zich anders gedragen dan gepland en de acteurs elke avond en op elke repetitie fris moeten reageren.

Het was ontroerend om te zien hoe de acteurs op het podium proberen om door hun zakelijke en geconcentreerde manier te proberen als het ware greep te krijgen op hun problemen. Als toeschouwer, maar ook tijdens de repetitie, betrapte men er zich voortdurend op verwikkeld te zijn in een spel van voorstelling en waarneming, van ontdekken en herkennen.
EMK: Ik vind het spannend om zowel bij de toeschouwers als bij de acteurs dergelijke sensaties op te roepen, om samen iets uit te proberen: te vragen "Wat gebeurt wanneer?" of bewegingen te produceren die op hun beurt een effect hebben op diegene die ze veroorzaakte. De onzekere toestand die voortvloeit uit deze interacties is enerzijds een zeer technische en functionele kwestie maar heeft anderzijds ook een metaforisch aspect. Als dingen aan touwen voortgetrokken of bewogen worden, dan komen ze in een nieuwe context te staan die hen niet alleen oplaadt met betekenissen die ze anders misschien niet zouden hebben, maar we worden ons ook bewust van de waarneming zelf.

Zou je Pulling Strings in een bepaalde traditie situeren, ondanks dit experimentele karakter dat zich onder geen enkel formaat laat schikken?
EMK: Van al mijn werken zou ik Pulling Strings misschien nog het meest als een choreografie omschrijven (lacht). Het gaat om dans en beweging. We zijn er ons op elk moment van bewust. En dat in alledrie de performatieve varianten waarvoor het werk werd opgevat: als video, als installatie en als theatervoorstelling speelt Pulling Strings ook altijd met de mogelijkheden van choreografie. Het is ook een 'site-specific' werk. Op elke nieuwe locatie gaan we ook in op de concrete, fysieke ruimte en we gebruiken daarbij alleen voorwerpen die we daar - dat wil zeggen in het theater waar we spelen - aantreffen. In de videoversie gaan we dan weer meer in op het dagelijkse leven: de keuken, de naaispullen, met tafels en glazen. We creëren bewegingspatronen, dus choreografieën in de meest strikte zin van het woord. Bij Flack Newtech in Bremerhaven en in Khartoem in Afrika zijn er installaties gepland die omgaan met de gegeven ruimtelijke omstandigheden. Zelfs wanneer we als gast worden uitgenodigd in theaters, dan nog zullen we de dingen telkens nieuw benaderen. Daarom leven de drie versies van Pulling Strings niet alleen van onze choreografische uitvindingen maar ook van onze pioniersgeest en onze experimenteerlust. Zo wordt de performance pas een voorstelling via de verbeelding van het publiek. Je zou kunnen zeggen dat ze het werk is van een gemeenschappelijke voorstelling in de letterlijke zin. Bij elke performance doen we daarbij nieuwe ontdekkingen en bewegen we samen met de dingen in nieuwe contexten, met nieuwe betekenissen en betekenisverbanden. Choreografisch wordt het bovendien door de muziek. Tegen de alledaagsheid van de objecten plaatsen we klassieke balletmuziek, zoals bijvoorbeeld Le Sacre du Printemps van Stravinsky, Romeo en Julia van Prokovief en filmmuziek, uit Vertigo bijvoorbeeld. De muziek genereert onmiddellijk een eigen aanvullend betekenisniveau en brengt associaties en projecties op gang die betrekking hebben op de objecten en gebeurtenissen. Het merkwaardige bij Pulling Strings is dat objecten die anders slechts een dienende functie zouden hebben nu met betekenis worden beladen. Het gereedschap zelf, waarmee anders performances of theatervoorstellingen worden gemaakt, komt tot zijn recht zou je kunnen zeggen, het wordt waardevol om het op zich te bekijken.

Pulling Strings toont echter ook een zekere gelijkwaardigheid tussen mens en object in termen van beweging. Kan je iets zeggen over deze niet-hiërarchische relatie tussen menselijke acteurs en dingen?
EMK: Dingen hebben hun eigen aanwezigheid, hun eigen bewegingsopties. En ze definiëren de ruimte, maken ze zichtbaar en daardoor concreet ervaarbaar. Dingen sturen de blik. De blikken van de beweging produceren dan permanente fysieke verbindingen en tekenen onzichtbare lijnen, diagonalen en rechte lijnen door de ruimte. In Pulling Strings maken de touwen deze onzichtbare ruimtegeometrie ook zichtbaar. In het dagelijkse leven combineren we de bewegingsruimtes van objecten echter met een zekere logica en functionaliteit. De dingen staan op hun plaats en worden gebruikt. Zo vergaat het ook de dagelijkse dingen in een theatrale ruimte. Met ons project grijpen we dus in op het alledaagse leven van de dingen op het podium. We accumuleren geen rekwisieten op het podium. De zinloze opeenhoping van dingen interesseert me niet. Het tegendeel is waar. We ontvreemden de dingen van het podium, zetten ze anders dan gewoonlijk en vooral niet meer functioneel in. De podiumdingen worden medespelers en daardoor zelf acteurs. Mensen en dingen delen de bewegingsruimte. Bijgevolg nemen we bij het opzetten en afbreken van de scenografische setting ook het geluid en het geruis van de dingen au sérieux. Het opnemen van de balletmuziek produceert uiteindelijk een iconografische wereld die ons naar collectieve associatieruimtes leidt.

Back to top

Eva Meyer-Keller (1972, Duitsland/Zweden) woont en werkt in Berlijn. Ze werkt op het snijvlak van podiumkunsten en beeldende kunsten. Ze treedt naar voren op festivals, in kunstgaleries en theaters in heel Europa – tot in New York en Australië. Voordat ze in Amsterdam de vierjarige opleiding dans en choreografie volgde aan de School voor Nieuwe Dans Ontwikkeling (SNDO), studeerde ze fotografie en beeldende kunst in Berlijn (Hochschule der Künste) en Londen (Central Saint Martins, Kings College). De activiteiten van Eva Meyer-Keller zijn divers: ze presenteert haar performances op internationaal niveau, ontwikkelt projecten met andere kunstenaars en groepen, danst voor andere choreografen en realiseert video's. Ze doceert choreografie/compositie voor de master Solo/Dance (2010, 2011) in Berlijn en de master The Autonomous Actor (2010) en de bachelor Dance aan de DOCH (Dans och Circus Högskolan, 2011) in Stockholm. Ze was betrokken bij projecten van Baktruppen, Jerôme Bel en Christine De Smedt/les Ballets C de la B. In oktober/november 2010 nam ze samen met 7 andere kunstenaars deel aan het pilootproject Open Art W.I.S.P. (Women in Swedish Performance Art). Haar eigen werk omvat onder andere de performances Bauen nach Katastrophen (samen met Sybille Müller, 2009), Good Hands (2005), Death is Certain (2002) en Ordinator (2002); de installaties Volksballons (2004) en Himmelskörper (2001); de audiotour Hearsay (2002); het performatieve spel Schattenspiele (2008); het videowerk Death is Certain (2002), Handmade (2007) en Von Menschen gemacht(samen met Sybille Müller, 2010).

Back to top